Site-archief

Uit een oud dorp

Uit mijn boekenkast

.

In mijn boekenkast staan naast de vele dichtbundels die de meesten van ons wel zullen (her)kennen ook een aantal uiterst obscure bundeltjes. Zo ook het bundeltje ‘Uit een oud dorp’ van A. Roland Holst. Onder de naam Kort en goed en onder redactie van Kees Fens en Rob Nieuwenhuis werd bij uitgeverij Em. Querido in 1976 dit curieuze bundeltje uitgegeven. Curieus door zijn vorm; een slap kartonnen kaft in blauwe kleur waarin leven en werk in 7 bladzijden worden geschetst (twee pagina’s aan het begin en twee pagina’s aan het eind van het bundeltje inclusief voor- en achterkaft). Wat dit bundeltje voor mij extra interessant maakt is dat in de verhandeling over A. Roland Holst de naam van Prof. dr. H. C. Rümke valt. Hier wordt prof. Rümke opgevoerd als de auteur van het ‘beroem geworden boekje’ Levenstijdperken van de man, ik ken prof. Rümke van een gedicht dat ik aan hem wijdde naar aanleiding van een uitspraak van hem, die ik las in het Dolhuis in Haarlem (museum van de psychiatrie). (zie hiervoor mijn blogberichten uit 2010 en 2011, zoek onder Rümke).

.

In dit bundeltje een kleine bloemlezing van gedichten van A. Roland Holst en hieruit gekozen het gedicht ‘De vagebond’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1971.

.

De vagebond

.

Zij wikken en wegen

hun geld en hun god,

en kanten zich tegen

mijn vluchtiger lot,

omdat ik mijn handen

en ogen leeg

door hunne  landen

omdroeg, en zweeg

in hun geschillen,

en ging als blind

om der eenzame wille

van sterren en wind.

.

A. Roland Holst

Mannen

Maria Barnas

.

In de zaterdag Volkskrant van gisteren staat een groot artikel over Maria Barnas.  Zij is genomineerd voor de VSB Poëzieprijs welke op woensdag 29 januari zal worden uitgereikt in het stadhuis in Rotterdam. Ik heb een uitnodiging gekregen en zal naar deze feestelijke uitreiking toegaan. Andere genomineerden zijn Miriam van Hee, Antoine de Kom, Micha Hamel en F. van Dixhoorn. Omdat de poëzie van Maria Barnas voor mij nog redelijk onbekend was heb ik eens wat van haar gelezen. Hieronder een aardig gedicht uit de bundel ‘twee zonnen’ uit 2003. Wil je meer van haar lezen kijk dan even op http://www.gedichten.nl/schrijver/Maria+Barnas

.

Mannen

Ik denk aan de man die ik liefhad.
Heb ik hem lief?
Hoeveel angsten zijn dat?

Onze borden raakten leger
En aan de rand ligt een bloem. gesneden
uit radijsjes. Een klein uitbundig leven.

Niet om te eten, weet hij.

.

barnas2Met dank aan: http://www.derecensent.nl

Zij hebben mij gekweld

Heinrich Heine 

.

De Duitse dichter van Joodse afkomst Christian Johann Heinrich Heine (geboren Harry Heine, ik verzin dit niet) leefde van 1797 tot 1856 en behoorde tot de Romantische dichters. Heine schreef veel ironische en spitsvondige gedichten (waarbij hij zelfs soms met Karl Marx samenwerkte) die nog steeds gelezen en gewaardeerd worden.

Zijn bekendste werk is ‘Das Buch der Lieder’ waarin onder andere de gedichten ‘Die Lorelei’ en onderstaand gedicht ‘Sie haben mich gequälet’. Van Heine is de uitspraak “Waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen” wat als een profetische uitspraak mag gelden gezien wat er onder de heerschap van Hitler gebeurde.

Omdat Heine van Joodse komaf was en als progressief vrijdenker te boek stond was hij in het Derde Rijk taboe. Zijn gedicht over de Lorelei was echter zo populair onder de Duitsers dat het gedicht in lied- en dichtboeken gewoon vermeld bleef maar dan met de toevoeging Dichter onbekend.

Hieronder het gedicht ‘Sie haben mich gequälet’ in het Duits en in een vertaling van Lepus.

.

Sie haben mich gequälet

Sie haben mich gequälet,
Geërgert blau und blaß,
Die Einen mit ihrer Liebe,
Die Abdern mit ihrem Haß.

Sie haben das Brod mir vergiftet,
Sie gossen mir Gift in’s Glas,
Die Einen mit ihrer Liebe,
Die Andern mit ihrem Haß.

Doch sie, die mich am meisten
Gequält, geärgert, betrübt,
Die hat mich nie gehasset,
Und hat mich nie geliebt.

.

Zij hebben mij gekweld

Zij hebben mij gekweld,
Geërgerd tot overmaat,
De enen met hun liefde,
De anderen met hun haat.

Zij hebben mijn brood vergiftigd,
Zij vulden mijn glas met smaad,
De enen met hun liefde,
De anderen met hun haat.

Maar hij die mij tot overmaat
Heeft gekweld, geërgerd, gegriefd,
Die heeft mij nooit gehaat
En heeft mij nooit geliefd.

.

heinrich-heine

Met dank aan Wikipedia en aan http://users.telenet.be/gaston.d.haese/heine.html

Narcissus in demon

k.n.l. grazell

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel Narcissus in demon, uitgeverij de Windroos, 1958, van k.n.l. grazell (1928). En nee, je leest het goed, zijn naam wordt met kleine letters geschreven op en in de bundel. Ik had nog nooit van hem gehoord maar was zeer onder de indruk van zijn loopbaan op Wikipedia

Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire avonden bij vriendin Claartje Eisenloeffel, medeoprichter NiKa avonden (samen met vriend Nico Knapper), juridisch adviseur, officier (Horeca), maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywriter/creatief verantwoordelijke in (inter)nationale reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video.Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.

In deze bundel veel proza gedichten maar ook het volgende gedicht.

.

handpalm

.

ze was negentien jaar oud

eleonore toen prometheus

het nathat ikanaie in haar schoot

ontbranden deed there’s none

like thee among the dancers

none with swift feet

.

en zij werd een bruiloftsfakkel

die de meisjes droegen van tarishni

vòòr hun winterslaap – o tree

at the river – in de galerij

der onvergankelijken

.

grazell

Nieuwe E-bundels

XX-XY en Winterpijn

.

Ik loop al een tijdje met het idee rond om een gedichtenbundel uit te geven als E-book. Inmiddels lijkt het erop dat dit ook werkelijkheid gaat worden. Het worden maar liefst twee E-gedichtenbundels. XX-XY met liefdesgedichten en Winterpijn met wat meer serieuze gedichten. Voor de realisatie heb ik Bas Booister gevraag en hij gaat de E-bundels in elkaar zetten. Daarnaast heb ik twee vormgevers gevraagd om voor beide bundels een cover te maken.

Wendie Voorduin van Bincreative en Bart van Heiningen van Brrt gaan voor beide bundels een cover maken. De E-bundels zal ik als ze klaar zijn, gratis ter beschikking stellen via deze blog. De bundels worden dus in eigen beheer uitgegeven. Om het toch een serieus tintje te geven doe ik dit vanuit mijn eigen nieuwe uitgeverijtje MUG.

Hou deze blog in de gaten zou ik zeggen want heel lang kan het niet meer duren voor de nieuwe bundels klaar zijn.

.

Zoiets dus maar dan heel anders.

cover

Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis

Dichteressen uit Vlaanderen en Nederland

.

Uit de bundel Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis, de bundel met de beste poëzie van 40 dichteressen uit Nederland en Vlaanderen van uitgeverij Passage uit 2000, een gedicht van Vera Beerten. Vera Beerten (1957) publiceerde in diverse tijdschriften zoals ‘Diogenes’ en ‘Deus ex Machina. Beerten verleende haar medewerking aan verscheidene poëziemanifestaties waaronder ‘De Nachten van de Poëzie’ in Antwerpen, waar zij woont.

.

Finestrat

.

We lagen in een bed van middagzon

Uit elk verband

Uit elke geschiedenis verbannen.

.

Vogels vliegen op uit ons verstand

De huid die om ons heen zat, loste.

We vloeiden uit en over in elkaar

Werden zee, zwommen zonder handen.

.

En op het voor ons uitverkoren strand

Stonden engelen op wacht

Met toeters, wimpels en bellen.

.

Vera

volmaakt

Simon Carmiggelt

Gedicht

.

Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver,  die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.

Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.

Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen  onder het pseudoniem Karel Bralleput.

Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?

.

simon

carmiggelt

Niets cadeau

Wislawa Szymborska

.

Uit de bundel ‘Einde en begin, gedichten 1957-1997’ van uitgeverij Meulenhoff uit 1999 het prachtige gedicht ‘Niets cadeau’ van Wislawa Szymborska.

.

Niets cadeau

.

Niets cadeau gekregen, alles te leen.

Tot over mijn oren in de schulden

zal ik met mezelf

voor mezelf moeten betalen,

mijn leven voor mijn leven geven.

.

Het is nu eenmaal zo geregeld

dat het hart terug moet

en de lever terug moet

en elke vinger afzonderlijk.

.

Te laat om het contract te verbreken.

De schulden moeten worden geïnd,

het vel over de oren gehaald.

.

Op de wereld loop ik rond

in de menigte van andere schuldenaren.

Sommigen zijn verplicht

hun vleugels af te betalen.

Anderen moeten of ze willen of niet

hun blaadjes afrekenen.

.

Aan de debetzijde

staat elk weefsel in ons.

Geen wimpertje, geen steeltje

mogen we voorgoed behouden.

.

De lijst is uitputtend

en het ziet ernaar uit

dat we niets zullen overhouden.

.

Ik kan me niet herinneren

waar, wanneer en waarom

ik zo’n rekening heb laten openen.

.

Het protest daartegen

noemen we de ziel.

En dat is het enige

wat niet op de lijst staat.

.

leeg

Pol de Mont

Vlaams dichter Pol de Mont (1857-1931)

.

Via de website van Gaston D. Haese kwam ik terecht op de site met gedichten van de Vlaamse dichter Pol de Mont. Ik had nog niet eerder van deze dichter gehoord maar ik las een gedicht op de website die ik graag met jullie deel.

Pol de Mont werd geboren in Wambeek. Na zijn middelbare studies in het Frans te Ninove gevolgd te hebben, ging hij naar het Klein Seminarie in Mechelen. Hier was het dat hij zijn eerste gedichten schreef en in 1875 zijn eerste bundel ‘Klimoprankske’ liet drukken. Twee jaar later ging hij rechten studeren aan de universiteit van Leeuven. Samen met Albrecht Rodenbach stichtte hij hier ‘Het Pennoen’. In 1880 werd zijn, met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde bekroonde, bundel ‘Gedichten’ gepubliceerd.

Pol de Mont begon zijn carrière als leerkracht aan het atheneum in Antwerpen. In 1904 werd hij benoemd tot conservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Een jaar later was hij één van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkele van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon.

Een lied van zijn hand (getoonzet door Jos. de Klerk) werd opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (eerste druk in 1906). Dit liedboek was zeer populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt. De eerste regels luiden: ‘Gaan wandelen dat staat ons aan’.

Hieronder het gedicht ‘Nog op mijn lippen’ uit de bundel ‘Zomervlammen’ uit 1922.

.

Nog op mijn lippen

.

Nog op mijn lippen gloeit,
door al mijn aadren schroeit
de kus, van uw lippen ontvangen…
Van zwoele moeheid hijgen nog
mijn longen, en reeds blaak ik toch
van nieuw en aldoor-nieuw verlangen.
.
Uw ogen zien mij aan…,
mijn ogen zien u aan…,
uw handen zoeken naar mijn handen…
Weer vlijt uw blonde hoofd zo teer
zich op mijn borst, en weer, wéér, wéér
mijn lippen op uw lippen branden.
.
Kan men dan dronken zijn
van zoenen als van wijn,
van zoenen, rood als rode bessen ?
0 wonneroes, zo godlik zoet !
0 vlammen in ’t verjongde bloed !
0 dorst, die ‘k, nooit gelest, wil lessen !

.

lippenj

Met dank aan Wikipedia.

Burger King

Menno Wigman

.

Uit de bundel ‘De droefenis van copyrettes’ uit 2009, het gedicht ‘Burger King’. Dit leek me wel een passend gedicht zo vlak voor de feestdagen.

.

Burger King

.

Was er een tijd dat ik hier boven stond,

mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,

niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in

een taal te denken die geen tanden heeft?

Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.

.

Dus slof ik door de leeszaal van de straat

en blader maar wat door de Burger King,

gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos

eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.

– Als deze wanhoop ons Walhalla is,

.

als hier het ware leven staat te lezen,

mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal

betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,

eerder verbaasd dat alles wat zo laag

en lelijk is zo sterk en stevig staat.

.

BK