Categorie archief: Favoriete dichters
La Poésie
Tahar Ben Jelloun
.
Tahar Ben Jelloun is een Marokkaanse romanschrijver, dichter en essayist.Tahar Ben Jelloun was filosofiedocent. Sinds 1971 woont en werkt hij in Frankrijk, waar hij een studie Psychologie oppakte en in 1975 een doctoraat behaald in sociale psychiatrie, waar hij ook zijn werk van maakte.
Ben Jelloun schrijft in het Frans, hoewel het Arabisch zijn moedertaal is. Hij schreef voor diverse tijdschriften en kranten, waaronder Le Monde. Zijn roman ‘Gewijde Nacht’ (een vervolg op ‘L’Enfant de sable’) won de Prix Concourt in 1987. In 2004 ontving hij de International IMPAC Dublin Literary Award voor ‘Een verblindende afwezigheid van Licht‘.
In 2008 schreef Tahar Ben Jelloun het volgende bij onderstaande afbeelding:
La poésie n’est pas ou n’est plus dans les mots ; elle est dans l’acte d’entrer dans le tourbillon de ce qu’on ne maîtrise pas. Passion et poésie fusionnent de la montée vers les cimes à la chute dans les entrailles de la terre.
Une prière à ajouter au registre de l’espérance : Mon Dieu ! Donnez-nous une passion ! Qu’elle vienne de l’étrange ou de l’inconnu, qu’elle soit forte et belle, qu’elle fabrique du bonheur et de la folie, mais qu’elle soit là sur notre chemin, tant que nous avons l’énergie de défier les impossibles, d’imaginer le rêve et d’en être jusqu’à la fin.
Of in het kort in het Nederlands (vrij geïnterpreteerde vertaling):
Poëzie is niet meer alleen woorden ; het is een handeling die we aangaan in een draaikolk die we niet kunnen controleren. Passie en poëzie samenvoegen tijdens de klim naar de toppen, of het afdalen in de ingewanden van de aarde.
Een gebed om toe te voegen aan het register van de hoop : God ! Geef ons een passie! Het komt van het vreemde of het onbekende, het is sterk en mooi, het produceert geluk en waanzin, maar het is er op onze manier, zoals we de energie hebben om het onmogelijke van een droom te bedenken en er bij te zijn tot het einde .
.
Uit 1 stuk
J. Bernlef
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Hoe wit kijkt een eskimo’ van J. Bernlef uit 1970. Uit deze bundel het gedicht ‘Uit 1 stuk’.
.
Uit 1 stuk
.
nadat hij de bank
had getimmerd
van ruw ongeverfd
hout
werkte hij de zwarte schroeven
weg met centen van hout
.
op één knie
zijn hoofd schuin
omhoog en
het gebaar van zijn hand:
.
Neeltje Maria Min
Twee zusjes
.
Lezend in de bundel ‘De gedichten’ van Neeltje Maria Min kwam ik een gedicht tegen over twee zusjes. Nu heb ik twee zusjes als dochters en ik zag meteen voor me wat Neeltje Maria Min bedoelde. Daarom dit gedicht ‘Twee zusjes zitten voor het raam’.
.
Twee zusjes zitten voor het raam.
Eén leest. De ander luistert.
Haar handje schuifelt door het haar.
Er is nog even samenhang
maar dan ontgaat haar het verhaal.
De duim blijft steken tussen mond en kin.
De oudste leidt met zachte dwang
haar zusje weer het sprookje in.
.
Serge van Duijnhoven
Een echtelijke slaapkamer
.
Serge van Duijnhoven (1970) is schrijver, dichter en historicus (dat laatste wist ik niet). Hij is de oprichter van het tijdschrift MillenniuM en de Stichting Kunstgroep Lage Landen. Daarnaast is hij frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet. Ik ken Serge vooral van het laatste, zo besprak ik zijn laatste werk (bundel en CD) ‘Vuurproef ‘ in februari van vorig jaar. Wat schetste mijn verbazing toen ik een gedicht van zijn hand tegen kwam in de onvolprezen bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ met de nieuwsgierigmakende titel ‘Een echtelijke slaapkamer’.
.
Een echtelijke slaapkamer
.
Hij spoelde aan. Een vis
met rottende ingewanden
Soms deed hij hele dagen
niets dan zich ontlasten
of pogingen daartoe
.
de bloedkorstjes in het toilet
liet hij door zijn vrouw
verwijderen. Hij zag haar
gebukt op de toiletvloer
Hij wilde haar gebukt in bed
.
De kuit moet zwemmen
tot haar maag. Zij spartelde
happend naar adem. Na afloop
zonk hij neer tot hij
verbaasd de bodem raakte
.
Op een avond trof zijn vrouw
hem kruipend in de keuken
Zij sleepte hem naar boven
in de kamer waar zijn cellen
konden zwellen. Hij kreunde
.
richtte zich nog een keer
op, kwijlde op zijn knokkels
en doorboorde haar met een
gestrekte arm vol tot aan
zijn oksel. Zo werden zij
.
gevonden – man en vrouw
hun lichamen verwrongen
als wrakken die, onder
toeziend oog van de zoon
door een arts werden gedemonteerd
.
Tijd voor E.E. Cummings
Anyone lived in a pretty how town
.
Gewoon omdat ik er zin in heb vandaag een gedicht van een van mijn literaire helden E.E. Cummings. En dan ook nog een gedicht met een mooie vertaling van Lepus. Het gedicht ‘Anyone lived in a pretty how town’ (uit ‘100 selected poems’, 1940)of zoals het in vertaling heet ‘Iemand woonde in een nette doorsnee stad’ aangevuld met een mooi audiofragment van het gedicht voorgedragen door de dichter zelf.
.
Anyone lived in a pretty how town
anyone lived in a pretty how town
(with up so floating many bells down)
spring summer autumn winter
he sang his didn’t he danced his did
.
Women and men(both little and small)
cared for anyone not at all
they sowed their isn’t they reaped their same
sun moon stars rain
children guessed(but only a few
and down they forgot as up they grew
autumn winter spring summer)
that noone loved him more by more
.
when by now and tree by leaf
she laughed his joy she cried his grief
bird by snow and stir by still
anyone’s any was all to her
.
someones married their everyones
laughed their cryings and did their dance
(sleep wake hope and then)they
said their nevers they slept their dream
.
stars rain sun moon
(and only the snow can begin to explain
how children are apt to forget to remember
with up so floating many bells down)
.
one day anyone died i guess
(and noone stooped to kiss his face)
busy folk buried them side
by side little by little and was
.
by was all by all and deep by deep
and more by more they dream their sleep
noone and anyone earth by april
wish by spirit and if by yes.
.
Women and men(both dong and ding)
summer autumn winter spring
reaped their sowing and went their came
sun moon stars rain
.
.
Iemand woonde in een nette doorsnee stad
iemand woonde in een nette doorsneestad
(met hoog van de toren veel loos geblaas)
lente zomer herfst winter
hij zong zijn gedaas en danste zich dwaas
.
Vrouwen en mannen(beide klein en slank)
gaven om iemand maar stank voor dank
ze zaaiden hun leegte hun oogst viel tegen
zon maan sterren regen
.
kinderen raadden(maar slechts een paar
en het besef dat vervloog almaar
herfst winter lente zomer)
want hun liefde voor hem gaat over
.
ooit naast nu en boom naast blad
zij lachte zijn vreugd zij weende zijn smart
vogels bij sneeuw en rust bij misbaar
iemands zomaar was alles voor haar
.
sommigen trouwden met de eerste de beste
lachten tranen en dansten ten langen leste
(slaap waak hoop en dan)zij
zeiden niemendal en versliepen hun droom
.
sterren regen zon maan
(en alleen de sneeuw kan wellicht weten
hoe kinderen soms dingen vergeten
met geraas en gedaas en veel geblaas)
.
op een dag ging iemand zomaar dood
(en niemand die hem een afscheidskus bood)
werklui begroeven hen zij aan zij
nietig naast nietig en voorbij naast voorbij
.
al bij al en diep na diep
en meer na meer verdromen zij hun slaap
niemand en iemand aarde met april
wens naast geest en als naast ik wil
.
Vrouwen en mannen(hun yin en yang)
zomer herfst winter lente
oogstten wat zij zaaiden en kwamen zich tegen
zon maan sterren regen
.
Kruistocht in spijkerbroek
Frans Vogel
.
De Rotterdamse dichter Frans Vogel is 80 jaar en wordt in een uitgebreid artikel in de Volkskrant van gisteren besproken en aan het woord gelaten. Frans is columnist, copywriter en dichter. Rien Vroegindeweij noemde hem ooit ‘de Charles Bukowski van de Rotterdamse underground’. Hier een typerend gedicht uit zijn, in 2005 gepubliceerde, bundel ‘Gelukkig maar, laatstverzamelde werk’.
.
(Met dank aan Thea Beckman)
Grootvaders gedichten
Alpay Ulku
Alpay Ulku is een in Turkije geboren dichter, die opgroeide in Canada, zijn middelbare school doorliep in Engeland en daarna woonde en woont in de Verenigde Staten. Daar ontving hij onder andere zijn Master of Fine Arts titel van de Iowa Writers’ Workshop en een fellowship van de Helen Wurlitzer Foundation en de Fine Arts Work Center in Provincetown, Massachusetts .
Zijn werk werd in vele literaire magazines gepubliceerd. Alpay woont samen met de schrijfster Anne-Marie Gallagher in Chicago. Meer over hem is te vinden op zijn website http://www.alpayulku.com/homepage.htm
Grandfather’s poems
only a few copies left, passed from hand to hand.
fireflies in a field. it is summer:
long days of sleep. back and forth across the years.
long days of waiting under the earth.
of two of your predictions: the end of the nation-states comes true.
look up, look up at me.
those who wished in secret for mourning as great as yours to transform them,
never mourned anyone.
.
Alpay Ulku
First published in the Antioch Review
I am of Ireland
William Butler Yeats
.
Al vaker schreef ik over William Butler Yeats, één van mijn favoriete (Ierse) dichters. Ik bekeek wat foto’s van mijn Ierland reis en kwam de foto van het graf van Yeats tegen. Uiteraard haalde ik een bundel van deze beroemde dichter uit mijn kast. Geïnspireerd schreef ik deze post. Het gedicht van Yeats gaat ook over Ierland en heeft als titel ‘I am of Ireland’. De foto’s heb ik genomen.
.
I am of Ireland
‘I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
‘Come out of charity,
Come dance with me in Ireland.’
One man, one man alone
In that outlandish gear,
One solitary man
Of all that rambled there
Had turned his stately head.
That is a long way off,
And time runs on,’ he said,
‘And the night grows rough.’
‘I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
‘Come out of charity
And dance with me in Ireland.’
‘The fiddlers are all thumbs,
Or the fiddle-string accursed,
The drums and the kettledrums
And the trumpets all are burst,
And the trombone,’ cried he,
‘The trumpet and trombone,’
And cocked a malicious eye,
‘But time runs on, runs on.’
I am of Ireland,
And the Holy Land of Ireland,
And time runs on,’ cried she.
“Come out of charity
And dance with me in Ireland.’
De tong likt
Carlos Drummond de Andrade
.
Zonder het door te hebben lees ik de laatste tijd regelmatig gedichten die om de een of andere reden vaak een erotische ondertoon hebben. Ik las pas in ‘A joy forever’ de gedichten van Carlos Drummond de Andrade en toen vroeg ik mij af; heb ik niet al eerder over hem geschreven? Dat bleek inderdaad zo te zijn, blijkbaar bevallen zijn gedichten mij. Hier was het om het gedicht ‘De tong likt’ te doen. Uit de bundel ‘De liefde, natuurlijk’.
.
De tong likt
.
De tong likt langs de rode bloembladen
van de meervoudig open roos; de tong
bewerkt een zekere verscholen knop,
weeft vlugge variaties in licht ritme
.
En likt, likt lang, likt langzaam, languit likkend,
de likeurachtige behaarde grot,
bereikt, hoe meer hij likt, hoe meer hij kauwt,
de hemel van de hemel, goud op goud,
.
onder geschreeuw, geblaat, onder het brullen
van vertoornde leeuwen in het woud.
.


















