Site-archief
Jonge Held
Martijn van Beem
.
Afgelopen zondag keek ik naar de bijzonder mooie documentaire over het leven en de dood van Willem Ekkel, samen met broer Daan hoofdrolspelers uit de serie ‘Jonge Helden’ van de VPRO, uitgezonden in de jaren 1985 tot 1988. In deze documentaire kwam onder andere een naam van een mij onbekende dichter aan de orde Martijn van Beem.
Op zoek naar informatie of werk van deze, toen jonge, dichter vond ik eigenlijk niets behalve dat Martijn één van de presentatoren was van ‘Jonge Helden’ en nog iets. Een bijzonder grappig en inmiddels heerlijk gedateerd filmpje dat Martijn maakte met Devika Strooker in 1987 onder de noemer school TV als derde deel van de serie Dichters op school.
In dit filmpje gaat Martijn op bezoek bij deskundige Sjef Verbraaken die met behulp van een floppy disc met daarop een computer poëzieprogramma een gedicht schrijft. Je zou dit kunnen zien als een eerste vorm van ready made poëzie.
Het gedicht dat het programma uit losse zinnen maakt gaat als volgt:
.
Gevaarlijk zijn pas echt diegenen
kauwend op hun ongemak
die alles doen voor vrede
desnoods moordend
.
Maar kijk vooral dit heerlijke filmpje.
Die achternacht
Joost Zwagerman (1963 – 2015)
.
Hoewel ik een aantal van de boeken van Joost Zwagerman heb gelezen, behoorde hij niet tot mijn favoriete schrijvers. ook zijn poëzie vond ik vaak wat gekunsteld. Helemaal niet erg natuurlijk, smaken verschillen. Nu hij maandag zo plotseling en onverwacht een einde aan zijn leven heeft gebracht voelde ik toch dat ik ook aan zijn poëzie aandacht moest besteden. Overal in het nieuws worden zijn romans en essays genoemd en het feit dat hij bij De Wereld Draait Door vaak over kunst sprak (iets waar ik trouwens wel altijd enthousiast van werd), maar vrijwel nergens lees ik uitgebreid terug dat hij ook poëzie schreef. Zwagerman behoorde in de jaren 80′ tot de ‘Maximalen’
De dichters die bij de “Maximalen’ behoorde zetten zich vooral af tegen de volgens hen ‘witte en stille’ gedichten die er door de talige dichters werd geschreven. In plaats van die minimale poëzie wilden zij ‘maximale’ – en ze noemden de bloemlezing waarin ze hun werk verzamelden dan ook ‘Maximaal’ (1988). Deze Maximalen rekenden af met poëzie die gebukt ging onder ‘het juk van het grote niets’, zoals Joost Zwagerman het noemde. Zoals alle nieuwe stromingen maakten zij dus een karikatuur van het werk van hun voorgangers. Dichters moesten zichzelf niet langer reduceren tot ‘lispelende garde van de porseleinkast’, maar moesten de ‘muze de straat opjagen’- poëzie moest realistisch zijn. Maar voor deze ‘Maximalen’ was het ook van belang hoe een gedicht was geschreven: behalve het leven speelde ook het talige een grote rol.
Om ook dat aspect van zijn schrijverschap aandacht te geven hier een gedicht uit 2004 waarin ik bij herlezing wel iets van de worsteling in zijn leven terug lees. Of om, zoals hij het zelf schreef’ de laatste zin uit dit gedicht aan te halen; “een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen”.
.
Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.
Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo’n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen
.
Uit: Roeshoofd hemelt
.
Met dank aan http://www.literatuurgeschiedenis.nl
De Laatste dag
Shari Van Goethem
.
Na gister de storm in Oostende te hebben weerstaan en de afreis naar Antwerpen is het vandaag alweer de laatste dag en stopplaats van de Poëziebus. In Antwerpen in het Bouckenborghpark aan de Bredabaan 559 (Merksem) vindt de zinderende slotmanifestatie plaats van de Poëziebus. Nog een keer laten alle 50 Belgische en Nederlandse woordkunstenaars luid en duidelijk van zich horen, waaronder dit keer ook ik zelf. We worden daarbij vergezeld van de spectaculaire muzikale woordacts van ‘Meandertaler’ uit Tilburg en ‘Ten Adem’ uit Gent.
Wie daar ook voordraagt is Shari Van Goethem (1988). Ze studeerde filosofie en dat kan je aan haar poëzie horen. Met haar zorgvuldig gevlochten teksten boordevol tot de verbeelding sprekende beelden heeft deze Nielse dichteres al heel wat fans bijeengesprokkeld, ook bij bekende dichters. Zo koos Michaël Vandebril in 2013 haar Gedicht ‘haar handen‘ als tip van de dag op Azertyfactor, en deed Stijn Vranken dat in 2014 voor het gedicht ‘olifanten‘.
In de lente van 2015 trad ze op in het Antwerpse Sportpaleis tijdens het Rotspaleis, maar ze is ook regelmatig op kleinere podia te horen & te zien. Haar gedichten verschenen onder andere in de bundels van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd en in ‘Het Gezeefde Gedicht’.
.
Splash and dash
Wat is er aan de hand?
Opgewarmd schuif ik uit bed, een kleine stap,
een kramp als ik het potlood voor de spiegel
aanbreng, het lijntje in het midden van mijn oog
begin.
Ik worstel met mezelf, zoveel is duidelijk,
ik herdenk de tijd. Groot feest op gang, dat wel,
maar in mijn kamer ruikt het naar een mengsel
in de vorm van gel die op mijn voet terechtgekomen
is.
Ik voel dat iets aan mij ontsnapt. Gespierde taal
en teenwarmers, lichte vleugels, een korte pitstop
en een vlag. Hannibal trekt de Alpen over.
En misschien een knop
herstart.
.
Alles over de Poëziebus vind je op http://poeziebus.nl
Komt een clown bij de dokter
Tim Hofman
.
In april organiseerde de bibliotheek waar ik werk de Voorleesweek met o.a. A.L. Snijders, Hugo Borst en Dennis Storm. De laatste wees mij niet alleen op een bijzonder aardig boek (Oogklepdenken) maar is ook samensteller van het boek ‘Achievers’ uit 2013 in opdracht van Lebowski uitgevers.
In ‘Achievers heeft Dennis een aantal grote talenten bijeengebracht op het gebied van de letteren. Schrijvers en dichters maar ook stand up comedians en muzikanten. Een van de dichters is Tim Hofman (1988) die met 15 gedichten is opgenomen in de bundel.
Tim Hofman is bij het grote publiek bekend als (collega) presentator van Dennis Storm bij BNN maar hij schrijft ook columns, hij blogt en dicht dus ook.
Bijzondere poëzie, beetje rauw, humoristisch ook maar zeker de moeite waard. Uit ‘Achievers’ het gedicht ‘Komt een clown bij de dokter’.
.
Komt een clown bij de dokter
.
Een laatste
blik
in de
spiegel,
.
hij ziet
het mislukte
traantje naast zijn kijker,
ondanks het gepriegel.
.
Trots zet hij zijn
rode neusje op
zijn wit
geschminkt gelaat,
.
pakt zijn vouwballonnenset,
kijkt hoe het krullenpruikje
op zijn kale knikker staat.
.
De beste man
geeft
– God
wat doet
dat zeer-
zichzelf nog eens
een knipoog.
.
Voor de
allerlaatste keer.
‘Daar gaan we’,
zegt hij
fors
doch ietwat
ontdaan,
.
want na vanavond
zal deze cliniclown
nimmer meer
aan zijn eigen sterfbed staan.
.
Meer lezen van en over Tim Hofman kan op zijn blog http://www.debroervanroos.nl/
Hans van de Waarsenburg
Ach, de tijd
.
Op 15 juni, afgelopen maandag, overleed de dichter Hans van de Waarsenburg. Na Drs. P. de tweede dichter van naam in korte tijd. Hans van de Waarsenburg was dichter, literatuurcriticus, schrijver van kinderboeken, radiomaker en heel actief binnen de Nederlandse letteren. Zo was hij van 1988 tot 1994 kroonlid van de Raad voor de kunst, afdeling Letteren en van 1995 tot 2000 voorzitter van het P.E.N. – Centrum voor Nederland. In 1997 werd hij voorzitter van The Maastricht International Poetry Nights, een tweejaarlijkse, internationale poëziemanifestatie die in 2014 voor de zesde keer werd georganiseerd.
In 1973 ontving van de Waarsenburg de Jan Campert-prijs voor poëzie voor zijn bundel ‘De vergrijzing’.
Uit ‘Tussen nat mos en een begrafenis’ uit 1973 het gedicht ‘Ik zie haar nog wel eens…’
.
Ik zie haar nog wel eens…
.
Ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij
een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren
de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril
dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan
haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd
één koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in ’43 , afscheid
hebben genomen.
.


Met jou, na een film
Oud gedicht
.
Ik heb in mijn kast een paar notitieboekjes waarin ik vroeger mijn gedichten schreef. Netjes in blokletters, zodat ik ze nu kan kan teruglezen ( mijn handschrift was destijds niet altijd even leesbaar).
Uit het laatste notitieboekje vandaag het een na laatste gedicht dat uit ca. 1988 / 1989 moet zijn met de titel ‘ Met jou, na een film’ . Heerlijk onduidelijk met zinnen waarvan ik me nu afvraag; Waarom? Maar ach, ook wel weer leuk om te delen.
.
Met jou, na een film
.
Natuurlijk
ik weet mij te redden
met pauzes
.
en een pauze
.
maar mijn verlangen
laat zich niet betalen,
niet onderbreken voor
koffie en ijs,
pinda’s en popcorn
toch is jouw intensiteit,
voor mij,
die van na de pauze
.
De dichter is maar blinde
H.H. ter Balkt (1938 – 2015)
Op zondag 8 maart 2015 is de dichter H.H. ter Balkt in zijn woonplaats Nijmegen overleden. Ter Balkt ontving gedurende zijn dichtersleven veel belangrijkste literaire prijzen, waaronder in 2003 de P.C. Hooftprijs, de Jan Campert prijs in 1988, de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de Herman Gorterprijs in 1972. Hij leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan en had al langere tijd een broze gezondheid. Van hem het gedicht ‘China, juni’.
.
China, juni
De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt
In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw
Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan
De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt
.
Uit: ‘In de kalkbranderij van het absolute’ uit 1990.
.
















