Auteursarchief: woutervanheiningen
Bestond ik uit taal niet
Anton Korteweg
.
Dichter en neerlandicus Anton Korteweg (1944) was hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Ik ken Anton ook als één van de leden van het comité van aanbeveling van het Maarten ’t Hart Documentatiecentrum. Maar velen kennen hem als dichter van inmiddels meer dan 15 dichtbundels.
In de bundel ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ een keuze uit veertig jaar Poetry International, zijn twee gedichten van Korteweg opgenomen. Het eerste ‘Bestond ik uit taal niet’ uit 1994, toont aanvankelijk nogal gecompliceerd van taal maar na een paar keer gelezen te hebben valt het kwartje en blijkt de intelligente manier van schrijven van Korteweg.
.
Bestond ik uit taal niet
.
Bestond ik uit taal niet, ik moest me niet denken.
Taal is een ziekte, kondigt de dood aan.
Er valt niet te stoeien; men worstelt vergeefs.
.
Gezonden zijn, hoeven niet zich te schrijven.
Praten niet eens met zichzelf. Ze zijn als
wie langs het strand, dat is leeg en van hen, rent.
.
Zwijgende zee; een hemel die dicht is.
pratende mond niet, geen denkend hoofd.
Er rent maar een lichaam van benen.
.
Kobe Bryant
Dear Basketball
.
Kobe Bean Bryant (1978) is één van ’s werelds beste basketballers. Spelend bij de Los Angeles Lakers heeft hij een erelijst om U tegen te zeggen. Twee keer Olympisch kampioen, vijf keer NBA kampioen, twee keer NBA topscorer en een keer meest waardevolle speler van de NBA. Op 37 jarige leeftijd heeft Kobe Bryant in november van dit jaar aangekondigd te gaan stoppen met basketball. Teveel en te langdurige blessures hebben hem tot deze beslissing gebracht.
Onverwacht kondigde hij zijn afscheidsjaar aan met een gedicht in The Players Tribune. Omdat het maar zo zelden voorkomt dat sporters (en zeker sporters van dit kaliber) van zich laten horen middels poëzie, hierbij het gedicht dat hij schreef getiteld ‘Dear Basketball’.
.
Dear Basketball
.
From the moment
I started rolling my dad’s tube socks
And shooting imaginary
Game-winning shots
In the Great Western Forum
I knew one thing was real:
I fell in love with you.
A love so deep I gave you my all —
From my mind & body
To my spirit & soul.
As a six-year-old boy
Deeply in love with you
I never saw the end of the tunnel.
I only saw myself
Running out of one.
And so I ran.
I ran up and down every court
After every loose ball for you.
You asked for my hustle
I gave you my heart
Because it came with so much more.
I played through the sweat and hurt
Not because challenge called me
But because YOU called me.
I did everything for YOU
Because that’s what you do
When someone makes you feel as
Alive as you’ve made me feel.
You gave a six-year-old boy his Laker dream
And I’ll always love you for it.
But I can’t love you obsessively for much longer.
This season is all I have left to give.
My heart can take the pounding
My mind can handle the grind
But my body knows it’s time to say goodbye.
And that’s OK.
I’m ready to let you go.
I want you to know now
So we both can savor every moment we have left together.
The good and the bad.
We have given each other
All that we have.
And we both know, no matter what I do next
I’ll always be that kid
With the rolled up socks
Garbage can in the corner
:05 seconds on the clock
Ball in my hands.
5 … 4 … 3 … 2 … 1
love you always,
Kobe
.
Als ik te lang gezeten had bij jou
Herman de Coninck
.
Zondag, dus een gedicht van meester dichter Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978 (vrij, respectievelijk zeer vrij, naar Edna St. Vincent Millay). In dit geval gedicht nummer 6.
.
6
.
Als ik te lang gezeten had bij jou,
te weerloos en te dicht tegen je aan,
wist ik dat ik vlug weg moest daarvandaan,
want van te grote warmte krijg je gauwer kou.
.
En als ik langer dan een mens verdragen kon
gekeken had naar jou, zo mooi en stralend klaar
dan ging ik duizelen en werd ik raar
zoals van te lang kijken naar de zon.
.
Dus zit ik nu weer op mijn oude kamer
waar alles donker is en koud en klein,
rondtastend naar mijn dingen, bedachtzamer
.
omdat ze me vervreemd geworden zijn.
Ik zoek mijn weg, hou halt, en luister
tot ik weer gewoon word aan het duister.
.
Congregation
Parneshia Jones
.
Over de dichter Parneshia Jones schrijft recensente Ellen Hagan: “ze is een vloeiende, gestage golf , ze is het coole Chicago vermengd met de het late en langzame kruipen van de zondagochtend in New Orleans. Ze is een wereld van een vrouw, een Renaissance moderne priesteres van de planeet aarde”. Parneshia Jones groeide op in de openbare bibliotheek van Evanston, Illinois, en de keuken van haar moeder. Het lezen en schrijven werden voor haar een tweede natuur.
Na haar studie ging ze aan het werk als marketing assistent voor de Northwestern University Press. De laatste twaalf jaar werkte ze voor schrijvers van Pullitzerprijzen, Nobelprijzen en winnaars van de Academy Award. Hierdoor en door het feit dat ze veel ervaring heeft opgedaan met auteurs vanuit de hele wereld op het gebied van poëzie, fictie, theater, voordrachtskunst, literatuur en filosofie, maken dat ze een zeer brede kijk heeft gekregen op het geschreven woord. Dit is ook van grote invloed geweest op haar eigen werk.
Zo schreef ze veel over zwarte vrouwelijke auteurs, maar met name haar debuutbundel ‘Vessel : poems’ werd zeer goed ontvangen en kreeg meerdere prijzen. Uit deze bundel het gedicht ‘Congregation’.
.
Congregation
.
Weir, Mississippi, 1984
Sara Ross,
Great and Grand-mother of all
rooted things waits on the family porch.
We make our way back to her beginnings.
Six daughters gather space and time
in a small kitchen.
Recipes as old as the cauldron
and aprons wrap around these daughters;
keepers of cast iron and collective
Lard sizzles a sermon from the stove,
frying uncle’s morning catch
into gold-plated, cornmeal catfish.
Biscuits bigger than a grown man’s fist
center the Chantilly laced table of yams,
black eyed peas over rice and pineapple,
pointing upside down cake.
The fields, soaked with breeze and sun,
move across my legs like Sara’s hands.
Chartreuse colored waters, hide and seek
in watermelon patches, dim my ache for Chicago.
Peach and pear ornaments
hang from Sara’s trees. Jelly jars tinted
with homemade whiskey,
guitar stringing uncles who never left
the porch, still dream of being famous
country singers.
Toothpick, tipped hats and sunset
linger as four generations come from
four corners to eat, pray, fuss and laugh
themselves into stories of a kinfolk,
at a country soiree, down in the delta.
.
Men moet
Gerrit Kouwenaar
.
Een van de dichtbundels die ik pas geleden kocht is een bundel getiteld ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen. Met een inleiding van Jan Wolkers. Deze bundel uit 2000 is ontstaan in nauwe samenwerking met Poetry international de NPS en NRC Handelsblad. En een fraaie bundel is het geworden. Zo ongeveer alle grote Nederlandse en Vlaamse dichters zijn vertegenwoordigd. Vaak met bekende gedichten maar ook vaak met minder bekende of, voor mij dan toch, volledig onbekende gedichten. Veel poëzie uit de laatste helft van de twintigste eeuw maar stuk voor stuk zeer leesbaar.
Op de achterflap van de bundel staat een quote van Jan Wolkers: “Als men mij zou verzoeken het mooiste gedicht uit de Nederlandse poëzie te kiezen, zou ik net zo ontsteld kijken als wanneer men mij zou vragen de mooiste bloem uit een overdadige bloeiende bloemenweide te plukken”. Vandaar dat er zoveel gedichten zijn opgenomen.
Ik heb voor een gedicht van Gerrit Kouwenaar gekozen.Oorspronkelijk afkomstig uit de bundel ‘Helder maar grijzer’ Gedichten 1978-1996 uit 1998. Het gedicht is getiteld ‘men moet’.
.
men moet
.
men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis
nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen
.
men moet nog boodschappen doen voor het donker
de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder
.
men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters
een harnas aanmeten, ijswater koken leren
.
men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen
zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen
.
men moet nog een kuil graven voor een vlinder
het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge –
.
Beast
Nina Kinert
.
In 2008 hoorde ik op 3FM in de ochtendshow van Giel een nummer dat meteen mijn aandacht had. Het was de nieuwe single van Nina kinert getiteld ‘Beast’. Niet alleen de sfeervolle en enigszins breekbare zang van Nina maar vooral de combinatie van deze twee met de tekst maakte dat dit de eerste aankoop op Itunes ooit was van me. Nog steeds luister ik af en toe naar dit nummer en elke keer weer doet het wat met me.
Daarom vandaag een poëtische songtekst van Nina Kinert en natuurlijk de clip met de muziek via Youtube.
.
Beast
.
Why do we always talk about things like these
Why do we always hunt eachother down
Why do we always smoke those cigarettes
And drink a lot of wine
I know the kind of beast that I’ve become
No I don’t always show my gratitude
And I don’t always shut it when I’m spoken to
I don’t understand the things that you say
Anymore
I know it doesn’t show but I love you
No I don’t always like when children laugh
And I don’t give a damn about your fourteen year old
But who’m I trying to fool by acting this way
I need a lot of wine
I know the kind of beast that I’ve become
.
Kringloop
Jean Pierre Rawie
.
Regelmatig bezoek ik kringloopwinkels op zoek naar poëziebundeltjes. In de loop der tijd heb ik al heel wat aardige uitgaven voor weinig op de kop getikt in verschillende kringloopwinkels in Nederland en Vlaanderen. Toen ik langs een gedicht van Jean Pierre Rawie (1951) met als titel ‘Kringloop’ kwam was mijn nieuwsgierigheid meteen gewekt.
Het blijkt hier echter om een andere vorm van kringloop te gaan. Desalniettemin deel ik dit gedicht van deze bijzondere dichter graag met jullie. Uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1993 het gedicht ‘Kringloop’.
.
Kringloop
.
Wij hebben ook vannacht weer niet geslapen,
wij hadden wel wat anders aan ons hoofd:
we leken even voor elkaar geschapen,
en alle leugens werden weer geloofd.
Toch hebben we zeer van elkaar gehouden,
het is gekomen als het is gegaan;
verder blijft alles altijd bij het oude:
de Moor kan gaan hij heeft zijn plicht gedaan.
Er stonden ’s morgens mannen in de bomen
en zaagden zinvol in de takken rond.
Ik ben gegaan zoals ik ben gekomen,
maar met de smaak van sterven in mijn mond.
.
De Salon der Verzen
Feest der Poëzie bij Ongehoord!
.
Op zondag 13 december zal Ongehoord! in het teken staan van de voordrachtskunst van de stichting Feest der Poëzie. Voor één keer een podium gevuld met klassieke poëzie en vormvaste dichtkunst. De leden van De Salon der Verzen komen ons trakteren op een bijzondere middag.
Op deze zondag een programma van 90 minuten verdeeld in twee helften en dit keer zonder open podium. De presentatie is dit keer in handen van de Salondichters zelf. Wie komen er 13 december?
Mieke van Zonneveld
Studeert Nederlands aan de VU en doceert in Hilversum, won de Turing Poëzieprijs 2014 met haar gedicht ‘Nee’, bewondert dichters als Gorter, Leopold en Gerhardt, wier verstilling en tragiek naklinkt in haar klassiek maar ook onmiskenbaar modern aandoende gedichten. Werk van haar hand verscheen o.a. in Avantgaerde.
Susanne Winkler en Daan van de Velde
Ons liedduo brengt klassieke liederen op teksten van Nederlandse dichters door vergeten Nederlandse componisten én nieuwe Nederlandstalige composities. Susanne Winkler studeert klassieke zang aan de Schumann Academie Zwolle. Daarnaast is zij actief als soliste bij koren. Daan van de Velde is taalwetenschapper en pianist; hij deed een bijvakstudie piano aan het Koninklijk Conservatorium, Den Haag.
Simon Mulder
Organisator en presentator. Studeerde historische taalwetenschap, klassieke talen en wijsbegeerte en doceert klassieke talen op de middelbare school. In zijn gedichten maakt hij gebruik van de vaste vorm; daarnaast legt hij zich toe op de klassieke voordrachtskunst. In zowel gedichten als voordracht streeft hij naar eenheid van vorm en inhoud.www.simonmulder.nl
Wouter Ydema
Al jaren graag gezien op diverse poëziepodia en actief in verschillende samenwerkingsprojecten in het theater en de muziek. Sinds begin dit jaar Stadsdichter van Leiden.
Arjan van Vembde
Voor sommigen een goochelaar, voor anderen een leerling-tovenaar; voor zichzelf een gids naar wonderland, een verwonderaar. Zijn korte magie-voorstelling verhaalt over het magische moment waarop je als het ware met een toverstaf op je voorhoofd wordt getikt, en je plots iets anders ziet.
Voor wie is deze editie van Ongehoord! een absolute must? Voor de doorgewinterde poëzieliefhebber die eens iets anders wil dan voor de haard zitten met dunne boekjes in slappe kaftjes, voor iedereen die nog nooit van poëzie heeft kunnen genieten en daar een einde aan wil maken, voor iedereen die kennis wil maken met het nieuw leven ingeblazen genre van de voordrachtskunst.
Dus wees welkom op zondag 13 december op de 4e etage van de Bibliotheek Rotterdam (centrale bibliotheek naast station Blaak) in het auditorium. De ruimte is geopend vanaf 13.30, aanvang 14.00 uur, toegang is gratis!
.
Moeder
Willem Elsschot
.
Ik moest vandaag denken aan een literaire wandeling die ik maakte met collega’s door Antwerpen aan de hand van een verhaal van Willem Elsschot. Uit het verzameld werk van Willem Elsschot (1882 -1960) heb ik daarom het gedicht ‘Moeder’ gekozen. Omdat ik zin had om iets van Elsschot met jullie te delen en omdat de taal van Elsschot zo heerlijk vol zit met woorden en uitdrukkingen waarvan ik geen weet heb maar waar ik zeer van kan genieten.
.
Moeder
.
Als vader slaapt gelijk een rustig beest,
en in zijn droom herkauwt en zalig lacht,
dan ligt gij wakker, starend in den nacht,
en roept uw zoons en dochters voor den geest.
.
Zij zijn gevloôn, als gieren voor ’t tempeest,
met stukken van het oude nest bevracht,
waarin gij dubbend op hun terugkeer wacht,
maar op de klok het woord des tijds niet leest.
.
Laat niet uw dagen slinken in verdriet;
geen macht die tanden aan uw mond verstrekt,
of ooit weer zog in uwe borsten wekt.
.
Er is niets aan te doen, zoals gij ziet.
Drink dus een borrel bij een passend lied,
daar schele Piet reeds met uw tenen trekt.
.
Herman de Coninck poëzie
Poëzie
.
Vandaag een van de vele gedichten die Herman de Coninck schreef over poëzie, of waar de poëzie een rol in speelt. In dit geval over de liefde en de noodzaak van poëzie daarbij, in een gedicht uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.
.
Poëzie
.
Als je je nukkig ingraaft onder de dekens,
wil je eigenlijk zeggen: kom bij me liggen.
.
Als je de deur achter je dichtslaat en wegrent,
wil je eigenlijk zeggen: kom me toch achterna.
.
En als je zegt: ‘ik hou van je’
bedoel je: ‘ hou je van mij?’
.
Zie je nou wel dat poëzie nodig is,
want als ik ‘ja’ zou zeggen,
zou dat niks betekenen.
.















