Categorie archief: Dichtbundels
Verboden voor kettingzagen
Jan de Bas
.
Pas geleden droeg ik voor in Rotterdam en op het zelfde podium stond toen Jan de Bas. Van hem heb ik twee bundels en uit de bundel Verboden voor kettingzagen (uitgeverij Merweboek / Hogeschool Ichtus) het volgende gedicht.
.
Zonder ogen
.
Haar stok is een oog
en rolt over straat.
.
Haar oor is een oog,
het loopt met haar mee
en fluistert haar in
dat wat ze niet ziet
.
Silhouet
Piet-Hein Houben
.
Gistermiddag voor een grijpstuiver de bundel Silhouet (1984) van Piet-Hein Houben gekocht.
Opvallend in deze bundel is de afwisseling van sonnetten (vaste vorm) met speelse gedichten zonder vaste vorm. Twee voorbeelden.
.
Zee
.
Zij sluiert open en zij sluiert dicht
en half doorschijnend laat zij zich ervaren
op golven die zich voor de wind vergaren
in de beweging van het evenwicht.
.
De zee is rondom op de ronding licht
en zij kan strelen zonder evenaren;
haar aan te voelen is als verder varen
in stroom op stroom en op het vergezicht.
.
Wie zij ontvangt, ontneemt zij elk gewicht
met sprankelende, sprekende gebaren;
zij kan een wereld in haar schoot bewaren
op sluiers open en op sluiers dicht.
.
Even
.
Waar het stelen
geven
is,
kus met kus
verweven
is,
is het leven
even
alles wat het
is.
.
Meisjes tegen de jongens
Merlijn Huntjens
.
Tijdens het Ongehoord! podium van afgelopen zondag kocht ik het bundeltje ‘Ja, blokfluit’ van Merlijn Huntjens. Dit kleine maar bijzonder aardige bundeltje met 10 tracks en 1 bonustrack is zeer de moeite waard van het lezen en aankopen.
In een soms merkwaardige stijl neemt Merlijn je mee in zijn gedachtenwereld.
Hieronder een mooi voorbeeld.
.
Meisjes tegen de jongens (Track#7)
.
Slijp je zwaarden en kijk goed om de hoek,
het is ongelofelijk maar een feit is geboren
.
Heden ten dage ontstaat het ultieme duel: de
meisjes tegen de jongens
.
Maanden gestreden en weken geknokt.
Bloed ontbrak maar kwijl was overal.
.
Het was de meisjes tegen de jongens.
Geen kant won, maar geluidshinder was alom.
.
.
Laatste zinnen Blade Runner
Rutger Hauer
.
Vandaag was ik in Amsterdam waar tijdens de Biebplaza, Gene Tan (directeur bibliotheek Singapore) zijn liefde voor de film deelde met het publeik. Volgens hem was een van de mooiste scenes uit een film ooit de laatste (sterf)scene uit Blade Runner.
de laatste zinnen hebben een hoog poëtisch karakter en de allerlaatste woorden zijn het motto (één van de twee motto’s) van mijn eerste dichtbundel die ik samen met Ruben Philipsen maakte ‘Zichtbaar alleen’.
I’ve seen things you people wouldn’t believe. Attack ships on fire off the shoulder of Orion. I watched c-beams glitter in the dark near the Tannhäuser Gate. All those moments will be lost in time, like tears in rain. Time to die.
.
.
Jong geleerd
Doe maar, dicht maar 2003
.
Ik kreeg het bundeltje Doe maar, dicht maar kado van Inge. Hierin gedichten van jongeren die meededen aan de gedichtenwedstrijd met deze naam. Uit dit bundeltje uit 2003 een gedicht.
.
We leggen ons neer,
in een wit bed van wolken
terwijl de zon,
gouden randjes
aan onze lichamen maakt.
zó zacht en zó puur
een zevende hemel,
terwijl onschuld wegstroomt
in de regen.
een zomerse bui,
een herfststorm, zo wild.
.
Door Antoinette Kroes
.
Regelafbreking
Jannah Loontjens
.
Vanmorgen las ik in het boekenkatern van de Volkskrant een recensie van Dat ben jij toch van dichter Jannah Loontjens. De recensent Erik Menkveld haalt hierbij een paar regels aan “Ik. Hier in bed, naast mijn / geliefde, zijn slapend gezicht vlakbij” en schrijft daar dan tussen haakjes achter ‘Let op de prachtige regelafbreking’.
Nu weet ik hoe belangrijk regelafbrekingen kunnen zijn in de poëzie, door het laten vallen van een korte stilte kun je de woorden voorafgaand en volgend op de stilte extra lading meegeven. Het komt voor dat, wanneer ik een gedicht voordraag, ik merk dat ik andere stiltes laat vallen dan dat ik zelf in de tekst heb aangebracht. Als iemand anders de tekst van datzelfde gedicht zou lezen zou dat kunnen leiden tot een ander begrip van het gedicht.
Hoe belangrijk regelafbrekingen zijn bleek vorig jaar bij de beoordeling van gedichten voor de Nationale Turing Gedichtenwedstrijd. Een groot aantal gedichten was ter beoordeling aangeboden aan de (voor) jury waarbij de regelafbrekingen verdwenen waren. het was alsof er in sommige gevallen geen poëzie was ingezonden maar een kort stuk proza. Deze gedichten waren dan ook onverminderd niet door naar een volgende ronde.
Terug naar Jannah Loontjens. Toen ik de regels uit haar gedicht las in de recensie moest ik een paar keer lezen voor ik begreep waarom de recensent deze regelafbreking zo “prachtig” vond. Laat maar eens een wat langere stilte vallen na ‘mijn’ en spreek dan geliefde extra sterk uit. De combinatie met ‘zijn slapend gezicht vlakbij’ geeft deze regels dan ineens iets extra’s.
Soms moet je poëzie herlezen of hardop lezen om de schoonheid ervan te begrijpen.
.
Nieuwe griffels schone leien
Van Gorter tot Lucebert, van Gezelle tot Hugo Claus
.
Op 7 maart schreef ik over een Ooievaar pocket met de titel ‘Met andere woorden’ met daarin jonge dichters uit Noord en Zuid uit 1960. In dat stuk schreef ik al over een andere bundel die ik ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw uit een stapel tweedehands boeken heb gevist, met de titel ‘Nieuwe griffels schone leien’.
Deze bundel (uit 1957) bevat een bloemlezing uit de poëzie der avant garde samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Op zich al heel aardig om zo’n oud boekje met gedichten uit de jaren vijftig te hebben. Dit boekje is echter extra bijzonder, omdat degene van wie dit bundeltje ooit is geweest het grootste deel van de dichters gevraagd heeft deze bundel te signeren. In totaal 29 handtekeningen sieren de eerste twee pagina’s (van de 56 dichters in de bundel). Handtekeningen van o.a. Remco Campert, Anna Blaman, Ellen Warmond, Cees Nooteboom en Ed Hoornik maken dit voor mij een special bezit. Dat iemand de tijd en moeite heeft genomen om al die handtekeningen te verzamelen, dan moet je wel een groot liefhebber geweest zijn.
Uit deze bundel een gedicht van H. Marsman (1899 – 1940)
.
Virgo
.
Morgenmeren.
uw omgrenzing ordent.
bergen klimmen in het tinnen licht
.
en uw stille, virginale lippen
kuischen aan de sidderende beken
zoete smetten van het groene duister
.
en uw oog wordt licht.
.
maar de nacht stort ruglings in de nacht
.
en uw mond is in zichzelf besloten
en uw bloed is door uw bloed omringd
.
Liederen van de zelfkant
Willem van Iependaal (1891 – 1970)
.
Vandaag vond ik een bundeltje van Willem van Iependaal uit 1975, in een winkel met tweedehands goederen. Vooral de kaft trok me meteen aan. Na lezing van enkele gedichten en de achterflap kocht ik het. Het betreft hier de eerste poëziebundel van de Rotterdamse schrijver en dichter Willem van Iependaal. De tekst op de achterflap luidt:
Als iemand in Nederland recht voor zijn raap heeft gedicht, dan is het Willem van Iependaal wel. Hij bezong in de jaren dertig met geestelijke werkelijkheidszin en vaak zeer bewogen de crisis met haar werkeloosheid, armoede en misdaad-uit-nood en getuigde ook lang erna in liedvorm van zijn kritiek op maatschappelijke misstanden.
In zijn gedichten maakt Willen Iependaal veel gebruik van (Rotterdamse) straattaal uit het begin van de 20ste eeuw. Hier een mooi voorbeeld.
.
Jou, Joekel, Nabij
.
Zeg, joekel, jij schrokt en jij schranst zonder schroom
De piepers en prak uit een krant aan de boom
Fortuin was je gunstig, zoals haar betaamt
Ze liet je de schurft en onthield je de schaamt
.
‘k Heb honger, een dakloze ben ik als jij,
Een smetzieke zwerver, jou, straathond, nabij
Die prak aan mijn voet… Zal ik grijpen? Nee stop!
De mens zoekt het hoger: de mens hangt zich op…
.
Joekel=hond, prak=kliekje
.
Met andere woorden
1960
.
Ik ben gek op oude poëziebundeltjes. Zo heb ik bijvoorbeeld een dichtbundel uit eind jaren vijftig met veel vijftigers dichters inclusief alle handtekeningen van de dichters. Iemand heeft de moeite genomen om die te verzamelen en ik kwam het boekje tegen in een stapel tweedehands boekjes. Zo ook de bundel ‘Met andere woorden’. Een Ooievaar pocket (nummer 119) uit 1960 (eerste druk 10.000 exemplaren) met daarin jonge dichters uit noord en zuid. Vijftien jonge dichters waarvan sommige helemaal doorgebroken zijn en nog steeds actief en bekend en sommige waarvan ik in ieder geval, nog nooit gehoord had. De dichters in het boekje:
Gust Gils, Mea Strand, Armando, Ellen Warmond, Hugues C. Pernath, Ed. O Roletto, Paul Snoek, Fen Skalp, Susanne Lecointre, Cees Nooteboom, Willy Roggeman, Cornelis Bastiaan Vaandrager, Georges van Vrekhem, Hans Sleutelaar en Mischa de Vreede.
.
Hieronder een gedicht uit deze bundel, van een dichter die ik niet kende Hugues C. Pernath
.
Uit Meidood – 1955
.
Het is een leven van verschillende straten liefste
met zoveel warm woestijngeloof aan iedere wand,
het is de latere kelk van je erewonde
de ademtijd en volgende ogenwandeling.
Nu alles slaapt, het kleven terugkeert tot de moeder
onzeker onderaards klooster, vandaag geworden
*
Overmorgen, verlaten herinnering, zal iemand mij
beminde woorden vertellen, achter de angst
en de avond misschien tamelijk tot me spreken.
Van witte as zal iemand uit de regen leven,
de waarheid, die vergeefse nacht ombrengen.
.














