Maandelijks archief: maart 2015
I am of Ireland
William Butler Yeats
.
Al vaker schreef ik over William Butler Yeats, één van mijn favoriete (Ierse) dichters. Ik bekeek wat foto’s van mijn Ierland reis en kwam de foto van het graf van Yeats tegen. Uiteraard haalde ik een bundel van deze beroemde dichter uit mijn kast. Geïnspireerd schreef ik deze post. Het gedicht van Yeats gaat ook over Ierland en heeft als titel ‘I am of Ireland’. De foto’s heb ik genomen.
.
I am of Ireland
‘I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
‘Come out of charity,
Come dance with me in Ireland.’
One man, one man alone
In that outlandish gear,
One solitary man
Of all that rambled there
Had turned his stately head.
That is a long way off,
And time runs on,’ he said,
‘And the night grows rough.’
‘I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
‘Come out of charity
And dance with me in Ireland.’
‘The fiddlers are all thumbs,
Or the fiddle-string accursed,
The drums and the kettledrums
And the trumpets all are burst,
And the trombone,’ cried he,
‘The trumpet and trombone,’
And cocked a malicious eye,
‘But time runs on, runs on.’
I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
“Come out of charity
And dance with me in Ireland.’
De tong likt
Carlos Drummond de Andrade
.
Zonder het door te hebben lees ik de laatste tijd regelmatig gedichten die om de een of andere reden vaak een erotische ondertoon hebben. Ik las pas in ‘A joy forever’ de gedichten van Carlos Drummond de Andrade en toen vroeg ik mij af; heb ik niet al eerder over hem geschreven? Dat bleek inderdaad zo te zijn, blijkbaar bevallen zijn gedichten mij. Hier was het om het gedicht ‘De tong likt’ te doen. Uit de bundel ‘De liefde, natuurlijk’.
.
De tong likt
.
De tong likt langs de rode bloembladen
van de meervoudig open roos; de tong
bewerkt een zekere verscholen knop,
weeft vlugge variaties in licht ritme
.
En likt, likt lang, likt langzaam, languit likkend,
de likeurachtige behaarde grot,
bereikt, hoe meer hij likt, hoe meer hij kauwt,
de hemel van de hemel, goud op goud,
.
onder geschreeuw, geblaat, onder het brullen
van vertoornde leeuwen in het woud.
.
Jongeling
College Tour
.
Bij College Tour (het onvolprezen interview programma met Twan Huys) was het afgelopen weekend één van mijn favoriete dichters Remco Campert te gast. De 85 jarige dichter sprankelde ondanks zijn wat broze gestel als altijd. Zijn dichterschap, zijn vader, de Vijftigers, zijn relaties en zijn liefde voor Jazz kwamen allemaal aan de orde. Als je de uitzending niet hebt gezien is het zeker de moeite waard om bij Uitzending gemist alsnog te kijken. Rode draad, wat mij betreft, was de jonge geest die Remco Campert heeft, zijn open blik naar de wereld en zijn vermogen om in alles een gedicht of verhaal te zien.
Daarom een toepasselijk gedicht van zijn hand met als titel ‘Jongeling’.
.
Jongeling
Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
naar de duinen naar het feest
met het meisje dat mee moet
naar de villa waar je al eerder bent geweest
naar het feest dat woedt
van de zon die ondergaat
tot de zon die opkomt als je naar bed gaat
met het meisje dat mee moet
en dat drankzuchtig en desolaat op de piano staat
huilend van liefde die vergaat
– een vrijer in Zwitserland en één in een Balkanstaat –
en dat het toch niet baat en dat ze dáárom
maar met jou naar bed gaat.
Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
vroeg in de morgen vooral
terug naar de stad, naar de asfaltzorgen
langs fietsers, fabriek en schoorsteenroet
naar de stad naar de huizen
in een auto die naar leer ruikt en naar stof
met het meisje dat mee moest
en dat moegedronken en moegekust
uitrust van haar roes
in een auto die rijdt langs benzinepompen
torenspitsen en een straat in aanbouw
richtingborden en spoorwegrails
en op de radio een praatje voor de huisvrouw.
.
Ik schrijf je neer
Hugo Claus
.
Dat een gedicht van Hugo Claus in de bundel ‘A joy forever, de mooiste liefdesgedichten uit de wereldliteratuur’ terecht is gekomen verbaasde mij al niet maar na lezing van het gedicht wist ik zeker dat dit geheel terecht was. Daarom hier dat gedicht met de intrigerende titel ‘Ik schrijf je neer’.
.
Ik schrijf je neer
.
Mijn vrouw, mijn heidens altaar,
Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,
Mijn jonge bos dat ik doorwinter,
Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,
Ik schrijf je adem en je lichaam neer
Op gelijnd muziekpapier
.
En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen
En maak je weer voor wereldreizen klaar
En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.
.
Maar bij goden en bij sterrenbeelden
Wordt het eeuwig geluk ook dodelijk vermoeid,
En ik heb geen huis, ik heb geen bed,
Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.
.
Ik schrijf je neer op papier
Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.
.
Geboortegrond
Zuid Holland: dichterlijk gewest
.
In 2004 verscheen een heel aardig boekje met de titel ‘Zuid Holland: dichterlijk gewest’ bij de stichting Achterland te Zeist. In de inleiding staat onder andere te lezen: “Het Zuid Hollands landschap en zijn bewoners zijn niet weg te denken uit de literatuur over de diverse regio”s. Dat geldt niet alleen voor de stereotiepe streekroman, maar ook voor de ‘grote literatuur’en niet uitsluitend voor de stad, maar ook voor het platteland. Het ligt daarom voor de hand de diverse streken van de provincie afzonderlijk te bespreken en voor elk van hen de verbintenis tussen landschap en letterkunde separaat in beeld te brengen.”
In dit aardige boek staan foto’s met daarbij tekstfragmenten en gedichten die een relatie met elkaar hebben. Een leuk voorbeeld vind ik het gedicht ‘Geboortegrond’ van Anton Gerits (1953) bij een foto van de oude tramremise van de HTM aan de Parallelweg. Tegenwoordig is deze oude tramremise het Haags openbaar vervoer museum met een groot aantal historische bussen en trams.
.
Geboortegrond
.
Waar weiland is verkleind tot grasgazon
het bos versmald tot park en lindelaan,
ligt mijn geboortegrond gekneveld neer
en zucht onder het harde wegennet.
.
Soms murmelt hij een enkel woord en steekt
een handvol gras tussen de klinkers uit,
maar slechts een enkel kind vermoedt zijn hand
en wroet met passie het plaveisel los.
.
Maar ’s nachts gaan mannen rond met schop en zand
en waar de moedergrond het wegdek breekt
staan ze eerbiedig stil en knielen neer.
Den Haag heeft bijna geen verleden meer.
.
Nieuw gedicht: De wandeling
Liefdesgedichten
.
Als alles goed gaat (en waarom ook niet) komt zeer binnenkort mijn nieuwe E-bundel uit met liefdesgedichten met als titel XX-XY bij MUG books. Uiteraard is ook deze titel (net als Winterpijn) gratis te downloaden van de site van MUG books.Het zal een kleine bundel worden maar hier alvast een voorproefje van een nieuw gedicht De wandeling.
.
De wandeling
In het open veld kom je
ons niet tegen, we praten
over wandelen, hoe dat is
en zou kunnen zijn. Maar
wandelen dat doen we
nooit. Je kunt je afvragen
wat belangrijker is,
het doel of de wandeling
er naar toe. Wandelen is ook
niet meer dan van A naar B en
weer terug naar A. Zou het
dan toch de reis zijn, de wandeling
die tot nadenken zet, ons doet
verpozen, laat verlangen naar
meer of juist een excuus is
tot innig inactief beschouwen
.
Foto: Mandy Frediani
Slapende minnaars
Aleksander Leontjev
.
De Russische dichter Aleksander Leontjev (1970) werd geboren in Leningrad, volgde een toneelopleiding en werkte als auteur en regisseur in de provincie. Daarnaast werkte hij o.a. als brievenbesteller, conciërge en bibliothecaris. Woonachtig in Volgograd debuteerde hij in 1993 met zijn eerste gedichten in het Russische literaire magazine Zvesda. In dat zelfde jaar debuteerde hij met zijn eerste poëziebundel ‘Seizoenen’ gevolgd in 1996 met de bundel ‘Cicade’ die in Rusland werd betiteld als “Het grootste poëzie evenement van het jaar”. Zijn oeuvre kent inmiddels honderden, veelal klassiek vorm gegeven gedichten met sterk persoonlijke accenten.
.
Slapende minnaars
.
I
Je slaapt nog niet, zo komt mij voor.
Zolang de doodsadem nog doolt
Langs buitengrenzen van je droom
Waarin je binnenzweeft – je hoofd
Naar onderen, je ziel omhoog –
Kan ik jou zien, maar dring niet door.
.
We dromen niet hetzelfde. Hecht
Verstrengeld, net als in het echt,
In lakens, zijn we in de nacht
niet langer op elkaar gericht.
Het is de vraag of je met recht
Aan iemand toebehoort. Slaap zacht.
.
II
Soms gaan de minnaars eerder heen
Dan dat ze afscheid nemen, heel
Diep dromend, hulpeloos. Toch heeft
De nacht nog hoop dat hij de twee,
Verkleefd, verbinden kan: hij geeft
Traag mee. Alleen is iedereen.
.
Slaap zacht, klinkt het cicadenkoor.
De minnaars slapen, laat ze maar,
Als kinderen, onschuldig door
De slaap en droom vereend, zozeer
Dat ze op aarde nu niet meer
Bestaan, onnodig voor elkaar.
.
Foto: Pieter Vandermeer
Met dank aan http://www.poetryinternationalweb.net/ en Spiegel van de Russische poëzie
Nieuwe poëzie initiatieven
Dichtpodium het Kapelletje en Werklicht Open Podium
.
Het is alweer even geleden dat ik hier schreef over de verschillende poëziepodia in Nederland (wie nog tips heeft; ik hou me aanbevolen). Sinds kort is er een nieuw initiatief van Reinier van Mourik en Frank Vingerhoets in het Kapelletje in Rotterdam en er is het podium van Werklicht (dat al langer bestaat) ook in Rotterdam georganiseerd door Irene Siekman.
Dichtpodium het Kapelletje
Het podium het Kapelletje is in theater het Kapelletje aan de v.d.Sluijsstraat 156 ( ingang Schiekade of ) in Rotterdam en wordt georganiseerd van 14.00 uur t/m 16.00 uur. Het eerst volgende podium is op zondagmiddag 12 april met o.a. Daniël Dee, Els Staneke, Frank Vingerhoets en Eddy Geerlings met muziek van het Silver Lining Vocal Trio.
Meer informatie vind je op https://www.facebook.com/events/822767747783252
.
Werklicht Open Podium
Werklicht is theater/podium en expo op Zuid oftewel een kleinschalig theatertje in Rotterdam Zuid. Werklicht is gesitueerd aan de Putsebocht 74a en 78b. Het Open Podium is één van de vele activiteiten die in Werklicht worden georganiseerd voor met name de inwoners van Bloemhof (de wijk waarin Werklicht ligt). Enthousiaste vrijwilligers en professionals zorgen ervoor dat er voor bewoners van Bloemhof en andere belangstellenden van alles te bekijken, beleven en vooral ook te doen is op het gebied van theater, toneel, exposeren, voordragen en ontmoeten. Kunstenaars en artiesten zorgen ervoor dat er daadwerkelijk iets te zien en te beleven is. op zaterdag 11 april wordt er een Open Podium georganiseerd. Een ieder kan zich opgeven met zang, dans of poëzie. Het Open Podium duurt van 20.30 tot 23.30 en iedere deelnemer krijgt 10 minuten.
Meer informatie vind je op https://www.facebook.com/events/741800369269597
.
Arthur Rimbaud
De tuin van de Franse poëzie
.
In 2011 verscheen van Paul Claes de bloemlezing ‘De tuin van de Franse poëzie, een canon in 100 gedichten’. In deze lijvige bundel (440 pagina’s). In deze bundel staat van elke dichter die is opgenomen een korte biografie, een typering van het werk, een bibliografie en commentaar door Claes.
Van Arthur Rimbaud (1854 – 1891) zijn (vanzelfsprekend) meerdere gedichten opgenomen. Van het gedicht ‘De slaper in het dal’ zegt Claes: Een antimilitaristisch anthologiestukje van een voorlijke adolescent. Oordeel zelf.
.
De slaper in het dal
.
Een plek vol groen waar een rivier door zingt
Die ’t kruid met flarden zilver onbesuisd
Bespat; vanaf het fier gebergte blinkt
De zon: een klein dal dat van stralen bruist.
Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,
De nek in blauwe kers gedompeld, ligt
In openlucht te slapen op de grond,
Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.
Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes
Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:
Natuur, wieg hem vol warmte: kou heeft hij.
De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;
Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille
Borst, rechts twee rode gaten in de zij.
.
Belofte
Hilde Keteleer
.
De Vlaamse Hilde Keteleer (1955) is behalve dichter ook literair vertaalster uit het Duits en het Frans. Ze is docente aan de SchrijversAcademie in Antwerpen en de gemeentelijke Academie van Ekeren en ze begeleidt literatuurgroepen. In 2001 verscheen haar debuutbundel ‘Al wat winter is en waar’ gevolgd in 2003 door de tweetalige bundel ‘Entre-deux / Twee vrouwen van twee kanten’ die ze samen met Caroline Lamarche uitgaf. In 2004 volgt dan nog de bundel ‘Deuren’ en daarna blijft het stil op het poëtisch vlak. Ze publiceert daarna nog vele vertalingen van romans en verhalen en een eigen roman en reisverhaal maar geen poëzie meer.
Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Belofte’.
.
Belofte
Zoals het blanke appelvlees
nog niet tevoorschijn gebeten,
zoals de grand cru in de fles
nog vol met gloed geweten,
zoals het eerste goede vers
nog enkel in het hoofd geschreven,
zoals jouw geschiedenis
nog niet met die van mij verweven,
zo is mij je oksel en je mond:
een geur, een onbetreden grond.
.
























