Site-archief

Die achternacht

Joost Zwagerman (1963 – 2015)

.

Hoewel ik een aantal van de boeken van Joost Zwagerman heb gelezen, behoorde hij niet tot mijn favoriete schrijvers. ook zijn poëzie vond ik vaak wat gekunsteld. Helemaal niet erg natuurlijk, smaken verschillen. Nu hij maandag zo plotseling en onverwacht een einde aan zijn leven heeft gebracht voelde ik toch dat ik ook aan zijn poëzie aandacht moest besteden. Overal in het nieuws worden zijn romans en essays genoemd en het feit dat hij bij De Wereld Draait Door vaak over kunst sprak (iets waar ik trouwens wel altijd enthousiast van werd), maar vrijwel nergens lees ik uitgebreid terug dat hij ook poëzie schreef. Zwagerman behoorde in de jaren 80′ tot de ‘Maximalen’

De dichters die bij de “Maximalen’ behoorde zetten zich vooral af tegen de volgens hen ‘witte en stille’ gedichten die er door de talige dichters werd geschreven. In plaats van die minimale poëzie wilden zij ‘maximale’ – en ze noemden de bloemlezing waarin ze hun werk verzamelden dan ook ‘Maximaal’ (1988). Deze Maximalen rekenden af met poëzie die gebukt ging onder ‘het juk van het grote niets’, zoals Joost Zwagerman het noemde. Zoals alle nieuwe stromingen maakten zij dus een karikatuur van het werk van hun voorgangers. Dichters moesten zichzelf niet langer reduceren tot ‘lispelende garde van de porseleinkast’, maar moesten de ‘muze de straat opjagen’- poëzie moest realistisch zijn. Maar voor deze ‘Maximalen’ was het ook van belang hoe een gedicht was geschreven: behalve het leven speelde ook het talige een grote rol.

Om ook dat aspect van zijn schrijverschap aandacht te geven hier een gedicht uit 2004 waarin ik bij herlezing wel iets van de worsteling in zijn leven terug lees. Of om, zoals hij het zelf schreef’ de laatste zin uit dit gedicht aan te halen; “een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen”.

.

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.

Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo’n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen

.

Uit: Roeshoofd hemelt

.

zwagerman

Met dank aan http://www.literatuurgeschiedenis.nl

De Laatste dag

Shari Van Goethem

.

Na gister de storm in Oostende te hebben weerstaan en de afreis naar Antwerpen is het vandaag alweer de laatste dag en stopplaats van de Poëziebus. In Antwerpen in het Bouckenborghpark aan de  Bredabaan 559 (Merksem) vindt de zinderende slotmanifestatie plaats van de Poëziebus. Nog een keer laten alle 50 Belgische en Nederlandse woordkunstenaars luid en duidelijk van zich horen, waaronder dit keer ook ik zelf. We worden daarbij vergezeld van de spectaculaire muzikale woordacts van ‘Meandertaler’ uit Tilburg en ‘Ten Adem’ uit Gent.

Wie daar ook voordraagt is Shari Van Goethem (1988). Ze studeerde filosofie en dat kan je aan haar poëzie horen. Met haar zorgvuldig gevlochten teksten boordevol tot de verbeelding sprekende beelden heeft deze Nielse dichteres al heel wat fans bijeengesprokkeld, ook bij bekende dichters. Zo koos Michaël Vandebril in 2013 haar Gedicht ‘haar handen‘ als tip van de dag op Azertyfactor, en deed Stijn Vranken dat in 2014 voor het gedicht ‘olifanten‘.
In de lente van 2015 trad ze op in het Antwerpse Sportpaleis tijdens het Rotspaleis, maar ze is ook regelmatig op kleinere podia te horen & te zien. Haar gedichten verschenen onder andere in de bundels van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd en in ‘Het Gezeefde Gedicht’.

.

                                      Splash and dash

 

Wat is er aan de hand?
Opgewarmd schuif ik uit bed, een kleine stap,
een kramp als ik het potlood voor de spiegel
aanbreng, het lijntje in het midden van mijn oog

begin.

Ik worstel met mezelf, zoveel is duidelijk,
ik herdenk de tijd. Groot feest op gang, dat wel,
maar in mijn kamer ruikt het naar een mengsel
in de vorm van gel die op mijn voet terechtgekomen

is.

Ik voel dat iets aan mij ontsnapt. Gespierde taal
en teenwarmers, lichte vleugels, een korte pitstop
en een vlag. Hannibal trekt de Alpen over.
En misschien een knop

herstart.

.

sharivangoethem

 

Program poeziebus Antwerpen

Poeziebus-logo

 

Alles over de Poëziebus vind je op http://poeziebus.nl

 

Komt een clown bij de dokter

Tim Hofman

.

In april organiseerde de bibliotheek waar ik werk de Voorleesweek met o.a. A.L. Snijders, Hugo Borst en Dennis Storm. De laatste wees mij niet alleen op een bijzonder aardig boek (Oogklepdenken) maar is ook samensteller van het boek ‘Achievers’ uit 2013 in opdracht van Lebowski uitgevers.

In ‘Achievers heeft Dennis een aantal grote talenten bijeengebracht op het gebied van de letteren. Schrijvers en dichters maar ook stand up comedians en muzikanten. Een van de dichters is Tim Hofman (1988) die met 15 gedichten is opgenomen in de bundel.

Tim Hofman is bij het grote publiek bekend als (collega) presentator van Dennis Storm bij BNN maar hij schrijft ook columns, hij blogt en dicht dus ook.

Bijzondere poëzie, beetje rauw, humoristisch ook maar zeker de moeite waard. Uit ‘Achievers’ het gedicht ‘Komt een clown bij de dokter’.

.

Komt een clown bij de dokter

.

Een laatste

blik

in de

spiegel,

.

hij ziet

het mislukte

traantje naast zijn kijker,

ondanks het gepriegel.

.

Trots zet hij zijn

rode neusje op

zijn wit

geschminkt gelaat,

.

pakt zijn vouwballonnenset,

kijkt hoe het krullenpruikje

op zijn kale knikker staat.

.

De beste man

geeft

– God

wat doet

dat zeer-

zichzelf nog eens

een knipoog.

.

Voor de

allerlaatste keer.

‘Daar gaan we’,

zegt hij

fors

doch ietwat

ontdaan,

.

want na vanavond

zal deze cliniclown

nimmer meer

aan zijn eigen sterfbed staan.

.

ACHIEVERS-Dennis-Storm

timhofman-thumb

Meer lezen van en over Tim Hofman kan op zijn blog http://www.debroervanroos.nl/

timmie

Hans van de Waarsenburg

Ach, de tijd

.

Op 15 juni, afgelopen maandag, overleed de dichter Hans van de Waarsenburg. Na Drs. P. de tweede dichter van naam in korte tijd. Hans van de Waarsenburg was dichter, literatuurcriticus, schrijver van kinderboeken, radiomaker en heel actief binnen de Nederlandse letteren. Zo was hij van 1988 tot  1994  kroonlid van de Raad voor de kunst, afdeling Letteren en van 1995 tot 2000 voorzitter van het P.E.N. – Centrum voor Nederland. In 1997 werd hij voorzitter van The Maastricht International Poetry Nights, een tweejaarlijkse, internationale poëziemanifestatie die in 2014 voor de zesde keer werd georganiseerd.

In 1973 ontving van de Waarsenburg de Jan Campert-prijs voor poëzie voor zijn bundel ‘De vergrijzing’.

Uit ‘Tussen nat mos en een begrafenis’ uit 1973 het gedicht ‘Ik zie haar nog wel eens…’

.

Ik zie haar nog wel eens…

.
Ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij

een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren

de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril

dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan

haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd

één koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in ’43 , afscheid
hebben genomen.

.

Met jou, na een film

Oud gedicht

.

Ik heb in mijn kast een paar notitieboekjes waarin ik vroeger mijn gedichten schreef. Netjes in blokletters, zodat ik ze nu kan kan teruglezen ( mijn handschrift was destijds niet altijd even leesbaar).

Uit het laatste notitieboekje vandaag het een na laatste gedicht dat uit ca. 1988 / 1989 moet zijn met de titel ‘ Met jou, na een film’ . Heerlijk onduidelijk met zinnen waarvan ik me nu afvraag; Waarom? Maar ach, ook wel weer leuk om te delen.

.

Met jou, na een film

.

Natuurlijk

ik weet mij te redden

met pauzes

.

en een pauze

.

maar mijn verlangen

laat zich niet betalen,

niet onderbreken voor

koffie en ijs,

pinda’s en popcorn

 

toch is jouw intensiteit,

voor mij,

die van na de pauze

.

film

 

 

De dichter is maar blinde

H.H. ter Balkt (1938 – 2015)

Op zondag 8 maart 2015 is de dichter  H.H. ter Balkt in zijn woonplaats Nijmegen overleden.  Ter Balkt ontving gedurende zijn dichtersleven veel belangrijkste literaire prijzen, waaronder in 2003 de P.C. Hooftprijs, de Jan Campert prijs in 1988, de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de Herman Gorterprijs in 1972. Hij leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan en had al langere tijd een broze gezondheid. Van hem het gedicht ‘China, juni’.

.

China, juni

De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt

In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw

Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan

De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt

.

Uit: ‘In de kalkbranderij van het absolute’ uit 1990.

.

kalkbranderij

H.H.

Tegen het krakende hek

Rutger Kopland

.

In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’.  Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.

.

Tegen het krakende hek

.

Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.

Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.

In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,

maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu

bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek

kraakte tegen de opdringende paarden.

.

Wie_wat_vindt_he_4f8569a7b9656

Kopland

Tweedst

J. Bernlef (1937 – 2012)

.

J. Bernlef  is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).

Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).

In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.

Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).

.

De kunst om tweedst te zijn

.

Net achter de leider de zijweg ingeglipt

(die hij niet had gezien)

en zo de bessestruik ontdekt

.

Goed, ze smaken bitter maar

aan alles wen je op den duur

.

Kleine, harde bessen, zuur

maar zoet smakend naast het

al half vergane lijk van de leider.

.

bernlef

bernlef2

Mahmoud Darwish

Dichter in verzet

.

Mahmoud Darwish (1941 – 2008) was een Palestijns dichter en schrijver die talrijke onderscheidingen kreeg voor zijn literair oeuvre. In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. In 2004 ontving Darwish de Grote Prins Claus Prijs voor zijn oeuvre. Maar hij ontving meerdere internationale prijzen voor zijn werk zoals Ridder in de orde van Kunsten en Letteren (1993 Frankrijk), De Lenin Vredesprijs (1983 Sovjet-Unie) en De Lotusprijs (1969 Unie van Afro-Aziatische Schrijvers).

Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Asafir Bila Ajniha’ op negentienjarige leeftijd. Hij woonde in Palestina, Libanon (na de oorlog van 1948), de Sovjet Unie, Egypte en uiteindelijk kreeg hij van de regering toestemming om in Israël te komen wonen nadat hij jarenlang de toegang was ontzegd door zijn lidmaatschap van de PLO. Hij ging toen wonen in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Darwish werkte als directeur van het Palestinian Research Center van de PLO en werd in 1987 gekozen in de leiding van de PLO.

In 1988 schreef hij een manifest dat was bedoeld als de onafhankelijkheidsverklaring van het Palestijnse volk. In 1993, na het afsluiten van de Oslo-akkorden, nam hij ontslag uit het Uitvoerend Comité van de PLO. In 2004 schreef hij de nationale grafrede voor de overleden leider Yasser Arafat.

Darwish stond steeds een “gedurfd en eerlijk” standpunt voor in de onderhandelingen met Israël. Ondanks zijn kritiek op zowel Israël als op de Palestijnse leiding geloofde Darwish dat vrede haalbaar was. “Ik wanhoop niet”, vertelde hij tegenover de Israëlische krant Haaretz.

Darwish beschouwde zichzelf als een Trojaanse dichter, hij verzamelde en reconstrueerde de stemmen van de verslagenen. “De Trojanen zouden een heel ander verhaal hebben verteld dan Homerus maar hun stem is voor altijd verloren gegaan. Ik ben op zoek naar hun stemmen”. Maar Darwish schreef niet alleen over deze “Trojaanse stemmen”, zijn poëzie ging ook over de erotische liefde, de fysieke zwakheid, de spirituele verbijstering en de metafysische honger.

Op zijn optredens in het Midden Oosten kwamen vaak duizenden mensen af. Hij kreeg een staatsbegrafenis en vele duizenden in de Arabische wereld rouwden om zijn dood.

Zijn werk werd in meer dan twintig talen vertaald.

.

In 1964 schreef hij het gedicht ‘Identiteitskaart’  waarmee hij grote bekendheid verkreeg.

.

Identiteitskaart

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
En het nummer van mijn identiteitskaart is vijftigduizend
Ik heb acht kinderen
En de negende komt na een zomer
Zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
In dienst met collega-arbeiders bij een steengroeve
Ik heb acht kinderen
Ik haal brood voor ze
Kleren en boeken
Van de stenen…
Ik smeek niet om liefdadigheid aan je deuren
Noch kleineer ik mezelf bovenaan de treden van je vertrekken
Dus zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Ik heb een naam zonder titel
Geduldig in een land
Waar mensen woedend zijn
Mijn wortels
Werden diep ingebed voor de geboorte van de tijd
En voor de opening van de tijdsperken
Voor de dennenbomen, en de olijfbomen,
En voordat het gras groeide

Mijn vader.. stamt af van de familie van de ploeg
Niet van een bevoorrechte klasse
En mijn grootvader.. was een boer
Noch van goede komaf, noch van gegoede familie!
Leert me de trots van de zon
Voordat me geleerd wordt hoe te lezen
En mijn huis is als de hut van een wachter
Gemaakt van takken en riet
Ben je tevreden met mijn status?
Ik heb een naam zonder titel!

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Je hebt de boomgaarden van mijn voorouders gestolen
En het land dat ik bebouwde
Samen met mijn kinderen
En je hebt niets voor ons overgelaten  Behalve deze stenen..
Dus zal de staat ze afnemen
Zoals is gezegd?!

Daarom!
Schrijf bovenaan de eerste pagina:
Ik haat geen mensen
Noch maak ik inbreuk
Maar als ik honger krijg
Zal het vlees van de overweldiger mijn eten zijn
Pas op ..
Pas op..
Voor mijn honger
En mijn woede!

.

Mahmoud Darwish

The facts of life

Bert Voeten (1918 – 1992)

.

In de categorie erotische gedichten vandaag eens een heel andere kijk op erotiek in het gedicht ‘The facts of life’ van Bert Voeten uit de bundel ‘Gedichten 1950 – 1980’ uit 1988.

.

The facts of life

.

Ik was negen toen Jan Talboom mij

in de tuin van zijn ouderlijk huis

de paringsdaad demonstreerde

.

hij tekende met een houtje

een smal ovaal in het zand

en priemde het houtje vervolgens

vele malen tussen de lijnen

mij verzekerend dat het alleen

een kwestie was van bewegen

.

Jan Talboom was tien jaar oud

hij had een natuurlijke aanleg

voor aanschouwelijk onderwijzen.

.

bert voeten

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Graf van Bert Voeten op begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam met de tekst: Geloof in een onherroepelijk leven en leef het zo