Site-archief
Van de zee
Willem Kloos
.
Willem Kloos (1859 – 1938) was dichter en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Tachtigers. De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie (dichtkunst). De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.
In 1880 debuteerde Kloos in het tijdschrift ‘Nederland’met het gedicht ‘Rhodopis’. De gedichten die Kloos schreef in de jaren 80 van de 19e eeuw zijn in grote mate beïnvloed door de dichter Shelley. In 1885 richt hij samen met onder andere Frederik van Eeden en Albert Verwey het literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’ op. In dit tijdschrift publiceerde Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter.
Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst).
De dichter Kloos is nog steeds bij veel mensen bekend door de eerste regel van zijn ‘Sonnet V’ die luidt: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.
Uit de bloemlezing met als titel die eerste regel uit 1980 het gedicht ‘Van de zee’ (jullie kennen mijn voorliefde voor de zee).
.
Van de zee
(aan Frederik van Eeden)
.
De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld
ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.
.
Zij wist van zich-zelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij
vliedt,
Zij drukt zich-zelven in duizenderlei lijning
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.
.
O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst gehéél en gróóts gelukkig zijn;
.
Dan had ik eerst geen lust naar menselijke
belustheid
Op menselijke vreugd en menselijke pijn;
.
Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.
.
Slapende minnaars
Aleksander Leontjev
.
De Russische dichter Aleksander Leontjev (1970) werd geboren in Leningrad, volgde een toneelopleiding en werkte als auteur en regisseur in de provincie. Daarnaast werkte hij o.a. als brievenbesteller, conciërge en bibliothecaris. Woonachtig in Volgograd debuteerde hij in 1993 met zijn eerste gedichten in het Russische literaire magazine Zvesda. In dat zelfde jaar debuteerde hij met zijn eerste poëziebundel ‘Seizoenen’ gevolgd in 1996 met de bundel ‘Cicade’ die in Rusland werd betiteld als “Het grootste poëzie evenement van het jaar”. Zijn oeuvre kent inmiddels honderden, veelal klassiek vorm gegeven gedichten met sterk persoonlijke accenten.
.
Slapende minnaars
.
I
Je slaapt nog niet, zo komt mij voor.
Zolang de doodsadem nog doolt
Langs buitengrenzen van je droom
Waarin je binnenzweeft – je hoofd
Naar onderen, je ziel omhoog –
Kan ik jou zien, maar dring niet door.
.
We dromen niet hetzelfde. Hecht
Verstrengeld, net als in het echt,
In lakens, zijn we in de nacht
niet langer op elkaar gericht.
Het is de vraag of je met recht
Aan iemand toebehoort. Slaap zacht.
.
II
Soms gaan de minnaars eerder heen
Dan dat ze afscheid nemen, heel
Diep dromend, hulpeloos. Toch heeft
De nacht nog hoop dat hij de twee,
Verkleefd, verbinden kan: hij geeft
Traag mee. Alleen is iedereen.
.
Slaap zacht, klinkt het cicadenkoor.
De minnaars slapen, laat ze maar,
Als kinderen, onschuldig door
De slaap en droom vereend, zozeer
Dat ze op aarde nu niet meer
Bestaan, onnodig voor elkaar.
.
Foto: Pieter Vandermeer
Met dank aan http://www.poetryinternationalweb.net/ en Spiegel van de Russische poëzie
De uiterste seconde
Simon Vestdijk
.
De meeste mensen zullen bij de naam Simon Vestdijk (1898 – 1971) denken aan de vele romans die hij schreef zoals Pastorale 1943, De koperen tuin, Terug tot Ina Damman, Ivoren wachters e.d. In totaal schreef Vestdijk ongeveer 200 boeken waaronder 52 romans maar ook 57 novellen, 33 essaybundels en 24 dichtbundels. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem “de man die sneller schrijft dan God kan lezen”. Als dichter was Vestdijk mij niet bekend tot ik er door iemand op gewezen werd hij veel poëzie geschreven heeft.
Toen ik me verder in zijn werk ging verdiepen bleek dat Vestdijk ook een omvangrijk wetenschappelijk werk (687 pagina’s) heeft geschreven, ‘Het wezen van de angst’. Deze, als dissertatie bedoelde, monografie werd reeds voltooid in 1949 en werd opgedragen aan H.C. Rümke, de “leermeester”. Toen ik dit las moest ik meteen denken aan een gedicht dat ik heb geschreven naar aanleiding van een uitspraak van deze professor in de psychiatrie ‘Open brief aan professor Rümke’ Hier te lezen: http://www.krakatau.nl/open-brief-aan-professor-rumke-wouter-van-heiningen/
In 1926 debuteert Vestdijk met gedichten in het tijdschrift ‘De Vrije Bladen’. Een van de gedichten die me werd aangeraden is het gedicht ‘De uiterste seconde’. Het gedicht is voor Ans Koster geschreven, met wie Vestdijk meer dan 30 jaar samenleefde.
.
De uiterste seconde
Voor Ans
Doodgaan is de kunst om levende beelden
Met evenveel gelatenheid te dulden
Als toen zij nog hun rol in ’t leven speelden,
Ons soms verveelden, en nochtans vervulden.
Hier stond ons huis; hier liep zij met de honden;
Hier maakte zij de bruine halsband los;
Hier hebben wij de stinkzwammen gevonden,
Op een beschutte plek in ’t sparrenbosch.
Doodgaan is niet de aangrijpende gedachte,
Dat zij voortaan alleen die paden gaat, –
Want niemand is alleen die af kan wachten,
En niemand treurt die wandelt langs de straat, –
Maar dit alles wàs: een werk’lijkheid,
Die duren zal tot de uiterste seconde;
Dit is de ware wedloop met de tijd;
De halsband los, en zij met de twee honden
.
Veel meer informatie over Simon Vestdijk is te vinden http://vestdijk.com/ (de website van de Vestdijkkring).
Digging
Seamus Heaney (1939 – 2013)
.
Eerder deze week overleed Seamus Heaney, Iers dichter en Nobelprijswinnaar voor de Literatuur in 1995, In 1966 debuteerde Heaney met de bundel ‘Death of a Naturalist’ waaruit het onderstaande gedicht komt. Voor een uitgebreide analyse van het gedicht kijk je op http://www.shmoop.com/digging-heaney/summary.html onder Stanza.
.
Digging
.
.
.
.
.
.
.
.







