Site-archief
Poems that GO
De ontwikkeling van de poëzie
.
De website http://poemsthatgo.com is een site van Megan Sapnar en Ingrid Ankerson, waar heel veel informatie te vinden is over hoe de poëzie zich ontwikkeld. Van alleen de geschreven vorm naar vormen met beeld, geluid, animatie en ga zo maar door. Op de website essays over deze onderwerpen, voorbeelden van nieuwe poëzie en een uitgebreid discussieforum. Van de vormgeving ben ik niet zo onder de indruk maar de inhoud kan me zeker bekoren.
Wat beoogd Poems that GO? Op hun website staat te lezen:
Wat maakt een gedicht een gedicht? Als een tekst wordt gezongen, wordt het dan een lied? Wanneer motion graphics worden gebruikt, maakt dat het dan een animatie? Als de beelden fotografisch zijn, is het film?
In het tijdperk van “Post-media esthetiek ‘, zoals Lev Manovich heeft opgemerkt, maakt de vervaging van de traditionele media genres het moeilijk, zo niet onmogelijk, om mediagebieden te definiëren. In plaats van te worstelen met dit soort scheidingen laten we de kunsten mengen in een ruimte waar we nog steeds een cirkel omheen durven zetten en dit als poëzie labelen. Hoewel we de term “nieuwe media poëzie ‘als een genre van’ elektronische literatuur ‘ opnemen om de gedichten te beschrijven, blijft de term literatuur een moeilijke. Inderdaad, we zijn beschuldigd van de devaluatie van dit woord ten koste van het beeld. Ons doel is hier echter een vorm van kunst te verheffen boven de rest, maar een inclusief begrip van de literatuur te zoeken, een die verder gaat dan geschreven tekst door visuele, auditieve en mediale aspecten op te nemen.
Een heel verhaal dat neerkomt op een zoektocht naar nieuwe vormen van poëzie. Hoe ziet die zoektocht eruit? Op de website zijn verschillende vormen van interactieve poëzie te bekijken. Zo is er een poetry game, een Jabberwocky machine (die teksten en woorden mixed en een voorbeeld van een klankgedicht van Young-Hae Chang ‘The last day of Betty Nkomo’ dat je via de link hieronder kan bekijken.
http://www.yhchang.com/BETTY_NKOMO.html
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 85: Op een stalmuur
.
Vanaf 2009 wordt in het kleine plaats Watou in West Vlaanderen een kunstenfestival georganiseerd.
Kunstenfestival Watou is een internationale kunsttentoonstelling met beeldende kunst, poëzie en literatuur op de snijlijn tussen taal en beeld. Zo valt te lezen op de website van het kunstenfestival http://www.kunstenfestivalwatou.be/ De 2013 editie vindt plaats tussen 6 juli en 1 september.
Vrijwel alle grote namen uit de poëzie zijn in de afgelopen 4 jaar aanwezig geweest bij dit bijzondere festival; van Remco Campert tot Vrouwkje Tuinman van Lucebert tot Rutger Kopland.
In deze traditie werd op een stal van een boerderij in Watou het gedicht ‘Ezel Ambroos’ van Hugo Claus aangebracht.
.
Ezel Ambroos
.
Deze ezel heet Ambroos.
Hij drentelt langs hond en lam.
Tussen zijn saffraangele tanden
zit een halve boterham, ambrosia.
.
Vele meesters reden op zijn rug,
Heer Jezus, Heer Honger, Heer Dood.
Om zijn dagelijks brood
balkt hij: Glorie, gloria.
.
Op de vlucht naar een of ander Egypte
verloor hij onderweg de os, zijn vriend,
met wie hij redeneerde
over de stro, de kribbe, het kind.
.
Soms buigt een vreemde rouw
zijn pluizige kop nog verder naar voren.
De schuwte van de paria
in de wereld waarin ook wij dolen.
.
Waarom duldt hij onze grillen
als de vliegen in zijn wimpers,
de horzels op zijn billen?
Wat is het waarom van zoveel
nederige vrede? Herinnering aan Arcadia?
.
Al is Ambroos al eens duister en duivels
op zijn tijd en stond,
zijn ogen zijn de gewonde ogen
van de eeuwigheid.
.
Uit: De Sporen
(De ezel Ambroos was een gift van dichter Roger de Neef aan Hugo Claus)
Het regent zonlicht
Koos Meinderts
.
Koos Meinderts is schrijver van liedteksten (o.a. voor en samen met Harrie Jekkers), kinderen en van de dichtbundel Het regent zonlicht.
Deze dichtbundel (geïllustreerd door Annette Fienieg) voor kinderen van 6+ laat het talent zien van Koos Meinderts. Ooit las ik zijn kinderboek De club van de lelijke kinderen en nog veel verder daarvoor genoot ik van de liedjes van het Klein Orkest en de theatershows van Harrie Jekkers. En nu heeft Koos weer iets heel moois afgeleverd, deze dichtbundel.
Poëzie voor kinderen is een nog kleiner stukje van wat we literatuur noemen dan de poëzie voor volwassenen al is. Koos Meinderts laat zien (en velen voor hem) dat dat geheel onterecht is. Poëzie voor kinderen kan heel mooi zijn en een prima manier om allerlei dingen bespreekbaar te maken of als uitgangspunt te nemen voor een gesprek. En poëzie voor kinderen kan gebruikt worden als troost of middel van verwerking. Hiervoor zijn hele goede voorbeelden. Ook in deze bundel neemt Koos kinderen mee langs hele leuke en minder leuke onderwerpen maar altijd zo dat je wilt blijven lezen.
Een voorbeeld:
.
Het regent zonlicht
op de wereld
op het meisje in het gras
.
Hoor haar moeder
zingt een liedje
voor haar dochtertje van glas:
.
God behoed haar
voor de kraaien
en de allereerste kras,
.
voor de hobbels
en de kuilen
en het snijden in het gras.
.
Wie zou zo’n gedicht niet willen voorlezen aan kinderen. Op de mooie website over poëzie http://www.poezie-leestafel.info/ staat een recensie van deze bundel.
.
Dennis O’Driscoll
1954 – 2012
.
Opnieuw is er een dichter overleden. Op Facebook las ik het bericht van het overlijden van Dennis O’Driscoll op 24 december jongstleden.
Deze Ierse dichter publiceerde in totaal 9 poëziebundels, ontving vele prijzen voor zijn werk en had een eredoctoraat in de literatuur aan the University College in Dublin. O’Driscoll’s werk karakteriseerde zich door het economische woordgebruik en terugkerende motieven als sterfelijkheid en de breekbaarheid van het alledaagse leven.
Voor dat O’Driscoll zelf poëzie publiceerde was hij actief en bekend als poëziecriticus. The Times Literary Supplement noemde hem eens ‘een van Ierlands meest gerespecteerde poëziecritici’. In het Engels taalgebied een grote naam, voor wie het (nog) niet kent, op http://www.poetryfoundation.org kun je zijn biografie alsmede een aantal gedichten van zijn hand lezen. Hier alvast een gedicht van hem.
.
Normally speaking
Literaire kunst
Nieuwe categorie
Wie mij kent weet dat ik nogal van de boeken ben. Ik mag erg graag tussen oude boeken snuffelen en zo vond ik bij een tweedehandsboekenwinkel het volgende boekje uit 1962.

Literaire kunst van H.J.M.F. Lodewick, leraar aan het stedelijk Lyceum te Maastricht.
In dit boekje heel veel theorie over literaire kunst en met name over poëzie. Omdat ik denk dat elke (aspirant) dichter in ieder geval iets zou moeten weten over de theorie van poëzie ga ik de komende tijd jullie vermaken met voorbeelden van Vorm en Inhoud want; “Vorm en Inhoud zijn een” zoals door de Tachtigers al sterk naar voren is gebracht (dit laatste verzin ik niet, dat staat in dit leuke boekje).
De nadruk zal liggen op de inhoud met zijn letterkundige voortbrengselen. Je ziet de taal is hier en daar wat ouderwets maar ja het boekje is dan ook al bijna 50 jaar oud. Maar de theorie besproken staat nog altijd als een huis.












