Site-archief
Nieuwe griffels schone leien
Van Gorter tot Lucebert, van Gezelle tot Hugo Claus
.
Op 7 maart schreef ik over een Ooievaar pocket met de titel ‘Met andere woorden’ met daarin jonge dichters uit Noord en Zuid uit 1960. In dat stuk schreef ik al over een andere bundel die ik ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw uit een stapel tweedehands boeken heb gevist, met de titel ‘Nieuwe griffels schone leien’.
Deze bundel (uit 1957) bevat een bloemlezing uit de poëzie der avant garde samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Op zich al heel aardig om zo’n oud boekje met gedichten uit de jaren vijftig te hebben. Dit boekje is echter extra bijzonder, omdat degene van wie dit bundeltje ooit is geweest het grootste deel van de dichters gevraagd heeft deze bundel te signeren. In totaal 29 handtekeningen sieren de eerste twee pagina’s (van de 56 dichters in de bundel). Handtekeningen van o.a. Remco Campert, Anna Blaman, Ellen Warmond, Cees Nooteboom en Ed Hoornik maken dit voor mij een special bezit. Dat iemand de tijd en moeite heeft genomen om al die handtekeningen te verzamelen, dan moet je wel een groot liefhebber geweest zijn.
Uit deze bundel een gedicht van H. Marsman (1899 – 1940)
.
Virgo
.
Morgenmeren.
uw omgrenzing ordent.
bergen klimmen in het tinnen licht
.
en uw stille, virginale lippen
kuischen aan de sidderende beken
zoete smetten van het groene duister
.
en uw oog wordt licht.
.
maar de nacht stort ruglings in de nacht
.
en uw mond is in zichzelf besloten
en uw bloed is door uw bloed omringd
.
Liederen van de zelfkant
Willem van Iependaal (1891 – 1970)
.
Vandaag vond ik een bundeltje van Willem van Iependaal uit 1975, in een winkel met tweedehands goederen. Vooral de kaft trok me meteen aan. Na lezing van enkele gedichten en de achterflap kocht ik het. Het betreft hier de eerste poëziebundel van de Rotterdamse schrijver en dichter Willem van Iependaal. De tekst op de achterflap luidt:
Als iemand in Nederland recht voor zijn raap heeft gedicht, dan is het Willem van Iependaal wel. Hij bezong in de jaren dertig met geestelijke werkelijkheidszin en vaak zeer bewogen de crisis met haar werkeloosheid, armoede en misdaad-uit-nood en getuigde ook lang erna in liedvorm van zijn kritiek op maatschappelijke misstanden.
In zijn gedichten maakt Willen Iependaal veel gebruik van (Rotterdamse) straattaal uit het begin van de 20ste eeuw. Hier een mooi voorbeeld.
.
Jou, Joekel, Nabij
.
Zeg, joekel, jij schrokt en jij schranst zonder schroom
De piepers en prak uit een krant aan de boom
Fortuin was je gunstig, zoals haar betaamt
Ze liet je de schurft en onthield je de schaamt
.
‘k Heb honger, een dakloze ben ik als jij,
Een smetzieke zwerver, jou, straathond, nabij
Die prak aan mijn voet… Zal ik grijpen? Nee stop!
De mens zoekt het hoger: de mens hangt zich op…
.
Joekel=hond, prak=kliekje
.
Gedicht
Paradijsvogel
.
Voor degene die liever poëzie lezen dan over poëzie lezen nog een gedicht uit mijn laatste bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’.
.
Paradijsvogel
.
Het manifest van je unieke leven
draag je mee in capes en waaiers
.
in sluimerende sluiers getooid
daag je uit en stoot je af
.
In je bonte verenpak, het borstschild
als veelkleurig pantser
.
in groepen vertoon je zelden
je ware gelaat, in het licht
.
blijkt een uniek universum
daar manifesteert zich een grillig
.
baltsgedrag als een stralende
regenboog boven grijze werelden
.
Bundel te koop bij mij en bij uitgeverij de Brouwerij.
Antjie Krog
Zuid Afrika
.
Ik schreef hier al eerder over Gert Vlok Nel, een Zuid Afrikaans dichter. Bij het programma Wie is de Mol werd ook aandacht besteed aan de Zuid Afrikaanse poëzie tijdens een dictee van een gedicht van Ingrid Jonker. En wie kent Breyten Breytenbach niet de beroemde Zuid Afrikaanse dichter die jarenlang gevangen zat. Hier nu een gedicht van nog zo’n grote naam uit de Zuid Afrikaanse literatuur Antjie Krog. Antjie Krog (1952) is de dochter van een boer Willem Krog en een bekend Zuid Afrikaans schrijfster Dot Serfontein.
Antjie Krog debuteert als 17-jarige in een jubileumuitgave van het schoolblad met het gedicht ‘Kyk, ek bou vir my ’n land’ (zie hieronder). Haar eerste dichtbundel, Dogter van Jefta, verschijnt in 1970. Hierna volgt een indrukwekkende reeks teksten van haar hand, zowel poëzie als proza, fictie en non-fictie.
Van 1996 tot 1998 doet Antjie Krog radioverslag van de zittingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Naar aanleiding hiervan schrijft zij het boek Country of my skull, dat in 1998 verschijnt.
,
land van genade en verdriet
I
tussen jou en my
hoe verskriklik
hoe wanhopig
hoe vernietig breek dit tussen jou en my
soveel verwonding vir waarheid
soveel verwoesting
so min het oorgebly vir oorlewing
waar gaan ons heen van hier?
jou stem slinger
in woede
langs die kil snerpende sweep van my verlede
hoe lank duur dit?
hoe lank vir ’n stem
om ’n ander te bereik
in díe land so bloeiende tussen ons
*
land van genade en verdriet
I
tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij
zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven
waar gaan we heen van hier?
je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden
hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
een ander bereikt
in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt
Uit: Kleur komt nooit alleen,
Heel veel meer over Antjie Krog lees je op http://boeklezen2.blogspot.nl/
Met andere woorden
1960
.
Ik ben gek op oude poëziebundeltjes. Zo heb ik bijvoorbeeld een dichtbundel uit eind jaren vijftig met veel vijftigers dichters inclusief alle handtekeningen van de dichters. Iemand heeft de moeite genomen om die te verzamelen en ik kwam het boekje tegen in een stapel tweedehands boekjes. Zo ook de bundel ‘Met andere woorden’. Een Ooievaar pocket (nummer 119) uit 1960 (eerste druk 10.000 exemplaren) met daarin jonge dichters uit noord en zuid. Vijftien jonge dichters waarvan sommige helemaal doorgebroken zijn en nog steeds actief en bekend en sommige waarvan ik in ieder geval, nog nooit gehoord had. De dichters in het boekje:
Gust Gils, Mea Strand, Armando, Ellen Warmond, Hugues C. Pernath, Ed. O Roletto, Paul Snoek, Fen Skalp, Susanne Lecointre, Cees Nooteboom, Willy Roggeman, Cornelis Bastiaan Vaandrager, Georges van Vrekhem, Hans Sleutelaar en Mischa de Vreede.
.
Hieronder een gedicht uit deze bundel, van een dichter die ik niet kende Hugues C. Pernath
.
Uit Meidood – 1955
.
Het is een leven van verschillende straten liefste
met zoveel warm woestijngeloof aan iedere wand,
het is de latere kelk van je erewonde
de ademtijd en volgende ogenwandeling.
Nu alles slaapt, het kleven terugkeert tot de moeder
onzeker onderaards klooster, vandaag geworden
*
Overmorgen, verlaten herinnering, zal iemand mij
beminde woorden vertellen, achter de angst
en de avond misschien tamelijk tot me spreken.
Van witte as zal iemand uit de regen leven,
de waarheid, die vergeefse nacht ombrengen.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 82: op vuilniswagens
.
In Rotterdam heeft een samenwerkingsproject van de Stichting Poetry International en de Rotterdamse vuilophaaldienst, de Roteb tot een bijzondere plek voor poëzie gezorgd. Sinds 1988 kiest Poetry International voor de Roteb dichtregels uit die worden aangebracht op alle grotere vuilophaalwagens. In 2001 lieten twee kunstenaars de vuilniszakken spreken, alweer in Rotterdam. De zakken kregen allemaal een letter, zodat de Rotterdammers zelf woordjes konden maken bij het naar buiten zetten van de vuilnis.
.
Dichtregels van o.a. de Franse dichter Eugène Guillevic ( Soms geloof ik er in / of bijna), van de Chileense dichter Nicanor Parra ( wee de mens die zich nooit vergist) maar ook van Nederlandse dichters zoals Jules Deelder ( Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt) en Gerrit Achterberg ( De schemer heeft uw kleren aan) sieren vuilniswagens.
.
In 2010 organiseerde de Roteb en Poetry International een wedstrijd. Alle inwoners uit de regio Rijnmond mochten nu zelf een dichtregel insturen en maakte hiermee kans hun regel terug te lezen op een Roteb-wagen. Dit mocht uit eigen werk zijn of een citaat uit poëzie van een andere (bekende) dichter. Winnaar van deze wedstrijd werd Peter Oole met de regel ‘Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag’.
.
Ouder gedicht
De dichter ontmaskerd
.
Zoals veel dichters ben ook ik ooit begonnen met het schrijven van gedichten op jonge leeftijd. Ik heb al mijn gedichtjes en rijmsels (want dat waren het vaak) bewaard. Zo nu en dan publiceer ik hieruit wat op dit blog. Om te laten zien dat door veel poëzie te lezen en te schrijven je wel degelijk een ontwikkeling kan doormaken. Dat je jezelf kun trainen en dat je steeds beter wordt in op te schrijven wat je eigenlijk wil zeggen. Dit gedicht dateert uit begin van de 21ste eeuw.
.
De dichter ontmaskerd
.
‘Peilloze diepten’ zei je
en ‘omfloerste gedachten’
‘doorwrochte zinnen’
en ‘latent temperament’
.
Ik vroeg me af
waar zich dat dan
allemaal wel bevond
.
Bij mij?
.
Ik deed maar wat
tenslotte
.
















