Categorie archief: Dichtbundels
Herman de Coninckzondag
Zonder titel
.
Zondag, dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht zonder titel uit de bundel ‘Nu dus’. Dit kleine bundeltje (11 pagina’s) is gedrukt in een oplage van 25 stuks en werd gemaakt in 1995 door uitgeverij AMO.
.
Ik herinner me een gedicht dat ik nooit
schreef, waarin het woord bunker
veel wind door zich heen laat gaan
en rijmen moet op hunker.
.
Het tocht er van hartstocht.
Alles moet zich vasthouden.
Als het over is blijken wij
.
elkaar vast te houden.
Wat nu.
.
Nu, dus.
.
Foto’s http://veiling.catawiki.nl/
Binnenstadboogie
Recensie
.
Alexander Franken, de sympathieke dichter/singer-songwriter uit Den Haag, heeft bij U2pi zijn nieuwe bundel Binnenstadboogie gepubliceerd met gedichten en liedteksten. Op de achterkant van de bundel staat te lezen: ‘Alexander schrijft wat in hem opkomt. Soms is dat kort, lang, grappig, serieus, muzikaal, werelds.’
Na lezing van de bundel kan ik dit beamen. Binnenstadboogie is gevuld met bekend werk van Alexander (gedichten en liedjes die hij regelmatig op allerlei podia ten gehore brengt) maar ook (voor mij) onbekend werk. Van kort (drie korte zinnetjes) tot lang (meerdere pagina’s), Haags (daarover straks meer), grappig en serieus (zeker) en werelds.
Bundels als deze hebben vaak een thema of een rode lijn maar in Binnenstadboogie is dat vooral de mens Alexander Franken. Dat hij niet alleen dichter is maar (misschien wel vooral) singer-songwriter blijkt voor mij uit het feit dat bij veel teksten je bijna automatisch een muzikale lijn, een melodie in je hoofd krijgt waarop de tekst gelezen kan worden. Dat veel van zijn teksten rijmen draagt hier zeker aan bij. In zekere zin is een deel van zijn teksten als light verse te betitelen.
Als mede Hagenees kan ik ook veel van de teksten plaatsen. gedichten/liedteksten met titels als Scheveningen, Paleis Noordeinde, Zeebenen in de tram, Haags hart, De Oude Mol en Nu de duinen rusten zijn voor de inwoner van Den Haag pareltjes van herkenning en voor de niet Hagenaar/Hagenees een mooie reden om de Hofstad te bezoeken of te (leren) ontdekken.
Met veel liefde en warmte schrijft hij over zijn stad en haar inwoners. Vaak op een persoonlijke toon (Kees, Klaas, Maarten, Saskia en Bram, we leren ze allemaal via Alexander kennen) of in een beschrijving van situaties die Alexander meemaakt.
Ook de liefde komt regelmatig aan bod, het verlangen, de hoop, de hunkering. De liefde voor mensen en voor dingen, plaatsen. Zelfs uit het genadeloze gedicht Zoetermeer (waar ik ben opgegroeid en ook nog eens in de wijk Palestijn) blijkt een “Haagse liefde”.
Binnenstadboogie heb ik in één ruk uitgelezen maar met de wetenschap dat ik de bundel nog vaak even zal oppakken om een tekst terug te lezen of uit te citeren. Alexander Franken is geen dichter van de grote poëzie, zijn teksten neigen vaker naar liedteksten of anekdotes dan naar gedichten maar ik heb er van genoten. De poëtische teksten die ook in de bundel staan krijgen misschien daardoor juist wel een extra lading.
Omdat ik zelfspot een prachtige eigenschap vind, hier het gedicht ‘Zoetermeer’.
.
Zoetermeer *
.
Buien lusteloosheid
dalen op mij neer
als iemand mij verteld
“U nadert Zoetermeer”
.
De architect die dat bedacht heeft
was aan de drugs of straalbezopen
waarom heeft hij geen galg bedacht
om hem aan op te kunnen knopen
.
Een wijk heet er Palestijn
daar durft geen jood te komen
maar ook de vrome moslims
willen er niet wonen
.
Het Stadshart klopt er niet
.
De mensen zijn er chagrijnig
gelijk moet je ze geven
er valt toch niets te lachen
als je in Zoetermeer moet leven
.
Ik wou dat er een eind aan kwam
dus bad ik : “Lieve heer,”
“Als u ooit nog iets gaat scheppen”
“schep dan geen Zoetermeer”
.
* Met dank aan René Geerlings
Meer informatie over Alexander Franken en de bundel staat op zijn website http://www.alexanderen.nl
Voor de spiegel
Vlaardings eigen
.
Uit mijn boekenkast vandaag een alleraardigst bundeltje op oblong formaat getiteld ‘Vlaardings eigen’ een literair en historisch geschenk van de Stadsbibliotheek Vlaardingen. Met gedichten van Look J. Boden, Benne van der Velden, Sander Groen, Elma Oosthoek, Mirjam Poolster en Aat Rolaff. Daarnaast zijn gedichtjes en tekeningen uit de unieke poëziealbums van een aantal Vlaardingse families uit de collectie van het Stadsarchief in de bundel opgenomen.
Van Look J. Boden (1974) tekstschrijver, fotograaf en grafisch vormgever heb ik het gedicht gekozen ‘Voor de spiegel’.
.
Voor de spiegel
.
Ze maakt zich op
voor het avondmaal.
.
Nog één keer
zorgt de poederkwast
voor schaamrood op de kaken.
.
Nog één keer
haalt ze de merkstift
van liefde over haar mond.
.
Nog één keer
paradeert ze
langs het uitzinnig publiek.
.
Na haar verjaardag
blijft het stil
en vraagt de nieuwe alfahulp
of die mensen op de foto
soms haar kinderen zijn.
.
Soms wel, ja.
.
120% Rotterdammer
Jeroen Naaktgeboren
.
Uit mijn boekenkast vandaag een heel aardig bundeltje met de titel ‘120% Rotterdammer’ gedichten en gedachten uitgegeven de SP in Rotterdam in 2005. De SP vroeg dichters, columnisten en andere creatievelingen stelling te nemen tegen de zogenaamde 120% regeling die alle Rotterdammers die minder dan 120% van het minimumloon verdienen tot ongewenste vreemdeling zou verklaren. Bekende en minder bekende Rotterdamse dichters gaven hieraan gehoor zoals onder andere Jana Beranová, Joz Knoop, Edwin de Voigt, Juan heinsohn Huala, Amir Afrassiabi en Menno Smit.
En Jeroen Naaktgeboren van de Woorddansers, de eerste stadsdichters van Rotterdam. Het gedicht ‘Percentagegewijs’ is het eerste uit deze bundel.
.
Percentagegewijs
.
De auto van mijn buurvrouw is voor 70% van haar
De tramconducteur heet voor 25% arbeidsongeschikt
In mijn buurt is 50,2% van de woonachtige mensen man
5% van de kinderen zijn meer op MSN dan op het plein
Het percentage werkzoekenden in mijn wijk is 15
5,3% van de Overschiese bevolking valt onder ‘overig rijk’
Met 2% van mijn huidige salaris kan ik op vakantie
Van Kralingen-Oost behoort 7,1% tot etnische minderheden
Voor mijn theorie-examen mocht ik 10% fout beantwoorden
In 2002 koos 6,5% van het Noordereiland voor de SP
.
Met vier bakken koffie en een bic pen
kon ik op papier niet duidelijk maken
hoe mijn buurman 120% moest zijn,
in de statistieken vond ik niets terug
.
we telden elkaar
één bij één op
kwamen tot twee,
te delen naar samen
.
100% tevreden
120% verbaasd
.
Vervulling
Gerrit Achterberg
.
Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Achterberg debuteerde in 1925 met de bundel ‘De zangen van twee twintigers’ en in 1931 publiceerde hij de bundel ‘Afvaart’ waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde. Na de publicatie van deze bundel raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had veel problemen in relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.
In 1937 schoot Achterberg zijn toen 40-jarige hospita dood en verwondde hij haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij op zijn kamer getracht had Bep te overweldigen. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot TBS veroordeeld. Tot 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-)psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de TBS in 1955 definitief werd opgeheven.
Ondertussen bleef Achterberg schrijven en werken produceren. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygens-prijs.
Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ die in 1991 bij Querido verscheen het gedicht ‘Vervulling’.
.
Vervulling
.
Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.
Al je gewone vragen vinden weer gehoor.
Regent het. Ja het regent. Goede nacht.
Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.
Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.
Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.
Alles wat antwoord is gaat van mij uit.
Je wordt vervuld van oneindigheid.
.
Zwaan
Herman de Coninck
Zoals beloofd op zondag een gedicht van Herman de Coninck. Volgens mijn vriend en dichter Hervé Deleu misschien zijn mooiste liefdesgedicht, vandaag uit de bundel ‘De lenige liefde’ het gedicht ‘Zwaan’.
.
Zwaan
.
Er drijft een zwaan
de oevers trekken het water
strak aan
zodat het niets verraadt
van zijn diepste wieren en vissen
als een beschaafd gelaat
en niets geschiedt
er drijft een zwaan
en ze weet het niet
.
The Poet’s Tongue
An anthology chosen by W.H. Auden and John Garrett
.
Uit mijn boekenkast dit keer de gebonden bundel ‘The poet’s tongue’ uit 1956 uitgegeven door G. Bell & Sons ltd. en samengesteld door niemand minder dan W.H. Auden en John Garrett.
De introductie begint al gelijk veelbelovend : Of the many definitions of poetry, the simplest is still the best: ‘memorable speech’. That is to say, it must move our emotions, or excite our intellect, for only that which is moving or exciting is memorable, and the stimulus is the audible spoken word and cadence, to which in all its power of suggestion and incantation we must surrender, as we do when talking to an intimate friend.
Een mooier introductie voor het project De Poëziebus lijkt me niet te vinden (zie elders op dit blog). Maar terug naar de bundel. Een aantal uitgebreide indexen maken de bundel leesbaar en de gedichten vindbaar. Op auteur, op eerste regel en op onderwerp, zo zijn de gedichten ontsloten.
Alle grote Engelse dichters zijn vertegenwoordigd. Van William Blake, George Gordon Byron, T.S. Elliot tot Emily Dickinson en Mary Coleridge. Van Shakespeare, Yeats en D.H. Lawrence tot Robert Frost en John Milton.
Prachtig uitgegeven in een heerlijk saaie linnen kaft biedt deze bundel voor ieder wat wils. Mijn keuze is gevallen op een gedicht van een voor mij redelijk onbekende dichter A. E. Housman (1859 – 1936). Housman was een Engels klassiek geschoold geleerde en dichter. Hij werd beschouwd als een van de belangrijkste classici van zijn tijd, en behoort tot de grootste geleerden van alle tijden.
.
In valleys green and still
Where lovers wander maying
They hear from over hill
A music playing
.
Behind the drum and fife,
Past hawthornwood and hollow,
Through earth and out of life
The soldiers follow.
.
The soldiers’s is the trade:
In any wind or weather
He steals the heart of maid
And man together.
.
The lover and his lass
Beneath the hawthorn lying
Have heard the soldiers pass,
And both are sighing.
.
And down the distance they
With dying note and swelling
Walk the resounding way
To the still dwelling.
.
Yoga
Miroslav Holub
.
Al eerder schreef ik over de bundel ‘De geboorte van Sisyphus, een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998’ van de Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923-1998), samengesteld door en in een vertaling van Jana Beranová. Al lezend begrijp ik steeds beter dat de Bezige Bij dit werk heeft laten vertalen. Prachtige “absurdistische en lyrische” poëzie.
Voor alle dichters en beoefenaren van Yoga het gedicht ‘Yoga’.
.
Yoga
.
Elke poëzie is rond
de vijfhonderd graden Celsius.
.
Maar bij dichters
verschillen de ontbrandingspunten.
Die gedrenkt zijn in alcohol
vatten het snelst vlam.
.
Wat zouden ze zijn zonder hun ziekte.
Hun ziekte is hun gezondheid.
.
Ze branden, stropoppetjes,
lezen geen Nietzsche,
wat jou niet doodt
verhardt je tot staal.
.
Ze smeulen.
Ze sissen.
Terwijl alleen een slechte yogi
zijn voeten brandt
aan gloeiende kooltjes.
.






















