Site-archief
Mooi gesjeesd doodgaan
Luuk Gruwez
.
In de fijne bundel ‘Poëten in het parlement’ bloemlezing 2002 van Vlaanderen & Co, las ik het bijzondere en gevoelige gedicht van Luuk Gruwez zonder titel. Gruwez (1953) is dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1973 met de poëziebundel ‘Stofzuigergedichten’. Voor de bundel ‘Een huis om dakloos te zijn’ ontving hij de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. In 2009 ontvangt hij voor het gedicht ‘Moeders’ de Herman de Coninckprijs. Gruwez is ereburger van Deerlijk. Het onderstaande gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.
.
Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.
Zij komt met handtas en haar beste hoed,
gekrenkt tot in haar poederdoos,
arm ding, dat alle glorie verloor.
.
Zij komt een juf gestikt in een mevrouw.
Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,
haar lichaam zo gerantsoeneerd
dat het maar goed was voor een halve eeuw.
.
Dit liefelijk karkas met pruikenbol,
ik kan het domweg niet vergeten.
Hoe zij in alles was gesjeesd,
misschien in doodgaan nog het meest.
.
Hoorzaam
Dichtkunstkrant
.
Bij het opruimen kwam ik de Dichtkunstkrant 2016 tegen. Al bladerend stuitte ik op het gedicht ‘Hoorzaam’ van Steven Graauwmans. Graauwmans (1972), is een Vlaams dichter woonachtig in Brussel. Hij publiceerde o.a. gedichten in De Revisor en De Brakke Hond maar ook in bladen als Passionate, Krakatau en Gierik. In 2006 verscheen zijn debuutbundel ‘Uitzicht lotto’ gevolgd door ‘Reservisten van maandag’ in 2009 en ‘In de blauwe zon’ in 2012.
.
Hoorzaam
.
Zonder geluid hoor je het
hoe de kraan lekt, de kinderen op straat
hoe nylondraden door de lucht spannen
hoe de ruis op herinneringen zich afzet
op dagdagelijksheid
.
Je hoort hoe een grasmaaier aanslaat op zondag
hoe de vrouw de man de huid vol scheldt.
Je hoort het zand tussen je tenen
het getsjirp van lage zwaluwen.
Je hoort hoe de gong slaat
na het verloren gevecht
.
hoe de vuist geheven
tegen een wereld in slow motion.
Wij verhoren het lawaai van elke dag:
hoe in onze borst een boom barst
hoe we de splinters tellen.
Poëziebusdichters 10
Petra van den Berghen
.
Petra Van den Berghen (1971) studeerde aan Sint-Lucas in Brussel, waar ze meer over haar werken heeft geschreven dan er effectief gemaakt. Van kleins af aan was het voor haar normaal om gebeurtenissen en (in)zichten te (om)schrijven in een eigen taal. Puzzelen en spelen met woorden is een constante. Een schijfcursus in de jaren ’90 met Frank Vander Linden is een eerste trigger geweest om met eigen werk naar buiten te komen. Maar perfectionisme hield haar tegen dit te doen, ook later. Het genezen van kanker in combinatie van het geluk te hebben om een fantastische pianist (Jochem Thyssen, waar ze heel veel aan te danken heeft) tegen te komen, hebben gemaakt dat ze stappen heeft gezet, om te doen wat je weet dat je moet doen. In februari ’16 was er de try-out met schrijfsels en improvisatie op piano. En ze waren vertrokken… Kijk op http://www.poeziebus.nl voor data en stopplaatsen.
.
eenvoud
.
laat maar
laat maar gewoon
laat het maar gewoon in de eenvoud die het nooit is geweest, eenvoudig zijn
even
even maar
nu mag het eenvoudig weg, even, gewoon, eenvoudig
laat het maar
laat het maar gewoon
niets, bijzonders zijn
.
Poëziebusdichters 4
Daan Janssens
.
Daan Janssens is een jonge dichter en performer met een hart voor het experiment. In zijn teksten zoekt hij steeds naar het ongewone en kruisen actuele thema’s de degens met eeuwenoude beelden die zo enkel maar meer betekenis vergaren. In zijn performances is het al barok wat de klok slaat, vol groteske grimassen en bulderend gebrul. Voor alle data en plaatsen kijk op http://www.poeziebus.nl
.
Nieuw primitief
.
zij zoeken namen voor nieuwe kusten
ijzig water wast hun warme tranen
ogen op de zwarte zon lijkt zijn vader nog louter verzinsel
in zijn ogen
golven dragen vaders stem niet langer tot bij hem
ogen op de zwarte zon duikt de jongeling steeds dieper
de kolkende massa in
ogen op de zwarte zon de koude als een tweede huid
steeds dieper koningsblauw
met de zwarte zon in zijn ogen
gevederd herrezen
.
Poëziebusdichter 2
Eline Crols
.
Eline Crols (1994) kampt al een jaar of twintig met een verslaving aan woorden. Op zoek naar een manier om daarmee om te gaan, volgde ze een reeks therapieën, waaronder studies Taal- en Letterkunde en Journalistiek. Gezien het wisselende succes daarvan experimenteert ze met de medicinale kracht van poëzie en werd ze lid van de Turnhoutse zelfhulpgroep Collectief Dichterbij. Wil je Eline ( of de andere dichters) zien performen? Kijk dan op http://www.poeziebus.nl voor de data en plaatsen.
.
Vloeibaar
.T
Terwijl wij elkaar ingekapseld in heet badwater beloven dat
ons verschrompeld verlangen onder dit oppervlak
telkens opnieuw wordt geboren,
strandt langs de Vlaamse vloedlijn een walviswijfje.
Ze strekt zich uit als een fata morgana,
weerspiegelt hoe week wij zijn wanneer we vervellen
als kreeften
het oude schild achter ons laten.
Ze leerde het water haar nodig te hebben,
tast haar vel af op zoek naar de pijnplek
wild vlees op een dreunende wonde na de doortocht van de vishaak.
De rest van haar leven zal ze tegen het littekenweefsel aankijken.
Wanneer het tij keert, wordt zij opnieuw meegezogen
in een golvende herinnering. Olietankers aan de horizon,
hoe we zeeslag speelden aan de rand van het zwembad,
elkaar verloren bij het treffen van het vliegdekschip.
Nazomerochtend in Oostende.
We zochten parels in tapijtschelpen,
vergisten ons wanneer we in de ruis op ons hart de zee meenden te horen.
Bij valavond vonden we happende vissen langs de kustlijn.
Hun kloppende kieuwen in de tanende septemberzon
leerden ons kwetsbaar zijn.
De mazen van het net slechts uitstelgedrag voor wat
onontkoombaar.
Op een dag zal ons hoofd niet meer boven water komen
na de vlinderslag.
Zullen we nog slechts halfslachtig spartelen bij het vollopen van de longen.
En van alles wat ophoudt
– de terugtocht van het water,
het opdrogen van de uitgelopen mascarawangen,
het hopen op een boze droom –
van al die dingen het rimpelen pas als laatste.
Wanneer de warmte uit ons trekt,
we kleur en spierspanning verliezen,
voorgoed verstijven in herinnering,
loopt de keukenwekker af in een huis
dat geurt naar schepsnoep en waterverf.
Schuift moeder de diepvrieslasagne op gretige kleuterborden.
Goede raad komt hier voorverpakt en in laagjes,
zoals moeder handdoek, zwempak en badmuts opstapelt in een rugzak.
Vanavond is er zwemles om alvast te leren drijven.
.
Dichter op verzoek 8
Leonard Nolens
.
In de reeks dichters op verzoek vandaag een verzoek van de dichter Alex Gentjens. Hij vroeg om aandacht in deze rubriek voor de dichter Leonard Nolens. Toen hij mij zijn voorkeur liet weten was hij aan het luisteren naar een drie uur durend interview met de dichter Nolens. Je kunt het hier herbeluisteren http://radioplus.be/#/klara/herbeluister/2025dce5-2399-11e7-904a-00163edf48dd
Leonard Helena Sylvain Nolens (1947) wordt beschouwd als één van de belangrijkste levende dichters uit het Nederlandse taalgebied. Hij wordt regelmatig genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur. Hij is een romanticus, schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.
Nolens debuteerde met de dichtbundel ‘Orpheushanden’. Hij werkt en woont in Antwerpen. Hij ontving voor zijn werk verschillende litaraire prijzen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygensprijs , de VSB Poëzieprijs en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren.
Uit zijn bundel ‘Derwisj’ uit 2013 het gedicht ‘Jij bent schatrijk geboren’.
.
Jij bent schatrijk geboren
.
Jij en ik, dat is twee
Plus dit. Dat is drie. Dat is vragen
Om ruzie, men komt er niet uit.
Wij zitten perplex in elkaar.
Wij maken hetzelfde misbaar.
Jij en ik dat is een.
Jij bent schatrijk geboren
En kocht mij met gemak.
Dat zet ik je betaald
Op deze rekening.
Ik ben geen slapend geld
Vandaag, ik handel in ons.
Ik werk mij in het zweet
Van jou, ik bid en vloek mij
Uit de naad van ons,
Ik maak je winst op de markt.
Jij bent wat ik hier tel,
Mijn tol, mijn kapitaal.
Ik viel jou in de schoot
Van goud, ik woeker met wissels
Van ons en koop je terug
Nu ik ons doorverkoop
Aan vreemden, de truc is gelukt.
Wij staan op hetzelfde biljet.
.
Goud
Bazart
.
Iemand vroeg mij pas geleden wat maakt dat sommige songteksten als poëtisch worden gezien en waarom sommige lieddichters heel makkelijk ook als dichter worden gezien en andere juist niet. Een eenduidig antwoord kon ik daar toen niet op geven. De meeste songteksten zijn wat ze zijn, je leest ze en je weet; het gaat over een verloren liefde, over een meisje/vrouw/jongen/man of over een emotie. Volgens mij worden songteksten als poëtisch gezien als niet meteen duidelijk is waar ze over gaan, als er gespeeld wordt met de taal, als er mooie zinnen in staan die je bijblijven, niet omdat ze honderd keer herhaald worden maar omdat ze iets bijzonders hebben.
Ik moest hier aan denken toen ik het nummer ‘Goud’ van de Vlaamse band Bazart op de radio hoorde. De dromerige muziek gevoegd bij het Vlaams en de ietwat ongrijpbare teksten maken deze band bijzonder en luisterend naar de tekst dacht ik; het is net een gedicht. Daarom hier de tekst maar vooral ook het nummer.
.
Goud
.
Eén dans, geef me één dans met de duivel
Geen kans, er is geen kans op nog twijfel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Meevalt, als het meevalt op het einde
Oh geloof mij, elk feest duurt hier oneindig
Ik zie goud aan de rand van de zon
Ik ben te oud om te weten waarom
Mijn trein op het foute perron
Mijn trein zoekt nieuwe wagon
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Neen dan, liever niet voorgoed verdwijnen
Oh alles wat ooit groot was, is nu kleiner
Ik zie goud aan de rand van de zon
Ik ben te oud om te weten waarom
Mijn trein op het foute perron
Mijn trein zoekt nieuwe wagon
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
Oh liever snel naar de hel, dan traag naar de hemel
.
en ik
Akim A.J. Willems
.
De officiële dorpsdichter van Bornem (2012 – 2014) Akim A.J. Willems is auteur, dichter, bibliofiel (&) uitgever, stand-up comedian & poet, cartoonist & illustrator & kunstenaar. In 2013 was hij winnaar van Tilburgs DichtTalent, in 2016 was hij winnaar van de Poemtata poëzieprijs. Willems publiceerde o.a. in de Humo, in verschillende verzamelbundels alsmede in verschillende (digitale) magazines. Op zijn website http://www.akimwillems.be/ is een mooi overzicht te vinden van zijn publicaties maar ook van zijn kunst, zijn performances en zijn bibliofiele erotische (her)uitgaven.
Van zijn website een voorbeeld van een kunstwerk en gedicht van zijn hand. Het gedicht ‘en ik’ komt van een cahier met tekening (in inkt & aquarel) op voorzijde, drogenaaldgravure (140 x 90 mm op blad van 210 x 140 mm) & dus het gedicht. De omslag is van karton & handgeschept papier. De oplage is 1 exemplaar.
.
en ik
.
…en ik
in slaapdronken trekken noteer:
niet eens heel ver hier vandaan sluipt sloom de winter door het huis
en klit jouw geur nog even aan mijn trui.
.
of misschien:
jij ging weer sneller dan verwacht, een taxi in de sneeuw na middernacht,
de straat leeg als je hazenhart, de stad is koud als wij.
.
en ook:
ik zal niet langer schikken, ik zal mijn boezem niet meer branden
aan jouw vingers, het zijn slagpinnen, het zijn wrede waarheden.
.















