Site-archief

Bloody men

British library verwerft duizenden e-mails

.

Een bericht van de Huffington post over de aankoop van de British library van het archief van de dichteres Wendy Cope (waaronder duizenden e-mails) zette me aan het denken. Hoe gaan bibliotheken in de toekomst deze literaire informatie verwerven en bewaren. E-mails zijn juist door hun vorm vluchtig en daardoor snel verdwenen. Blijkbaar heeft de Engelse dichteres Wendy Cope alles bewaard wat ze ooit heeft geschreven (en ontvangen) . Wie weet valt daar in de toekomst weer een fraai E-brievenboek van te maken.

.

Wendy Cope is één van Engeland’s bekendste dichters. Ze gaf 4 bundels uit vanaf 1986. Ze was onder andere in 2007  jurylid van de Man Booker Prize en ze is officer of the order of the British empire. Een voorbeeld van haar luchtige, komische poëzie is Bloody men.

.

Bloody Men
Bloody men are like bloody buses —
You wait for about a year
And as soon as one approaches your stop
Two or three others appear.
.
You look at them flashing their indicators,
Offering you a ride.
You’re trying to read the destinations,
You haven’t much time to decide.
.
If you make a mistake, there is no turning back.
Jump off, and you’ll stand there and gaze
While the cars and the taxis and lorries go by
And the minutes, the hours, the days.

.

Project Gutenberg en de poëzie

Guido Gezelle

.

Ik kwam op internet een Eboek tegen van Guido Gezelle; Een bloemlezing van Guido Gezelle’s gedichten. Dit boekje uit 1915 was te vinden dankzij het Project Gutenberg.

Project Gutenberg is een digitale bibliotheek van zogenaamde E-boeken of elektronische boeken.

‘ Michael Stern Hart startte in 1971 met dit project genoemd naar Johannes Gutenberg, die algemeen geldt als uitvinder van de boekdrukkunst met losse letters.De meeste door Project Gutenberg gepubliceerde teksten vallen in het publiek domein in de VS. Ofwel omdat ze nooit onder het auteursrecht vielen, ofwel omdat het auteursrecht verlopen is. Enkele teksten vallen nog onder auteursrecht, maar zijn beschikbaar gesteld door de auteurs. Typische kandidaten voor Project Gutenberg zijn belangrijke of succesvolle boeken waarvan het auteursrecht inmiddels verlopen is, zoals veel oude filosofische teksten, maar b.v. ook de Sherlock Holmes-verhalen van Conan Doyle of de Tarzan-verhalen van Edgar Rice Burroughs. Er zijn diverse readers (leesprogramma’s) op het internet te vinden waarmee men de teksten op een plezierige manier op het computerscherm kan lezen.’ (Bron Wikipedia)

Hoewel het merendeel van de teksten Engelstalig is, zijn er ook veel werken in andere talen te vinden op Project Gutenberg, waaronder het Nederlands. Een daarvan is dus het boek met de gedichten van Guido Gezelle. Waarom dan hier aandacht daaraan besteed? Allereerst omdat het project Gutenberg een prachtig initiatief is om oudere literaire werken weer onder de aandacht te brengen bij een modern (E-boeken lezend) publiek. Maar daarnaast werd ik getroffen door een gedicht van Guido Gezelle (dat ik niet kende maar waarin ik iets herkende. De op een na laatste zin deed mij heel erg denken aan twee zinnen uit een gedicht dat ik zelf heb geschreven met de titel ‘Kus’. De titel van mijn tweede dichtbundel  ‘Je hebt me gemaakt met je kus’  komt uit dit gedicht. Je kunt het gedicht hier lezen: https://woutervanheiningen.wordpress.com/2010/12/

 

Hier het gedicht van Guido Gezelle.

.

’T IS STILLE.

’t Is stille. Rustig ligt
en slaapt het altemaal,
dat leute en leven was,
dat locht- en vogeltaal.
Geen windeken en waakt:
november houdt den staf,
en stelpt dat wekken mocht
het eindloos duister graf
des aardrijks. Ongebaand
en dood zijn weg en straat;
de voet alleen verwekt,
en ’t stappen van die gaat,
een doof gerucht in ’t loof,
dat, afgevallen, plekt
den grond, dien ’t in een’ spree
van doodsche varwen dekt.
’t Is stille. Gij alleen,
o vlugge en vlijtig ding,
dat, langs den natten tak
geklaverd, uw gepink
laat hooren, fijn en snel,
ge ontsnapt en snetst alom:
„Ik leef nog: piep! Ik leef,
spijts ’s winters winterdom!”
.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 65: op een drijvend eiland

.

In het water voor blok 4  (Noordbuurt,  Amsterdam) drijft een eiland. Het is een ‘drijvende-gedichten-kamer’, bedacht door de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani. De dichter F. Starik maakte een gedicht over water en de wind. Het is te lezen bovenop het hekwerk rondom het eiland. Er staan stoeltjes en bankjes waarop je kunt zitten om te picknicken, weg te dromen of te spelen met vrienden. Dat is ook precies de bedoeling van de kunstenaar. Een speciaal plekje waar je even tot rust komt: weg van de drukte van de tram, de auto’s en de rest.

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 64: op een grachtenmuur

.

Op de muur van een Grachtenwand in Utrecht staat het volgende gedicht van Ingmar Heytze. De laatste zin is tevens de titel van zijn boek uit 2001 ‘Hier heeft de oudste steen gelijk’. Een boek dat ik iedereen zeer kan aanraden.

‘Hier heeft de oudste steen gelijk’ is een zomerdagboek dat Ingmar Heytze bijhield in de zomer van 2001.

.

In ons hoofd zit wat voorbij is

Ankie Peypers (1928 – 2008)

.

Gistermiddag was ik bij het afscheid van een collega en in een van de speeches  hoorde ik daar de zin ‘In ons hoofd zit wat voorbij is’.

Die zin intrigeerde me en ik heb hem gelijk genoteerd. Vandaag heb ik er naar gezocht en het blijkt een citaat te zijn van Ankie Peypers.

Eig. Johanna Annie Peijpers, Nederlandse dichteres en prozaschrijfster (Amsterdam 29.9.1928). Aanvankelijk journaliste bij het socialistische bladDe Vlam en bij Het Vrije Volk. Ze debuteerde met poëzie in Libertinage en in 1951 verscheen haar bundel October. Haar gedichten vertonen verwantschap met de poëzie van de Vijftigers, vooral door de associatietechniek, maar ze heeft nooit echt deel uitgemaakt van deze groep. (Bron: dbnl.org).

Een voorbeeld van een van haar gedichten:

.

 Dood

        De vogels, executeurs-testementair
        van de verzen die ik heb geschreven,
        komen als het herfst wordt naar mij toe,
        denkend dat het einde van mijn leven
        samenvalt met het beginnend sterven
        in de bomen rond hun vogelnesten,
        met de onrust in hun vogelbloed.

        Zij vliegen snel om nog op tijd te zijn
        voor het bladerritselend verwaaien van mijn leven
        en vragen mij:
        dood-zijn is dat
        zoals een telefoondraad is,
        tussen twee palen strakgespannen,
        omgeven door de ijle lucht
        en roerloos zijn, een heel klein zwart,
        dat niet kan zingen en geen antwoord geven?
.

 

Hans Andreus

Hans Andreus (1926-1977)

Een dichter die ik al lang zeer bewonder en waardeer is Hans Andreus. Hij was niet alleen bekend als dichter (zijn werk wordt gezien als ‘experimentele dichtkunst’ en hij is één van de vijftigers) maar ook als schrijver van kinderboeken.

Of hoe dat heet

 

Gelukkig dat
Het licht bestaat

en dat het met
me doet en praat

en dat ik weet
dat ik er vandaan

kom, van het licht
of hoe dat heet.

 

Uit: Holte van het licht (1975)

(met dank aan http://www.poëzie-leestafel.info)

Gedicht van Gert Vlok Nel

Grasui

Op zondag 9 september organiseerde de werkgroep Weekend van de Cultuur in Maassluis een Picknick in het Park.. Stichting Ongehoord! verzorgde die middag het dichterspodium.

Op dit dichterspodium stonden onder andere Rob Dijkstra en Jan van der Lans ofwel Grasui.

Grasui draagt gedichten voor van Zuid Afrikaanse dichters met de Nederlandse vertalingen van deze gedichten.

Een van de dichters waarvan zij gedichten voordroegen was Gert Vlok Nel, een tot dan toe voor mij onbekende dichter.

Ik was echter zo onder de indruk van hetgeen zij voordroegen dat ik Rob gevraagd heb een speciaal gedicht (dat ik bijzonder mooi vond) aan mij toe te sturen om te publiceren op dit weblog. Het betreft hier het gedicht ‘nee nee nie dit nie. nie noodwendig dit nie’ of zoals het in de Nederlandse vertaling heet ‘Nee nee dat niet, dat niet noodzakelijk’. De vertaling is van Robert Dorsman en komt uit de bundel ‘Het is onnatuurlijk om te leven’.

.

nee nee dat niet, dat niet noodzakelijk

 .

op zijn veertiende zei zijn vader tegen hem

schoffel dat stuk grond in de voortuin.

waarom? boontjes, erwtjes of zo, iets wat groeien wil.

bloemen groeien toch ook? of kan je bloemen niet eten?

van bloemen kan je dat nooit werkelijk weten.

wát niet weten? of ze giftig zijn of niet? is het dat dan niet?

nee nee dat niet, dát niet noodzakelijk.

 .

dertig was hij op de dag dat hij als laatste de kerk uitkwam.

met een vaag besef en evenveel vermoedens als de confetti.

wat nu? vroeg zijn vrouw, waarom staan je ogen zo somber.

is mijn jurk soms niet wit genoeg? en ze lachte de vraag de menigte in.

over mensen kom je nooit echt iets te weten.

wát niet? of ze groeien-of-nut-hebben-of-goed-zijn?

nee nee dat niet, dát niet noodzakelijk

.

Nieuw gedicht

Vergezicht

 

Vrees niet

wat er niet is

 

zei ze toen ik

aan haar voeten lag

 

leg geen verbanden

als er geen wonden zijn

 

en geef door wat je

het liefst voor jezelf houdt

 

ik stond op, gaf haar een kus

waarna ik mijn weg vervolgde

Jan Arends

3 FM

.

Vanmorgen was bij Giel op 3FM de dichter Erik Jan Harmens te horen (hij had de Gielmobiel). Gevraagd naar zijn favoriete gedicht antwoorde hij dat hij vooral een zogenaamd citaat van Jan Arends zo mooi vond.  Het citaat:

.

Een

strelende hand

doet

mij ook pijn

.

Prachtig in al zijn eenvoud. Jan Arends (1925 – 1974) is vooral bekend geworden van zijn verhalenbundel uit 1972 ‘Keefman’.

Zijn poëzie is minder bekend maar zeker de moeite waard.

Een voorbeeld (met dank aan gedichten.nl)

.

Een kleine barst

Een

kleine barst

wordt

een scheur.


Een

scheur

wordt

een kloof.


En zo

staat de mens

alleen.

Dichten als morele opdracht

Piet Gerbrandy

.

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag staat een interessant artikel over de dichter Piet Gerbrandy. Hierin zegt hij o.a. “Poëzie zet een kleine groep lezers aan het denken en hopelijk is het effect sterk genoeg om als kringen op het water uit te dijen. Iedere kunstenaar werkt, als het goed is, mee aan het grote culturele project van bewustwoording, aan vergroting van sensitiviteit, intellectuele groei en uiteindelijk politieke actie. Ik zie mijn bijdrage daarin als een morele opdracht”

En over poëzie als kunstvorm: “Ik denk dat poëzie voor een potentieel zo marginale kunst echt een behoorlijk mooie positie in de maatschappij heeft”.

.

In het Kunsten katern van de zaterdag krant van 15 september.

Hieronder een gedicht van Piet Gerrandy  met dank aan Gedichten.nl

.

Geen griepje, nee liever steriele

.

Geen griepje, nee liever steriele

slangen door de neus, haperende

symbolen op een schermpje, op de walkman

.

die doorschreeuwt als ik niet meer hoor,

My Favourite Things. Zo wil ik dat het gaat:

weloverwogen en onopgemerkt.

.

Anonymous, particulier verzekerd.

.