Categorie archief: Dichtbundels
Pik in ’t is winter
Albert Donk
.
In de serie (bijna) vergeten dichters vandaag Albert Donk (1929). De Rotterdammer Donk publiceerde een aantal dichtbundels (Vogels van steen, Ontroerend is dit alfabet, De doos van het gedicht) en verhalenbundels. Hij was docent aan de pedagogische academie en schreef teksten voor de NCRV schoolradio. In 1973 publiceerde hij bij De Beuk in Amsterdam Pik in ’t is winter.
Uit deze bundel het gedicht Een vrouw is … (1)
.
Een vrouw is … (1)
.
Een vrouw is een hele uitstalling
een marktkraam vol begeerlijke zaken
zelfs een steentje in haar schoen
weet ze nog charmant te verkopen
zelfs een sliertje haar verkeerd
of een zakkende kous
wekt de toeschouwer tot eetlust
.
’t is goed zaken doen met vrouwen
hoewel,
soms geven ze alles voor niets
zonder restricties gratis
aan een platzakke koper
.
en sta je met geld in je hand
raar op je eenzame neus te kijken
.
Met beide voeten in de modder
Uit mijn boekenkast
.
Tussen 2007 en 2009 was Harry Zevenbergen stadsdichter van Den Haag. Een van de projecten die Harry organiseerde was Dichter op locatie. Twee keer Vijf Haagse dichters (in deel 1 en deel 2) kregen van hem de opdracht om een week te verblijven op een locatie naar eigen keuze in Den Haag. De ervaringen van dat verblijf werden vervolgens door hen vastgelegd in een dagboek met foto’s en gedichten. Het resultaat daarvan is vastgelegd in twee bundels waarin een bijzondere kijk wordt gegeven op het reilen en zeilen achter de schermen, op plekken waar een buitenstaander niet zo snel toegang krijgt.
Beide bundels zijn mooi uitgegeven door uitgeverij de Brouwerij in 2008 en 2009. Uit de eerste bundel twee gedichten van Jeroen de Vos. Jeroen verbleef 5 dagen op een Scheveningse viskotter en schreef daar een aantal pakkende gedichten over.
.
Groot vertoon
.
Acht uur ’s ochtends
vanuit de patrijspoort zie ik dat god
alles heeft opgepoetst
de zee schittert aan alle kanten
het glimt en blinkt.
Zou er soms visite komen?
.
Zoet & gladjes
.
Ze hebben allemaal
koppen die spreken
woest en krachtig
.
Krijg je zo’n kop
en zo’n blik
door het varen
.
of is het andersom
.
Ga je met zo’n kop varen?
.
Arie en de Poëzie
Waarom ben je niet bij mij
.
Bij de Wereld draait door van donderdag 26 september werd aandacht besteed aan de nieuwe verzamelbundel met liefdespoëzie van Arie Boomsma. In de uitzending een soort van ‘battle’ tussen Arie en Adriaan van Dis die ik eerder zou willen kwalificeren als het belijden van de liefde voor de poëzie dan als battle.
In de bundel een verzameling van 200 liefdesgedichten of zoals de uitgever schrijft: Arie maakte in dit boek een persoonlijke keuze van de mooiste liefdesgedichten in de Nederlandse taal. Willem Kloos, M. Vasalis, Lucebert, Hugo Claus… meer dan 200 gedichten van ruim 200 dichters, modern, oud, gestorven en springlevend. Gedichten over verliefdheid, maar ook over pijn. Euforie en kilte, alles bij elkaar een heerlijk compleet beeld van wat de liefde is en wat zij met ons doet.
De uitzending heeft mij aan het denken gezet; wat vind ik het mooiste liefdesgedicht?
Als het gaat om het aspect van de pijn over de liefde hoe ik daar eigenlijk nooit lang over na te denken. Dat is het gedicht van Judith Herzberg Hoe is dat zo gekomen?
‘Hoe is dat gekomen
van altijd komen slapen tot
nooit meer willen zien?’
Een gedicht dat staat als een huis, waar in drie kleine zinnetjes het verhaal van een relatie wordt gedaan met een kop en een kont. Prachtig.
Maar een liefdesgedicht in de klassieke zin, waarin de liefde voor een ander wordt beschreven? Ik weet het niet, er zijn er zoveel (zoals ook Matthijs van Nieuwkerk al zei op de vraag van Arie).
.
Als ik dan toch een gedicht moet kiezen dan kies ik er een van E.E. Cummings, in eerste instantie dacht ik aan ‘I carry your heart’ (een heel mooi gedicht) maar ik heb uiteindelijk gekozen voor een prachtig gedicht over de liefde in meer dan een betekenis. Zinderend en opwindend.
.
“i like my body when it is with your
body. It is so quite new a thing.
Muscles better and nerves more.
i like your body. i like what it does,
i like its hows. i like to feel the spine
of your body and its bones, and the trembling
-firm-smooth ness and which i will
again and again and again
kiss, i like kissing this and that of you,
i like, slowly stroking the, shocking fuzz
of your electric fur, and what-is-it comes
over parting flesh … And eyes big love-crumbs,
.
and possibly i like the thrill
.
of under me you so quite new.”
.
Marion en Fon
Zwartwit in en achter kleuren
.
In het kader van het Weekend van de Cultuur in Maassluis ben ik door de plaatselijke Kunstuitleen gevraagd veilingmeester te zijn bij hun jaarlijkse kunstveiling (evenals vorig jaar). Voordat dit spektakel plaats vindt verdiep ik me eerst in de kunstenaars van de te veilen werken. Dit jaar zat er een kunstwerk van Fon Klement bij en op zoek naar informatie over Klement kwam ik erachter dat hij de illustraties heeft gemaakt bij gedichten van Marion Bloem. Dit heeft geleid tot een bijzondere fraaie bundel met de titel “Zwartwit in en achter kleuren”.
In deze bundel 7 gedichten van Marion Bloem en 7 prenten van Fon Klement in eigen beheer uitgegeven in 1992. De bundel in cassette werd uitgevoerd door boekhandel Schwendemann, genummerd en gesigneerd door beide kunstenaars. Jack Jacobs was verantwoordelijk voor de vormgeving. Omdat er maar 90 exemplaren zijn gemaakt en beide kunstenaars van naam zijn wordt een enkel exemplaar te koop aangeboden vanaf € 500,- op internet.
Uit de bundel het derde gedicht zonder titel.
.
Mijn droom groeit in
een potje binnenshuis
met weinig licht
en sober water
grond uit een zakje
van zeven gulden
ik vertrouw op ‘t
blauw dat door de
kieren van gekreukte
deuren gluurt
en wacht op straks als
mijn droom krachtig
bloeit.
.
Poetry International
Uit mijn boekenkast: 25 jaar Poetry International
.
Pas geleden gekocht in een tweedehands boekenwinkel de bundel 25ste Poetry International Rotterdam, The future of the past. Een mooie verzamelbundel waarin terug wordt gekeken naar de eerste 25 jaar van Poetry international. Het boek komt uit 1994. We zijn inmiddels bij de 44ste editie aangekomen.
In dit boekwerk een overzicht van 80 dichters die in die eerste 25 jaar deelnamen aan Poetry International.
Alle grote dichters zijn vertegenwoordigd met een korte biografie en een gedicht in de eigen taal en in de vertaling in het Nederlands en Engels waar van toepassing. In de bundel ook nog een losse uitgave van De Rode Hoed i.s.m. SLAA, van september 1994 (waarschijnlijk was de eigenaar van het boek ook daar aanwezig geweest) met de titel: Hommage aan lucebert.
.
Uit de bundel een bijzonder gedicht van Brigitte Olesschinski in de Nederlandse vertaling van Joke Gerritsen,
.
Iets leegs, iets stils blijft achter
.
op het strand, dat zich grijs en open tegen de wind wrijft
een schoongespoeld lichaam, ontspannen, verwrongen
waarboven het lichter wordt
en donker en weer licht, terwijl in de oogkassen
langzaam het zout droogt, haast als een nieuw netvlies
zonder verzet
naar de hemel gericht, ogen bijna voor-
goed opgeslagen
.
Van Lucebert een kort gedichtje: Memories are made of this
.
Memories are made of this
.
Voor Siep
.
Maak jij voor straf
alle lange lussen af
en voor goed gedrag
zet ook nog als bewijs
alle puntjes op de i’s en op de ij’s
zo is het goed maar nu opgelet
schrijf alles nog eens over in het net
.
Uit: Troost de hysterische robot, 1989
,
Gedicht van Gerrit Achterberg
Gedicht
.
Omdat er zoveel mooie gedichten in staan nog maar een uit ‘Het Weerlicht op de kimmen’ van Gerrit Achterberg .
.
Continuïteit
.
Gij gist in mij met ongestorvenheid.
Wat gij zonder uw dood had kunnen zijn
wil met zijn voortzetting tesamen zijn
volgens de wet der continuïteit
.
Aan beide zijden van de spa die splijt,
kronkelt de worm en weet zich zonder eind.
En de geamputeerde voelt nog pijn
in voet of hand die hem is afgezet
.
Zo ook beweegt zich langs dezelfde lijn
van onze zielen de saamhorigheid,
stip en gedachtestreep ten spijt.
.
.
Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt gezien als een van de grootste Nederlandse dichters van de 20e eeuw. In Utrecht waar hij op kamers woonde, vermoordde hij zijn 40-jarige hospita en verwondde hij haar dochter Beppie. Hij werd opgesloten in het Rijkasyls voor Psychopathen ‘Veldzicht’ in Balkbrug (gemeente Avereest) waar hij van 1938 (tot 1941) werd belast met het beheer van de bibliotheek.
Bovenstaande informatie komt van het zeer informatieve blog Hetvergetenboek. Over schrijvers en dichters die bibliothecaris waren (en dat zijn er nogal wat) lees je alles op http://hetvergetenboek.blogspot.nl/2011/02/ditmaal-geen-vergeten-boek-maar-een.html
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
Hagar Peeters
.
Vandaag uit de bundel “Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ van Hagar Peeters het gedicht ‘Zal ik nog een eindje met je meelopen?’ omdat het gewoon een mooi gedicht is.
.
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
.
Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
of tot de eerstvolgende tunnel.
Tot de derde straat rechts,
tot de ingang van het park.
Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.
.
Je mag meelopen tot in mijn kamer,
tot het glaasje van het een of ander,
tot ik mijn tanden heb gepoetst
of tot het eerste ochtendlicht
over de stoel met kleren valt.
.
Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
tot de school weer is begonnen,
de ambtenaren pauze houden
de winkels zijn gesloten
of tot de laatste stoptrein gaat.
.
Tot na het ontwaken maar voor het ontbijt,
tot na het ontbijt maar voor de lunch,
tot na de lunch maar voor het avondeten
mag je meelopen.
.
Willie Verhegghe
Stadsdichter van Ninove
.
Op één van mijn zoektochten kwam ik een gedicht van Willie Verhegghe tegen. Willie is een Vlaams sociaal geëngageerd dichter die parlandostijl combineert met een maatschappijkritische blik. Willie schrijft en schreef voor verschillende poëzietijdschriften en magazines.
Voor mij was Willie Verhegghe een onbekende naam maar op zijn website bij schrijversgewijs.be krijg je snel een goed overzicht van zijn werk. Met name op het gebied van de wielergedichten geniet Willie een zekere bekendheid.
Voor meer info over Willie Verhegghe : http://schrijversgewijs.be/schrijvers/verhegghe-willie/
.
Uit ‘De adem van Amor’ het gedicht 1.
.
-1-
.
In de je wegduwende leegte
Van de nacht
Een gedicht uit je pen persen,
Een ode aan haar die je liefhebt;
Het wordt een uitdaging
Aan wat men poëzie noemt,
Een verliefd met de pet gooien
Naar de warmte van het lichaam
Dat je bewonen wil.
En bewoont.
Met elke porie,
Met je beste zaad,
Met al wat je lief is
.
Gerrit Achterberg
Het weerlicht op de kimmen
.
Vorige week heb ik bij een winkel in tweedehands goederen (en op dat moment veel poëzie) een paar zeer aardige verzamelbundels gekocht. Een daarvan was ‘Het weerlicht op de kimmen, een keuze uit de gedichten’ van Gerrit Achterberg, een herdruk uit 1988 van Querido.
Sinds ik in de ontmoetingskamer van museum het Dolhuys in Haarlem ( Nationaal museum van de psychiatrie) een ‘pop’ van Achterberg tegenkwam en me wat meer in hem heb verdiept is het één van mijn favoriete dichters.
De ontmoetingszaal was tussen 1800 en 1850 een ziekenzaal waarin men kon doodgaan. Men leverde daartoe een loden penning in. Daar komt het spreekwoord ‘het loodje leggen’ vandaan. Tegenwoordig staat de zaal vol met poppen van bekende mensen die te maken hebben met de relatie creativiteit – gekte zoals Gerrit Achterberg.
Uit de bundel het bekende maar prachtige gedicht dat Achterberg schreef in 1962 over Den Haag ‘Passage’.
.
Passage
Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.
Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.
Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.
.

















