Categorie archief: Dichtbundels

E-poëzie

363 dichtbundels

.

Dichtbundels zijn niet goedkoop. Een bundeltje van 40 pagina’s kost soms meer dan een roman van 300 pagina’s. Natuurlijk gaat het niet om de dikte of de omvang van een boek maar om de inhoud en een dichtbundel kun je vaak nog herlezen, gedichten kun je gebruiken in communicatie en soms is een regel uit een gedicht handig om iets te willen zeggen of duidelijk te maken. De prijs van een dichtbundel is dan eigenlijk minder belangrijk.

Toch is de prijs van dichtbundels voor veel mensen een drempel om zo’n bundel aan te schaffen. Gelukkig zijn er mooie alternatieven. allereerst natuurlijk de bibliotheek. Daar heb je een keuze uit vele bundels. Natuurlijk zit ook daar een grens aan; je kunt ze maar voor een bepaalde periode lenen.

Een ander alternatief is de E-book collectie van de gezamenlijke openbare bibliotheken in Nederland. Elk lid van de bibliotheek kan hiervan gratis gebruik maken middels een app. Als je deze app download heb je altijd en overal de beschikking over 363 dichtbundels van Nederlandse en Vlaamse dichters (en enkele vertalingen).

Je eigen poëziebibliotheek altijd bij de hand. Word lid van je plaatselijke openbare bibliotheek en lezen maar.

Uit één van de bundels die in deze collectie staan van Luuk Gruwez, ‘Vuile manieren’ uit 1995 het gedicht ‘Scheppingsverhaal’.

.

Scheppingsverhaal

.

Misschien was God wel onvoorzichtig

toen hij het zoogdier schiep.

De leeuw, akkoord, een meesterwerk.

Maar wat te zeggen van de mens?

.

En had de olifant niet moeten briesen,

de dashond met zijn trieste blik

niet moeten piepen als een muis?

Had die mens niet moeten mekkeren?

.

er waren dichters nodig, beter in geluid,

en zangers met perfecte strot

om wat verkeerd ging te herstellen:

constructiefouten in zijn schepping.

.

Hij schiep er enkele, mijn God,

en met zijn vette schommelende lijf

deed hij, tot iedereens vermaak,

een walsje in een balzaal op aarde.

.

Hij zat goed fout maar zag het niet.

.

E-poezie

 

 

 

O, dat ik ooit nog eens

J. Eijkelboom

.

De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart   2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter).  Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.

.

Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.

.

O, dat ik ooit nog eens

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

0, klonk het nog eens ongehinderd.

.

je

dGM

Slijtage

Judith Herzberg

.

Judith Herzberg (1934) is één van Nederlands bekendste dichters, publiceert sinds haar debuut in 1963 ( Zeepost) vele poëziebundels en heeft in de loop der jaren verschillende literaire prijzen gewonnen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Ik bezit een aantal van haar bundels en schreef al verschillende keren over haar poëzie. Vandaag uit ‘Beemdgras’ uit 1968 een wat minder bekend gedicht van haar hand.

.

Slijtage

.

Bovenop de berg stopt het kamermeisje

een munt in de panoramakijker

en richt hem op de overkant waar zij nu

een minuut haar vriendje hout ziet hakken.

.

Forceer het oog terug, maar nooit

staat wie dan ook daar in zo’n ronde lijst

zoiets begrijpelijks te doen.

.

Zelfs heel exact, twee kanten blouses

uit Beiroet, worden vaag

omdat de lucht trilt.

Of zijn de ogen zelf beslagen?

.

Het is de regen die voortdurend regent

in versleten films

en ruisend valt op oude schellak platen.

.

beemdgras_1e_druk_omslag_0

JH

 

A winter night

William Barnes

.

‘Country poems’, een bundeltje uit 1959 in de serie ‘Pocket poets’ samengesteld door Geoffrey Grigson is een klein mooi bundeltje met een doorsnee van alle beroemde Engelse dichters uit de voorgaande eeuwen. Zo staan William Shakespeare, Alfred Tennyson en William Wordsworth er in met elk drie gedichten maar ook minder bekende namen als Walter De la Mare, Walter Savage Landor en John Clare.

Maar er staan ook een paar gedichten in die niet terug zijn te voeren naar een dichter. Het gedicht dat ik gekozen heb is van de dichter William Barnes (1801 – 1886). Niet zo’n heel bekende naam maar ook hij is vertegenwoordigd met drie gedichten in deze bundel.

William Barnes was een dominee, dichter en filoloog (Een filoloog bestudeert de taal- en letterkunde van volkeren door middel van beschikbare geschriften in samenhang met de cultuurgeschiedenis van een volk). Barnes studeerde naast Duits, Frans, Grieks en Latijn ook Italiaans en Perzisch. Hij publiceerde maar drie dichtbundels waarvan ‘Poems of rural life in a Dorset dialect’ zijn debuut was waarmee hij zijn naam als dichter vestigde. Zijn gedichten zijn vaak geschreven in het dialect van zijn geboortestreek en ze schetsen het leven op het Zuid-Engelse platteland.

Zijn gedichten kenmerken zich door een zachtheid en gevoelige tederheid, een diep inzicht in het nederige landleven en een bijzonder gevoel voor het lokale landschap.

.

A winter night

.

It was a chilly winter’s night;
And frost was glitt’ring on the ground,
And evening stars were twinkling bright;
And from the gloomy plain around
Came no sound,
But where, within the wood-girt tow’r,
The churchbell slowly struck the hour;

.
As if that all of human birth
Had risen to the final day,
And soaring from the wornout earth
Were called in hurry and dismay,
Far away;
And I alone of all mankind
Were left in loneliness behind.

.

WB

Grave_of_William_Barnes_-_Winterborne_Came

Zijn graf bij St. Peter’s Church in Winterborne Came

.

Met dank aan Wikipedia.

Bij die wilg, van god verlaten

W.H. Auden

.

Bij de kringloopwinkel kocht ik het kleine maar fijne bundeltje van uitgeverij Bert Bakker uit 1995 ‘Vertel me de waarheid over liefde’ met gedichten van W.H. Auden met vertalingen van Willem Wilmink. Op de achterflap van de bundel staat te lezen:

“De poëzie van W.H. Auden hoort tot de mooiste van de twintigste eeuw. In deze bundel zijn een tiental van zijn tijdloze, even schitterende als aangrijpende liefdesgedichten bijeengebracht.”

Uit deze bundel het gedicht ‘Underneath an abject willow’ in het Engels en in de vertaling van Wilmink.

.

Underneath an Abject Willow

.

Underneath an abject willow,
Lover, sulk no more:
Act from thought should quickly follow.
What is thinking for?
Your unique and moping station
Proves you cold;
Stand up and fold
Your map of desolation.
.
Bells that toll across the meadows
From the sombre spire
Toll for these unloving shadows
Love does not require.
All that lives may love; why longer
Bow to loss
With arms across?
Strike and you shall conquer.
.
Geese in flocks above you flying.
Their direction know,
Icy brooks beneath you flowing,
To their ocean go.
Dark and dull is your distraction:
Walk then, come,
No longer numb
Into your satisfaction.

.
.
Bij die wilg, van god verlaten
.
Bij die wilg, van God verlaten,
minnaar, waar jij mokt,
wat kan daar jouw peinzen baten,
waarin alles stokt?
Als dit oord van eenzaam treuren
niets vergoedt,
toon dan weer moed:
sta op. Laat iets gebeuren.
.
Klokgelui over de halmen
uit een kerkgebouw
hoont in zijn macaber galmen
minnaars in de rouw.
Lief heeft al wat leeft, mijn jongen,
zwelg dus niet
in je verdriet:
’t lijden kan bedwongen.
.
Ganzen die hier overkomen,
weten waar ze gaan,
beekjes hier beneden stromen
naar hun oceaan.
Duf en donker is jouw peinzen.
Leer de kunst
voor liefde’s gunst
niet meer terug te deinzen.
.
willow

Over Emily Dickinson

Spelen met zeepbellen

.

Willy de Boo ken ik al lang. Ze schreef stukken in de plaatselijke krant van Maassluis en teksten. Pas geleden verraste ze me met de mededeling dat er van haar een bundel zou worden gepubliceerd. In eigen beheer met gedichten, poëtische teksten en korte verhalen. Deze bundel ‘Spelen met zeepbellen’ is een kijkje in het leven en de denkwereld van de schrijfster. Naast de verhalen en poëzie staan er leuke illustraties en afbeeldingen in dit charmante boekje.

Van de gedichten is het gedicht ‘I dwell in possibility’ toch wel mijn favoriet. In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden is het geschreven in het Nederlands over het geboortehuis van Emily Dickinson (1830-1886), de Amerikaanse dichteres. Het boekje is verkrijgbaar bij de auteur en heeft als ISBN nummer 978-90-6824-056-6

.

I dwell in possibility

.

Wie poëzie verkiest

boven roem, is net als

Emily Dickinson en moet

naar Amherst reizen

om er te ruiken aan een sfeer

van eenvoud en gedichtjes schrijven

.

-dag in dag uit

over kleine zaken van formaat

dat is waar Dickinson

over praat, met groot besef van tijd

en zijn vergankelijkheid-

.

In dit geliefd familiehuis

schreef en schreef en schreef zij

ingekeerd, vol vlijt

toch stond er nooit te lezen

‘ik woon hier’

wel

‘ik woon in mogelijkheid’

.

Boo

Allerheiligen, bezeten woorden

Levenslang lezen

.

Enige tijd geleden kreeg ik de vraag of ik een toepasselijk gedicht had of wilde schrijven voor de bundel ‘Allerheiligen, bezeten woorden’ met als thema de vergankelijkheid, het mysterie en de kracht van het leven. Nogal vaag misschien maar als je de bundel leest ben je er snel achter dat het hier gaat om een combinatie Halloween, Edgar Allen Poe, Dracula, vampiers en griezelen. Eem echte bundel voor jeugd en jongeren dus.

Zelf sta ik er met het gedicht ‘Levenslang lezen’ waar ik Dracula laat leven op het lezen van boeken. Het gedicht kun je lezen op dit blog, kijk hiervoor bij 30 december 2014.

Daarom uit deze bundel een gedicht van een collega dichter Mattie Goedegebuur met de titel ‘Takkewijf’.

.

Takkewijf

.

mijn haren waaien

als een bos sprokkelhout

terwijl ik omzichtig

onzichtbaar voor

witte wieven

hen beloer

als zij uitgaan

uit versgestorvenen

en rondspieden

naar onbedachten

als vers aanstaand lijk

.

heimdall

Verzetsgedichten

Garmt Stuiveling

.

Ik kreeg de bundel ‘Bij Nederlands bevrijding’ van Garmt Stuiveling in handen met houtgravures van Jan Th. Giessen. Het betreft hier een uitgave van vlak na de oorlog met gedichten die in de jaren 1941 tot 1945 zijn geschreven. In drie hoofdstukken: Tijdens de bezetting, In memoriam en Bij Nederlands bevrijding.

De bundel is na de bevrijding gepubliceerd en uitgegeven door W.G. Breughel te ‘s-Graveland in een oplage van 4900 stuks. Hieronder het eerste gedicht uit de bundel getiteld ‘Vorstenverrader en verradersvorst’.

De hele bundel is on-line te lezen via het geheugen van Nederland op http://www.geheugenvannederland.nl/ en dan zoeken op Garmt Stuiveling.

.

Verzetsgedicht

2015-09-13 16.00.04

Nachten van Beiroet

Eriek Verpale

.

Eriek Verpale  (1952 – 2015) zijn werkelijke naam was Eric Verpaele was een Vlaams dichter,schrijver, toneelschrijver.  Hij werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de Joodse cultuur. Hij heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan (hij studeerde onder andere twee jaar Hebreeuws). Verpale ontving in 1992 de prestigeuze NCR literatuurprijs in België  voor ‘Alles in het klein’ uit 1990.

Uit ‘Nachten van Beiroet’ uit 1994 het gedicht ‘Something Rotten’.

.

Something Rotten

.

Er is iets niet in orde met het geluid
dat uit de stenen komt.
Iets vreemds en onverwachts en onverwachts horen wij daarin:
de stap van de vertwijfelde wandelaar
of eindeloze regen op verandaruiten.
Er is iets onbekends aan de hand, denken wij,
een meer verfijnde weemoed als bij zieke kinderen.
Heel zeker zullen wij het toch nooit weten.

.

 

.

verpale

Kopland in het laboratorium

Experimenten met taal (en dichters)

.

Op de website van de Radboud Universiteit kwam ik een bijzonder lezenswaardig artikel tegen over een experiment bij het Max Planckinstituut voor psycholinguïstiek over de taal van dichters.

De onderzoekers Mauth, Baayen en Schreuder hebben niet echt een hypothese: de experimenten hebben vooral een verkennend karakter. Ze zijn bij hun ontwerp van de tests uitgegaan van de houding die dichters tot de taal aannemen. Baayen: “Ze lezen, herlezen, voelen en proeven de woorden. Ze laten associaties in zich wakker worden.”

In dit artikel wordt Rutger Kopland gevolgd bij het afnemen van de tests en daarna. De theorie van de onderzoekers stelt dat de lexical connectivity bij dichters groter is. Het lexicon in het brein lijkt nog het meest op internet, met allemaal hyperlinks die alsmaar verder kunnen worden uitgebouwd. Geoefende taalgebruikers zouden meer verbindingen maken, aldus de theorie.

Maar Kopland heeft zijn twijfels over de gemaakte aannames bij de eerste test. Een uitspraak over dé dichter, dé poëzie kunnen de proeven niet doen. De bestaande dichtstijlen lopen te veel uiteen. Aan de test deden 15 dichters mee waaronder Tsead Bruinja en Piet Gerbrandy.

Van het tweede experiment heeft hij hogere verwachtingen. Hierin moeten de dichters in korte tijd bepalen of woordcombinaties ook in betekenis overeen komen. De schoonheid van poëzie schuilt immers vooral in onverwachte betekenisvalkuilen. De dichter speelt met afgesproken betekenisregels, overtreedt ze. Met open ogen en niet in een roes. Dat maakt dichten leuk. Maar daartoe moet een dichter de taal door en door kennen. Zich zeer doordacht afvragen wat een woord betekent. Zich verwonderen dat het woord een betekenis heeft. Dat is Koplands materiaal.

Interessante materie voor wie zich met dichten en dichters bezig houdt. Kopland citeert aan het eind van het interview met hem de beginregels van het gedicht ‘Boomgaard’ uit ‘Een man in de tuin’ uit 2004.

.

Boomgaard

.

Woorden weten van zichzelf niet waarvoor ze

gemaakt zijn — en zo is het met alles in de wereld

niets weet waarvoor het er is

en ook wij weten het niet

.

Ik kijk door het raam de boomgaard in en zie hoe

woorden voor vogels, bomen, gras, voor wat er is daar

daar niets betekenen en ook de boomgaard zelf

heeft geen betekenis

.

In mijn hoofd zoekt iemand naar woorden voor

iets dat nog geen gevoel is en nog geen gedachte

.

en langzaam begin ik te voelen en te denken

dat ook de boomgaard daarnaar zoekt — dat wij

hetzelfde zoeken, de boomgaard en ik

.

een man

RU

Het hele artikel lees je hier: http://www.ru.nl/@688775/pagina/