Categorie archief: Dichtbundels
Buiten beeld
K. Schippers
.
Het geschenk bij de nationale Gedichtendag was het bundeltje Buiten beeld van K. Schippers. Dit leuke kleine bundeltje bevat 10 gedichten waarvan er een paar een bijzondere typografie hebben. Dit door de CPNB uitgegeven bundeltje bevat ook het volgende gedicht.
.
Zwart
.
Zie van deze letters,
die u hier leest,
heel even alleen maar
.
het zwart of elke
betekenis is weggeglipt.
.
Staketsels en rondingen,
meer niet.
.
Bekijk ze
als een vijfjarig kind
dat nog nooit
iets heeft gelezen.
.
Bomen
B. Zwaal
.
ik was de linde toegedaan maar eerde ook de beuk
en in min was ik met de eiken en ’t overspel
bracht mij naar de wilgen waar ik mij beknotte
toen zij hun kronen streken
maar in nam mij
de waardin
die achter ’t knotveer dranken dreef
zo gul van slok en in haar schenken onbedaarlijk
klonk zij als golfslag van een kribbende rivier
en ’t sloeg het bijlen van de bomen
.
Uit: Een drifter, Querido, 2004
.
Uit mijn boekenkast
Biotopia
.
In mijn boekenkast staat (nog) de bundel Biotopia van Jaap Montagne, stadsdichter te Leiden. Gekocht van de dichter tijdens een poëziepodium van Ongehoord! begin deze maand.
In deze bundel neemt Jaap Montagne de lezer mee naar het Leiden van zijn jeugd, de volkswijk waar hij opgroeide maar ook naar het Leiden dat wij, niet Leidenaars, kennen zoals het Leiden van Rembrandt en de 3 oktober feesten.
De fraaie omslag van de bundel is gemaakt door kunstschilder Hans de Bruijn, de vroegere buurjongen van Jaap in de Surinamestraat. De bundel is uitgegeven in 2013 bij uitgeverij De Muze.
.
Plein der eeuwige leegte
.
Op het plein der eeuwige leegte
echoot stiekem verwaaide muziek
pist een hond tegen een kale boom
waait knisperend afval over de klinkers.
.
De maan geeft er geen licht
de zon trekt er zijn gordijnen dicht
vergeten in een duistere hoek
brengt geen mens een bezoek
aan het plein der eeuwige leegte.
.
Geen hopsasa of tralala
geen salsa en geen tango
geen polonaise, geen hoempapa
geen wals, geen rock & roll.
.
Op het plein der eeuwige leegte
is het koud, hoor je de wind nooit zingen
een dichter vindt er zijn verdriet
een zwerver zijn armoede
een clown een droef gezicht
over het plein der eeuwige leegte
schrijft niemand een gedicht.
.
Rusteloze nacht
Klassiek Chinees landschapsgedicht
.
Naar aanleiding van mijn blogbericht over de Chinese muur met klassieke gedichten kreeg ik via Facebook van Jacqueline Gruloos de vraag of ik ook een Chinees klassiek gedicht in vertaling kon plaatsen. Maar natuurlijk kan dat.
Silvia Marijnissen heeft in 2012 in haar bundel ‘Berg en water’ een groot aantal klassieke Chinese gedichten rechtstreeks vanuit het Chinees in het Nederlands vertaald. In het boek staan gedichten van de 4de eeuw tot en met de Song-dynastie, tot 1279 na Christus.
Van een van haar favoriete dichters Du Fu (764) het gedicht ‘Rusteloze nacht’.
.
Rusteloze nacht
,
Bamboekoelte dringt de slaapkamer in, het maanlicht vult de hoeken in de tuin. De zware dauw verandert in straaltjes, schaarse sterren verschijnen, verdwijnen.
In het donker licht een vuurvliegje op, aan het water roepen vogels elkaar. Om tienduizend dingen wordt gestreden – vergeefs verdriet, de nacht verstrijkt helder.
.
Het boek ‘Berg en water’ is te koop via http://www.zaiton.nl voor 45 euro.
Debutanten
Volkskrant
.
In de Volkskrant van dinsdag staat een aardig stuk over 5 debutanten onder de titel Dichtgroeien. Deze 5 debutanten zijn Hannah van Wieringen, Pieter de Bruijn Kops, Jeroen van Rooij, Daniël Vis en Laura van der Haar. De laatste twee finalist en winnaar van het NK Poetry Slam, de eerste een toneel/prozaschrijfster, nummer twee redacteur en nummer drie prozaschrijver. Van elk van de dichters een gedicht en een kort interview met vragen als: waarom schrijf je gedichten?, welk woord zou je nooit gebruiken? en wanneer ben je ermee begonnen?
Alle vijf debuteren met een dichtbundel en na lezing van het (bijna) 3 pagina’s tellende stuk gaat mijn voorkeur uit naar Daniël Vis. Hij debuteert bij Prometheus met de bundel ‘Crowdsurfen op laag water’ (komt uit in april 2014).
Voor degene die niet wil wachten tot april heeft Daniël ook een website: http://danielvis.wordpress.com/
Van deze website het volgende gedicht: daten op de uitlaatplek
.
daten op de uitlaatplek
I
we nemen de roltrap
naar de lingerie-afdeling.
ze is op zoek naar een broekje,
blauw,
voor bij die en die bh.
we kennen elkaars ondergoed.
ik laat m’n ogen gaan
over maten die ze niet heeft,
het hangt vol met wat je mist.
ik wis de laatste tijd weer
regelmatig mijn browsegeschiedenis.
II
ze vertelt over de hond
die ze vroeger hadden, thuis.
dat ze na jaren kon zien
aan z’n blik
wanneer hij moest schijten,
het was zielig hem dan niet uit te laten.
een huisdier is handig vindt ze,
om omgang te trainen.
en binding.
ik groef een kuil voor de konijnen
die bij m’n ouders in de garage
stil verhongerden.
ze waren niet van mij.
ik was onschuldig.
een supersoaker vol bleek
en de kat van de buren.
III
het broekje dat ze zoekt
is niet te vinden.
is het de juiste maat
dan is het de kleur niet,
de juiste kleur
en niet de maat.
en ja. het moet blauw.
soms ben je elke kilo die je weegt.
de prijskaartjes liegen er niet om.
.
Uit een oud dorp
Uit mijn boekenkast
.
In mijn boekenkast staan naast de vele dichtbundels die de meesten van ons wel zullen (her)kennen ook een aantal uiterst obscure bundeltjes. Zo ook het bundeltje ‘Uit een oud dorp’ van A. Roland Holst. Onder de naam Kort en goed en onder redactie van Kees Fens en Rob Nieuwenhuis werd bij uitgeverij Em. Querido in 1976 dit curieuze bundeltje uitgegeven. Curieus door zijn vorm; een slap kartonnen kaft in blauwe kleur waarin leven en werk in 7 bladzijden worden geschetst (twee pagina’s aan het begin en twee pagina’s aan het eind van het bundeltje inclusief voor- en achterkaft). Wat dit bundeltje voor mij extra interessant maakt is dat in de verhandeling over A. Roland Holst de naam van Prof. dr. H. C. Rümke valt. Hier wordt prof. Rümke opgevoerd als de auteur van het ‘beroem geworden boekje’ Levenstijdperken van de man, ik ken prof. Rümke van een gedicht dat ik aan hem wijdde naar aanleiding van een uitspraak van hem, die ik las in het Dolhuis in Haarlem (museum van de psychiatrie). (zie hiervoor mijn blogberichten uit 2010 en 2011, zoek onder Rümke).
.
In dit bundeltje een kleine bloemlezing van gedichten van A. Roland Holst en hieruit gekozen het gedicht ‘De vagebond’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1971.
.
De vagebond
.
Zij wikken en wegen
hun geld en hun god,
en kanten zich tegen
mijn vluchtiger lot,
omdat ik mijn handen
en ogen leeg
door hunne landen
omdroeg, en zweeg
in hun geschillen,
en ging als blind
om der eenzame wille
van sterren en wind.
.
Simon Vestdijk
Gedicht
.
Uit ‘Nagelaten gedichten’ (1986) en met dank aan Arie Boomsma, het gedicht ‘De zondaar’ van Simon Vestdijk (1898-1971).
.
De zondaar
.
Hij speelde met de schuwe lichaamsdelen,
Die voor de voortplanting zijn ingesteld,
Eén of twee keer, – een onaanzienlijk streelen:
Reeds werd er bij zijn vader aangebeld.
.
Toen heeft men hem twee uren lang gekweld –
Leeraar en vader – met de droevige vele
Voorbeelden van een straffend godsgeweld:
Tering en blindheid en and’re nadeelen. –
.
Men vond hem echter in die sloot nog gaaf.
De klas rouwde, de leeraar schudde braaf
Het hoofd, en heeft ons vragen afgeweerd. –
.
Waarom hebben wij niet, wij laffe honden,
Hem die als wraakengel was uitgezonden
Met zwarte inktpotscherven gecastreerd?
.
Met dank aan Letterkundigmuseum.nl
Narcissus in demon
k.n.l. grazell
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel Narcissus in demon, uitgeverij de Windroos, 1958, van k.n.l. grazell (1928). En nee, je leest het goed, zijn naam wordt met kleine letters geschreven op en in de bundel. Ik had nog nooit van hem gehoord maar was zeer onder de indruk van zijn loopbaan op Wikipedia
Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire avonden bij vriendin Claartje Eisenloeffel, medeoprichter NiKa avonden (samen met vriend Nico Knapper), juridisch adviseur, officier (Horeca), maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywriter/creatief verantwoordelijke in (inter)nationale reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video.Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.
In deze bundel veel proza gedichten maar ook het volgende gedicht.
.
handpalm
.
ze was negentien jaar oud
eleonore toen prometheus
het nathat ikanaie in haar schoot
ontbranden deed there’s none
like thee among the dancers
none with swift feet
.
en zij werd een bruiloftsfakkel
die de meisjes droegen van tarishni
vòòr hun winterslaap – o tree
at the river – in de galerij
der onvergankelijken
.
Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis
Dichteressen uit Vlaanderen en Nederland
.
Uit de bundel Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis, de bundel met de beste poëzie van 40 dichteressen uit Nederland en Vlaanderen van uitgeverij Passage uit 2000, een gedicht van Vera Beerten. Vera Beerten (1957) publiceerde in diverse tijdschriften zoals ‘Diogenes’ en ‘Deus ex Machina‘. Beerten verleende haar medewerking aan verscheidene poëziemanifestaties waaronder ‘De Nachten van de Poëzie’ in Antwerpen, waar zij woont.
.
Finestrat
.
We lagen in een bed van middagzon
Uit elk verband
Uit elke geschiedenis verbannen.
.
Vogels vliegen op uit ons verstand
De huid die om ons heen zat, loste.
We vloeiden uit en over in elkaar
Werden zee, zwommen zonder handen.
.
En op het voor ons uitverkoren strand
Stonden engelen op wacht
Met toeters, wimpels en bellen.
.
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.















