Site-archief

Ik alleen heb een

Sasja Janssen

.

Ik lees in de bundel ‘Ik trek mijn species aan’ van Sasja Janssen (1968) uit 2014, en daar blijf ik hangen bij een, op het eerste gezicht erotisch gedicht. Omdat het alweer even geleden is dat ik erotische poëzie deelde op dit blog ga ik dat vandaag met dat gedicht doen. Het gedicht zonder titel mag dan op het eerste gezicht erotisch zijn maar in een commentaar op de bundel van Fleur Speet van Athenaeum Boekhandel, lees ik ‘Dit is zinnelijke oerkrachtpoëzie’.

In 2015 werd ze genomineerd met deze bundel, in het juryverslag lees ik: ‘In deze uitdagend beklijvende bundel heeft Sasja Janssen ‘genoeg over ik gedicht’. In een fabelachtig echt spel tussen begin en einde en alles daartussenin, worden soorten van mensen geboren die vervolgens trachten te overleven. Misschien is seksualiteit het enige houvast, of in elk geval een benadering van identiteit. Zonder de soortnaam vrouw, is er geen beginnen aan. En dan nog: ‘Ik red het niet, dat gedoe over leven en dood’. De zinnen in ‘Ik trek mijn species aan’ prikkelen, pesten, doen lachen en nadenken in een perfect aan elkaar geregen korset van woorden.’

Hoe het ook zij, ik vind dit gedicht intrigerend en dat is voldoende reden om het hier te delen.

.

Ik alleen heb een kutje

als zeewier in bad of om een man gespannen huid

koele tegels, vaker dat vlees

er is dat nauwe, dat zoete, maar liever niet het stuwen

op een harde tl-middag als ik daar ben en jij niet.

.

Ik ben mijn geslacht

weg die kalverpoten die verleiden moesten

geen buik die hijgen gaat, mijn borsten

als ja mijn borsten iets anders doen

dan legt mijn hoofd zich erbij neer van een heel andere orde te zijn.

.

 

De dichter en de erotiek

Anne Vegter

.

Anne Vegter (1958) staat bekend om het erotiek gehalte in veel van haar werk. In een artikel in de Groene Amsterdammer uit 2011 wordt dit mooi beschreven https://www.groene.nl/artikel/erotisch-slagveld

In de jaren dat ze dichter des Vaderlands was schreef ze het gedicht ‘Materiaal voor schedelboog, lijn van borst, fallus of kont uit vloeibare klei’ bij de opening van de tentoonstelling ‘Sexy ceramics’ in Keramiekmuseum Princessehof (2016). In deze tentoonstelling kon je aan de hand van femmes fatales en ondeugende herders door alle fases van het liefdesspel lopen. Van de eerste aanraking en voorzichtige hofmakerij tot expliciete seks. Er waren Klassieke Griekse vazen, verfijnd Aziatisch porselein en moderne kunst die de zintuigen prikkelde en je met een heel andere blik naar keramiek liet kijken. Je kon er verborgen symbolen, suggestieve vormen en erotische objecten tegen komen, maar maakte ook kennis met de sensualiteit van het materiaal klei zelf.

Aan de hand van deze beschrijving van de tentoonstelling en de tentoonstelling zelf uiteraard schreef Anne Vegter het volgende gedicht:

.

Materiaal voor schedelboog, lijn van borst, fallus of kont uit vloeibare klei

‏Je makersbewegingen over het breekbare, natte binnenste –
‏buiten raakten mijn vormen jouw tong aan, openden je mond

‏in mijn roos, we bedreven lovescience met de modderige maten
‏van mijn kleivrucht. Kijken is pijnloos nadoen. Toen ik wilde weten

‏wat je vingers weten legde je verhitte dingen in ons bed. Je zei:
‏‘Dickrider, Tietenvaas, Models, Fallen Woman en wij.’ Ik zei:

‏‘Mooie Mensch, Flame, Potential Stillness en wij, sloeries van klei.’

.