Site-archief
Vrouwen
Gerry van der Linden
.
Onder het motto: Meer vrouwen en poëzie op dit blog (zelf bedacht motto) ga ik de komende tijd een aantal gedichten van vrouwelijke dichters plaatsen gebruik makend van de onvolprezen bundel ‘Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis’.
Vandaag een gedicht van Gerry van der Linden (1952) is docente Poëzie- en schrijftraining aan ’t Colofon in Amsterdam. Ze publiceerde een aantal dichtbundels waaronder ‘Zandloper’ uit 1997 waar het onderstaande gedicht in is gepubliceerd.
.
Enkele liefdesgedichten
VI
.
Ik zie een man die weggaat.
Een vrouw
laat hem passeren.
.
Daar gaat een schouder
en een heup
die ze heeft vastgehouden.
Ze zijn nu bij de deur.
.
Het is een messcherpe vrouw.
De plooien
heeft ze al weggestreken.
.
Er valt een droge regen
tussen zijn hemd
en haar rok.
Wat zullen ze groeien!
.
Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis
Dichteressen uit Vlaanderen en Nederland
.
Uit de bundel Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis, de bundel met de beste poëzie van 40 dichteressen uit Nederland en Vlaanderen van uitgeverij Passage uit 2000, een gedicht van Vera Beerten. Vera Beerten (1957) publiceerde in diverse tijdschriften zoals ‘Diogenes’ en ‘Deus ex Machina‘. Beerten verleende haar medewerking aan verscheidene poëziemanifestaties waaronder ‘De Nachten van de Poëzie’ in Antwerpen, waar zij woont.
.
Finestrat
.
We lagen in een bed van middagzon
Uit elk verband
Uit elke geschiedenis verbannen.
.
Vogels vliegen op uit ons verstand
De huid die om ons heen zat, loste.
We vloeiden uit en over in elkaar
Werden zee, zwommen zonder handen.
.
En op het voor ons uitverkoren strand
Stonden engelen op wacht
Met toeters, wimpels en bellen.
.
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.
Niets cadeau
Wislawa Szymborska
.
Uit de bundel ‘Einde en begin, gedichten 1957-1997’ van uitgeverij Meulenhoff uit 1999 het prachtige gedicht ‘Niets cadeau’ van Wislawa Szymborska.
.
Niets cadeau
.
Niets cadeau gekregen, alles te leen.
Tot over mijn oren in de schulden
zal ik met mezelf
voor mezelf moeten betalen,
mijn leven voor mijn leven geven.
.
Het is nu eenmaal zo geregeld
dat het hart terug moet
en de lever terug moet
en elke vinger afzonderlijk.
.
Te laat om het contract te verbreken.
De schulden moeten worden geïnd,
het vel over de oren gehaald.
.
Op de wereld loop ik rond
in de menigte van andere schuldenaren.
Sommigen zijn verplicht
hun vleugels af te betalen.
Anderen moeten of ze willen of niet
hun blaadjes afrekenen.
.
Aan de debetzijde
staat elk weefsel in ons.
Geen wimpertje, geen steeltje
mogen we voorgoed behouden.
.
De lijst is uitputtend
en het ziet ernaar uit
dat we niets zullen overhouden.
.
Ik kan me niet herinneren
waar, wanneer en waarom
ik zo’n rekening heb laten openen.
.
Het protest daartegen
noemen we de ziel.
En dat is het enige
wat niet op de lijst staat.
.
Burger King
Menno Wigman
.
Uit de bundel ‘De droefenis van copyrettes’ uit 2009, het gedicht ‘Burger King’. Dit leek me wel een passend gedicht zo vlak voor de feestdagen.
.
Burger King
.
Was er een tijd dat ik hier boven stond,
mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
een taal te denken die geen tanden heeft?
Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.
.
Dus slof ik door de leeszaal van de straat
en blader maar wat door de Burger King,
gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
– Als deze wanhoop ons Walhalla is,
.
als hier het ware leven staat te lezen,
mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
eerder verbaasd dat alles wat zo laag
en lelijk is zo sterk en stevig staat.
.
De gestorvene
Ida Gerhardt
.
Uit ‘Het laatste anker, 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld’ vandaag, omdat het een mooi gedicht is, ‘De gestorvene’ van Ida Gerhardt.
.
De gestorvene
.
Zeven maal om de aarde gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zeven maal, om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde te gaan.
.
Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan-
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.
.
Uit ‘Het laatste anker, 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld’, samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, Atlas/Lannoo, 2003
Gedicht: Al Green
Uit: Zoals de wind in maart graven beroert
.
Gistermiddag hoorde ik het nummer ‘Put a little love in your heart’ van Al Green en Annie Lennox op de radio. Een mooi nummer maar de sololiedjes van Al Green solo en Annie Lennox vind ik toch nog iets leuker om naar te luisteren. Dus zette ik de verzamel CD op van Al Green en bij het nummer ‘Tired of being alone’ (geschreven in 1968) moest ik denken aan het gedicht dat ik over dit nummer schreef en dat gepubliceerd is in mijn derde bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit 2012. Daarom hier het gedicht en de clip van dit wonderschone nummer.
.
Al Green
.
Als
moe van het alleen zijn
ooit mooier klonk
dan nu
wil ik niets liever
dan dat geloven
moe van de pogingen
tot vluchten, in lang
uitgesponnen draden van woorden
een web van verlangen
te knopen
in de momenten dat
hij zwijgt
valt geluid weg
in een vacuüm van stille
beweging
wiegt hij me mee
in zijn zelf gekozen staat
van gekoesterde eenzaamheid
.
Klankenbos
Neerpelt (Vlaanderen)
.
In het Vlaamse Neerpelt is, in opdracht van Musica, Impulscentrum voor muziek, op 23 november een nieuwe klankinstallatie voor het Klankenbos geopend. De klankinstallatie is in de vorm van een klankwandeling, die te beluisteren is op de mobiele telefoon. Wat klinkt zal afhankelijk zijn van de geografische coördinaten van de wandelaar op dat moment. De klanken bestaan uit elektronische muziek en poëzie. Naast de app werd ook de bibliofiele dichtbundel ‘Curvices and Musicles’ van Rozalie Hirs en uitgegeven door Studio 3005 gepresenteerd.
Delen
De compositie Curvices bestaat uit tien delen en een interlude, welke corresponderen met de tien zones en een tussengebied binnen de gelijknamige soundapp:
A Six destinations (2013) duur 3’32″
B Aurora borealis (2013) duur 4’49″
C This singing of tongues (2013) duur 1’58″
D Ladders of escape (2013) duur 3’37″
E Too many snakes here (2013) duur 2’26″
F Climbing a small rock (2013) duur 3’01″
G Substance of memory (2013) duur 2’03″
H Proofs of love (2013) duur 3’40″
J Words roll into brightness (2013) duur 2’44″
K Lines of moving about desert, salt water, cities (2013) duur 1’30″
Interlude (2013) duur 17’32″
Het Klankenbos vindt je op de Dommelhof, Neerpelt, Toekomstlaan 5 in België.
Een voorbeeld van de poëzie van Hirs:
1.
Lines of movement. Mark six destinations of your
choice on a map of your choice. The destinations may
possess significantly different histories, ages,
numbers of inhabitants, and snackbars. Trace six
different paths of your choice from [here] to each
of the destinations, adding up to thirty-six different
paths. Add one more path connecting all six places,
preferably with the shortest possible distance, taking
into account unsurmountable obstacles such as mountains,
lakes. Buy one pair of new shoes. Pack your backpack.
With what? A tent, sleeping bag, gun?
.
De app kun je downloaden met deze QR-code.
Vaderland
Francois Pauwels (1888-1966)
.
In het aardige bundeltje ‘De mooiste gedichten over verzet en bevrijding’ kwam ik een gedicht tegen van Francois Pauwels met als titel ‘Vaderland’. Pauwels was jurist en schrijver/ dichter en kreeg bekendheid als strafpleiter door zijn mensenkennis, zijn manier van vlijmscherp repliceren en zijn vermogen om in enkele bewoordingen een figuur of een situatie te schetsen. Als advocaat nam hij vaak zaken aan vanwege de in die zaken interessante en of intrigerende figuren en situaties teneinde deze te kunnen gebruiken in zijn romans.
In het gedicht Vaderland (uit de bundel ‘Dag van leugen’ uit 1952) snijdt Pauwels een thema aan dat later (in onze tijd) nog altijd bijzonder actueel is. Met name de derde strofe.
.
Vaderland Ik ben geen Hollander, ik ben een mens en alle mensen zijn mijn landgenoten, ik voel mij niet door band of boei omsloten dan door de Liefde wijd-getrokken grens, mijn oog verdraagt geen microscoop, geen lens die 't enge beeld onmatig zal vergroten en van de wentelende wereldkloten ken ik alleen de wereld van mijn wens! Er is geen kleur van huis, noch vreemde taal, wij sterven allen aan dezelfde kwaal die tussen dood en leven wordt gesponnen en waar het eenzaam hart in wanhoop slaat daar is het land waarin mijn vaandel staat en waar de strijd in vrede wordt gewonnen! .Meer informatie over Francois Pauwels op http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/pauwels
Nancy Meelens
Bloemige poëzie
.
Bij het laatste Ongehoord! podium in november van dit jaar mocht ik van Nancy Meelens (1972) het bundeltje Bloemige poëzie ontvangen. Vorige week kocht ik op het B@M Fest voor een luttele 2 Euro deel 2 en ben ik gaan lezen. Nancy is een van de drijvende krachten achter Poëzine, als zodanig al reden genoeg om hier aandacht te besteden aan haar bundeltjes.
Veel van de gedichten in de bundels gaan over haar liefde voor Derrel, de man in haar leven. Maar er is meer dan alleen de liefde. Ook ziekte en ongemak worden beschreven. Nancy heeft een heel eigen stijl van dichten. Soms is het heel persoonlijk en voel ik me bijna een voyeur als ik het lees maar door een zekere humor en het gebruik van het Vlaams (ze is een Vlaamse uit Emblem) is haar poëzie voor mij heel lezenswaardig.
Een mooi voorbeeld van verschillende elementen van haar poëzie komen voor in het gedicht ‘Mijn Verslaving’.
.
Mijn Verslaving
.
Ik ging ten onder in water.
MIJN lichaam moest kuis zijn.
Elke goesting met druppels
en woorden
van me afgewassen.
O ja afwassen
moet ik ook nog.
Laat de katten
de borden proper likken.
Plaats ze in de kast,
de borden, niet de katten.
.
Wil ook niet opgesloten zitten
tenslotte want
ik ben een madammeke met pit
die soms een kater heeft
en niet om mezelf te behagen,
fel en niet voor de liefde,
slecht en voor de roes
.
De wereld veranderd om me heen.
Neen die is nog steeds
kattig tegen me.
Maar ik vlieg over de onnozelaars heen
en kijk neer op hun onvermogen
om te zien wie ik ben.
Kijk, acherme toch,
omdat ze niet zien wie ik ben.
.
Bied hun de fles aan
die de borst niet hebben gehad
laat ze hier maar aan slurpen.
Aan mij geen polonaise,
het spel is uit.
.
Laat me niet
meer met de voeten spelen
want jullie spel is voorbij
als het gaat om mij.
.
Hij rolde zijn woorden als
dobbelstenen voor mij.
Hij heeft dit rondje Yahtzee
gewonnen.
.
Ja hij is ……… ???? Ik laat hem gewoon horen,
.
“Jij bent mijn nieuwe doping”.
.
Zoals ik al schreef, humor, onverwachte wendingen, Vlaamse woorden en uitdrukkingen en de liefde. Toch wil ik ook nog wat opbouwend kritische woorden schrijven. Opmaak en interpunctie zijn aandachtsgebieden. Dan weer wel een punt, dan weer niet, hoofdletters om zaken te benadrukken, puntjes en vraagtekens, een vet gedrukte laatste zin, ze leiden wat mij betreft teveel af van waarom het gaat. Het is volgens mij ook niet nodig , het gedicht, de woorden vertellen het verhaal. Ook de bladspiegel vind ik afleiden door de zinnen (en het gedicht) gecentreerd op de pagina te plaatsen.
Verder niets dan lof voor Nancy en deze lieve bundeltjes.
.















