Maandelijks archief: augustus 2014
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Erich Fried
.
Erich Fried (1921 – 1988) was een Oostenrijks schrijver, dichter en essayist van Joodse afkomst. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Engeland maar hij schreef steeds in het Duits. Erich Fried was het enig kind van Joodse ouders. Toen zijn vader werd vermoord tijdens de Anschluss in 1938 vluchtte zijn moeder met hem naar Londen. Daar hield hij zich staande met allerlei baantjes waaronder die van bibliothecaris.
Vanaf jongs af aan kwam zijn schrijftalent naar voren maar het duurde tot 1958 toen hij eerste bundel publiceerde “Gedichte” dat hij echt als schrijver doorbrak. Vanaf die tijd publiceerde hij vrijwel jaarlijks een dichtbundel maar ook romans, novellen essays en vertaalde hij werk van o.a. Dylan Thomas, T.S. Elliot en Graham Greene naar het Duits.
In 2003 verscheen ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’ in vertaling van Gerrit Kouwenaar. Uit deze bundel het gedicht ‘Liefdesgedicht voor de vrijheid, vrijheidsgedicht voor de liefde’.
.
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt
en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’
zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig
of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid
.
Met dank aan Wikipedia
Puberpoëzie
Vragen
.
Al eerder besteedde ik aandacht aan de website puberpoezie.nl waar pubers hun gedichten kunnen plaatsen. Ook werd ik gevraagd om als jury op te treden bij hun gedichtenwedstrijd. Ik werd toen al verrast door de kwaliteit van de gedichten op deze site.
Binnenkort start ik op Dichterskring.nl een bespreking van gedichten van leden van de Dichterskring en zal ik inzenders van puberpoëzie behandelen op deze website. Maar meer daarover later. Vandaag van de puberpoëzie website een gedicht van Carline (18 jaar) met de titel ‘Vragen’
.
Vragen
.
Wat kraken de kraaien, waar schuilen
sterren overdag, waarom schreeuwen vaders,
welk weer is echt
waarom krijsen kinderen, wie brandt
de coniferen plat, waar verblijft de winter
in de zomer, denkt de tijd ook wel eens
dat hij te laat zal komen?
.
wanneer barsten de wolken, wie maakt
de luchten grijs, waar schuilt de zon voor
branden kaarsen ooit eens aan
waarom knappen snaren, wie loopt
er ’s nachts door de straat, waar halen
lampen dat licht vandaan en wanneer
gaan ze uit?
.
wie breekt de glazen, waarom knelt
de kou soms om je nek, waarom wil
de zon iedereen verbranden
waar ben je, en hoe gaat het, en draag
je nog je vaders sjaal, en hoe
gaat het in de liefde,
heb je al veel vrienden gemaakt?
.
en hoe hoog is nou eigenlijk
de hemel?
Thuis
Kees Spiering
Vandaag, omdat ik weer thuis ben een toepasselijk gedicht van Kees Spiering ‘ Thuis’.
Thuis
Alsof je een plek bereikt.
Om je heen kijkt en weet
dat je thuis bent.
Een weiland, vergeten
langs duinen en bosrand,
iemand buigt tussen jou
en een feest – op zoek
naar de wijn, een gezicht
wordt zijn eerste woorden,
wat geschreven werd voor jou
door een nooit gevoelde hand.
Alsof je dit al kende
voor je het zag. Er geweest was
voor je er zou komen.
Zo thuis
met dank aan Plint.nl
Rijk
Lucebert
.
Vandaag uit mijn boekenkast getrokken de bundel ‘Erts; een bloemlezing uit de poëzie van heden’ waarbij moet worden aangetekend dat ‘heden’ in dit geval 1955 is. Ingeleid en samengesteld door Bert Voeten.
Uit deze bundel van Lucebert het gedicht ‘Rijk’.
.
Rijk
.
Zie je spiegel wordt blind
je gezicht zo klein als een kind
je gezicht een nietige ster
tussen de storm en de wind
.
De weg die je ging was zo oud
als de hand die hangt uit de wolk
en de vlam die je vroeg zo koud
als de driftige sikkel de sluipende dolk
.
Maar nog nimmer zo rijk
als bij stenen voor brood
bouw je je troon in het slijk
met de bronstige troffel de dood
.
Rijk : uit de bundel Alfabel, 1955
Poëtische stadswandeling
Maarten van den Elzen
.
In Uden kan, onder leiding van dichter Maarten van den Elzen (onder andere stadsdichter van Uden), een poëtische stadswandeling worden gemaakt van circa 2,5 uur. Deze wandeling voert langs vijftien van diens gedichten op diverse plaatsen in de openbare ruimte van het Udense centrum. De gedichten hebben altijd een relatie met de plek waar zij zich bevinden. Deze worden op de betreffende plek uitgebreid toegelicht door de dichter met de nodige verhalen en details.
De wandeling kan worden gecombineerd met een bezoek aan het Museum voor Religieuze Kunst, waar Maarten van den Elzen tevens zal voorlezen uit eigen werk.
.
Tot in de Nederige Madeliefjes
.
ik heb uw gezicht
gezocht tussen
altaren die
hemelhoog
torenden tussen
getorste
kandelabers en in
het gekleurde licht
van de glas-in-lood
ramen
.
maar ook tussen
de bomen die zo
dicht bij elkaar
staan dat het
daglicht blijft
steken in hun
schaduw
.
en natuurlijk
tussen bloemen in
de arrogantie van
gladiolen tot in de
nederige
madeliefjes
.
ik heb uw gezicht
gezocht tussen de
mensen
.
Meer informatie over de stadswandeling op: http://www.poeziewandeling.nl/
Nieuw gedicht
Er is maar een weg
.
Omdat het alweer even geleden is dat ik werk van mezelf plaatste nu dan een nieuw gedicht.
Er is maar een weg
En een weg terug? vroeg ik
er is geen weg terug, alleen
afslagen te nemen
die de weg naar het einde
van je reis vertragen
dat is voortgang
we keken om ons heen
een labyrint aan wegen, paadjes,
sluiproutes en andere mogelijke
doorgangen
lag klaar om de weg terug
te laten wegglijden
In een mooie herinnering
en niet meer
When you are old
W.B. Yeats
.
Hoewel ik dacht dit gedicht al eens te hebben gepost, blijkt nu dat ik slechts een fragment heb geplaatst. Daarom het gedicht ‘When you are old’ van William Butler Yeats (1865 – 1939), gewoon omdat het zo’n prachtig gedicht is.
.
When you are old
.
When you are old and greyand full of sleep,
And nodding by the fire, take down this book,
And slowly read, and dream of the soft look
Your eyes had once, and of their shadows deep;
.
How many loved your moments of glad grace,
And loved your beauty with love false or true,
But one man loved the pilgrim soul in you,
And loved the sorrows of your changing face;
.
And bending down beside the glowing bars,
Murmur, a little sadly, how Love fled
And paced upon the mountains overhead
And hid his face amid a crowd of stars.
.













