Site-archief

Italiaanse dichter

Vincenzo Cardarelli (1887 – 1958)

.

Vandaag eens een ander geluid namelijk een Italiaans geluid. Italië heeft vele beroemde dichters voortgebracht maar van de hedendaagse dichtkunst is (mij) weinig bekend. Vincenzo Cardarelli was een schrijver, journalist en dichter die in zijn tijd grote bekendheid genoot. Voor ‘Il sole a pico’ ontving hij in 1929 de Baguttaprijs en voor Villa Tarantola uit 1948 kreeg hij de zeer prestigieuze Italiaanse literatuurprijs, de Premio Strega.

Het gedicht ‘Aan de dood’ is vertaald door Frans Denissen.

.

Aan de dood 

Sterven wel,
niet overvallen worden door de dood.
Sterven in de overtuiging
dat die reis de beste is.
En in die laatste stonde blij zijn
als wanneer je de minuten telt
op de stationsklok
en elke minuut duurt een eeuw.
Omdat de dood de trouwe bruid is
na de trouweloze minnares
willen we haar niet ontvangen als een indringster,
noch met haar vluchten.
Al te vaak vertrokken we
zonder vaarwel!
Op het punt in een oogwenk
de tijd te overschrijden,
als zelfs de herinnering
zich van ons losmaakt,
laat ons, Dood, dan de wereld afscheid nemen,
gun ons nog een moment
Laat de onmetelijke stap
niet overhaast zijn.
Bij de gedachte aan een onverwachte dood
stolt mijn bloed.
Dood, ruk me niet weg,
maar kondig je van verre aan
en neem me mee als een vriendin,
als mijn allerlaatste
gewoonte.

.

cardarelli_imm1

De Russen komen

Russische poëzie

.

De Russen komen eraan, tenminste als het aan mij ligt. Ik zal de komende tijd hier wat vaker aandacht besteden aan de Russische poëzie. Rusland heeft een groot aantal beroemde dichters voortgebracht. Ik zal hierbij vooral putten uit het lijvige werk van Willem G. Weststeijn en Peter Zeeman: De Spiegel van de Russische poëzie.(Meulenhoff, 2000).

Vandaag dus een eerste Russische dichter: Ivan Zjdanov. Ivan Zjdanov werd in 1948 geboren in de Altaj (Siberië), volgde een opleiding aan de pedagogische academie maar was lang werkzaam als fabrieksarbeider, toneelknecht, liftbediende etc. In zijn poëzie is Zjdanev beïnvloed door Mandelstam en Chlebnikov. Hij schrijft meditatieve-mystieke lyriek die te rangschikken valt onder het metarealisme of het metametaforisme. Twee van zijn boeken werden gepubliceerd in de Sovjettijd: Portret (1982) en Onveranderlijke lucht (1990).

.

Je staat alleen bij de ingang van dit bos,

waar ieder blad nakomeling is van verwachting,

en elke stap heel duidelijk, als laatste.

.

Geen ademtocht staat jou thans meer te wachten,

maar bij het ademen zoek je naar evenwicht –

zo halen grassen adem, wolken, jaren.

.

’t Gezicht van regen, dat behuild was op de dag

dat hij daar liep, is nu weer opgeklaard –

met zijn ogen kijk je naar de takken.

.

Je gaat de kubus in, gevormd door spiegels,

de ruimte-inhoud ritselt door een vogelnacht

en sneeuw van vorig jaar kietelt de lippen.

.

Als doodsgeluid, dat opklinkt uit het duister,

onzichtbaar nog, maar reeds bekend,

verbergt zich het gerucht, ver weg nog, in een stofje.

.

Denkt zo het hart niet over zijn kloppen na?

.

Zhdanov

Simon Carmiggelt

Gedicht

.

Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver,  die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.

Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.

Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen  onder het pseudoniem Karel Bralleput.

Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?

.

simon

carmiggelt

Gedichten op vreemde plekken

Deel 31: De postzegel

.

De Royal Mail  gaf deze postzegel in 2001 uit. Het gedicht “’The Ad-dressing of Cats’” is in zijn geheel op de postzegel afgedrukt. De dichter is T. S. Eliot (1888-1965) die in 1948 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg.

.

Postzegel