Site-archief
Horloge
J. Bernlef
.
Uit de bundel ‘Aambeeld’ uit 1998 van J. Bernlef het gedicht ‘Horloge’.
.
Horloge
.
Ik zat op de huisbank van een Zuid-Afrikaan
toen jou alles afgenomen werd
verder was ik nooit van je vandaan
.
Terwijl mijn gastheer krakend koersen controleerde
en zijn dikke dochter zocht naar gave popmuziek
wat zag jij toen, in je laatste val?
.
Dit gedicht even duidelijk als de dood
een open boek, een afgesloten hoofdstuk
woorden weggevloeid in aarde, als water
.
Voor jou werd het nooit meer later
op je horloge dat ik nu verder draag
de tijd die voor jou noch mij bestaat
.
Zwarte zwanen
Paul Marijnis
.
In het kader van de (bijna) vergeten dichters vandaag aandacht voor dichter, schrijver en journalist Paul Marijnis (1946 – 2008). Marijnis debuteerde pas in 1993, toen hij 47 was met de roman ‘De zeemeermin’. Hij is de auteur van een klein oeuvre dat bestaat uit drie romans, een verhalenbundel en twee dichtbundels te weten ‘Gilette’ uit 1998 en ‘Rode zoenen’ uit 2002. Voor de laatste ontving hij in 2003 de J.C. Bloem-poëzieprijs.
Uit de bundel ‘Gilette’ het gedicht ‘Zwarte zwanen’.
.
Zwarte zwanen
.
Een vlugge glimp van witte lingerie
onder roetwolk van rokken: zwarte zwanen
die, gekoppeld in een zelfde rêverie,
als kanten schuitjes door de vijver varen:
kokette weduwen die niet om hun doden
blijven treuren – zwart is in de mode.
Eén kijkt soms even of haar spiegelbeeld
zich onder water net zo erg verveelt.
.
Bananenverdriet
Arjan Witte
.
Arjan Witte (1961) is dichter, schrijver en muzikant. Hij publiceerde naast meerdere romans een biografie van Oswald Spengler (Aspekt, 2008). Hij was met Ezra de Haan en Tommy Wieringa oprichter van het tijdschrift ‘Vrijstaat Austerlitz’ (1997-1999). Met Wieringa en een aantal muzikanten vormde hij het poëzie- en muziekgezelschap ‘Het Donskoj Ensemble’. Daarnaast was hij toetsenist bij Spinvis. (bron http://www.nederlandsepoezie.org)
Bundels van Arjan Witte zijn ‘Kikkerbloed’ uit 1998 en ‘Amfibieën’ uit 2013. Deze laatste bundel is gratis te downloaden via: http://www.nederlandsepoezie.org/jl/2013/witte_amfibieen.pdf
In zijn poëzie is er veel te genieten; binnenrijm, alliteraties, eindrijm, beginrijm, associaties en een rijke beeldtaal.
Uit de bundel ‘Kikkerbloed’ het gedicht ‘Bananenverdriet’.
.
Bananenverdriet
.
De taal onderschept
een woord vol gevoel –
je zal je moeder bedoelen.
.
Delf, delf, de taal onderschept zichzelf vanzelf
.
Spreken, schrijven, dichten, zuchten
in een hoog, bont, hol gewelf
purperen pracht, bevrozen luchten
in diepe schachten schicht de elf.
.
Delf brutaal, de taal onderschept zichzelf.
.
De taal, litaan, banale banaan
kaal handvat met een schil eraan
alsmaar groeiend bij elke hap.
.
Delf, delf, de taal onderschept
de spatel, behept met zelf,
helften van woorden
bekoort mijn oren niet
verstoort mijn orde niet.
.
44
Nog twee keer
.
Al enige tijd besteed ik op zondag speciale aandacht aan één van mijn favoriete dichters namelijk aan Herman de Coninck. Ik heb besloten dat ik vanaf mei hiermee stop (wat overigens niet wil zeggen dat zijn werk niet meer op dit blog zal verschijnen). Vanaf de maand mei zal ik de zondag, per maand, aan een andere, wisselende dichter wijden. Dus het komende jaar op zondag één dichter die speciale aandacht krijgt en dan een maand lang.
Ik heb al wat dichters op het oog maar ik zou het leuk vinden als er vanuit mijn lezers ook voorstellen zouden komen. Dus heb je een favoriete dichter, waar je een aantal zondagen lang iets van zou willen terugzien, laat me dit dan even weten.
Nu dus voor de één na laatste zondag in April nog gewoon een gedicht van Herman. Vandaag heb ik gekozen voor het gedicht ’44’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.
.
44
.
Zonder ik, zonder onderwerp.
Lier aan de wilgen gehangen.
Ander instrument aangeschaft.
.
Met voorhamer van grote
gevoelens op xylofoon
van ziel. Ziel kapot, natuurlijk.
.
Met hark ziel in hoek
geveegd en opgestookt.
Meer ziel dan hij dacht.
.
En vervolgens op hark viool
gespeeld, met zaag als strijkstok.
Een liedje.
.
Olifant
Kolder
.
Dat Herman de Coninck niet alleen prachtige gedichten schrijft over de vrouw, de poëzie, het leven, zijn kinderen en de liefde, bewijst hij met het kolderieke gedicht ‘Olifant’ dat werd gepubliceerd in ‘De Gedichten’ uit 1998.
.
Olifant
.
Hij is gemaakt van de grofste effecten,
draagt zijn broek als clown August,
de knieën slodderend, maakt danspasjes
als tante Bertha die een tango de grond
inheit, terwijl z’n kont doet denken
aan een vals gebit
.
dat net is uitgenomen. En dan zijn slurf
en vlak daarnaast zijn ogen. Hoe zou jij kijken
als ze je lul op je neus hadden gezet?
.
De plek
Zondag 3 april
.
Op de dag dat ik zelf voordraag in Eindhoven bij mijn collega en vrolijke vriend Derrel Niemeijer in Pepperplus, het gedicht van Herman de Coninck getiteld ‘De plek’. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet heb ik iets met poëzie en plekken. Ik heb vooral een bijzondere voorliefde voor poëzie op vreemde plekken (zie ook deze categorie).
Maar vandaag op de Herman de Coninckzondag dus het gedicht ‘de plek’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.
.
De plek
.
Je moet niet alleen, om de plek te bereiken
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
.
Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.
.
Mijn moedertje
Herman de Coninck
.
Vandaag een gedicht van Herman de Coninck over zijn moeder. Het is niet het enige gedicht dat hij schreef zijn moeder. Uit de titel van dit gedicht maar zeker ook uit het gedicht zelf, blijkt voor mij de liefde die hij voor zijn moeder voelde. Uit de bundel ‘de Gedichten’ uit 1998.
.
Mijn Moedertje
juist als ik bedenk hoe onnoemelijk mooi je rug
verandert in twee wonderen,
komt mijn moeder binnenvallen om nog avondijke
overschrijvingen te doen. we zoeken beide de vrede
des harten op nogal verschillende manieren.
ze komt om haar dagelijkse portie zoon.
ze zegt dat ik mijn voeten moet verwijderen
van de zetel van haar keuze, en laat er dan
haar achterste als een strandbal in neer.
op de schoot waar ik vroeger zat liggen
belastingformulieren die ze beter begrijpt.
het is niet haar fout dat ik mezelf ben,
echt niet. we zwijgen.
tot ze eindelijk slapengaat. ik plak
een zoen als een scheve postzegel
op haar kaak. ik lig een verdieping hoger wakker
dan zij. door de avond razen treinen
als lange aa’s door lange ziekenzalen.
.
Nog een geluk dat
Herman de Coninckzondag
.
Vandaag een gedicht uit de bundel ‘De gedichten’ van Herman de Coninck, die in 1998 door de Arbeiderspers werd uitgegeven. Het betreft hier het gedicht met de titel ‘Nog een geluk dat’.
.
Nog een geluk dat
.
Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
‘Omdat het zo prettig is als ik ermee ophou’ –
zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden
je te verliezen. Ik ben je kwijt.
Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.
.
Rainer Maria Rilke
De Zwaan
.
Rainer Maria Rilke (1875 – 1926) wordt als één van de belangrijkste lyrische dichters gezien in de Duitse taal. Naast gedichten schreef Rilke proza en brieven.Zijn omvangrijke briefwisselingen vormen een groot deel van zijn literaire nalatenschap. In 1894 debuteerde hij met de poëziebundel Leben und Lieder waarna nog vele dichtbundels volgden.
In zijn poëzie is de filosofie van de tijd waarin hij leefde duidelijk aanwezig. De filosofen Schoppenhauer en Nietzsche hebben hem in het bijzonder geïnspireerd. Deze filosofie rekent aan de ene kant af met de vanzelfsprekendheid van het westelijke christendom en aan de andere kant rekent het af met de (toen) moderne natuurwetenschappelijke verklaringen van de werkelijkheid.
Rilke werd vele malen in het Nederlands vertaald. Uit ‘Nieuwe gedichten. het andere deel’ uit 1998 hier het gedicht ‘De zwaan’.
.
De Zwaan
.
Deze last: door wat nog ongedaan is
als gebonden, zwaar je weg te gaan,
lijkt de lompe gang die van de zwaan is.
.
En het sterven, geen contact meer maken
met de grond waarop wij daaglijks staan,
lijkt op zijn beducht te water raken -:
.
in het water dat hem zacht ontving,
dat als blijdschap in herinnering
stroom na stroom onder hem door laat gaat,
nu ’t hem stil, oneindig zelfbewust,
als maar mondiger en meer gerust,
vorstlijker behaagt om voort te gaan.
.



















