Site-archief

Desertie

Eriek Verpale

.

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale (pseudoniem van Eric Verpaele) werd vooral bekend als schrijver van de roman ‘Alles in het klein’ (1990), dat in 1992 in de zeer prestigieuze NCR-prijs kreeg. Toch heeft Verpale (1952-2015) in zijn leven vele gedichten, een theaterstuk en dagboeknotities nagelaten. In 2015 verscheen op de website van Deus Ex Machina, tijdschrift dat nieuwe literatuur uit binnen- en buitenland met bijzondere aandacht voor jonge en/of debuterende auteurs & vertalers publiceert, een mooi in memoriam bij zijn overlijden.

In dit stuk lees ik dat Eriek Verpale werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de joodse cultuur. Verpale heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan. Hij was redacteur van Koebel, medewerker aan diverse literaire tijdschriften en aan het Belgisch-Israëlitisch Weekblad. Hij debuteerde met neoromantische ‘Polder- en andere gedichten’ (1975) en won met ‘Op de trappen van Algiers’ (1980) de literaire prijs van de Stad Gent. In 1994 verscheen de gedichtenverzameling ‘Nachten van Beiroet‘.

In 2016 deelde ik op dit blog al eens een prachtig liefdesgedicht van Verpale getiteld ‘Co. 7’. Ditmaal heb ik gekozen voor het gedicht ‘Desertie’ uit het Deus Ex Machina nummer Melancholie, een oud zeer,  van december 2006, wat je, ondanks de titel, ook kan lezen als een liefdesgedicht.

.

Desertie

.

Vlucht niet. Nog niet.
Ik moet je nog slaan
mijn veel te grote handen kapot
aan jouw smalste verdriet.
Vlucht niet, dit is een bevel,
blijf staan of ik schiet
vol plattegronden.
Want ik zal je zoeken.
Ik kom met honden,
ik onderzoek alle hoeken,
keer dozen vol oude klasfoto’s om,
dring binnen in archieven,
lees je brieven. Voddenrapers
bezorgen mij morgen al je kleren.
Je moet mij nog alles leren:
de taal der dieren, want kijk,
kijk naar de vogels in de lucht,
hoe zelfs zÌj altijd terugkeren,
‘s nachts. Elders te koud.
Dus vlucht niet, maar bewaar mij.
Wat is een gevangene zonder cipier?
Ik wil nog niet vrij. Laat daarom
de deur op een kier.

.

Co. 7

Liefdesgedicht van Eriek Verpale

.

Omdat het alweer even geleden is vandaag een liefdesgedicht. Uit de bundel ‘Op de trappen van Algiers’ uit 1980 van de Vlaamse dichter Eriek Verpale (1952 – 2015) het gedicht ‘Co. 7’.

.

Co. 7

.

Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –

zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:

niets daarvan wil ik bewaren, laat staan

in een verouderd vers als dit verdoken

tot het mijne maken.

.

Maar het dunne stof, geschud

uit diepe mantelzakken, oud

speelgoed dat eens op je kamer stond,

of de beduimelde bril

– ik bewonder de dikke glazen –

.

alleen dàt wil ik van je sparen.

.

Wat een ander niet krijgen wil

zal ik van je hebben:

.

het hoogste bod zal de wereld

niet eens verbazen.

.

love

Nachten van Beiroet

Eriek Verpale

.

Eriek Verpale  (1952 – 2015) zijn werkelijke naam was Eric Verpaele was een Vlaams dichter,schrijver, toneelschrijver.  Hij werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de Joodse cultuur. Hij heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan (hij studeerde onder andere twee jaar Hebreeuws). Verpale ontving in 1992 de prestigeuze NCR literatuurprijs in België  voor ‘Alles in het klein’ uit 1990.

Uit ‘Nachten van Beiroet’ uit 1994 het gedicht ‘Something Rotten’.

.

Something Rotten

.

Er is iets niet in orde met het geluid
dat uit de stenen komt.
Iets vreemds en onverwachts en onverwachts horen wij daarin:
de stap van de vertwijfelde wandelaar
of eindeloze regen op verandaruiten.
Er is iets onbekends aan de hand, denken wij,
een meer verfijnde weemoed als bij zieke kinderen.
Heel zeker zullen wij het toch nooit weten.

.

 

.

verpale