Site-archief

Nergens anders

Lidy van Marissing

.

In de bundel ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ staan een aantal gedichten van dichters die ik (nog) niet ken. Een van hen is Lidy van Marissing (1942). Deze dichter, journalist, scenarioschrijver en prozaïst volgde de sociale academie in Amsterdam en werd in 1964 medewerker op de kunstredactie van de Volkskrant, waarvoor zij kunstenaars interviewde. Als dichter debuteerde ze in het literaire tijdschrift Ontmoeting dat tussen 1946 en 1964 werd uitgegeven.

In 1965 kreeg een bundel van haar (die nooit gepubliceerd is) een eervolle vermelding voor de Reina Prinsen Geerligsprijs. Voor het tijdschrift Raster was zij mederedacteur van de boeken die in de Rasterreeks verschenen in de jaren 1972-1975. Voor ze in 1991 als dichter haar eerste poëziebundel publiceerde ‘De plons van een vlok’ publiceerde ze al verschillende prozawerken, toneelwerken en interviews. Na die eerste dichtbundel heeft ze vooral poëzie gepubliceerd. Haar dichtbundel ‘Zoek de lege gebieden’ werd in 2008 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2024 werd de driejaarlijkse Sybren Poletprijs voor experimentele literatuur aan haar toegekend. Haar laatste bundel verscheen in 2024 ‘De verwerping van het stilzitten’ waaruit het gedicht ‘Nergens anders’ is genomen dat in ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ staat.

.

Nergens anders

.

door steeds meer webben

ingesponnen, behangen, met tijd grijs

bestrooid, met hete lucht gevuld en

opgeblazen, verstrikt in onzichtbare draden ben je

zowel adem als stof

.

gedachte in gedachte (droom

in droom), gat in leegte, golf in

zee, wolk in wolk om te blijven

waar je nooit geweest, wie je nooit

was, gevoelde gedachte (gedacht gevoel)

.

‘het denken voltrekt zich in

de taal en nergens anders, zei

hij snedig, waarop zij

zei: was hier maar iemand

die zachtjes ging zingen’

.

 

Kantlijn

Jana Arns

.

Op 17 oktober was het Werelddag van het Verzet tegen Armoede, Voor deze dag schreef dichter Jana Arns (1983) een stadsgedicht (ze is sinds eind 2023 stadsdichter van Deinze in Oost  Vlaanderen). Het gedicht werd geprint op 100 mokken (of koffietassen zoals ze in Vlaanderen zeggen) die in die stad werden verspreid. Je kon ze gratis ophalen bij winkels en bedrijfjes in Deinze zolang de voorraad strekte. Ik ga ervan uit dat ze inmiddels allemaal een goed onderdak hebben gevonden.

Op de mok staat een QR code (zie hieronder) die je kan scannen waarmee je vrijblijvend een gift kan doen. De opbrengst gaat naar drie lokale organisaties die zich inzetten tegen armoede te weten de Zonnebloem in Nevele (helpt mensen bij hun strijd tegen armoede, sociale uitsluiting en discriminatie), de Regenboog in Deinze (activiteiten en ontmoeting) en de VZW Contactcentrum in Deinze (voedselbank of zoals ze in Vlaanderen zeggen voedselbedeling).

Een mooi initiatief waarvan ik hoop dat er veel donaties worden gedaan. Hieronder het gedicht ‘Kantlijn’ dat op de mok staat maar dat ook te vinden is op de website van Jana Arns.

.

Kantlijn

.

Je ziet het aan de rek in de kleren,

het nooit verjaren in de klas,

het klavertje vier in het vak

van je portefeuille.

.

Je ziet het aan de rugzak

met daarin de leegte die je torst,

het enige zilver

dat jouw lunch omhult.

.

Je ziet het aan de hond

die je een poolstok gunt,

aan je geweten knaagt.

.

Was je een klimmer

je bereikte de top via splinters,

maar voor jou wordt geen val gebroken.

.

Hogerop kan enkel in het woonblok.

In kamers met zuurstofgebrek

toren je uit over andermans dromen.

.

Twist

Dave Bouw en Nynke van der Beek

.

De gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! had dit jaar als thema ‘Twist’. De jury had naar aanleiding van de inzendingen nog een aantal opmerkingen en bevindingen. Hieronder kun je het juryrapport lezen. Het thema van dit jaar was ‘twist’. Dat dit tot verschillende interpretaties heeft geleid van dichters was erg leuk om te zien. Dat heeft de jury ook opgemerkt. Om te laten zien hoe dichters met dit thema omgaan plaats ik hier graag de gedichten van top 30 dichters Dave Bouw en Nynke van der Beek.

.

Juryrapport

Voor de editie van de Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2022 zijn in totaal 146
gedichten ingezonden. Daarvan belandden 31 gedichten op de shortlist die wij
hebben beoordeeld. Het viel ons als jury op dat het thema Twist door de deelnemers
op veel verschillende manieren is uitgewerkt, waarbij taalplezier duidelijk de
hoofdtoon voerde. Vaak werd een humoristische twist toegepast, of was er sprake
van een nieuwsgierig makende, prikkelende opbouw. De meerduidigheid leidde bij
sommige gedichten tot raadselachtigheid, wat soms prettig was en soms
onbevredigend.
Met blijdschap stelden we vast dat er ook slam-gedichten in de shortlist zaten. Bij het
jureren hebben we natuurlijk gelet op de toepassing van klank, (binnen/eind)rijm en
metrum, wat overigens niet doorslaggevend was voor de selectie in de top 3 of 15.
Het afbreken van regels, het effectief gebruik maken van het stijlfiguur enjambement,
en vooral het schrijven van een goede slotregel bleek in de selectie een
onderscheidend element. Een goed advies van deze jury aan alle dichters: besteed
extra aandacht aan je slotregel: kun je die missen? Laat hem dan weg. Vaak wordt
een gedicht er alleen maar sterker door. Regelmatig was de overbodige slotregel
voor de jury een reden om een gedicht niet voor de top 3 of top 15 te selecteren.
Andere keren was een gedicht te clichématig of was juist ál te veel gezochte
‘woordspelerigheid’ er de oorzaak van dat de eindstreep niet werd behaald.
Wat ons als jury vooral verrast heeft is de enorme verscheidenheid in de uitwerking
van het thema en de vorm van de gedichten. De kwaliteit was over het algemeen
hoog. Hier en daar had een kleine aanpassing een gedicht nog beter gemaakt, een
extra redactierondje had dan uitkomst geboden.
We zagen veel creativiteit en plezier in het spel met de taal. De selectie van de 15
kanshebbers en daaruit de 3 winnende gedichten was niet gemakkelijk, maar het is
gelukt.

 

Ontmoeting (Dave Bouw)

.

stof is uit de lucht geregend

het licht is om te snijden

scherp sta je afgetekend

in het tegenlicht

.

je nadert langzaam, langzaam

als het longshot uit de trage film

die in mijn herinnering huist

.

de achteloze begroeting die ik wilde spelen

valt in scherven voor mijn voeten op de grond

stof dwarrelt op en plotseling

gaat het snel

.

Boom (Nynke van der Beek)

.

ik zie van wie jij bent zo goed als niks

geen stokoud wortelstelsel schimmeldraden

of vatenwerk ik hoor niet eens je adem

jij in elkaar gewikkeld organisme

.

ik raak je ruige bast aan want ik mis

verbinding voordat wij hier waren

was jij er al en jij weet dat de aarde

zo’n warme glimlachende moeder is

.

met grote dorst ik kan je blijven strelen

tot bloedens toe of beter achteruit

gaan lopen want ik wil je blijven zien

.

kan met mijn eigen draden woorden delen

vertellen over scheuren in je huid

over het helen van je moeder vriend

.

O kus mij, omarm mij

Hans Lodeizen

.

Gelukkig lijkt het erop dat er vanaf deze week weer wat meer mogelijk is als het gaat om ontmoeting en intermenselijk verkeer. Om iedereen een hart onder de riem te steken dacht ik maar weer eens een liefdesgedicht te plaatsen. Dit keer van Hans Lodeizen (1924 – 1950), de op jonge leeftijd overleden dichter die niet meer achterliet dan één bundel en een aantal nagelaten gedichten. Hoewel Lodeizen geldt als een van de Vijftigers schreef Peter Berger over Lodeizen en zijn poëzie in het boek ”t Is vol van schatten hier’ uit 1986:

“Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters (de Vijftigers), maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. ‘De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch.”

Uit de bundel ‘Het innerlijk behang en andere gedichten’, samengesteld door J.C. Bloem, Jan Greshoff en Adriaan Morriën en gepubliceerd 6 jaar na zijn dood (1956) staat het gedicht ‘3’ waarin de beginzin voor veel mensen momenteel heel na aan het hart zal liggen.

.

3

.

o kus mij, o omarm mij

ik heb lang in de regen gestaan

ik heb lang op de bus gewacht

ik heb geen taxi kunnen krijgen

ik heb lang wakker gelegen

ik heb ontzettend gedroomd

ik heb niets gegeten

ik heb gestolen

.

o kus mij, o omarm mij

ik ben de witte slanke jongen

ik ben degene die droomde

ik ben de schim in de regen

ik ben de danser, de dirigent

ik ben de man bij het avondrood

ik ben het lichaam

ik ben de enige

.

Gedicht in het Pools

Ontmoeting

.

Dit keer een gedicht van mij vertaald in het Pools door common language.

.

Ontmoeting

We praten waar

we over praten

.

en zien vooral

waar we naar kijken

.

we voelen wat we

mogen raken en

raken daarmee ons gevoel

.

we proeven lippen

uit een tijd waarin

voorzichtig werd gehandeld,

.

terrein verkend met

kleine stapjes, een brug

geopend naar vandaag

.

waar we staan is

waar we ons bevinden

aan de rand van een verhaal

wachtend op een verteller

.

Spotkanie

Rozmawiamy o tym

o czym rozmawiamy

.

a widzimy przede wszystkim

to na co patrzymy

.

czujemy to

czego dotykamy

i pobudzamy tym nasze uczucia

.

usta smakujemy

jak dawniej kiedy

ostroznie zabierano sie do rzeczy

.

teren rozpoznany

malymi krokami, most

otwarty do terazniejszosci

.

miesjsce gdzie stoimy

jest miesjcem gdzie sie znajdujemy

na skraju opowiesci

czekajac na narratora

.

Nieuw gedicht

Ontmoeting

 

We praten waar

we over praten

 

en zien vooral

waar we naar kijken

 

we voelen wat we

mogen raken en

raken daarmee ons gevoel

 

we proeven lippen

uit een tijd waarin

voorzichtig werd gehandeld,

 

terrein verkend met

kleine stapjes, een brug

geopend naar vandaag

 

waar we staan is

waar we ons bevinden

aan de rand van een verhaal

wachtend op een verteller