Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken

Lichtgedicht

Ester Naomi Perquin en Geert Mul

.

In januari 2014 verscheen in de Noorderzon, wijkkrant van Rotterdam-Noord het bericht dat in december 2013, in het Muizengaatje (de onderdoorgang van het spoor bij station Rotterdam Noord, nabij de Bergweg) een lichtgedicht is geplaatst van dichter Ester Naomi Perquin (toen stadsdichter van Rotterdam) en kunstenaar Geert Mul. Het gedicht is geplaatst op het plafond en door de speelse belichting krijgt het steeds een andere dimensie.

De combinatie van tekst en gekleurd licht zorgt voor verschillende lagen en daagt de lezer uit om de tekst opnieuw te lezen, te interpreteren en te ontdekken.

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3591-NZ-NZO

 

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3609-NZO

Foto’s: Johannes Odé, redacteur van Noorderzon.

Flessenpostsieradengedichten

Wietske Welten

Wietske is een  glaskunstenares en sieradenontwerpster uit Den Bosch. Zij maakt onder andere flessenpost-kettingen

Deze kettingen bevatten Bossche gevelgedichten, dit zijn gedichten die overall in Den Bosch op diverse gevels te vinden zijn. Deze zogenaamde ‘meeneempoëzie’ is een initiatief van Stichting Poëzie op straat.

Wietske schrijft op haar website: “Ik heb voor mezelf ook een flessenpost-ketting gemaakt, ook met meeneempoëzie. ‘Mijn’ gedicht behoort echter niet tot de gevelgedichten maar is door een bewoner uit mijn straat zelf aangebracht op zijn raam.”

.

Jij bent zo mooi anders dan ik,
niet meer of minder maar
zo mooi anders,
Ik zou je nooit
anders dan anders willen

.

Wietske

sieraadgedicht1

sieraadgedicht2

Met dank aan: http://sieradenmaakjezelf.nl/

 

 

Zwaluwwand

Gedicht op een vreemde plek

.

De Nederlandse dichteres en schrijfster Heleen Bosma uit Deventer was in 2013 en 2014 Dichter bij Overijssel. Bosma heeft als provinciedichter voor de provincie Overijssel ten minste 6 gedichten per jaar geschreven.

Heleen Bosma studeerde Nederlandse letterkunde. Ze dicht al haar hele leven en is nu vijftien jaar fulltime dichteres. In augustus 2009 werd zij gekozen tot Deventer Dichter. In 2011 heeft zij deze erefunctie afgerond en  verscheen  de bundel ‘Oostenwind’. Ze treedt graag op en het is haar specialisme dichtregels letterlijk de ruimte te geven, in, op of rond gebouwen en als landart (in de natuur).
Daarnaast zet ze zich in voor het wijd verspreiden van de poëzie van andere nationale en internationale dichters en dichteressen. Poëzie is volgens Bosma niet ingewikkeld, poëzie is van iedereen waar ik het uiteraard helemaal mee eens ben.

Een mooi voorbeeld van de genoemde landart, of zoals ik hem gerangschikt heb onder gedichten op vreemde plekken, is het gedicht ‘Vederlicht’. Dit gedicht werd Geschreven ter gelegenheid van de afronding van de natuurinrichting Wetering Oost en West en de faunapassage bij Muggenbeet (Steenwijkerland) op 29 augustus 2014. Het is aangebracht op de zwaluwwand bij de vogelkijkhut, nadat de zwaluwen klaar waren met broeden.

.

Verderlicht

Vederlicht is onze ziel

Van dons en zijdezacht

Wij zijn een stipje in het zwerk

Een knipoog naar de zwaartekracht

.

zwaluwen

 

foto_zwaluwwand

Gewicht van verwerking

Meine Maipoto

.

Poëzie is niet altijd ‘een gedicht’ of een vorm die we kennen. Soms ligt poëzie verborgen in teksten die misschien niet bedoeld zijn als poëzie maar wel zo ervaren kunnen worden. Die gewaarwording heb ik bij een werk getiteld ‘The Weight’ van kunstenares Adeline de Monseignat.

Adeline de Monseignat is een kunstenaar die woont en werkt in Londen. Haar, op sculpturen en installaties gebaseerde, en in papier gevatte werken komen voort uit haar interesse in de  Uncanny ( een Freudiaans concept van alles wat bekend is maar een gevoel geeft van oncomfortabele bevreemding), het lichaam , het moederschap en het begrip van de oorsprong .

In 2013 maakt zij een kunstwerk met de titel ‘The Weight’.

Dit werk werd gemaakt in reactie op de getuigenis van de 16 jarige Zuid Afrikaanse Meine Maipoto uit het Rammulotsi Township, met de titel ‘Over mijn toekomst’. De Monseignat hierover: “Mij werden mondelinge en schriftelijke getuigenissen gestuurd van kinderen die de trauma’s die ze hebben opgelopen, beschrijven en ik voelde me bijzonder geraakt door het verhaal van de jonge Meine Maipoto. Deze, met de hand geschreven, getuigenis waarin ze beschrijft hoe ze, op achtjarige leeftijd, plots haar moeder verliest en wordt gescheiden van haar broer.  De belasting voor zo’n jonge ziel en het gewicht van haar woorden vervulde mij met een sterk verlangen om haar te helpen. De manier waarop ze haar tekst had ‘ gebouwd ‘, woord voor woord –  steen voor steen – als een solide basis voor haar toekomst, in combinatie met mijn wil om een ​​monument te bouwen om haar verhaal te eren , maakte dat ik een muur van stenen voor haar wilde bouwen. Elke baksteen is zorgvuldig verpakt in weefsel, voorzien van een woord of twee van haar handschrift ; met rood geschreven op wit , zoals de kleuren van de schoolkleren die ze droeg toen men haar het nieuws vertelde dat haar moeder was overleden, waardoor haar blote weerloze lichaam wordt blootgesteld . De verpakking is dus een poging om haar in staat te stellen een gevoel van bescherming op geven . Elke rij stenen is een zin van haar tekst. De muur is haar getuigenis.

.

mm

mm3

mm5

mm4

Zadelpijn

Bovenop de poëzie zitten

.

Op Facebook zag ik de nieuwste uiting van poëzie van Nanne Nauta van het Utrechts Dichtersgilde. Een zadelhoesje met een gedicht van Nanne.In de aanloop naar 2015, wanneer Utrecht als startstad van de Tour de France zal fungeren heel toepasselijk een zadelhoesje. Nu vind ik al langer dat poëzie op vreemde manieren tot de mens moet worden gebracht. Als mensen op bijzondere manieren in contact worden gebracht met poëzie en gedichten kan dit het gevoel of de interesse voor gedichten alleen maar aanwakkeren.

Zelf heb ik, in de bibliotheek waar ik werk, het zadelhoesje ook ontdekt. Minder poëtisch maar met een knipoog. Wie kent andere voorbeelden? Mail ze me en ik voeg ze toe.

.

Zadelhoesje

 

IMG_9078

Weeën

Lemn Sissay

.

Het bizarre verhaal van de schrijver/dichter Lemn Sissay begint in 1966 als zijn moeder uit Ethiopië in Bracknell in het Verenigd Koninkrijk arriveert en daar in 1967 naar een ziekenhuis in Lancashire wordt gestuurd waar ze haar zoon krijgt. Een sociaal werker, Norman Goldthorpe, biedt zijn moeder een manier om haar studies af te ronden door haar zoon onder te brengen bij (maar feitelijk te laten adopteren door) een Engelse familie. Hij hernoemt Sissay ‘Norman’ en tot zijn twaalfde woont hij bij dit Engelse gezin.

Dit strenge gelovige gezin herdoopt hem als Mark (naar de evangelist Marcus) en geven hem een nieuwe achternaam Greenwood. Als hij twaalf is plaatst dit gezin hem in een kindertehuis omdat ze dan inmiddels 3 kinderen van zich zelf hebben met de mededeling dat niemand van dit gezin ooit nog contact met hem zal opnemen.

Tussen zijn 12e en 17e woont hij in 4 kindertehuizen en als hij meerderjarig wordt krijgt hij zijn geboorte-akte onder ogen waarin staat dat zijn moeder  Yemarshet Sissay is en dat zijn naam Lemn Sissay is. Dan krijgt hij ook een brief van zijn moeder uit 1968 van zijn moeder aan Norman Goldthorpe waarin ze hem smeekt haar zoon terug te brengen. Ze schrijft: “How can I get Lemn back? I want him to be with his own people, his own colour. I don’t want him to face discrimination”

Lemn Sissay gaat op zoek naar zijn moeder en vindt haar op zijn 21ste. Op die leeftijd ook debuteert hij met zijn eerste dichtbundel ‘Tender Fingers in a Clenched Fist’. Vanaf zijn 24ste is hij full time schrijver en werkt hij onder andere mee aan Radio Plays bij de BBC, schrijft hij toneelstukken en poëzie.

Zijn werk is op verschillende plaatsen in de openbare ruimte te bewonderen en te lezen zoals onderstaande voorbeelden laten zien.

.

weeen

Lemn Sissay

weeen2

lemn

 

Met voeten getreden

Gedichten op vreemde plekken

.

Van mijn zeer oplettende vriendin en poëzieliefhebber Stefanie van Ruijven kreeg ik weer een mooi voorbeeld van een gedicht op een bijzondere plek in de openbare ruimte. Dit keer betreft het een gedicht in rood op de stoep van de Koetsveldstraat in Laakkwartier in Den Haag.

.

Rood

 

Rood Rood

Under the bridge

Brug gedicht

Donderdag 27 november werd het vierde stadsgedicht van Stijn Vranken (stadsdichter van Antwerpen) aan de onderkant van de Londenbrug bevestigd. ‘Een goed stadsgedicht’ is enkel te lezen als de brug openstaat. Dat nieuws bracht  Antwerpen Boekenstad gisteren naar buiten. Het gedicht van Vranken is aangebracht onder de brug (het gedeelte waar over gereden wordt) en is dus alleen zichtbaar en te lezen wanneer de brug openstaat.

Het deed mij meteen denken aan een gedicht dat ik in augustus 2013 schreef naar aanleiding van een discussie op Maassluis.nu waar ik een wekelijkse column heb. De discussie ging over kunst in de openbare ruimte en dan met name poëzie in de openbare ruimte. Iemand opperde dat de poëzie dan maar onder de brug geplaatst moest worden (als je hier in Maassluis van de Haven naar de Waterweg vaart kom je onder de Koe-Paard brug door) zodat de schippers en van kunnen genieten en , wanneer de brug omhoog staat, de mensen die bij de brug wachten tot dat hij weer is gezakt.

In Antwerpen is het idee inmiddels dus ook doorgedrongen. Zie hier het gedicht onder de brug en mijn gedicht ‘Onder de brug’.

.

Onder de brug 

.

Woorden ter inspiratie voor natgeregende fietsers

opdringerige brommerkoeriers, haastige passanten

stressende automobilisten en geduldige hengelaars

.

platgeslagen tekst, meestal onzichtbaar

alleen de schippers nemen flarden tot zich

in het voorbijgaan, in het half donker

.

pas wanneer er een pas op de plaats moet

worden gemaakt, openbaren zich de zinnen

de poëtische overdenkingen onder de brug

.

minutenlang mag de tekst haar lezers

plezieren en verwonderen, tot na het laatste

schip, waarna zij zich weer tijdenlang verbergt

.

bruggedicht

Stijn Vranken voor de brug met zijn gedicht.

Smog etend gedicht

Clean air poem

.

Gedichten vind je op de vreemdste plekken en in de meeste rare vormen en soms dienen ze ook nog eens een bijzonder doel. Zoals het gedicht in Sheffield van de Engelse dichter Simon Armitage.

Op een billboard aan de Universiteit van Sheffield in het noorden van Engeland is een 20 meter hoog gedicht bevestigd dat daadwerkelijk waarmaakt waarover het gaat; het maakt de lucht schoon. Het gedicht zal het equivalent  aan vervuiling van 20 auto’s per dag op vangen. Het materiaal in de poster is bedekt met deeltjes van titaandioxide, een bekend smog etend materiaal. Tony Ryan, de prorector voor de wetenschappen, zegt in een persbericht : “Als elke vlag, banner of advertentieposter in dit land gemaakt zou zijn van dit materiaal zouden we een veel betere lucht kwaliteit hebben”.

.

In Praise of Air 
I write in praise of air. I was six or five
when a conjurer opened my knotted fist
and I held in my palm the whole of the sky.
I’ve carried it with me ever since.

Let air be a major god, its being
and touch, its breast-milk always tilted
to the lips. Both dragonfly and Boeing
dangle in its see-through nothingness…

Among the jumbled bric-a-brac I keep
a padlocked treasure-chest of empty space,
and on days when thoughts are fuddled with smog
or civilization crosses the street

with a white handkerchief over its mouth
and cars blow kisses to our lips from theirs
I turn the key, throw back the lid, breathe deep.
My first word, everyone’s first word, was air.

 

smog1

smog2

Poëdieren

Poëzie, kunst en dieren

.

Op zoek naar poëzie in de openbare ruimte kwam ik een paar voorbeelden van kunst in combinatie met poëzie en dieren tegen.

Twee voorbeelden van muurpoëzie (Turijn en de Spanje) en een voorbeeld van bijzondere Caligrafie van een gedicht van de Perzische dichter en mysticus Hafez (1320-1390) in de vorm van vogels en een hert.

.

gedicht in de vorm van een hert van Hafez

 

gedicht op een bunker in Turijn

 

 

 

gedicht_op_een_muur_