Site-archief
Wat we verloren in het moeras
Grant Chemidlin
.
Grant Chemidlin is een queer dichter, docent en auteur. Hij was finalist voor de Gival Press Oscar Wilde Award en de Philip Levine Prize for Poetry en zijn werk is gepubliceerd in onder andere Quarterly West, Iron Horse Literary Review, Tupelo Quarterly en de Academy of American Poets. In 2023 publiceerde Grant Chemidlin de bundel ‘What We Lost in the Swamp’ gevolgd door de bundel ‘In the Middle of a Better World’ in 2026. Hij woont in Los Angeles met zijn man en kat en geeft les in poëzie bij PocketMFA en de Poetry Society of New York.
‘What We Lost in the Swamp is een weelderige en levendige dichtbundel die de vele verschijningsvormen van ‘groen’ onderzoekt: natuur, onervarenheid, jaloezie, ontluikende liefde en het ontdekken van seksualiteit. Het is een langzame openbaring, een liefdesbrief aan groei, aan herontdekking, aan het eindelijk leren spreken van de waarheid. De verrassende gedichten in deze bundel stellen de lezer de vraag: Wie wil je zijn in deze wereld? Hoe wil je je leven opbouwen?
De bundel is via welib.org gratis te downloaden en uit deze bundel koos ik het titelgedicht en voor wie het Engels niet (goed) machtig is vertaalde ik het ook naar het Nederlands.
.
What We Lost in the Swamp
.
Boys do not kiss boys. They catch frogs.
Is what I told myself the second it happened.
& there we were, hidden in the hemlocks of a secret swamp.
Your lips drifting away from mine like a silent ship
leaving harbor. Gone, as quickly as it came. I watched the shame
leap into the pond of your face. O the ripples.
How good we were at turning moments into paper,
into things we could crumple up & throw away.
You grabbed the frog squirming in my palms
& headed to the “cave,” to the crack between the rocks,
where the black & white striped garter snake
slithered into shade. How I wish I could say
that I stopped you, that I didn’t watch unhinged jaws
spring out like lightning, wrap around that poor
& unsuspecting frog, but I did.
Still too young to believe it, I wanted to see it
gone, eaten, that green & slippery part of myself
buried in the belly of a beast.
.
Wat we verloren in het moeras
.
Waarom ben je niet bij mij
Kira Wuck
.
In de verzamelbundel ‘Waarom ben je niet bij mij’ die Arie Boomsma samenstelde in 2013 (met behulp van de bibliotheken van Thomas Möhlman, F. Starik en Tsead Bruinja, leuk om te lezen waar Arie Boomsma gedichten heeft zitten lezen voor deze bundel) staan liefdesgedichten. Na de bundel ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ uit 2011 dus een vervolg. De aandacht die aan deze uitgaven besteed werd, en schaar hieronder ook de twee delen ‘Gedichten die mannen/vrouwen aan het huilen maken’ en ‘Ik weet niet welke weg je neemt’, en de kwaliteit zijn uitstekend. Uitgeverij Prometheus heeft hiermee iets moois te pakken.
In deze uitgave dus liefdespoëzie. En zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, schrijf ik niet alleen graag liefdespoëzie maar heb ik ook een zwak voor liefdespoëzie. In de bundel zijn de dichters alfabetisch op achternaam gerangschikt waardoor het eenvoudig zoeken is waar het gedicht of de dichter van je keus zich in de bundel bevindt. Van de oudste dichters (Willem Kloos en Jacques Perk, beide met geboortejaar 1859, tot de jongste dichter Y.M. Dangre, geboortejaar 1988), vrijwel alle grote en bekende namen die liefdespoëzie hebben geschreven zijn vertegenwoordigd.
Zo ook de dichter Kira Wuck (1978) die ik uit deze verzamelbundel koos omdat de titel van haar gedicht me zo aansprak ‘Liefdesbrief. Een manier van communiceren (de brief en dan nog specifieker de liefdesbrief) die lijkt te verdwijnen. En voor een liefhebber en beoefenaar zoals ik, is dat toch heel jammer. Wanneer je het boek ‘Ik moet aldoor aan je denken’ Ontroerende liefdesbrieven uit 1993, dan is het zo goed voor te stellen hoe het moet zijn om een liefdesbrief te krijgen en ook hoe het is om een liefdesbrief te schrijven.
.
Liefdesbrief
.
Ik likte borden schoon
en keek hoe regen verdriet uit de lucht trok
.
Iemand vroeg of hij tien baarzen in mijn koelkast kon huizen
sindsdien ruikt het hier naar vis
water drupte van zijn kin
.
Ik vroeg of hij zich over de afwas kon ontfermen
en zei dat ik soms krullen had en soms een brandweervrouw was
dan zwaaide ik vanaf de wagen, zelfs al brandden er huizen plat
.
’s nachts fietste ik zonder licht
maar ik kan alles op gevoel
de meest vreemde dingen
‘
Toen ik iemand zag die heel erg op jou leek
wou ik mijn mond op de zijne drukken
daarna zijn hart uit zijn borstkas snijden
en in een vissenkom doen
.





