Site-archief

Do not stand at my grave and weep

The nation’s favorite poems

.

In 1995 vroeg de Het boekenprogramma van de BBC ‘The Bookworm’, in samenwerking met de National Poetry Day aan de inwoners van Groot Brittanië wat hun favoriete gedicht was. Hoewel de verwachtingen niet hooggespannen waren ( men dacht dat er vooral dirty limericks ingezonden zouden worden) reageerden maar liefst 12.000 mensen. De absolute winnaar was Rudyard Kipling’s gedicht ‘If’.

Omdat ik dit gedicht al eens plaatste op 31 mei 2013 ( zie het archief hier ter rechter zijde) heb ik de keuze laten vallen op een gedicht dat anoniem werd ingezonden. Het betreft hier het gedicht ‘Do not stand at my grave and weep’. Dit gedicht bleek in een enveloppe te zitten voor de ouders van Steven Cummins, een soldaat die was gestorven in actie tijdens zijn dienst in Noord Ierland. De enveloppe mocht alleen worden geopend in geval van zijn overlijden. Na publiceren ontstond er een grote vraag  naar kopieën van het gedicht ( er zouden in totaal ruim 30.000 vragen komen naar een kopie).

In eerste instantie dacht men dat het gedicht door Cummins zelf was geschreven maar dit was niet het geval. Men dacht aan een publicatie uit een negentiende-eeuws magazine en zelfs aan een gebed van Navaho indianen maar uiteindelijk blijft het een mysterie wie het gedicht heeft geschreven. In feite bleek dit dus het meest favoriete gedicht van de Engelsen maar omdat er geen dichter bekend is heeft het niet mee gedongen naar de titel.

In het boek ‘The nation’s favorite poem’ dat de BBC in 1996 heeft uitgegeven is het echter wel opgenomen in het voorwoord.

Nagekomen bericht: Via een oplettende lezer (Annekomm) kreeg ik een bericht dat de identiteit van de dichter toch bekend is. Het betreft hier de Amerikaanse (!) dichter Mary Elisabeth Frye.  De identiteit van de dichter was inderdaad onbekend tot  Frye in eind van de negentiger jaren van de vorige eeuw onthulde dat zij de schrijfster was het gedicht. Het gedicht werd geschreven in 1932. Haar claim werd bevestigd in 1998 na onderzoek door Abigail Van Buren.

.

Do not stand at my grave and weep

.

Do not stand at my grave and weep;

I am not there. I do not sleep.

I am a thousand winds that blow.

I am the diamond glints on snow.

I am the sunlight on ripenend grain.

I am the gentle authumn rain.

When you awaken in the morning’s hush

I am the swift uplifting rush

Of quiet birds in circled flight.

I am the soft stars that shine at night.

Do not stand at my grave and cry;

I am not there. I did not die.

.

IMG_5225

Gedicht op een bijzondere plek

Grosvenor Square, Londen

.

Op 11 september 2003 werd in Londen op Grosvenor Square een monument onthuld dat is gewijd aan de 67 Britse slachtoffers van de terroristische aanval op de Twin Towers in New York op 11 september 2001. Een gedicht van de Amerikaanse dichter Henry van Dyke werd gekozen als inscriptie op een herdenkingssteen, waaronder een stuk staal van de Twin Towers is begraven.

Het monument werd mogelijk gemaakt door bedrijven en individuen die te maken hadden met de aanval op het World Trade Center. De opzet en bouw werd  in nauw overleg met de familie van de slachtoffers gedaan en biedt een plaats voor rust en beschouwing.

Het monument bestaat uit een soort tempeltje van hout. In het fries boven de ingang staat te lezen ‘Grief is the price of love’ en op drie lange bronzen platen ‘Those United Kingdom citizens who lost their lives are remembered here by name:’ gevolgd door de 67 namen van de slachtoffers.

De palen van de omringende pergola zijn elk gemaakt van een stam van een eik. Voor het ‘tempeltje’ ligt de herdenkingssteen met daarop het gedicht van Henry van Dyke. Het gedicht schreef van Dyke in 1904 als inscriptie op een zonnewijzer.

Henry van Dyke (1852 – 1933) was een Amerikaans protestants predikant, schrijver en dichter. Hij was zeer populair in de eerste decennia van de 20e eeuw. Hij publiceerde diverse korte verhalen, gedichten en essays.

.

Time is

.

Time is

too slow for those who wait,

too swift for those who fear,

too long for those who grieve,

too short for those who rejoice,

but for those who love,

time is not.

.

096

095