Site-archief

Neem mijn verzen in acht

Osip Mandelstam

.

In de heerlijke dikke pil ‘Iedereen dichter’ poëzie is een manier van leven, van Ivo van Strijtem uit 2018 is een hoofdstuk gewijd aan de Russische dichters. Twee van deze Russische dichters zijn Anna Achmatova (1889-1966) en Osip Mandelstam (1891-1938). Osip Emilievich (Joseph Khatskelevich) Mandelstam was een dichter en essayist en stamde uit een geslacht van Poolse joden.

In 1917, het jaar van de Russische revolutie, schreef Mandelstam een gedicht waarvan de eerste regels over Anna Achmatova gaan. Het is, zoals van Strijtem treffend stelt, een gedicht tussen onschuld en pijn en zit vol prachtige poëtische beelden. In haar memoires schrijft Achmatova over dit gedicht dat de eerste vier regels gaat over hen beide, zij had koorts en nam haar temperatuur op.  Achmatova en Mandelstam waren collega dichters, zeer goede vrienden en ze bekommerden zich om elkaar.

Het gedicht is genomen uit de bundel ‘Neem mijn verzen in acht’ uit 2010 van Osip Mandelstam, samengesteld door Yolande Bloemen en Peter Zeeman in een vertaling van Nina Targan Mouravi.

.

Zing de krekelklok een liedje,

ritsel beverig de koorts,

ruist de kachel droog, dan weet je:

rode zijde staat in brand.

.

Hebben muizen deze schrale

levensbodem aangeknaagd,

’t is de dochter, ’t is de zwaluw

die mijn schuit heeft losgemaakt.

.

Murmelt op het dak de regen-

zwarte zijde staat in brand.

Maar de vogelkers zal horen

uit de diepste zee: vergeef.

.

Want de dood is maar onschuldig,

en je kan er niets aan doen

dat je hart nog altijd nagloeit

van de nachtegalenkoorts.

.

Ik kijk

Iech Loer

.

Dat er vele gedichten in de openbare ruimte te lezen zijn in Nederland en Vlaanderen weet ik al heel lang en na het verschijnen van https://straatpoezie.nl/ weet een steeds groter deel van Nederland en België dit ook. Toch krijg ik nog steeds zo nu en dan foto’s toegestuurd van vrienden en bekenden met poëzie op muren, bruggen, huizen en andere objecten in de openbare ruimte. Zo kreeg ik van Cunera een tweetal foto’s die ze nam in Maastricht. Het aardige van https://straatpoezie.nl/ is dat ik nu kan opzoeken waar dit precies is, welk gedicht en van wie het is (dat was op de foto’s overigens wel goed te zien) maar ook een stukje achtergrond informatie en zelfs een vertaling. Chapeau, nogmaals, dus voor deze geweldige website en haar geestelijk moeder Kila van der Starre. Het gedicht ‘Iech loer’ is van Frans Budé, de vertaling uit het Maastrichts  ‘ik kijk’ is van Ed Silanou. Het gedicht is geschreven op initiatief van de dialectvereniging, de Veldekring, ter gelegenheid van het 85-jarige bestaan. Het gedicht staat geschreven op twee blinde ramen op de gevel van een kapperszaak gelegen aan het Onze Lieve Vrouwenplein/hoek Achter de Comedie in Maastricht.

.

Iech loer

.

Iech loer
nao de luij
op straot, huur
wied eweg
veugel roond
park en Maos.
Wie gruuts alles
zingk vendaog.

Niks is gries
de wolke
die kroepe
zien veur
mörge, kläöre
vaanzelf op

.

Ik kijk

.

Ik kijk
naar de mensen
op straat, hoor
ver weg
vogels rond
park en Maas.
Hoe groots alles
zingt vandaag.

Niets is grijs
de wolken
die aankomen kruipen
zijn voor
morgen, die klaren
vanzelf op.

.

Zonder liefde ben je nergens

Karel Eykman

.

Afgelopen zaterdag mocht ik als BABS (buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand) een bevriend stel trouwen. Uitgangspunt voor mijn verhaal was de liefde en toen ik in het proces was van het schrijven van het verhaal, stuitte ik op het gedicht ‘Zonder liefde ben je nergens’ van Karel Eykman, uit de gelijknamige bundel uit 2003.

Het gedicht is een afgeleidde van de tekst in 1 Korinthiërs 13. Waar de tekst (door Paulus geschreven, een verstokte vrijgezel) een sterk religieus karakter heeft, is in het gedicht van Eykman hier weinig van over. Juist bruidsparen zijn nogal verzot op de psalm om haar inhoud.

Zo ook het gedicht van Karel Eykman. Het betreft hier geen exclusief liefdesliedje bedoeld voor geliefden maar eerder een loflied op de liefde geschreven voor iedereen aanwezig, heel inclusief dus. Omdat het zo’n wonderschoon gedicht is wil ik het hier met jullie delen.

.

Zonder liefde ben je nergens

.

Al kon ik nog zozeer
in prachtige preken
mijn redes afsteken
en wist wijze woorden op ieder gebied
maar had de liefde niet
dan was het toch meer
wat trommelgekletter
gezwets en geschetter
had ik de liefde niet.

Al blies ik trompet
hoog van de toren
al zong ik in koren
de sterren van de hemel, het hoogste lied
maar had de liefde niet
dan klonk het toch net
als toeters en bellen.
Ik had niets te vertellen
had ik de liefde niet.

Zonder liefde ben ik nergens
zonder jullie stel ik niets voor.
Had ik jullie niet bij me
dan ging ik er aan onderdoor.
Want liefde is echt
en liefde is aardig
is open, oprecht
en eerlijk, rechtvaardig.
’t Is liefde die ziet
hoe opnieuw te beginnen
die ieder verdriet
ook de dood kan overwinnen.

.