Maandelijks archief: april 2017
Koperlicht
Clara Haesaert
.
Hoewel de laatste gedichtenbundel van Clara Haesaert (1924) uit 1995 stamt, is zij, misschien wel daardoor en mede door haar hoge leeftijd een onbekendere dichter uit Vlaanderen. Na haar studie was Clara Haesaert werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (ik vermoed dat dat heden ten dage niet meer bestaat). In die functie zette ze zich in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken. Haar debuut kwam in 1953 met de gedichtenbundel ‘De overkant’, waarna diverse andere bundels verschenen. Haesaert was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijks tijdschrift De Meridiaan. Tevens was zij oprichtster van de Brusselse Galerie Taptoe. In de vuistdikke bloemlezing ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ samengesteld door Christine D’haen uit 1980 is Haesaert vertegenwoordigd met het gedicht ‘Koperlicht’.
.
Koperlicht
.
Ik stelde met ontzetting vast
dat ik alleen aan tafel zat.
Alleen met onze blinde kat
die stil haar oren en poten wast.
.
Het venster heeft mijn beeld weerkaatst
als in een gloed van koperlicht,
zodra ik dacht aan vrouwenplicht
heb ik de kat naast mij geplaatst.
.
Verloren slaapt zij op een stoel.
Ik tracht u steeds weer te vergeten,
doch alles: werken, slapen, eten,
herinnert mij uw maat-gevoel.
.
Buk nog een keer
Margreet Dolman
.
In 1986 kocht ik het boek ‘Buk nog een keer’ een vrouw klapt uit haar leven van Margreet Dolman. Behalve een aantal hilarische ‘preken’ van dominee Gremdaat en een aantal sketches is er ook een hoofdstuk getiteld ‘Haar poëzie’. Ik was dit helemaal vergeten tot ik dit boek weer eens uit mijn boekenkast haalde om er in te lezen.
De gedichten zijn soms nogal kort en banaal, soms wat langer en meer inhoudelijk maar er zitten ook zeker zeer aardige gedichten tussen. Zoals het gedicht’Ik mis je’.
.
Ik mis je
.
Ik mis zijn versluierde ogen,
zijn ruime mond,
zijn soepele tong,
zijn lichamelijk begrip,
ik mis hem,
zijn dikke reet,
koppige natuur,
strenge klok
en aarzelend gevoel.
.
Poëziewedstrijd
Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017
.
Ooit, in 2008 bedacht ik dat het wel een leuk idee zou zijn om een gedichtenwedstrijd te organiseren op mijn blog (toen nog onder web-log.nl). In januari 2009 resulteerde dat in de eerste prijswinnaar Jeer. In 2012 heb ik mijn gedichtenwedstrijd overgedaan aan de stichting Ongehoord! waar ik toen inmiddels secretaris/penningmeester van was geworden. En nu, in 2017 is er alweer de 6e editie onder de vlag van Ongehoord!
Doe mee en treedt in de voetsporen van Hervé Deleu, Anneke Wasscher, Alja Spaan, Gerad Scharn en Hein van der Schoot prijswinnaars van de vorige vijf edities.
Het thema dit jaar is: ‘Diversiteit’. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen en wendingen. Lees hieronder onze voorwaarden.
- Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘Diversiteit’.
- Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
- Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
- Het gedicht moet worden aangeleverd in een Worddocument zonder opmaak, lettertype times new roman, 12 punts letter.
- In de mail moet de naam van de dichter (geen pseudoniem) staan. ook al staat de naam in het e-mailadres, toch duidelijk de naam van de dichter vermelden, evenals de titel van het gedicht.
- Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Deze namen worden in de loop van dit jaar bekend gemaakt.
- Inzendingen kunnen vanaf nu tot en met 31 mei 2017 worden ingezonden naar ongehoordgedichtenwedstrijd@gmail.com.
- Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
- De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden op zondag 19 november 2017 in een nog nader te kiezen locatie.
- Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
- Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
- Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht in een eventueel te verschijnen E-bundel (mits opgenomen in de shortlist).
Dit kun je allemaal winnen!
Hou deze website in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De te winnen prijzen zijn: 1e prijs een beeldje van Lillian Mensing, publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium
2e prijs publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium
3e prijs, publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium
De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.
.
Alle informatie is natuurlijk ook te vinden op de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com/
.
Ik zie mensen
Een recensie
.
Begin van dit jaar kwam de nieuwe bundel uit van Koen Snyers getiteld ‘Ik zie mensen’ uitgegeven bij uitgeverij Zeghetmettekst. De bundel is uitgegeven in Oblong formaat (dat is een liggend formaat zeg maar). Op zich zelf is daar niets mis mee maar vanuit mijn bibliotheekachtergrond kan ik melden dat bibliothecarissen die over de collectie gaan geen fan zijn van in oblong formaat uitgegeven boeken. Deze detoneren in de kast (door het formaat steken ze uit) en maken dat andere boeken eerder omvallen. Reden om dit soort boeken eerder niet dan wel aan te schaffen.
Dan de cover. Eenvoudig, stijlvol, in inkt getekende mensen, duidelijk waarover deze bundel zal gaan. En dat is ook zo, het betreft hier een vertelling eerder dan een traditionele dichtbundel. De teksten staan genummerd steeds twee aan twee op elke pagina. Al lezend heb je al snel door dat dit een verhaal is, een stuk poëtisch proza. Volgens Koen is dit een vertelling die het best met een live gitarist ten gehore gebracht wordt. Hoe dit eruit ziet of wat de muziek toevoegt is moeilijk te beoordelen als je alleen de tekst hebt.
De vertelling gaat over een persoon (de verteller) die een reis maakt per trein naar een stad of badplaats, daar allerlei plekken aandoet en tijdens deze reis komt de verteller allerlei mensen tegen. Deze mensen maken het verhaal. De overpeinzingen van de verteller, de, soms filosofische, gedachten van de verteller, de gesprekken van de mensen die de verteller tegen komt, de beschrijvingen van wat de verteller tegenkomt, alles wordt in poëtische taal opgeschreven.
Het verhaal lijkt soms associatief tot stand gekomen te zijn. In de taal van de auteur komt dat tot uitdrukking in zinnen als: vrouw op hoge hakken, ik zou niet graag in je schoenen staan. Of: We plooien ons naar elkaar, we strijken de plooien glad. Maar ook: Achter een glazen wand zie ik mensen die zich de longen uit het lijf roken, op zoek naar eendracht achter een rookgordijn. Misschien komt het wat bedacht over maar omdat de auteur maar af en toe van dit stijlmiddel gebruik maakt is het niet storend.
Al met al een ongebruikelijke bundel die zeer te genieten is. Voor wie wel eens wat anders dan de meer traditionele gedichten wil lezen een aanrader.
.
05
.
Een vrouw in mantelpak staat op hoge
hakken. Ik hoor haar zeggen dat haar kui-
ten verkrampen. Wanneer ze steun zoekt
op een willekeurige schouder, zegt de
man die eigenaar is van de schouder:
Ik zou niet graag in uw schoenen staan.
Het gezicht van de vrouw verzuurt.
.
Hier gebeurt niets
Ben jij het
.
Het gedicht van de dichter van de maand Neeltje Maria Min van vandaag laat zien dat een goed gedicht over echt van alles kan gaan en zelfs hele banale of op het oog onbelangrijke gebeurtenissen op een poëtische manier kan beschrijven.
Uit 2010 het gedicht ‘Ben jij het’.
.
Ben jij het
Ben jij het vroeg ik de dode
die in de deuropening stond.
Iets donkers bewoog in het donker:
Ik ben het, ik ben het.
Ja, wie anders krijgt het in zijn hoofd
om in het holst van de nacht
zijn opwachting te maken.
Mijn hand vond zijn wang. Zeker
een week niet geschoren. Maar
hij was het, hij was het.
.
Het lange spoor 4
Jan Lauwereyns
.
De Vlaamse neurowetenschapper en dichter Jan Lauwereyns (1969) promoveerde in 1998 aan de K.U.Leuven op een proefschrift over doelgerichte visuele waarneming en verrichtte neurowetenschappelijk onderzoek in Tokyo, Japan (1998 – 2002), Maryland, U.S.A. (2002 – 2003) en Wellington, Nieuw Zeeland (sinds eind januari 2003). Naast zijn wetenschappelijke werk publiceerde Lauwereyns dichtbundels zoals ‘Nagelaten sonnetten’ (1999), ‘Blanke verzen’ (2001), ‘Buigzaamheden’ (2002) en ‘Vloeistof en welvaart’ (2008). Ook werkte hij samen met wetenschapper en dichter Leo Vroman en zijn vrouw Tineke in de bundel ‘Zwelgen wij denkend rond’.
Voor de bundel ‘Hemelsblauw’ uit 2011 kreeg hij de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Tegenvoetig, tweebenig’ uit 2004 het gedicht ‘het lange spoor 4’.
Het lange spoor 4
Onderaards krioelen, gericht op sjouwen
van immense korrels zand, rotsblokken,
mieren, bladluizen, honderdpoten.
Dit is de tweeledigheid der schepping,
op en om, vervolgens op en nogmaals om.
Zandberg, zanddal, stoffelijkheid migreert.
Onder en boven lopen, woeker, woeker,
op het karkas van arme geelkuifkaketoe.
.
Vuur en ijs
Robert Frost
.
De Amerikaans dichter en toneelschrijver Robert Lee Frost (1874 – 1963) stierf toen ik 9 dagen oud was. Ondanks dat dit alweer ruim een halve eeuw geleden is worden zijn gedichten nog steeds gelezen en gewaardeerd. Zijn bekendste gedicht is waarschijnlijk ‘The road not taken’ (dit gedicht kun je lezen in mijn bericht van 3 juli 2012). Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Frost ontving vier Pulitzer-prijzen voor Poëzie.
De Vlaamse Lepus heeft gedichten van Frost vertaald in het Nederlands (zoals hij ook vertalingen maakte van gedichten van E.E. Cummings, ook hier op dit blog te lezen). Het gedicht ‘Fire and Ice’ wil ik vandaag met jullie delen in het Engels en in de vertaling van Lepus.
.
Fire and Ice
Men zegt ook in ijs.
Naar wat ik van begeerte proefde
Ga ik akkoord met hen die kiezen voor vuur.
Als ik echter tweemaal moet vergaan,
Dan is vernietiging met ijs ook prachtig,
Want haat is machtig
En ik meen te weten
Dat het zou volstaan.
Lang of kort
Rutger Kopland
.
Tegenwoordig lees ik steeds vaker gedichtenbundels met lange gedichten, verhalende, bijna proza gedichten. Nu lees ik alle poëzie met veel plezier en interesse maar het deed bij mij wel de vraag opkomen wat ik nu prefereer; lange gedichten of juist korte gedichten.
Gelukkig hoef ik niet te kiezen want er zijn lange gedichten waar ik erg van hou en andere, juist weer heel korte gedichten kan ik ook zeer waarderen. In zijn bundel ‘Alles op de fiets’ uit 1970 publiceerde Rutger Kopland vele veelal korte gedichten. De bekendste natuurlijk ‘Jonge sla’.
Omdat de gedichten in deze bundel kort zijn zal ik er twee met jullie delen. ‘Jonge sla’ (ik kwam erachter dat ik daar nog niet over geschreven had en het is een klassieker wat mij betreft) en ‘Een moeder’ omdat dit gedicht je zo heerlijk op het verkeerde been zet.
.
Jonge sla
Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.
.
Een moeder
loopt langzaam naar haar kind om
het niet te laten schrikken,
pakt het voorzichtig op om
het niet te beschadigen,
slaat dan keihard.
.
Dichter op verzoek
Nieuwe categorie
.
Na ruim een jaar elke zondag aandacht besteed te hebben aan de dichter van de maand, wil ik eens iets nieuws proberen: Dichter op verzoek. Regelmatig laten lezers van dit blog mij weten dat ze een bepaalde dichter of gedicht bijzonder of heel mooi vinden.
Om wat meer tegemoet te komen aan de vraag van mijn lezers wil ik dus vanaf mei elke zondag een dichter of gedicht op verzoek gaan plaatsen. En of dit nu een dichter uit de 18e of 19e eeuw is of juist een piepjong maar talentvolle dichter van nu, alles mag. Ik zal het eerste voorbeeld op zondag 7 mei plaatsen en vanaf dat moment kun je mij, door te reageren op een bericht, laten weten welk gedicht of welke dichter je graag terug zou zien op een zondag.
Ik ben heel nieuwsgierig naar jullie wensen. Als voorbeeld heb ik een vriend gevraagd om een voorbeeld. Hij kwam met de dichter Simon Vinkenoog maar wist niet zo snel een gedicht te noemen. Daarom koos ik voor hem het gedicht ‘Volluk’ uit de bundel ‘De ware Adam’ uit 2000.
.
Volluk
Ik groeide op in volksbuurten
als volksjongen
ik bezocht wekelijks het volksbadhuis
ooit at ik wel eens in een volksgaarkeuken
en af en toe in de Volkenbond bij het Entrepôtdok.
Op de Albert Cuypmarkt bezoek ik graag een volkskoffiehuis
waar ik luister naar volkswijsheid uit de volksmond;
mijn moeder was volksvrouw
en leed aan volksziekte of -woede:
Schoonhouden! Voeten vegen!
Wat moeten de buren wel denken!
Ik wierp wel eens een blik in een krant
die zich het Volksdagblad noemde
en een van de kranten die ik lees
heet de Volkskrant
Ik weet niets van volksaard of volkseigen
ik ben geen volksmenner of volksschrijver
en speel in geen enkel volkstheater
Ik ben niemands volksvertegenwoordiger
spreek namens geen enkele bevolkingsgroep
en schrijf dit in mijn volkstuin
in het Nederlands, de taal van het volk
waartoe ik behoor.
Volluk! Is daar iemand?
.














