Site-archief

Das magazin

Literair tijdschrift

.

In de kringloopwinkel kocht ik vier exemplaren van Das Magazin of Das Mag. Dit literaire tijdschrift, volgens de website http://dasmag.nl/het grootste literaire magazine van Nederland, verschijnt vier keer per jaar. Mijn exemplaren zijn van 2012 en 2013.

In Das magazine korte verhalen, briefwisselingen, columns, foto’s, illustraties en poëzie. Uit de zomer editie van 2013 met als titel ‘Het jong’ een gedicht van Ellen Deckwitz met als titel ‘Vlies’.

.

Vlies

.

Ze zeiden dat ons hoofd niet meer is

dan een knokenkap. Een thuis

waarin het spookt.

.

Maar in de hoek lag iets. We tilden het op

en ontdeden het van zijn vlies. Het was teer nog

maar het ademde,

.

het begreep hoe we spartelden.

.

Laat onze handen maar neerdalen.

De vingers zullen zich hoe dan ook spreiden

in een majeurakkoord. Op deze polsen

.

zitten geen wonden maar stukjes weefsel

in de vorm van landen waarvan we weten

dat ze bestaan.

.

das-magazin

Frits Ekkel

Aart van Zoest

.

Op zoek naar de dichter Frits Ekkel (vader van Jonge Helden Daan en Willem Ekkel) kom ik op de website van Aart van Zoest (1930) http://aartvanzoest.nl/. 

Op zijn site heeft van Zoest, overduidelijk een groot fan van de poëzie van Ekkel, twee gedichten van hem geplaatst. Of het hier Frits Ekkel, vader van, betreft weet ik niet maar het gedicht dat ik aantrof kan ik zeer waarderen. daarom hier het gedicht ‘gedicht’.

.

gedicht

om het gedicht hangt vaal
schijnsel, de schim van een lamp
of een kaars op zijn eind
door de gordijnen komt
licht zonder zon, de dag
is ontwricht en voor je het weet
is het huis er ontheemd en
er worden regels vermist

ik breng alles in het geweer
en besluit tot een vuist
op papier, tot een sluitend
tegengedicht
maar geen woord
dat van zich laat horen
geen woord dat er juicht of
vooraan wil staan
wat verschijnt gaat timide
zijn weg en vergruist

het is een dag vol omissies
en muizenissen en lege seconden
die moe zijn gestreden
ik zwicht en blijf achter
zonder verweer
het gedicht en blijf achter
zonder verweer
het gedicht is een kooi
een schande
het werkt bijna nooit
is levenloos
leeft niet langer
dan een amoebe in hooi

wat ik wil is een
raadsel, een noest in het hout
een spoor van een voet in
het zand, wat ik wil
is een misverstand
het gedicht wordt een lus
om mijn hals
een moet in mijn wang van
een blijvende bittere kus

.

vuist.preview

Ik, schaduw

Simon Vinkenoog

.

Als dichter, schrijver maar vooral als voordrachtskunstenaar was Simon Vinkenoog (1928 – 2009) een fenomeen. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad ‘Blurb’ waarvan 8 edities verschenen in 1950-1951. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”.  Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: “Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van maken”. Dit kenschetst Simon Vinkenoog als geen ander. In 1961 begon hij het blad ‘Randstad’ en in 1964 het magazine ‘Kunst van nu’.

In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’ en hij schreef in zijn leven meer dan 50 publicaties waarvan één van de bekendste toch wel ‘Atonaal’ uit 1951 is, het publieke manifest van de Vijftigers.

.

Uit de bundel ‘Spiegelschrift, gebruikslyriek’ uit ‘Vier gedichten tegen dood door angst’ het gedicht ‘Ik, schaduw’.

.

Ik, schaduw

.

Een ander ben ik,

gestoken in mijn kleren,

die met mijn naam wordt aangesproken.

.

Hij woont in hetzelfde huis als ik,

wij slapen met dezelfde vrouw

en lezen tezelfdertijd dezelfde boeken.

.

’s Morgens wordt hij in mij wakker,

staat met mij op, wast zich en scheert mij,

wij nemen samen afscheid, lopen samen door de straten.

.

Hij werkt, hij denkt, hij eet voor mij,

uit mijn mond komen ook zijn woorden.

Soms overvalt hij hersenschuddend mij

en grijpt de kans aan, in mij rond te moorden.

.

Ik haat hem; hij verraadt mijn geheimen.

Wat ik niet zeggen wil

schreeuwt hij voluit van de daken.

.

Ik weet niet meer wie ik ben,

ik weet niet waar hij mij zal leiden,

maar als ik niet meer leef

neem dan gerust zijn handschrift voor het mijne.

.

SV

Foto: Manuel van Loggem (Nederlands Fotomuseum)

Het denken en het meisje

Maria Barnas

.

De Nederlandse schrijver, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas (1973) gebruikt tekst en beeld zowel in haar geschreven als haar beeldende werk. Voor haar poëziedebuut ‘Twee zonnen’ uit 2003 ontving ze de C. Buddingh’ prijs,  in 2009 de J.C. Bloemprijs voor haar bundel ‘er staat een stad op’ en in 2014 voor ‘Jaja de oerknal’ de Anna Bijns Prijs.

Maria Barnas is medeoprichter (met Maxine Kopsa en Germaine Kruip) van uitgeverij ‘Missing books’ die als kunstproject boeken publiceert die niet eerder zijn herdrukt. Ze schrijft over kunst en literatuur in onder andere De Groene Amsterdammer, De Gids, Vrij Nederland en ze was columnist bij het NRC Handelsblad.

Uit haar bundel ‘Jaja de oerknal’ uit 2013 het gedicht ‘het denken en het meisje’.

.

Het denken en het meisje

Weilanden en huizen verglijden in mijn ooghoek
terwijl ik me probeer te concentreren op het meisje
dat tegenover me zit. Er past veel in een ooghoek.
Een huis dat ik herken een sloot een koe en zelfs

het grazen en verloren turen van het dier dat de nek
strekt gespannen van een onbekend geluid.
Of wacht het strammer op een teken?
Dieren vermenigvuldigen zich aan de rand.

Schikken zich in dit verzakkende moerasland
met stuitende huizen waarin ik stuk voor stuk
heb gewoond. Het meisje klemt een boek

dat doorsneden van de hersenen toont op schoot.
Ze omcirkelt kwabben en ventrikels en ontleedt
dat ik aan haar kan denken en denken.

.

MB

 

De Rijken

Hans Magnus Enzensberger

.

Hans Magnus Enzensberger (1929) is een Duits schrijver, dichter, vertaler en redacteur en geniet grote faam in Duitsland en daarbuiten. In zijn jeugd maakt hij het nationaal socialisme van dichtbij mee (zijn buurman in München was Julius Streicher, oprichter en uitgever van Der Stürmer) maar na de oorlog studeerde hij filosofie en literatuur aan de universiteiten van Erlangen, Freiburg, Hamburg en Parijs.

Tot 1957 werkte hij als radioredacteur. Hij nam deel aan verschillende bijeenkomsten van de literaire beweging Gruppe 47. Van 1965 tot 1975 was hij redacteur van het tijdschrift ‘Kursbuch’. Sinds 1985 is hij redacteur van de prestigieuze bibliofiele boekenreeks ‘Die Andere Bibliothek’, uitgegeven in Frankfurt. Enzensberger is ook de oprichter van het maandblad ‘TransAtlantik’. Zijn werk werd in meer dan 40 talen vertaald.

Zo ook in het Nederlands. Ron Wijckmans vertaalde voor Poetry International zijn gedicht ‘De rijken’ uit 1994.

.

De rijken

.

Waar ze toch steeds weer vandaan komen,

die weelderige bendes! Na elk debacle

zijn ze uit ruïnes komen kruipen,

onaangedaan; door elk oog van de naald

zijn ze geslopen,

tal-, steen- en zegenrijk.

.

De arme stakkers. Niemand mag ze.

Zwaar gaan ze onder hun last gebukt.

Ze beledigen ons,

krijgen overal de schuld van,

kunnen er niets aan doen,

moeten weg.

.

We hebben alles geprobeerd.

Gepreekt hebben we,

gesmeekt hebben we ze,

en pas toen het niet anders meer kon,

afgeperst, onteigend, geplunderd,

we hebben ze laten bloeden

en tegen de muur gezet.

.

Maar nauwelijks lieten we het bijltje hangen

en namen plaats in hun fauteuil,

of we stelden vast, eerst

ongelovig, maar dan verzuchtend:

ook tegen ons was geen kruid gewassen.

Ja echt, je went aan alles.

Tot de volgende keer.

.

HME

Naked women are the best

VQR

.

De Virginia Quarterly Review (VQR) heeft in 2012 een aantal mini poëzieposters uitgebracht. Elke vrijdag werd een miniposter op PDF formaat online gezet. VQR is een ‘nationaal tijdschrift voor literatuur en discussie’. Op de website is veel poëzie te vinden (http://www.vqronline.org/).

Hieronder de eerste miniposter van David Lehman met het gedicht ‘Poem in the Manner of the 1960s’.

.

VQR

Panties

Gedichten op je benen

.

Bij Etsy.com, een website van creatieve ondernemers die hun waar aanbieden. Veel design en bijzondere producten zoals panty’s  met poëzie en literaire teksten. Via Etsy worden verschillende panty’s  in allerlei kleuren aangeboden met teksten van William Shakespeare (Romeo & Julliet), Allice in Wonderland en Jane Austen (Pride and prejudice).

De panty’s worden ontworpen door Natali Cohen van Colinedesign uit Israël.

.

panty

panty 2

panty 3

panty_tekst

panty4

Informatie over poëziepodia en poëzie-initiatieven

Poëziepodia en meer

.

Schrijvers tussen de kassen

In de gemeente Westland is een vereniging van schrijvers en dichters actief die de laatste tijd stevig aan de weg timmert. Maar liefst 36 schrijvers (waarvan 28 dichters) hebben zich verenigt in een collectief onder de naam Schrijvers tussen de kassen.

Op de website van Schrijvers tussen de kassen staat een overzicht van de leden en informatie over hun werk, worden wedstrijden en evenementen gemeld, staan verslagen van evenementen en poëziepodia, kun je proza en poëzie lezen en nog veel meer.

Ook publicaties van de verschillende schrijvers en dichters zijn te bekijken en te bestellen. Wil je meer weten over deze levendige vereniging, neem dan eens een kijkje op hun website: http://www.schrijvers-tussen-de-kassen.nl/

.

VZW De Boog

Cafe ‘RoodWit’ bestaat al een eeuwigheid. Het is een van de weinige authentieke buurtkroegen die Berchem (Antwerpen) nog rijk is. De naam RoodWit komt overigens van de kleuren van de biljartballen, die op de biljarttafel liggen die centraal staat in het cafe. Eind vorige eeuw nam Peter Melis samen met een vriend Pol en zijn vrouw Hilde de zaak over. Met als eerste bedoeling de plek en haar buurtfunctie voor de ondergang te vrijwaren. Hoe dat kon, werd met veel intuitie en creativiteit stap voor stap uitgezocht en opgebouwd. De jukebox werd vervangen door een piano. De speelkast door een boekenrek. RoodWit werd het startpunt van buurt- en straatfeesten, vergaderplek van talloze wijkcomitees, thuishaven van biljart-, bak- en voetbalsupporterclubs, schaaktoernooien. Elke tweede dinsdag van de maand organiseert VZW De Boog er een  avond met poëzie, literatuur, lezingen en vertellingen. De toegangsprijs is drie euro.

Voor meer informatie kijk je op de website van De Boog: http://www.boog.be/

.

stdk

rood-wit

De boog

Watergedicht

Jan Merx

.

In de categorie Gedichten op vreemde plekken werd ik door Frans Roesink gewezen op een blogbericht van deschrijfsalon.blogspot.nl over een gedicht van Jan Merx in het water. Jan Merx (1959) is (in zijn eigen woorden) architect en contextueel beeldend kunstenaar. In zijn kunst spelen architectuur, literatuur en filosofie een belangrijke rol.

In 1998 werd het kunstwerk ‘Drijvend gedicht’ geplaatst in het water tussen de Binnenluiendijk en het Julianapark in Hoorn (Noord-Holland).

De tekst van het gedicht luidt:

.

D E L I E F D E B E Z I T
D E T I J D D E
T I J D I S G E E N W E R
K E L I J K H E I D
D E W E R K E L I J K H E I D
B E S T A A T A L L E E N I
N D E D R O O M
D E D R O O M V A N D O O
D E N G E N O T V E R T E
L T H E T G E L U K
H E T G E L U K L E E F
T I N D E L I E F D E
D E L I E F D E O N
S T E R F E L I J K M A A K T
H E T L E V E N G E L U K
K I G V E R G A N K E L I J K

.

of uitgeschreven:

.

de liefde bezit de tijd
de tijd is geen werkelijkheid
de werkelijkheid bestaat alleen in de droom
de droom van dood en genot vertelt het geluk
het geluk leeft in de liefde
de liefde onsterfelijk maakt het leven gelukkig vergankelijk

.

Watergedicht

Watergedicht2

Geranium

Hans Vlek

.

Uit de fijne bundel ‘Voor wie dit leest, Proza en poëzie van 1950 tot heden (1977) een gedicht van Hans Vlek. Hans Vlek (1947) Dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en veroorzaakte enige commotie in Maastricht, waar hij bij een poëzie-manifestatie in de schouwburg naakt optrad. In de jaren zeventig verbleef hij enige tijd in psychiatrische klinieken. Vlek was medewerker van onder andere Tirade en De Gids en redacteur van Manifest. Het gedicht Geranium verscheen in zijn bundel Zwart op wit.

.

Geranium

.

Vanuit de slechtzittende

schoolbank in een geur van stof

oud hout en pis, onder hoge ramen

in bladderend kozijn: het rood

van de geranium

.

Mijn grootmoeder zwoegend boven

een tobbe in de tuin, en naast

het keurig tegelpad in rij, in het rood

waarvan mijn opa op vergaderingen

sprak: geraniums.

.

Thuis hadden wij er een

die nooit bloeien wilde omdat

iedereen zijn peuken doofde

in de pot. O god, de triestheid

van zijn harig-groene, knokelige

steel!

.

Geranium, prachtige bloem

die niet mooi is, wijn

van de kruidenier, kip

tussen de vogels, sieraad

van alles wat arm en goedkoop is.

.

Zwart op wit

 

voor wie dit leest

 

Hans Vlek