Site-archief
Wat we verloren in het moeras
Grant Chemidlin
.
Grant Chemidlin is een queer dichter, docent en auteur. Hij was finalist voor de Gival Press Oscar Wilde Award en de Philip Levine Prize for Poetry en zijn werk is gepubliceerd in onder andere Quarterly West, Iron Horse Literary Review, Tupelo Quarterly en de Academy of American Poets. In 2023 publiceerde Grant Chemidlin de bundel ‘What We Lost in the Swamp’ gevolgd door de bundel ‘In the Middle of a Better World’ in 2026. Hij woont in Los Angeles met zijn man en kat en geeft les in poëzie bij PocketMFA en de Poetry Society of New York.
‘What We Lost in the Swamp is een weelderige en levendige dichtbundel die de vele verschijningsvormen van ‘groen’ onderzoekt: natuur, onervarenheid, jaloezie, ontluikende liefde en het ontdekken van seksualiteit. Het is een langzame openbaring, een liefdesbrief aan groei, aan herontdekking, aan het eindelijk leren spreken van de waarheid. De verrassende gedichten in deze bundel stellen de lezer de vraag: Wie wil je zijn in deze wereld? Hoe wil je je leven opbouwen?
De bundel is via welib.org gratis te downloaden en uit deze bundel koos ik het titelgedicht en voor wie het Engels niet (goed) machtig is vertaalde ik het ook naar het Nederlands.
.
What We Lost in the Swamp
.
Boys do not kiss boys. They catch frogs.
Is what I told myself the second it happened.
& there we were, hidden in the hemlocks of a secret swamp.
Your lips drifting away from mine like a silent ship
leaving harbor. Gone, as quickly as it came. I watched the shame
leap into the pond of your face. O the ripples.
How good we were at turning moments into paper,
into things we could crumple up & throw away.
You grabbed the frog squirming in my palms
& headed to the “cave,” to the crack between the rocks,
where the black & white striped garter snake
slithered into shade. How I wish I could say
that I stopped you, that I didn’t watch unhinged jaws
spring out like lightning, wrap around that poor
& unsuspecting frog, but I did.
Still too young to believe it, I wanted to see it
gone, eaten, that green & slippery part of myself
buried in the belly of a beast.
.
Wat we verloren in het moeras
.
Over liefde en niets anders
Toon Tellegen
.
Omdat het weer eens tijd was voor een liefdesgedicht (dacht ik) stond ik voor mijn boekenkast en vond daar de bundel ‘Over liefde en over niets anders’ van Toon Tellegen uit 1997. Tsja, als je dan op zoek bent naar een liefdesgedicht laat zo’n titel niets meer aan de fantasie over, dit gaat over de liefde (en over niets anders). Toch is Toon Tellegen geen gewone liefdesgedichtendichter. In een recensie over deze bundel van Gert Jan de Vries in de Volkskrant las ik: Tellegen mag alles nog zo omdraaien, vergroten, verkleinen en verdwazen, nergens verhult hij zijn onderwerpen: herkenbaar menselijk gedrag en herkenbare menselijke emoties.
En zo is het. Toon Tellegen beschikt als geen ander over een bijzondere manier van kijken naar de dingen en het vervolgens op een misschien nog wel bijzondere manier verwerken in een gedicht. Dat gebeurt ook in het gedicht zonder titel maar met de eerste zin ‘De jaloezie was jong’
.
De jaloezie was jong,
ze dampte nog,
en de liefde schuifelde onwennig langs het eerste koren,
prikte zich aan de eerste doornen,
wist nog niet wat schrikken was
en bloeden.
.
In de verte lag het woord: groot, rimpelig en leeg.
.
De natuurwetten kraakten, knarsten,
kwamen een voor een op gang.
Appels vielen, bladeren, sterren.
Rivieren stroomden van de eerste bergen.
.
Kaïn hief zijn arm omhoog.
Alles begon, alles was nieuw,
alles was onontkoombaar.
.







