Site-archief
Nette vent
Zoon van alle moeders
.
Gisteravond kwam ik de bundel ‘Zoon van alle moeders’ uit 1988, tegen in mijn boekenkast van Herman Brood (1946-2001). Toen ik er in bladerde kwam ik het gedicht zonder titel (geen van de gedichten heeft een titel) tegen die begint met de regel ‘Nette vent’. In dit gedicht ook de regel waar de bundel zijn titel aan ontleent. Brood blijft in zijn poëzie zoals ik hem mij herinner, geestig, sprankelend en licht absurdistisch. Ook in dit gedicht. Daarom hier het gedicht zonder titel uit deze gekke maar heerlijke bundel.
.
Nette vent
ook as atleet
jammer van die t’rugspeelballe
mistieke vergissing?
Gebroke gebede
daar komt bij:
zo’n bal maakt driftig
mot geen ruzie make
tut tut
t’is de zoon van
alle moeders!
Haat & nijd zeker…
.
Brommerdagen
Uit mijn boekenkast
.
Ik sta voor mijn boekenkast met poëzie en dan ineens valt me een oranje rug op. Het is de rug van ‘Brommerdagen’ van Jan Baeke (1956). Van de meeste poëziebundels weet ik dat ik ze heb maar ook waar ik er ooit aan gekomen ben, van deze bundel weet ik n iet hoe ik eraan kom, sterker nog, ik was vergeten dat ik hem had.
En dat is ten onrechte want bij herlezing blijkt de poëzie van Jan Baeke zeer genietbaar. In 2008 schreef de jury van de VSB Poëzieprijs over ‘Groter dan de feiten’: Onontkoombaar en huiveringwekkend. Op Wikipedia staat: Het is poëzie die in gewone taal en met directe beelden een mysterie weet op te roepen.
Oordeel zelf over het gedicht uit ‘Brommerdagen’ getiteld ‘In a sentimental mood’.
.
In a sentimental mood
.
Op een middag zeg ik zoveel tegelijk
ik moest aan vallen denken, aan explosies
hoe de jaren zeventig zijn weggevaagd.
Ik zat in mijn kinderkamer
had alles uitgestald wat mij toebehoorde.
Daarmee redden wat ik ben, het kon niet meer.
Ik nam de telefoon op met mijn moeders naam
en staarde de middag in. Een serieus fantast
met veel te veel herinneringen, zoals
dat ik ziek was en dat nooit te boven kwam
of dat de oorlog op de hoek stond, wachtend
op het juiste jaar, de juiste landverrader
viel ook goed te overzien waar zich
een haan mocht roeren en hoe.
en hoe de dingen zijn als je de mens weglaat.
.
Minste van beide
Uit mijn boekenkast
.
Vandaag heb ik uit mijn boekenkast de bundel ‘Finse meisjes’ van Kira Wuck gepakt. In 2012 debuteerde Kira Wuck met deze dichtbundel en het was gelijk een groot succes. Ik herinner me haar optreden nog bij Ongehoord! in 2011, ze was nog onbekend maar maakte toen al indruk op me.
In het verslag over dit podium schreef ik destijds: Kira heeft een Finse achtergrond. Haar gedichten gaan over stoffelijke zaken zoals ‘Gevonden voorwerpen’ en ‘Wasdagen’ , maar ook over gevoel en emotie. Met haar gedichten ‘We zijn’, ‘Eenzaamheid’ en ‘Mijn ouders zijn goed in ontvreemden’ ziet Kira kans om op ogenschijnlijk luchtige wijze soms pijnlijke zaken aan te snijden.
Uiteraard heb ik, toen ze debuteerde, haar bundel aangeschaft en uit deze bundel het gedicht ‘Minste van beide’.
.
Minste van beide
.
Als je er niet bent dan verstop ik me in jouw huis
speel met de lichtknoppen
aan/uit/aan/uit
zwaai naar het huis aan de overkant
daarna kleed ik me aan
maak me op en was het weer eraf
een lichaam is niet voldoende om het hier warm te houden
daarom draag ik het liefst kleding die iets te krap zit
vroeger knipte je een gat in het midden van mijn trui
terwijl ik hem nog droeg
ik kruip in jouw bad
stolsels in het putje houden het water tegen
dichter dan dit zijn we nooit geweest
terwijl hijskranen buiten de tuin verwoesten
.
Kira Wuck bij Ongehoord! in 2011
Buk nog een keer
Margreet Dolman
.
In 1986 kocht ik het boek ‘Buk nog een keer’ een vrouw klapt uit haar leven van Margreet Dolman. Behalve een aantal hilarische ‘preken’ van dominee Gremdaat en een aantal sketches is er ook een hoofdstuk getiteld ‘Haar poëzie’. Ik was dit helemaal vergeten tot ik dit boek weer eens uit mijn boekenkast haalde om er in te lezen.
De gedichten zijn soms nogal kort en banaal, soms wat langer en meer inhoudelijk maar er zitten ook zeker zeer aardige gedichten tussen. Zoals het gedicht’Ik mis je’.
.
Ik mis je
.
Ik mis zijn versluierde ogen,
zijn ruime mond,
zijn soepele tong,
zijn lichamelijk begrip,
ik mis hem,
zijn dikke reet,
koppige natuur,
strenge klok
en aarzelend gevoel.
.
Nog maar een paar kleintjes
Uit mijn boekenkast
.
Omdat ik er zin in heb nog een paar mooie voorbeelden van (ultra) korte gedichtjes uit het bundeltje ‘Het kleinste gedicht’ De Favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen.
.
Het briesen van een paard…
.
‘Het briesen van een paard
onder mijn raam vannacht’
.
daar zou misschien een gedicht
in gezeten hebben.
(Bert Voeten)
.
Ekster
.
Hij is van boom tot grassen bezig
in dit landschap, als toerist.
Ik ben zijn camera,
ook op hem gericht.
(Robert Anker)
.
Closed
.
Muizenisisminimumeis
(Chr. J. van Geel)
.
geboorte
.
het wordt niet gehoord
noch gezien
hoe het leeft dat wat dood is
.
zoals wat werd verwekt
niet terstond wordt ontdekt
(Lucebert).
.
En tot slot, ik kon het niet laten, nog een van mezelf, niet uit de bundel.
.
In een notendop
.
Het zaadje dat ik plantte
en zorgvuldig water gaf
groeit nu naar de zon
maar steeds verder van mij af
(Wouter van Heiningen)
Uit mijn boekenkast
Crowdsurfen op laag water
.
Daniël Vis publiceerde in 2014 de bundel ‘Crowdsurfen op laag water’. Ik heb hier al eens aandacht aan besteed (29 januari 2014) maar omdat dit toch een bundel is die er voor mij uitspringt pakte ik hem uit mijn boekenkast en al lezend vond ik dat ik een gedicht van hem uit de bundel met jullie wilde delen.
Het is ‘Friedrichs ontstopper’ geworden, van zo’n titel wordt je vanzelf nieuwsgierig.
.
Friedrichs ontstopper
.
voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.
soms kroop hij ’s nachts uit bed
en schoof het gordijn open.
.
er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen
en hij heeft om dingen gevraagd.
.
van de pepernoten begreep hij ook niet
hoe ze in zijn schoenen kwamen.
.
maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.
en toen hij 13 was verzoop een schaap
in de sloot, achter.
.
je kan niet over water lopen.
.
in de cartoons hangen ze even stil in de lucht
voordat ze vallen,
.
er verandert iets in hun ogen.
.
hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,
dat het iets oplost daarbinnen.
.
‘doe je mond maar open,’ zeg ik.
‘als het prikt, werkt het.’
‘het botst toch op niks,’ zegt hij.
‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’
.
hij houdt zijn hand op z’n middenrif.
.
23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.
.
hij zegt:
.
‘als jezus terug op aarde komt
is dat als mannenmodel
voor h&m.’
.
O bemin niet al te lang
William Butler Yeats
.
Uit mijn boekenkast nam ik het boek ‘De mooiste van William Butler Yeats’ samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. In deze bundel de mooiste gedichten van Yeats met steeds ernaast de Nederlandse vertaling. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘O do not love too long’ of in vertaling van Ivo van Strijtem ‘O bemin niet al te lang’.
.
O bemin niet al te lang
.
O bemin niet al te lang:
Ik beminde lang, zo lang,
En raakte uit de mode
Als een oude zang.
.
Geen van beiden kon weten
Door onze jeugdjaren heen,
Wat de ene of de andere dacht,
Zozeer waren wij een.
.
Maar o, zo snel veranderde zij –
O bemin niet al te lang
Of je raakt uit de mode
Als een oude zang
.
O do not love too long
.
Sweetheart, do not love to long:
I loved long and long,
And grew out of fashion
Like an old song
.
All through the years of your youth
Neither could have known
Their own thoughts from the other’s,
We were so much at one.
.
But O, in a minute she changed –
O do not love too long,
Or you will grow out of fashion
Like an old song.
.
Doornroosje
Gerrit Achterberg
.
Staand voor mijn boekenkast, voor de planken met poëziebundels, koos ik vandaag voor de verzamelbundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Dit keer heb ik gekozen voor het gedicht ‘Doornroosje’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Doornroosje’ uit 1947.
.
Doornroosje
.
Houthakkers, die zich in het bos verklikken.
Sloten, die op hun bodem staan te roesten.
Je eigen in de hoogte horen hoesten.
Een edelhert met plotselinge schrikken.
.
Spechten, als zachte mitrailleuren tikken
tegen de honderd jaar in eikeknoesten.
Dat wij elkander tegenkomen moesten
was te voorzien met langgeworden blikken.
.
Hier is het uur.Op deze ronde plek
heeft het tussen ons plaats, een vuur,
dat niet verglaast. De groene diepte drinkt.
.
terwijl de stilte verder openspringt,
met bomen van verbazing opgewekt,
omklemmen wij het eeuwig avontuur.
.
Heimwee naar mijn dochter
Robert Anker
..
In mijn boekenkast staat de dikke bundel van Robert Anker met de titel ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979 – 2006’. Al bladerend stuitte ik op het intrigerende gedicht ‘Heimwee naar mijn dochter’. Het is zo’n gedicht van Robert Anker dat je een paar keer moet lezen om een idee te krijgen wat hij nu eigenlijk wil zeggen.
Volgens mij gaat het over het proces van loslaten, terug vinden in uniciteit en het gemis aan hoe het was. Wat je er ook in leest, het is een prachtig gedicht door de bijna hypnotiserende toon en taal van het gedicht maar zeker ook door het weglaten van elke vorm van interpunctie.
.
Heimwee naar mijn dochter
.
Nu je terug bent want nu ik mijn dochter
terug heb want nu je terug bent gekomen
(waar was je wie ben je en wat was je)
maar nu je terug bent nu heb ik je zo
verloren en heb ik mij zo beschadigd
aan jouw aanwezigheid zonder jezelf
nu je schrille gestalte in volle emotie
verdween mis ik je dochter maar rijm je
met mij voor een leven naar voren
nu je terug bent en nu ik je zo
terug heb en liefheb omdat ik je mis.
.
Een uitzicht op de eeuwigheid
Leo Vroman
.
Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit een bundel uit mijn boekenkast. Inmiddels beslaan dichtbundels reeds meerdere meters in mijn boekenkast en af en toe pak ik daar een bundel uit zonder te kijken welke het is. Op die manier herlees ik bundels soms alsof het voor het eerst is.
Vandaag pakte ik de bundel ‘De gebeurtenis en andere gedichten’ van Leo Vroman (1915 – 2014) uit de kast. Deze bundel verscheen in 2001 en wat mij trof was het gegeven dat in veel van zijn gedichten de wetenschap (in algemene zin) en god regelmatig een rol spelen. Leo Vroman was behalve een zeer begenadigd dichter, eerst en vooral (in zijn eigen ogen) wetenschapper namelijk bioloog en hematoloog (medisch specialisme dat zich bezighoudt met afwijkingen van het bloed).
Ook in het gedicht ‘Een uitzicht op de eeuwigheid’ komen deze genoemde elementen terug.
.
Een uitzicht op de eeuwigheid
Ieder staat aan de kant van iets groots:
de rand van het leven en des doods.
Wij staren onze toekomst in
en zien geen eind en geen begin,
een uitzicht dat geen inzicht geeft,
een leven waar niets buiten leeft
binnen de korte warme poos
van onbewust naar bewusteloos.
Hoe vinden wij, het lijf ten spijt,
tijd voor een geloof in eeuwigheid?
Niets is immers voor altoos?
En bloemen, vlinders, aarde dan,
waarom genieten wij daarvan?
Wij raken immers alles kwijt?
Maar het vervallen van de roos,
het rode zwellen van de vrucht
dat niemand nog begrijpen kan
onder de dodeloze tijd
die elk jaar weer de dood herhaalt
en dan de zon die stijgt en daalt,
en altijd weer dat overdoen en
wederkeren der seizoenen…
wordt hier een les gerepeteerd?
Doen wij dus alles nog verkeerd?
En aldoor weer gedichten schrijven
om na mijn dood nog wat te blijven,
zoals onvruchtbaaar rozenzaad
gelooft dat het eeuwig voortbestaat?
Dat kan geen wiijsheid wezen, want
zoiets doet elke bloeise plant.
.
















