Site-archief
Der Hirt auf dem Felsen
Herman de Coninck
.
Vandaag op de zondag van Herman de Coninck een gedicht uit zijn bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991. Het gedicht met de intrigerende titel ‘Der Hirt auf dem Felsen’ .
.
Der Hirt auf dem Felsen
.
Een klarinet is genaakt van o’s.
Die worden door twee kleppen dichtgehouden.
Dood laat er twee tegelijk open.
.
Uit de riolering van de dood komt dit lied.
Uit open deksels van de hel.
Tot helemaal boven stijgt verdriet.
.
Ik kan handen over mijn oren doen
maar dan blijf ik zien.
Ik kan ze voor mijn ogen slaan
maar dan blijf ik horen.
Notenbalken van wanhoop tot sopraan.
.
Zoals Alfred Brendel na twintig jaar Schubert
naar zijn vingers kijkt. Zij
hebben het bestaan.
.
Jawoord
Herman de Coninck
.
Op deze zondag in september opnieuw een gedicht van Herman de Coninck. Uit de bundel ‘De gedichten’ uit 2014 (in mijn geval), een liefdesgedicht. Soms denken mensen dat liefdesgedichten heel hoogdravend (moeten) zijn, met vuur en vlam, boordevol emoties. Terwijl de mooiste liefdespoëzie volgens mij altijd klein en subtiel is. Zoals het volgende gedicht van Herman de Coninck, zonder titel uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’.
.
Zoals het strand en de zee:
jij gaat nooit weg. En ik
kom altijd terug. Het is bijna zo goed
.
als blijven. Voor een jawoord
is het te laat.
Maar je zegt niet nee.
.
Zondag, dichter van de maand
September
.
Er zijn dichters die ik graag en regelmatig teruglees. Het viel me op (naar aanleiding van het bericht over Edna St. Vincent Millay) dat ik al een tijdje geen poëzie van Herman de Coninck had gelezen. Terwijl De Coninck echt één van mijn favoriete dichters aller tijden is (zoals ook E.E. Cummings, Vasalis en Charles Bukowski). Toen ik ‘De gedichten’ van Herman de Coninck weer ter hand nam wist ik dat ik weer over zijn werk wilde gaan schrijven.
Daarom heb ik, na een aantal maanden zonder dichter van de maand en inmiddels een paar jaar zonder Herman de Coninckzondag, besloten dat ik de komende maanden de zondag weer zal gebruiken voor nieuwe dichters van de maand. In ieder geval zal ik de onlangs veel te jonge gestorven dichter Antoinette Sisto een plaatsje geven als dichter van de maand maar andere suggesties zijn welkom.
Nu, in september, een terugkeer van één van de grootste dichters die het Nederlands taal gebied en Vlaanderen in het bijzonder heeft voortgebracht, Herman de Coninck. Uit zijn bundel ‘De gedichten’ en dan bijzonder uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Walcheren’.
.
Walcheren
.
Een echtpaar tegen de wind in
in twee strandstoelen: het lijkt wel
of ze tegen 100 per uur
vooruitgaan
.
Zo is stilstand hier: uit alle macht.
Duinen vestigen
het wereldrecord standhouden:
de nul meter in twee eeuwen.
.
Mijn honden en ik
Hugo Claus
.
Heel eerlijk gezegd is Hugo Claus voor mij een redelijk onbekende dichter. Ik heb wel wat gedichten van hem gelezen maar dat zijn er eigenlijk niet zoveel. In de vuistdikke bundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 las ik echter een gedicht van hem waar ik aan bleef hangen.
De taal van Claus is bijna realistisch en fysiek en toen ik dit gedicht las herkende ik de stijl die ik mij herinnerde van de romans die ik van hem las. Oorspronkelijk verscheen dit gedicht in de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’.
.
Met dank aan Bijke.punt.nl
Staande tapijten
Annemarie Estor
.
Annemarie Estor (1973) is een Nederlandstalig dichter en essayist. Ze groeide op in Limburg en studeerde daar Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Tussen 2006 en 2009 was ze wijkdichter van Zurenborg (Antwerpen). Zij was poet in residence bij het Nederlands Instituut voor Hersenwetenschap te Amsterdam (onder auspiciën van Dick Swaab) en bij het Labo voor Theoretische Neurobiologie (Universiteit Antwerpen) onder begeleiding van Erik De Schutter. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje).
In 2011 kreeg zij de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut ‘Vuurdoorn me’ en in 2013 diezelfde prijs voor de beste dichtbundel ‘De oksels van de bok’. In 2015 werd ze genomineerd voor de Pernathprijs. Estor vertaalt ook incidenteel hedendaagse poëzie van het Arabisch naar het Nederlands. Uit haar bundel ‘Vuurdoorn me’ uit 2010 het gedicht ‘Staande tapijten’.
.
Staande tapijten
.
Als je met je nagels op mijn billen schrijft
verschijnen op de doodgestaarde muur
tussen de palen van het hemelbed,
staande tapijten met uitzinnige partijen
en patronen: ontworpen voor stelsels
waar mensen door vluchten naar andere plaatsen,
tekens achterlatend voor wie hier niet leven kan.
.
Als je met je vingers rozenkruizen krieuwelt
over mijn gebladerte, camelia,
dan wellen geuren op
uit gebergten van hoofdkussens,
doordrenkt met rotte perzikken,
ajuin uit bergen waar de waarheid schuilt,
zwarte pruimen uit monden van mannen.
.
Foto: Knack, Charlie De Keersmaecker
Ne me quitte pas
Chanson op een kist
.
Op internet kwam ik via Pinterest een afbeelding tegen van een kist waarop de tekst van het lied ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel was aangebracht. Toen ik de tekst en de video van Brel opzocht kwam ik ook een vertaling van het nummer tegen. De tekst is net zo poetisch in het Nederlands als ik al vermoedde (mijn Frans is niet zo geweldig). Daarom niet allen de video om nog eens van te genieten maar ook de Franse en Nederlandse tekst.
.
Ne me quitte pas
.
Ne me quitte pas, il faut oublier
Tout peut s’oublier, qui s’enfuit déjà
Oublier le temps des malentendus et le temps perdu
A savoir comment oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi, le coeur du bonheur
Ne me quitte pas (3x)
Moi je t’offrirai des perles de pluie
Venues de pays où il ne pleut pas
Je creuserai la terre jusqu’après ma mort
Pour couvrir ton corps d’or et de lumière
Je ferai un domaine où l’amour sera roi
Où l’amour sera loi
Où tu seras reine
Ne me quitte pas (5x)
Je t’inventerai des mots insensés que tu comprendras
Je te parlerai de ces amants-là
qui ont vu
deux fois leurs coeurs s’embraser
Je te raconterai l’histoire de ce roi mort
De n’avoir pas pu te rencontrer
Ne me quitte pas (4x)
On a vu souvent rejaillir le feu de l’ancien volcan
Qu’on croyait trop vieux
Il est paraît-il
des terres brûlées
Donnant plus de blé qu’un meilleur avril
Et quand vient le soir pour qu’un ciel flamboie
Le rouge et le noir ne s’épousent-ils pas
Ne me quitte pas (5x)
Je ne vais plus pleurer
Je ne vais plus parler
Je me cacherai là à te regarder
Danser et sourire
Et à t’écouter
Chanter et puis rire
Laisse-moi devenir l’ombre de ton ombre
L’ombre de ta main
L’ombre de ton chien
Ne me quitte pas (4x)
.
Ga niet bij me weg
.
Ga niet bij me weg, je moet vergeten
Alles kan vergeten worden wat al bijna weg is
Vergeet de tijd van de misverstanden en de verloren tijd
Die je nodig had om te begrijpen hoe je de uren moet vergeten
Die de doodsteek gaven
Aan het geluk met teveel waaroms
Ga niet bij me weg (4x)
Ik zal je paarlen van regen aanbieden
Uit landen waar het niet regent
Ik zal het land bewerken tot na mijn dood
Om jouw lichaam met goud en licht te overdekken
Ik zal een omgeving scheppen waar liefde koning zal zijn,
Waar liefde zal heersen
Waar jij koningin zult zijn
Ga niet bij me weg (5x)
Ik bedenk voor jou dwaze woordjes die je zult begrijpen,
Ik zal het met je hebben over die geliefden
die al twee keer hebben gezien hoe hun hart
in vuur en vlam werd gezet
Ik zal je het verhaal van deze koning vertellen die is
gestorven omdat hij jou niet meer heeft kunnen vinden
Ga niet bij me weg (4x)
We zien zo vaak dat het vuur weer oplaait In een oude vulkaan
Waarvan we dachten dat hij uitgedoofd was
Het heeft veel weg van verbrande aarde
Die meer graan opbrengt dan een schitterende aprilmaand
En wanneer de avond valt met een vlammende hemel
Vermengen het rood en zwart zich dan niet met elkaar?
Ga niet bij me weg (5x)
Ik zal niet meer huilen
Ik zal niets meer zeggen
Ik zal me daar verstoppen om naar jou te kijken
Hoe je danst en glimlacht
En om naar je te luisteren
Hoe je zingt en daarna lacht
Laat mij de schaduw van jouw schaduw worden
De schaduw van jouw hand
De schaduw van jouw adem
Maar ga niet bij me weg
Ga niet bij me weg (3x)
.
Mooi gesjeesd doodgaan
Luuk Gruwez
.
In de fijne bundel ‘Poëten in het parlement’ bloemlezing 2002 van Vlaanderen & Co, las ik het bijzondere en gevoelige gedicht van Luuk Gruwez zonder titel. Gruwez (1953) is dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1973 met de poëziebundel ‘Stofzuigergedichten’. Voor de bundel ‘Een huis om dakloos te zijn’ ontving hij de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. In 2009 ontvangt hij voor het gedicht ‘Moeders’ de Herman de Coninckprijs. Gruwez is ereburger van Deerlijk. Het onderstaande gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.
.
Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.
Zij komt met handtas en haar beste hoed,
gekrenkt tot in haar poederdoos,
arm ding, dat alle glorie verloor.
.
Zij komt een juf gestikt in een mevrouw.
Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,
haar lichaam zo gerantsoeneerd
dat het maar goed was voor een halve eeuw.
.
Dit liefelijk karkas met pruikenbol,
ik kan het domweg niet vergeten.
Hoe zij in alles was gesjeesd,
misschien in doodgaan nog het meest.
.
Hoorzaam
Dichtkunstkrant
.
Bij het opruimen kwam ik de Dichtkunstkrant 2016 tegen. Al bladerend stuitte ik op het gedicht ‘Hoorzaam’ van Steven Graauwmans. Graauwmans (1972), is een Vlaams dichter woonachtig in Brussel. Hij publiceerde o.a. gedichten in De Revisor en De Brakke Hond maar ook in bladen als Passionate, Krakatau en Gierik. In 2006 verscheen zijn debuutbundel ‘Uitzicht lotto’ gevolgd door ‘Reservisten van maandag’ in 2009 en ‘In de blauwe zon’ in 2012.
.
Hoorzaam
.
Zonder geluid hoor je het
hoe de kraan lekt, de kinderen op straat
hoe nylondraden door de lucht spannen
hoe de ruis op herinneringen zich afzet
op dagdagelijksheid
.
Je hoort hoe een grasmaaier aanslaat op zondag
hoe de vrouw de man de huid vol scheldt.
Je hoort het zand tussen je tenen
het getsjirp van lage zwaluwen.
Je hoort hoe de gong slaat
na het verloren gevecht
.
hoe de vuist geheven
tegen een wereld in slow motion.
Wij verhoren het lawaai van elke dag:
hoe in onze borst een boom barst
hoe we de splinters tellen.
Poëziebusdichters 10
Petra van den Berghen
.
Petra Van den Berghen (1971) studeerde aan Sint-Lucas in Brussel, waar ze meer over haar werken heeft geschreven dan er effectief gemaakt. Van kleins af aan was het voor haar normaal om gebeurtenissen en (in)zichten te (om)schrijven in een eigen taal. Puzzelen en spelen met woorden is een constante. Een schijfcursus in de jaren ’90 met Frank Vander Linden is een eerste trigger geweest om met eigen werk naar buiten te komen. Maar perfectionisme hield haar tegen dit te doen, ook later. Het genezen van kanker in combinatie van het geluk te hebben om een fantastische pianist (Jochem Thyssen, waar ze heel veel aan te danken heeft) tegen te komen, hebben gemaakt dat ze stappen heeft gezet, om te doen wat je weet dat je moet doen. In februari ’16 was er de try-out met schrijfsels en improvisatie op piano. En ze waren vertrokken… Kijk op http://www.poeziebus.nl voor data en stopplaatsen.
.
eenvoud
.
laat maar
laat maar gewoon
laat het maar gewoon in de eenvoud die het nooit is geweest, eenvoudig zijn
even
even maar
nu mag het eenvoudig weg, even, gewoon, eenvoudig
laat het maar
laat het maar gewoon
niets, bijzonders zijn
.
















