Categorie archief: Favoriete dichters

Spoken word

Henry Rollins

.

Henry Rollins (1961, Washington D.C.) kende ik vooral van zijn geniale single uit 1994 ‘Liar’ wat eigenlijk geen echte (muziek) single was maar meer een cross over van muziek en spoken word. Maar Henry Rollins is naast muzikant vooral ook acteur, schrijver, dichter en allround artiest.

Zijn gedichten verraden veel van zijn ‘afkomst’ (scheiding ouders, verwaarlozing, mishandeling, boosheid) maar lijken altijd eerlijk en oprecht en zijn vaak ook heel gevoelig. Henry Rollins beschrijft zichzelf als iemand die door keihard te werken en gewoon te doen in plaats van te denken veel dingen bereikt heeft. Ook hierin speelt zijn pijnlijke jeugd een rol. Dit alles is terug te vinden in zijn songteksten zoals in het nummer “Do It” en in zijn “spoken word” sessies en interviews. Ook zet hij zich vaak in voor in zijn ogen belangrijke of goede doelen. Ook zijn afkeer van wapens, die in de V.S. in ieder huishouden aanwezig mogen zijn, en zijn kwaadheid destijds over de oorlog in Irak en president Bush, en de gelijkheid van mensen, zijn onderwerpen waar Rollins zich voor inzet. In zijn ‘spoken word’ optredens gaat hij vaak fel tekeer en neemt hij allerlei bands, maar ook bevolkingsgroepen en religie’s op de hak. Echter laat hij ook duidelijk blijken dat geweld of haat tegen anderen onnodig is, onder het mom van “laat iedereen in zijn waarde en wees blij dat je leeft”. Hierbij refereert hij vaak naar zijn ‘beste vriend’ Joe Cole die vermoord werd, vlak voor zijn ogen.

hieronder een voordracht van Henry en een gedicht van zijn hand.

.

So what happens to you when your dreams have been destroyed?
When you have chased cornered and ripped them limb from limb?
When you walk away to a desert inside yourself
I fell into the vacuum of my room
The darkness tortured me
Sucked the air through the cracks in the floor
Time scars my thoughts
I have thought about calling or writing one of you
Trying to reach out and touch one of you
I never get to it
I can’t get out of myself
I couldn’t find the right words to show you where I am
It used to be terrifying
Talking myself out of shooting myself in the head
Now it’s just conversation
The night brings the silence and lies
With which keep myself alive
I hold myself in fragile arms
I’m not strong
I’m a rat holding on one handed to the screen of the drain

.

Rollins

henry-rollins

meer over Henry Rollins’ poëzie op de  website: http://www.angelfire.com/ut/inorbit/rollp.html

De muze op zee

Een bloemlezing

.

De inleiding van de bloemlezing ‘De muze op zee’ begint met de zin: Wij zijn een zeevarend volk. Het is dan ook niet vreemd dat er een bundel met ‘zeegedichten’ is samengesteld. Adriaan Morriën heeft deze bloemlezing met Nederlandse dichters met gedichten over de zee samengesteld ter gelegenheid van de Boekenweek 1951. Eigenlijk is het een Boekenweek uitgave voor jonge mensen, zoals op de titelpagina  staat te lezen. Uitgegeven door de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek, de voorganger van de huidige CPNB, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels.

Hij eindigt zijn inleiding net de woorden; ‘Moge deze bloemlezing niet alleen de vaderlandse liefde tot de zee, maar ook de, ik zou bijna zeggen, onvaderlandse liefde tot de poëzie aanwakkeren.’

Een mooi en nobel streven. Ik weet niet of dit destijds gelukt is maar deze bloemlezing staat vol prachtige poëzie van onbekende dichters tot de groten uit ons taalgebied als Slauerhoff, Vasalis, Greshoff en Marsman. Aangevuld met fijne illustraties in zwart/wit van de hand van Fons Montens.

Een keuze maken uit zoveel mooie gedichten is niet eenvoudig dus heb ik gekozen voor twee gedichten uit deze bloemlezing, een van Achterberg en een van J.B. Charles.

.

Marsman

.

Juli 1940

Misschien dat eens de parelvisschers van Bizet hem vinden,

zooals hij neerligt op den bodem van den Oceaan

met centenaren water boven zich. Hij ziet de booten gaan

van Duitschland, engeland, Amerika en Insulinde

binnen zijn oogen als het ware; tot het jongst gericht.

.

Dan zullen wij hem op de waterheuvelen zien staan,

zeggend tegen de hoogste sterren dood’s diepzeegedicht

.

G. Achterberg

.

Een suite van de zee

.

De groene zee is mijn vriendin,

ik rust bij haar en speel er in,

en voor mijn onbevreesde voeten, geplant

op de verste vaste rand,

dit brosse gele suikerzand van ’t strand,

spoelt zij ze aan, de lieflijke geschenken

waarvan de zilte geur aan haar doet denken,

aan haar en aan zoveel in haar besloten dingen:

het wier, een Spaanse fles en schelpen

waarin de meermin en de eeuwigheid

tweestemmig zingen.

.

J.B. Charles

.

Muze op zee

Fons Montens

 

Het muzikaalste gedicht

Uit Nederland en Vlaanderen

.

Uit de muzikale bundel ‘Het muzikaalste gedicht, uit Nederland en Vlaanderen’ een gedicht van Menno Wigman. Al eerder plaatste ik hier een gedicht van Menno maar omdat zijn stijl me bijzonder bevalt vandaag dus éen uit deze bijzonder aardige bundel.

het gedicht heet ‘Koopmuziek’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001.

.

Koopmuziek

.

De moedeloze geilheid van een V&D

op dinsdagmiddag, labyrint van geuren

en gezichten die er niet toe doen, zo vreemd

en leeg dat het je ogen geeft. Er speelt

van alles, het is niets, je hoort muziek

.

en weet niet meer wat erger is: die vieze

melodietjes met hun hese ik van jou

of jij die om een spookbeeld rouwt

en je in een goedkoop gezicht verdiept.

.

(Niet denken nu, niet denken aan die ene

die ’s nachts met haar benen in de lucht

de hemel van een ander openvouwt.)

.

Maar lopen, lopen en verbaasd voorover

vallen in de beste ogen van een ander ik.

.

wigm001_p01

zwartalskaviaar

Poëzie en social media

Michael La Ronn

.

Als dichter of schrijver kun je tegenwoordig eigenlijk niet om de social media heen. Vrijwel elke dichter  is wel ergens actief; op Twitter, op Facebook, op een blog of op een ander sociaal medium. Toch zijn er nog dichters die denken het zonder te kunnen. Misschien is dat zo maar persoonlijk denk ik dat je als dichter verder kan komen, als je je verdiept in hoe je social media voor je kan laten werken.

In een blogbericht van Michael La Ronn staan een aantal goede tips en suggesties waarom je juist wel gebruik zou moeten maken van de social media en hoe je dit het best kunt doen. Michael La Ronn is een schrijver van Fantasy waarin humor belangrijk is  en waarin bijvoorbeeld Teddyberen en groenten de helden zijn.

Daarnaast schrijft hij romans en poëzie. Daarnaast blogt hij over zijn werk als schrijver en dichter op http://www.michaellaronn.com/

Zijn blog over poëzie en het gebruik van social media is zeer de moeite waard en vind je op http://www.michaellaronn.com/socialmediaforpoets

In dit artikel een overzicht van (veel) gebruikte vormen van social media en wat je ermee kan, misvattingen over social media, social media etiquette en een strategie voor gebruik. Zeer leesbaar en bruikbaar voor elke dichter.

 

SUMMONED

What is this light that fills the suburban sky?

What is this glimmering green that makes Orion’s belt-holes

glitter rapid-fire? Why does it descend like ethereal fog,

skimming the shingles of houses,

turning windows into emerald microcosms?

You don’t know, but as it lowers over you,

little balls break off, dance the neighborhood,

sparkle locks open, and surprise everyone in their sleep.

You don’t know why, but it feels right

as little fingers of light lift you from the ground,

exalt you toward a slow swirl in the stars.

You gush in rapture and say finally, you’ve come

to the colony of eyes gathered around the operating table

where you have been placed.

.

La Ronn

indie

callback

De dichter is maar blinde

H.H. ter Balkt (1938 – 2015)

Op zondag 8 maart 2015 is de dichter  H.H. ter Balkt in zijn woonplaats Nijmegen overleden.  Ter Balkt ontving gedurende zijn dichtersleven veel belangrijkste literaire prijzen, waaronder in 2003 de P.C. Hooftprijs, de Jan Campert prijs in 1988, de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de Herman Gorterprijs in 1972. Hij leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan en had al langere tijd een broze gezondheid. Van hem het gedicht ‘China, juni’.

.

China, juni

De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt

In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw

Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan

De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt

.

Uit: ‘In de kalkbranderij van het absolute’ uit 1990.

.

kalkbranderij

H.H.

Een zwemmer is een ruiter

Paul Snoek

.

Paul Snoek (1933-1981) was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (Hij nam de naam van zijn moeder aan Paula Snoeck). Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België.  Hij debuteerde met de bundel ‘Archipel’ in 1954 en er verschenen in totaal 22 bundels van zijn hand. Tijdens zijn leven ontving hij onder andere de Jan Campertprijs (1971) en de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie (1969) voor ‘De zwarte muze’.

Paul Snoek wordt gerekend tot de vijfenvijftigers (als een reactie op de vijftigers). Zij organiseerden zich rond het tijdschrift Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat zich ook bezighield met het ethische. Zij zetten zich af tegen de ethische implicaties van de ‘Tijd en Mens’-generatie. Ze gingen op zoek naar meer esthetisch georiënteerde poëzie. Met andere woorden, het ethische was voor hen ondergeschikt aan het esthetische. Zij moesten niets meer weten van een direct engagement. Bij hun ging het om de schoonheid van de gedichten.

Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.

.

Uit de bundel ‘Hercules’ uit 1960 het gedicht ‘Een zwemmer is een ruiter’.

.

Een zwemmer is een ruiter

Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.

En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.

Ik moet bekennen dat ik gek ben van water.
Want in het water adem ik water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.

Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.

.

paul snoek

Hommage aan Paul Snoek van Jef Snauwaert (pasteltekening/schilderij op papier, 1983)

.

snoek_hercules

Met dank aan Wikipedia, DBNL.org en Poezie-leestafel.info

 

 

Louis Paul Boon

Verzamelde gedichten

.

Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.

Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.

Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).

Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.

.

Zo zal ik dan worden

.

zo zal ik dan worden

stilaan een zich oudvoelend man

een bloem een gedicht op de lippen

en verder wat knutselend nog

aan luchtvervuiling en zo

.

zo zal ik dan worden

een propere oude man

als ons hondje dat niets mocht

in huis doen en zo doof

was geworden als een pot en zo

.

zo zal ik dan worden

met wat schorre stem verhalen

aan mijn kleinzoon over vroeger

de revolutie die we toen wilden

de sovjetrepubliek vlaanderen en zo

.

zo zal ik dan worden

en vragen naar mijn bril

en zoeken naar mijn stok

om op te steunen en zo

.

Louis_Paul_Boon_(1967)_(cropped)

Boon

Boze wolven; een recensie

Evy van Eynde

.

Op 15 juli 2013 besprak ik op dit blog de bundel ‘Wanneer kom je buiten spelen’, een poëziebundel van Evy van Eynde. Nu is haar nieuwe boek ‘Boze wolven’ verschenen bij Boekenplan in Maastricht. Dit keer vele korte verhalen in 4 hoofdstukken en een hoofdstuk 5 met zes gedichten.

Op de achterflap staat te lezen dat in Boze wolven “kwetsbare personages zich in eenzaamheid en het onheilspellende van het alledaagse leven wentelen”. En “bevreemdende metaforen en beelden laten de lezer achter met een oncomfortabel gevoel”. Maar “toch zijn de verhalen niet zonder hoop”.  Genoeg om met veel interesse de bundel te gaan lezen.

Evy schrijft in een bijzondere stijl, veel korte zinnen, bijna surrealistische maar zeer poëtische taal en gebruik makend van prachtige metaforen, beelden en woorden. De invloed van het Vlaams raakt mij telkens weer, de woorden, zinswendingen en uitdrukkingen die ik soms wel, soms niet ken lees ik met veel plezier. Kiekenkot, de koer, vijzen, ineen stuikt, eens je gekozen hebt; ik smul ervan.

Wat me opvalt tijdens het lezen is dat ik soms het gevoel heb lange gedichten te lezen, prozaïsche poëzie of poëtisch proza. Dan weer licht en ijl, dan weer rauw en direct. Prachtige poëtische zinnen als “alvorens je hersenen een verhaal opdissen, heeft je lichaam de werkelijkheid al geproefd” en “Ik zal bebloed en bekrast aankomen in de hemel. Want die is voor mij weggelegd. Dat heb ik zo beslist.”

Mijn favoriete hoofdstuk is het vierde ‘De grote oorlog’ met de verhalen Pietje I, II en III. Over kippen die Pietjes heten en Mechelse Koekoeks. Triest, wrang maar zo mooi met mededogen geschreven.

Ook de 6 gedichten in hoofdstuk 5 ‘Nachtvlinders’bevallen me zeer. Ze sluiten aan bij de verhalen in die zin dat de taal en de beschrijvingen bijna automatisch voortvloeien uit de verhalen van daarvoor.

Persoonlijk hoop ik dat de volgende bundel de verhalen zal bevatten die Evy op haar website (https://evyvaneynde.wordpress.com/)  heeft geplaatst over Rosse Sandra, Kale Freddy en Mottig Jackske zoals ‘Een joekel van een vent’. De bundel die daarvan verschijnt zal ik wederom met groot plezier lezen en graag onder jullie aandacht brengen.

Omdat dit blog over poëzie gaat sluit ik af met een gedicht uit ‘Boze wolven’ over een van mijn favoriete vogels.

.

Nachtraaf

.

Hij trekt door het land

Splijt gestrand verdriet

dat onderhuids tiert

.

Klieft vleugels

uit de sterrenhemel

en verlaten grond

waar in de verte

.

Een huis langzaam kruipt

in de boom ernaast in de

tuin in het dorp  waar

de mensen mieren zijn.

.

boze wolven

koekoek

Tegen het krakende hek

Rutger Kopland

.

In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’.  Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.

.

Tegen het krakende hek

.

Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.

Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.

In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,

maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu

bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek

kraakte tegen de opdringende paarden.

.

Wie_wat_vindt_he_4f8569a7b9656

Kopland

Ken je mij

Huub Oosterhuis

Gisteravond keek ik naar een programma over Marco Borsato. In dat programma kwam een lied voor van Trijntje Oosterhuis. Nu ben ik geen fan van Trijntje Oosterhuis maar dit vond ik een mooi lied. Waarschijnlijk door de tekst van het lied, geschreven door haar vader Huub Oosterhuis.

De poëtische tekst van ‘Ken je mij’, bevat pareltjes van zinnen. Daarom hier de tekst van het  gedicht.

.

Ken je mij

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

 

huub_oosterhuis_400