Categorie archief: Nieuws
Nummer 14
Johan Cruijff
.
Gistermiddag werd bekend dat Johan Cruijff was overleden. De legendarische voetballer, trainer en taalkunstenaar. Volgens veel mensen (zoals ik) de meest totale en beste voetballer aller tijden. Toen Cruijff in 1997 vijftig jaar werd schreef Jan Kal een sonnet over hem. Dat een sonnet nu eenmaal precies 14 regels moet tellen geeft dit gedicht een extra dimensie.
.
Cruijff 50
.
Hun zeggen Johan Cruijff wordt vijftig jaar,
dus in principe is dat een gegeven,
want net als bij het voetbal heb het leven
dat dus de dingen volgen na mekaar.
.
Je ken in wezen honderd worden, maar
normaal gesproken word je nooit meer zeven.
Op die soort basis is dus veel geschreven,
want als je hier bent, ben je dus niet daar.
.
Je moet je ergens aan de regels houden,
in een sonnet en op het voetbalveld.
Dat is dus logisch, denk je bij je eigen.
.
Je wordt wel ouder, maar je blijft de oude.
Jij, Johan, bent nog lang niet uitgeteld,
maar ik moet nu na nummer veertien zwijgen.
.
Verkiezing eerste streekdichter van het Westland e.o.
Marijke van Geest
.
Enige tijd geleden werd ik gevraagd door Schrijvers tussen de kassen, om in de jury plaats te nemen van de verkiezing van de eerste streekdichter van het Westland. Samen met dichter Joz Knoop, collega bibliotheekdirecteur Renske van Kooij, Alphons de Wit (oud gemeenteraadslid en columnist) en Ties Elzenga (oud burgemeester van Naaldwijk) hebben wij begin van deze maand de inzendingen uitvoerig bestudeerd en besproken en van de 7 inzenders stap er één met kop en schouders bovenuit.
Gisteravond tijdens een zeer goed georganiseerde en feestelijke avond werd dan de eerste streekdichter van het Westland gekozen en dat werd Marijke van Geest. In het juryrapport schreef de jury:
Unaniem werd deze dichter gekozen door alle juryleden als de onbetwiste nummer 1. Zowel in muzikaliteit, zeggingskracht, actualiteit en het vermogen zaken poëtisch te verwoorden steekt deze dichter er boven uit. De jury was vooral zeer te spreken over het bijzonder fraaie gedicht ‘Besmette grond’ daarnaast sprak het gedicht over het Westland bij allen tot de verbeelding.
Uit alles wat deze dichter instuurde blijkt een groot poëtisch talent. Deze dichter zal een waardige eerste streekdichter zijn voor het Westland en omstreken. Nummer twee en drie werden Nico van de Wetering en Wim Duijvesteijn.
Een van de gedichten die Marijke van Geest had ingezonden wil ik graag met jullie delen. Het is het gedicht ‘Besmette grond’.
.
Besmette grond
.
Wat groeit nog op
met bloed besmette grond
wie legt het zwijgen op
wie snoert de mond
wie zijn de sprakelozen
.
aan welke wetsteen
wordt het zwaard geslepen
wie heft het op
wie heeft door haat gegrepen
de slachtoffers gekozen
.
welk vuur is heet genoeg
om wapens om te smeden
wie durft het aan
wie offert hoop op vrede
aan de hopelozen
.
met elke strijdbijl
kun je ook bomen hakken
wie bouwt een huis
wie maakt van verse takken
een thuis voor schuldelozen?
.
Optreden van Dwaalkat
Cultuurwethouder Marga de Goeij en Ties Elzenga de juryvoorzitter worden geïnterviewd.
Joz Knoop en oud stadsdichter van Leiden, Jaap Montagne worden geïnterviewd.
Marijke van Geest krijgt de prijs uitgereikt door wethouder Marga de Goeij
De nieuwe streekdichter van het Westland Marijke van Geest.
Marijke zal op het Ongehoord! podium op 14 februari voordragen(zie http://www.stichtingongehoord.com)
Oud en nieuw
Op de grens van 2015 en 2016
.
Op deze laatste dag van 2015 wil ik graag iedereen bedanken voor het lezen van mijn blog, de vele leuke en interessante reacties die ik telkens weer ontvang en voor de vele likes op mijn berichten. 2015 was een jaar waarin ik op het gebied van de poëzie weer vele mooie initiatieven heb mogen leren kennen en meemaken. Persoonlijk waren een aantal optredens in 2015 heel waardevol maar ook mijn bemoeienis met stichting Ongehoord! en iets meer op afstand met een nieuw initiatief als de Poëziebus geven me de zin en de energie om met volle kracht ook in 2016 over de vele gezichten van de poëzie te blijven schrijven.
In dit laatste bericht in 2015 uiteraard een gedicht. Ik heb gekozen voor een gedicht waaruit blijkt dat hoe oud iets ook kan zijn, voor sommigen of in een andere situatie kan iets weer helemaal nieuw zijn. Het betreft hier het gedicht ‘Het paar’ van Heinz Kahlau uit 1931 in een vertaling van Geert van Istendael en Koen Stassijns, verschenen in ‘Blanke man’ uit 2002.
.
Het paar
.
Zij lagen been aan been
sinds ze gestorven waren
.
tot men ze vond
.
Ze lagen zo
al zestigduizend jaren.
.
Toen loste men de hand die hem met haar verbond.
.
Gelukkig nieuwjaar!
Kobe Bryant
Dear Basketball
.
Kobe Bean Bryant (1978) is één van ’s werelds beste basketballers. Spelend bij de Los Angeles Lakers heeft hij een erelijst om U tegen te zeggen. Twee keer Olympisch kampioen, vijf keer NBA kampioen, twee keer NBA topscorer en een keer meest waardevolle speler van de NBA. Op 37 jarige leeftijd heeft Kobe Bryant in november van dit jaar aangekondigd te gaan stoppen met basketball. Teveel en te langdurige blessures hebben hem tot deze beslissing gebracht.
Onverwacht kondigde hij zijn afscheidsjaar aan met een gedicht in The Players Tribune. Omdat het maar zo zelden voorkomt dat sporters (en zeker sporters van dit kaliber) van zich laten horen middels poëzie, hierbij het gedicht dat hij schreef getiteld ‘Dear Basketball’.
.
Dear Basketball
.
From the moment
I started rolling my dad’s tube socks
And shooting imaginary
Game-winning shots
In the Great Western Forum
I knew one thing was real:
I fell in love with you.
A love so deep I gave you my all —
From my mind & body
To my spirit & soul.
As a six-year-old boy
Deeply in love with you
I never saw the end of the tunnel.
I only saw myself
Running out of one.
And so I ran.
I ran up and down every court
After every loose ball for you.
You asked for my hustle
I gave you my heart
Because it came with so much more.
I played through the sweat and hurt
Not because challenge called me
But because YOU called me.
I did everything for YOU
Because that’s what you do
When someone makes you feel as
Alive as you’ve made me feel.
You gave a six-year-old boy his Laker dream
And I’ll always love you for it.
But I can’t love you obsessively for much longer.
This season is all I have left to give.
My heart can take the pounding
My mind can handle the grind
But my body knows it’s time to say goodbye.
And that’s OK.
I’m ready to let you go.
I want you to know now
So we both can savor every moment we have left together.
The good and the bad.
We have given each other
All that we have.
And we both know, no matter what I do next
I’ll always be that kid
With the rolled up socks
Garbage can in the corner
:05 seconds on the clock
Ball in my hands.
5 … 4 … 3 … 2 … 1
love you always,
Kobe
.
Die achternacht
Joost Zwagerman (1963 – 2015)
.
Hoewel ik een aantal van de boeken van Joost Zwagerman heb gelezen, behoorde hij niet tot mijn favoriete schrijvers. ook zijn poëzie vond ik vaak wat gekunsteld. Helemaal niet erg natuurlijk, smaken verschillen. Nu hij maandag zo plotseling en onverwacht een einde aan zijn leven heeft gebracht voelde ik toch dat ik ook aan zijn poëzie aandacht moest besteden. Overal in het nieuws worden zijn romans en essays genoemd en het feit dat hij bij De Wereld Draait Door vaak over kunst sprak (iets waar ik trouwens wel altijd enthousiast van werd), maar vrijwel nergens lees ik uitgebreid terug dat hij ook poëzie schreef. Zwagerman behoorde in de jaren 80′ tot de ‘Maximalen’
De dichters die bij de “Maximalen’ behoorde zetten zich vooral af tegen de volgens hen ‘witte en stille’ gedichten die er door de talige dichters werd geschreven. In plaats van die minimale poëzie wilden zij ‘maximale’ – en ze noemden de bloemlezing waarin ze hun werk verzamelden dan ook ‘Maximaal’ (1988). Deze Maximalen rekenden af met poëzie die gebukt ging onder ‘het juk van het grote niets’, zoals Joost Zwagerman het noemde. Zoals alle nieuwe stromingen maakten zij dus een karikatuur van het werk van hun voorgangers. Dichters moesten zichzelf niet langer reduceren tot ‘lispelende garde van de porseleinkast’, maar moesten de ‘muze de straat opjagen’- poëzie moest realistisch zijn. Maar voor deze ‘Maximalen’ was het ook van belang hoe een gedicht was geschreven: behalve het leven speelde ook het talige een grote rol.
Om ook dat aspect van zijn schrijverschap aandacht te geven hier een gedicht uit 2004 waarin ik bij herlezing wel iets van de worsteling in zijn leven terug lees. Of om, zoals hij het zelf schreef’ de laatste zin uit dit gedicht aan te halen; “een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen”.
.
Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.
Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo’n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen
.
Uit: Roeshoofd hemelt
.
Met dank aan http://www.literatuurgeschiedenis.nl
Waarom doe ik dit?
Persoonlijk bericht
.
Op de blog van Bouke Vlierhuis, voorheen recensent (hij recenseerde o.a. mijn bundel ‘Zoals in maart de wind graven beroert’) en dichter, tegenwoordig contentmarketeer, las ik een heel aardig bericht waarin hij bij zichzelf te rade gaat over het hoe en waarom van het schrijven van Blogberichten. Wat er nu eigenlijk in zo’n bericht staat en of dat wel zo interessant is voor u, de lezer. Of zoals hij het stelt: ‘Als je passie voelt voor wat je doet, dan komt die vanzelf naar voren als je jezelf de ruimte geeft om eens vrijelijk na te denken over je vak en over andere dingen.’
Dit zette mij aan het denken en daarom vandaag iets meer over mij, dit blog en het hoe en waarom. Uiteraard afgesloten met een gedicht (ik kan het toch niet laten).
Vanaf jonge leeftijd schrijf ik gedichten. Ik herinner mij nog heel goed dat ik mijn eerste gedichtje schreef ( ergens op dit blog in de categorie Gedichten van voor 2008 te vinden) en toen heel enthousiast werd van het feit dat je een heel verhaal in een aantal zinnen kon vertellen door simpelweg je woorden goed te kiezen en je fantasie de ruimte te geven.
Vanaf dat moment heb ik altijd gedichten geschreven. Terug kijkend zijn deze gedichten vaak heel slecht en vooral de rijmdwang die ik mezelf toen onbewust oplegde droeg daar in grote mate aan bij. Maar door de jaren heen merkte ik ook dat mijn ‘stijl’ van dichten meer vorm kreeg en de gedichten beter.
Door een toeval kreeg ik de uitnodiging om gedichten te schrijven bij foto’s van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Deze foto’s en gedichten resulteerden uiteindelijk in de uitgave van mijn debuutbundel ‘Zichtbaar alleen’ bij uitgeverij De Brouwerij, eind 2007.
Even daarvoor, oktober 2007, ben ik begonnen met (de voorloper van) dit blog op web-log.nl
In eerste instantie om bekendheid te geven aan het feit dat van mij een bundel was uitgegeven. Toen dit echter een feit was realiseerde ik me dat hierover schrijven op een blog wel erg beperkt was. Door opnieuw een toeval kreeg ik een foto onder ogen van een gedicht op de muur van een wc en daarmee begon eigenlijk de uitbreiding van mijn blog. Ik begon met de categorie Gedichten op vreemde plekken.
Toen zag ik dat het schrijven over poëzie eigenlijk ook heel erg leuk was om te doen. Ik las steeds meer poëzie, begon steeds vaker voor te dragen, deed aan wedstrijden mee en er werden her en der gedichten van me gepubliceerd.
Nu, 8 jaar verder, kan ik me een leven zonder poëzie en het schrijven over poëzie niet meer voorstellen. Het heeft me veel gebracht. Er gaat geen dag voorbij of ik lees over dichters, poëzie of gedichten. Om me heen, in kranten, tijdschriften, tv en internet heb ik een open oog voor poëzie. Valt me iets op dan noteer ik dat om er later over te schrijven.
in de loop der jaren ben ik steeds meer te weten gekomen over poëzie, over stijlen, stromingen, dichters, organisaties en ga zo maar door. En die kennis delen is wat ik eigenlijk nog het leukste van allemaal vind. Dat en gedichten schrijven. Dat zal ik de rest van mijn leven blijven doen, want de gedachte die ik in mijn tienerjaren had over de kracht van een gedicht, is in al die jaren niet veranderd.
Mijn vaste lezers wil ik bedanken voor hun likes, hun commentaren, reacties en hun enthousiasme, inmiddels heb ik 300 volgers op dit blog. Ik schrijf rustig door. Heb je suggesties of vragen of zomaar een opmerking dan ben en blijf je van harte welkom.
Zoals gezegd een gedicht tot slot.
Uit mijn tweede bundel, die ik samen met Alja Spaan publiceerde, ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ het gedicht ‘Ik wil je’.
.
Ik wil je
.
Ik wil je hals verkennen
mijn lippen op je huid
de vroege lenteregen
zo dauwzacht in je haar
.
mijn verzen wil ik lispelen
in zacht rijmende woorden
golvend rond je borsten
egaal gevormd en rond
.
mijn handen wil ik vlijen
in een hart rondom je middel
voor altijd naadloos passend
als liefde in mijn hoofd
.
mijn tanden wil ik zetten
in je warme, kruidige spijzen
ik hap je af, plaag je met
mijn dorstlessende mond
,
jouw adem wil ik slikken
je lippen als ontbijt
me steeds intens verheugen
op al wat je belooft
.
De dichter is maar blinde
H.H. ter Balkt (1938 – 2015)
Op zondag 8 maart 2015 is de dichter H.H. ter Balkt in zijn woonplaats Nijmegen overleden. Ter Balkt ontving gedurende zijn dichtersleven veel belangrijkste literaire prijzen, waaronder in 2003 de P.C. Hooftprijs, de Jan Campert prijs in 1988, de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de Herman Gorterprijs in 1972. Hij leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan en had al langere tijd een broze gezondheid. Van hem het gedicht ‘China, juni’.
.
China, juni
De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt
In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw
Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan
De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt
.
Uit: ‘In de kalkbranderij van het absolute’ uit 1990.
.





















