Site-archief
Bijzondere bundel
De kat van Aboe Hoeraira
.
“In 1816 kreeg Johann Wolfgang Goethe (1749-1832) van zijn uitgever het vertaalde werk van de 14e eeuws Perzische dichter Hafez cadeau, diens ‘Divan’. Vanaf dat moment dompelde de Reus van Weimar zich onder in een cultuur die hem al zijn leven lang fascineerde. Het resultaat was zijn ‘West-östlicher Divan’.”
Zo begint de flaptekst op de bundel ‘De kat van Aboe Hoeraira’ uit 2013. Een uitgave (deel 5) in de Testudo-reeks, van uitgeverij Tortuca (tijdschrift voor literatuur een beeldende kunst). Twee honderd jaar na het verschijnen van ‘West-östlicher Divan’ heropende vertaler Ard Postuma deze poëtische schatkist en tegelijkertijd nodigde hij ruim veertig dichters, vertalers, componisten en filosofen uit om op het werk van Goethe te reageren. Onder hen dichters als Jana Beranová, H.C. ten Berge, Ellen Deckwitz, Kees ’t Hart, Neeltje Maria Min, Marjoleine de Vos, Nachoem M. Wijnberg, Anton Korteweg en Ilja Leonard Pfeijffer.
Uit ‘Usch Nameh’ Boek van de liefde koos ik voor het vertaalde gedicht ‘Leesboek’ van Goethe (Lesebuch) en de reactie op dit gedicht van dichter Nyk de Vries (1971) met het gedicht met de titel ‘Boek’. Ik plaats ze hier beide zodat het eigenlijk een dubbel gedicht wordt.
.
Leesboek
.
Wonderbaarlijkst boek der boeken
is het boek der liefde;
‘k heb het nauwgezet gelezen:
een paar pagina’s geluk,
reeksen vol ellende,
scheiding: één alinea.
Weerzien! één kort hoofdstuk maar,
fragmentarisch. Delen treurnis
met verklaringen gestrekt,
en geen eind in zicht.
O Nisami! – maar tenslotte
heb jij toch de weg gevonden;
wat niet raadbaar is, wie raadt het?
Liefsten die elkaar hervinden.
.
Boek
.
Ik had het boek wel duizend keer gelezen. Letterlijk. Het
was heel veel werk. ik kende het van binnen en van buiten.
En toch kon ik mijn broer, toen hij terugkwam van zijn
reis en we met z’n allen in de kleine achterkamer zaten,
er niks over zeggen. Er hing een gekke sfeer, niet een die
uitnodigde tot vertellen. Ik drentelde maar rond, van de
tafel naar de keuken, en op het laatst vertrok ik naar mijn
kamer. Ik ging liggen op bed, nam het boek en las het
nog een keer.
.
I.M. Marilyn Monroe
Hans Clavin
.
In september vorig jaar schreef ik al een stuk op dit blog over het boekje ‘Concrete Poëzie‘ deel 5 uit de reeks Moderne Literatuur Nederlands door Erik Slagter uit 1971. In dit boekje staan een aantal prachtige voorbeelden van concrete poëzie en in het laatste gedeelte gaat het over een vorm van beeldpoëzie namelijk gemaakt met collages en foto’s waarmee een meer plastische wijze van uitdrukken wordt nagestreefd. Poëzie zonder tekst of slechts met enkele woorden, letters en beelden.
Een dichter die nader wordt bekeken (en die ik ook al in mijn vorige blogbericht over dit boekje noemde) is Hans Clavin (1946-2016). Clavin is het pseudoniem van Hans van der Heijden, een dichter en uitgever van de tijdschriften Subvers, uitgegeven tussen 1970 en 1976 (en waar tegenwoordig grote bedragen voor wordt betaald bij veilinghuizen) en Clavin, dat onregelmatig verscheen sinds 1990.
Clavin debuteerde in 1967 in het Rotterdamse tijdschrift Vers-Univers. Ook publiceerde hij gedichten in De Tafelronde en hij schreef en publiceerde meerdere dichtbundels bij verschillende uitgeverijen (waaronder zijn eigen uitgeverij The Subvers Press) en in eigen beheer.
In 1970 publiceerde hij de bundel ‘Holland var. 969’ bij De Tafelronde. De Poëzie in deze bundel verrast door haar vormgeving. Het woord wordt herhaald of afgebroken en op die manier visueel in beeld gebracht, soms met behulp van kleur, met rekenkundige tekens, verschillen in de lettergrootten of met letters in een afwijkende stand. Het is zuivere concrete poëzie, speels en beweeglijk.
Zo ook het ‘gedicht’ getiteld ‘I.M. Marilyn Monroe’. In dit gedicht zien we een combinatie van een sjablone en het spel met het letterpaar ‘MM’.
.





