Auteursarchief: woutervanheiningen

Quilt

Gedichten op vreemde plekken

.

In mijn nimmer aflatende zoektocht naar poëzie op vreemde plekken kwam ik op de website van Hannie de Beer, textielkunstenares, een quilt tegen ( die Hannie had gekregen van Liesbeth Wessels, ook al zo handig met textiel) met daarin verwerkt een gedicht vrij naar een vers van de toenmalige stadsdichter (het bericht is uit 2012) Piet van den Boom, getiteld ‘Voor Hannie’.

.

Voor Hannie

.

Zij is een dame, mooi en dynamisch

aan weinig ziet men haar leeftijd af

wie haar niet kent, ziet haar wellicht

als liefhebber van moderne materialen

.

Ja, zij houdt van klare lijn en kloeke vorm

maar gruwt van namaak,

zij omringd zich daarom graag

met verf, stoffen en stempels.

.

Zij is gastvrij en waakzaam

en zet niet zomaar alles in de etalage

want een echte dame

pronkt niet met haar parels

.

Quilt1

Quilt2

Skyfall

Lord Alfred Tennyson

.

Soms komen werelden bijeen waarvan je misschien niet zo snel verwacht dat ze bij elkaar komen. Dat gevoel kreeg ik toen ik afgelopen week naar de James Bond film Skyfall zat te kijken. M. het grote opperhoofd van de 00 agenten, citeert tijdens een ‘hearing’ door de,  voor haar verantwoordelijke,  minister een strofe uit het gedicht ‘Ulysses’ van Lord Alfred Tennyson.

Het is overigens niet de eerste keer dat dit gedicht redelijk prominent in een film voorkomt. Al eerder was het te horen in Dead poets society, maar dat is een film (qua titel en inhoud) waar je een dergelijk gedicht eerder verwacht dan in een actiefilm.

Het gebruik van deze strofe sluit echter heel mooi aan bij waar het in deze scene van de film omgaat. Hoewel Ulysses en zijn zeemannen niet meer zo sterk zijn als in hun jeugd, zijn ze “sterk in wil” en worden ondersteund door hun vastberadenheid om verder “meedogenloos te streven, te zoeken, te vinden, en niet toe te geven”.

.

Ulysses

 

It little profits that an idle king,

By this still hearth, among these barren crags,

Matched with an aged wife, I mete and dole

Unequal laws unto a savage race,

That hoard, and sleep, and feed, and know not me.

I cannot rest from travel;

I will drink Life to the lees.

All times I have enjoyed

Greatly, have suffered greatly, both with those

That loved me, and alone; on shore, and when

Through scudding drifts the rainy Hyades

Vext the dim sea. I am become a name;

For always roaming with a hungry heart

Much have I seen and known–cities of men

And manners, climates, councils, governments,

Myself not least, but honored of them all,–

And drunk delight of battle with my peers,

Far on the ringing plains of windy Troy.

I am a part of all that I have met;

Yet all experience is an arch wherethrough

Gleams that untraveled world whose margin fades

For ever and for ever when I move.

How dull it is to pause, to make an end,

To rust unburnished, not to shine in use!

As though to breathe were life! Life piled on life

Were all too little, and of one to me

Little remains; but every hour is saved

From that eternal silence, something more,

A bringer of new things; and vile it were

For some three suns to store and hoard myself,

And this gray spirit yearning in desire

To follow knowledge like a sinking star,

Beyond the utmost bound of human thought.

This is my son, mine own Telemachus,

To whom I leave the scepter and the isle,

Well-loved of me, discerning to fulfill

This labor, by slow prudence to make mild

A rugged people, and through soft degrees

Subdue them to the useful and the good.

Most blameless is he, centered in the sphere

Of common duties, decent not to fail

In offices of tenderness, and pay

Meet adoration to my household gods,

When I am gone. He works his work, I mine.

There lies the port; the vessel puffs her sail;

There gloom the dark, broad seas.

My mariners, Souls that have toiled, and wrought, and thought with me,

That ever with a frolic welcome took

The thunder and the sunshine, and opposed

Free hearts, free foreheads–you and I are old;

Old age hath yet his honor and his toil.

Death closes all; but something ere the end,

Some work of noble note, may yet be done,

Not unbecoming men that strove with gods.

The lights begin to twinkle from the rocks;

The long day wanes; the slow moon climbs; the deep

Moans round with many voices. Come, my friends,

‘Tis not too late to seek a newer world.

Push off, and sitting well in order smite

The sounding furrows; for my purpose holds

To sail beyond the sunset, and the baths

Of all the western stars, until I die.

It may be that the gulfs will wash us down;

It may be we shall touch the Happy Isles,

And see the great Achilles, whom we knew.

Though much is taken, much abides; and though

We are not now that strength which in old days

Moved earth and heaven, that which we are, we are,

One equal temper of heroic hearts,

Made weak by time and fate, but strong in will

To strive, to seek, to find, and not to yield.

.

tennyson

Met dank aan http://www.poets.org, sparknotes.com en Youtube.

Verloofden

Pierre Kemp

.

De dichter en kunstschilder Pierre Kemp (1886 – 1967) woonde zijn hele leven in Maastricht (op een jaar Amsterdam na, waar hij zo’n heimwee kreeg dat hij al snel terugkeerde naar zijn geboorteplaats). Tientallen jaren reisde hij met de trein van Maastricht naar Eygelshoven waar hij bij de mijn ‘Laura’ werkzaam was. Tijdens die vele treinreizen schreef hij veel van zijn poëzie. Pierre Kemp had vele anonieme muzen. Naar aanleiding van contacten en gesprekken die hij had tijdens de vele treinreizen schreef hij menig gedicht.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was zijn meest succesvolle periode. In die periode ontving hij maar liefst 4 belangrijke poëzieprijzen waaronder de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.

Uit ‘Verzameld werk’ uit 1976 het gedicht ‘Verloofden’.

.

Verloofden

.

Als hij mij een hand geeft,

kleedt hij mijn vingers uit.

Toch verlang ik zo naar dit

contact met mijn huid.

Als hij met een vinger de split

van mijn vingers beroert, word ik rood

en voel ik mijn schoot.

Wij glimlachen, het doet ons goed.

Is het wel, als het moet?

Maar ik geef toe

en doe, en doe, en doe.

.

kemp01

                                                                             Foto: Henri de Bouter

PK

                                          Beeld van Pierre Kemp in het stadspark in Maastricht.
                                          Foto: Pivos

Sterf

Echte mannen scheiden niet

.

De bundel ‘Echte mannen scheiden niet’ kwam enige jaren voor 2012 (datum van publicatie) tot stand nadat de auteurs Rick de Leeuw en Erik Jan Harmens ongeveer tegelijkertijd in een echtscheiding terecht kwamen. Verdreven van huis en haard schreven de twee mannen elkaar via e-mail en sms rauwe, uitdagende en virtuoze duetten. Tot zover de aankondiging achter in deze bundel. Rick de Leeuw (oud voorman van de band Tröckener Kecks en schrijver/dichter) en Erik Jan Harmens (schrijver/dichter en voormalig kampioen poetry slam) schrijven in deze bundel vol ironie en zelfbeklag de ellende van een scheiding van zich af. Wie verantwoordelijk is voor welk deel van de gedichten is niet duidelijk maar eigenlijk maakt dit ook niet uit. Voor mannen in scheiding is er denk ik veel waar ze zich in kunnen herkennen en voor alle anderen is er veel te genieten als je van rauwe poëzie houdt met ballen.

.

Uit de bundel uit 2012 van Lebowski achievers  het gedicht ‘Sterf’.

.

Sterf

.

Ik reed naar mijn kot met jouw stuk in mijn kraag

slijm schraapte mijn keel in mijn baard

plas de brand uit en waak want de nachtzuster slaapt

we ruilen van hoofd en we ruilen van romp

breng water mee, straks is het stil

‘krekels, shut the fuck up’

.

Het bed jeukt me wakker

verstrikt in een wirwar van stinkende leugens

de nacht zoemt, mijn hoofd gonst, de tijd dreunt

‘waarom’ is allang niet meer de vraag.

Hoe kom ik hier weg?

Een gestripte wagen met fikkende banden

is het antwoord dat wacht op de hoek van de straat

.

Langs de kant van de weg ventte mijn moeder jonge poesjes

mijn broer hosselde er een vlooienkam bij

zo harkte we het ene hongerloon bij het ander

smac plus smac werd steak

toen ik van jouw kot naar het mijne reed

overdacht ik mijn zonden als beleggingen

.

Ik waggel als John Wayne de laatste zonsopgang tegemoet

in een nooit geleefd verleden heette dit idyllisch

een bak zand tot het schrijnt daar waar het schuurt

en dorst tot het eind

.

scheid

Eight days a week

C. Buddingh’

.

Vandaag een gedicht van C. Buddingh’. Deze dichter heeft vele mooie gedichten geschreven maar dit vind ik persoonlijk toch wel één van zijn mooiste. Ik kan me zo goed voorstellen hoe dit gedicht tot stand is gekomen. Kees Buddingh’ in Dordrecht voor het raam zijn vrouw nakijkend terwijl ze naar de stad gaat en bedenkt dat hij haar kan nakijken als ze de een of de andere route kiest. Vertederd door deze gedachte schrijft hij op wat hij meemaakt. Zo schrijf je de meest prachtige en liefdevolle poëzie.

Uit: ‘Gedichten 1938 – 1970’ uit 1979.

.

Eight days a week

.

als mijn vrouw met de bus naar de stad gaat

hoop ik altijd dat ze halte ziekenhuis instapt:

dan kan ik haar net zo lang nakijken

als wanneer ze halte vogelplein neemt

en zie ik haar bovendien nog een keer

voorbijkomen in de bus

.

Cees-Buddingh-Gedichten-1938-1970-25379137

.

 

Zoals het strand en de zee

Herman de Coninck

.

Vandaag heb ik gekozen voor een van de ‘Verspreide gedichten’ uit het verzameld werk van Herman de Coninck ‘De gedichten’. Het betreft hier het gedicht ‘Zoals het strand en de zee’ dat verscheen in o.a. De Vlaamsche gids, jaargang 66, nr. 6 uit 1982, Gedichten , 1983 (Hubert van Herreweghen en Willy Spillebeen) en in Maatstaf, jaargang 32, nr. 5 uit 1984. Een gedicht kortom dat  begin jaren 80 van de vorige eeuw enige populariteit genoot. En ik begrijp heel goed waarom.

.

Zoals het strand en de zee:

jij gaat nooit weg. En ik

kom altijd terug. het is bijna zo goed

.

als blijven. Voor een jawoord

is het te laat.

Maar je zegt niet nee.

.

strand-zee

Spam poetry

Van digitale vuilnisbak tot poëzie

.

Varvara Guljajeva en Mar Canet zijn twee kunstenaars die, om kunst te kunnen maken, nauwkeurig door digitale prullenbakken snuffelen. Miljoenen spam e-mails worden dagelijks over de hele wereld verzonden. De ontvangers worden aangespoord om impotentie pillen te kopen, banen aangeboden of ze worden verteld dat ze miljoenen euro’s hebben gewonnen.

Meestal verdwijnt dit soort e-mails rechtstreeks naar de prullenbak. Maar voor Varvara Guljajeva is deze spam dan nog niet verdwenen. “We wilden de digitale prullenbak recyclen,” zei ze. Het proces waar deze spam doorheen gaat bestaat uit twee delen.

1. genereren van poëzie uit verzamelde SPAM
2. het instellen van een elektronisch breimachine om SPAMpoetry een gebreide vorm te geven

Met betrekking tot het concept, zijn ze geïnteresseerd in het samenbrengen van de digitale cultuur en traditioneel handwerk. Om meer specifiek te zijn, het idee is om te experimenteren met de vorm en betekenis van SPAM. Ze draaien SPAM om in romantische, grappige of zelfs sarcastische poëzie en presenteren die in een ongebruikelijke tastbare vorm zoals breigoed. Om meer specifiek te zijn, noemen ze het eindresultaat disfunctioneel draagbaar, omdat het herinnert aan een trui, maar het niet echt een trui is.

En zo ziet zo’n disfunctioneel draagbare trui er dan uit, met erin gebreid de SPAM poëzie.

trui

spampoetry_connected2

Foto’s : Mar Carnet

Ik schreef al eerder over poëzie op kledingstukken en over SPAM poëzie maar dit is wel een heel bijzondere vorm van gedichten op vreemde plekken gecombineerd met gedichten in vreemde vormen.

Meer lezen over Varvara Guljajeva en Mar Canet en hun bijzondere vormen van poëzie en kunst? Ga dan naar http://www.varvarag.info/spampoetry/

 

Gebed aan de muzen

Gedicht op een vaas van 2000 jaar oud

.

Tijdens een recente opgraving van een Thracisch graf uit de eerste eeuw in Bulgarije, ontdekten archeologen iets totaal onverwachts: een aarden vat gegraveerd met Griekse letters. De tekst leek te zijn gedrukt gedrukt op het vat, in plaats van er in gesneden, en werd gekrabbeld in schijnbaar willekeurige richtingen; terwijl sommige van de woorden horizontaal werden geschreven, lopen andere verticaal of diagonaal.

En wat nog vreemder is, de archeologen kwamen er bij het vertalen van de tekst achter, dat het niet het werk van een 1e eeuwse  Thracische dichter was maar dat van de  Griekse dichter en politicus Solon uit de 5e eeuw voor Christus.

Dat Solon’s gedicht “Gebed aan de Muzen,” geschreven stond op een balsamarium (een vat dat wordt gebruikt om zalf of olie in op te slaan) van klei was verrassend. Maar de vreemde opstelling van de belettering op het vat maakte de vondst nog mysterieuzer.

Het is de archeologen, onder leiding van Kostadin Kisyov, directeur van het Plovdiv Museum voor Archeologie, echter gelukt om dit mysterie op te lossen. Kisyov stelt dat het schrijven op de balsamarium waarschijnlijk toeval was. Op een gegeven moment werd het vat gewikkeld in perkament, en het gedicht dat afgedrukt stond op het perkament gaf gewoon af.

De theorie verklaart waarom het schrijven op de balsamarium werd gedrukt in meerdere richtingen, maar het verklaart niet waarom een ​​Thracische uit de 1e eeuw werd begraven met een Grieks gedicht uit de 5e eeuw voor Christus.

Volgens Kisyov, er is een vrij eenvoudige verklaring voor. Het is waarschijnlijk dat de persoon die het vat meenam op zijn reis, waarschijnlijk een goed opgeleide geestelijke was en een fan van klassieke poëzie. Kisyov: “Deze werken werden in de oudheid verkocht als boeken. De eigenaar van dit perkament verwierf het omdat hij graag een gedicht van Solon wilde bezitten. ”

De tekst die op het vat te lezen staat luidt:

[Geef mij gezegende welvaart van de goden en] van de hele mensheid ooit het bezit van een goede reputatie; [en dat ik kan zijn een genot voor mijn vrienden, en een aandoening voor mijn vijanden, door de eerste gerespecteerd zijn], door de anderen bezien met angst.

.

vat

Met dank aan mentalfloss.com

Rainer Maria Rilke

De Zwaan

.

Rainer Maria Rilke (1875 – 1926) wordt als één van de belangrijkste lyrische dichters gezien in de Duitse taal. Naast gedichten schreef Rilke proza en brieven.Zijn omvangrijke briefwisselingen vormen een groot deel van zijn literaire nalatenschap. In 1894 debuteerde hij met de poëziebundel Leben und Lieder waarna nog vele dichtbundels volgden.

In zijn poëzie is de filosofie van de tijd waarin hij leefde duidelijk aanwezig. De filosofen Schoppenhauer en Nietzsche hebben hem in het bijzonder geïnspireerd.  Deze filosofie rekent aan de ene kant af met de vanzelfsprekendheid van het westelijke christendom en aan de andere kant rekent het af met de (toen) moderne natuurwetenschappelijke verklaringen van de werkelijkheid.

Rilke werd vele malen in het Nederlands vertaald. Uit ‘Nieuwe gedichten. het andere deel’ uit 1998 hier het gedicht ‘De zwaan’.

.

De Zwaan

.

Deze last: door wat nog ongedaan is

als gebonden, zwaar je weg te gaan,

lijkt de lompe gang die van de zwaan is.

.

En het sterven, geen contact meer maken

met de grond waarop wij daaglijks staan,

lijkt op zijn beducht te water raken -:

.

in het water dat hem zacht ontving,

dat als blijdschap in herinnering

stroom na stroom onder hem door laat gaat,

nu ’t hem stil, oneindig zelfbewust,

als maar mondiger en meer gerust,

vorstlijker behaagt om voort te gaan.

.

Rilke

 

Piet

Jules Deelder

.

‘Het grote dieren gedichten boek’ biedt een schat aan gedichten waarin dieren een rol spelen. Dit vuistdikke boek 446 pagina’s) werd in 2007 door Guus Luijters samengesteld en uitgegeven door Nieuw Amsterdam uitgevers. Dit boek bevat gedichten van Nederlandse dichters maar ook vertaalde gedichten van beroemde buitenlandse dichters. Zo zijn dichters als K. Schippers en J. Slauerhoff vertegenwoordigd maar ook Federico Gracia Lorca, Joseph Brodsky en Li Qi. Uiteraard is Kees Stip aanwezig met maar liefst 18 gedichten.

Vandaag (ik zal hier de komende tijd vaker gedichten uit kiezen) heb ik gekozen voor een typisch gedicht van Jules Deelder. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Vrijwel alle gedichten’ uit 2004 en is getiteld ‘Piet’.

.

Piet

.

De ouders van een vriend

van mij hebben een kanarie

gekocht, na eerst een hond

te hebben overwogen.

.

Ze zijn nu dagelijks

in de weer het stomme dier

met stukjes appel

te dresseren.

.

De objectiviteit gebiedt

ons te vermelden, dat Piet

prachtig zingen kan.

.

vrijwel-alle-gedichten---j.a.-deelder[0]