Site-archief

Verre reis

Maarten Mourik

.

Van diplomaat, publicist en dichter Maarten Mourik (1923 – 2002) werd in 2003 de bundel ‘Sluitingstijd’ gepubliceerd waarin het volgende vakantiegedicht staat te lezen getiteld ‘Verre reis’. Een verre reis die dit jaar denk ik heel veel mensen zullen maken.

.

Verre reis

.

Hangmat tussen dennen,

hommel zoemt om canna’s,

muggen dansen rond oleander,

vliegtuigsporen tegen hardblauwe lucht,

witte vlinder

op bougainvilla,

tortels koeren

in wuivende toppen

als in Luxor’s tuinen,

bleke sikkel van late maan:

zomaar een

verre reis

in eigen tuin.

.

Vakantie

Harry Zevenbergen

.

Vandaag een echt vakantiegedicht uit de tijd dat er nog volop ansichtkaarten werden geschreven op vakantie, van Harry Zevenbergen uit de bundel ‘Punk in Rhenen’ uit 2004.

.

Vakantie 

.

ik bel iedereen op

die ik ken

de groetjes van mij

zeg ik

en leg de hoorn neer

dit scheelt al gauw zo’n

27 ansichtkaarten

met zonovergoten stranden

zo kan ik mijn vakantie

tenminste ten volle benutten

.

Ansichtkaart

J. Meulenbelt

.

Vandaag als vakantiegedicht van de dichter J. Meulenbelt (1921 -2011), de oom van schrijfster Anja Meulenbelt, het gedicht ‘Op een ansicht geschreven’ uit een deel van Poëziereeks De Windroos ‘Plattegrond’ uit 1950.

.

Op een ansicht geschreven

.

Wij zijn hier met zijn allen autochthoon,

hetzij als inboorling hetzij als gast.

Het wisselende leven ligt hier vast

en zelfs ’t bijzond’re is hier doodgewoon.

.

Met niets doen breng ik alle dagen zoek,

want reeds bij aankomst breng ik alle dage zoek,

want reeds bij aankomst gaf mijn geest de geest.

Wij zijn vandaag maar niet in zee geweest,

maar kochten ansichtkaarten, op de hoek.

.

’t Gaat, zonder wensen, hier vanzelf naar wens:

Bij onze mesthoop, bloeiend van bederf,

en bij de kippen, stappend buiten ’t erf,

verdween de zware hang naar zin en grens.

.

Invitation au voyage

C. Buddingh’

.

Uit de bundel ‘Deze kant boven’ uit 1987 van C. Buddingh’ het vakantie gedicht ‘Invitation au voyage’.

.

Invitation au voyage

.

kom, laten we de trein nemen

naar jij mag het zeggen

als er maar veel bier is en nu en dan

een potige whisky-soda

.

zon of regen, dat hindert niet:

als wij samen zijn

sta ik toch boven het klimaat

de ellebogen op het bedenkelijke pluche

de pijp tussen mijn koninklijk wuivende tanden

.

vreemde woorden, bloembakken als gezichten

gezichten als bloembakken: hier stappen we uit

kijk de zon eens heerlijk regenen

voel de regen eens lekker schijnen!

.

en jij hebt je mond bij je en een tas vol detectives

als we willen kunnen we de weg zelfs vragen!

kom, laten we vlug de trein nemen, vlug!

op de perrons één, vier en vijf

groeit al mos tussen de tegels

.

Vakantie poëzie

Het baden in zee

.

Vanaf vandaag gaat voor mij de vakantieperiode in. Dat wil zeggen dat de komende weken ik elke dag een gedicht ga plaatsen zonder al teveel informatie. Gewoon een fijn gedicht voor elke dag. Waar mogelijk een gedicht dat enige relatie heeft met de vakantie maar zeker ook gedichten die bijzonder zijn of die ik interessant of mooi vind.

Vandaag het eerste gedicht van Pieter Leonard van de Kasteele (1781-1810) uit de bundel ‘Dichtwerken van Mr. P. L. van de Kasteele, Deel 1 uit 1844. Het gedicht werd geschreven door van de Kasteele in de zomer van 1790 op het strand van Texel. Hij gaf hiermee blijk van een frisse, realistische natuurwaarneming, die zich tegen het einde van de 18e eeuw zelden voordeed. (Bron: De Muze en de zeventien provinciën).

.

Het baden in zee

.

Op! Texelbewoner!

Geen avond ooit schoner;

’t loopt alles ons mee.

Op! Jeugdige knapen!

De zon wil gaan slapen;

komt! baadt u in zee!

.

Het westelijk luchtje

doorgeeft met een zuchtje

mijn flodderend haar.

Twee zeeën begroeten

mijn kletsende voeten;

ze omarmen elkaâr.

.

Zie ’t Noorderzon blinken!

De zon gaat er zinken,

zie ginds in het Oost

de Zuiderzee dartlen,

de Maan haar ontspartlen;

zij beeft en zij bloost.

.

Rondom zich die glansen

op zee te zien dansen,

hoe lacht dit ons aan!

Wat vreugd! Onbeladen

in zee zich te baden

met zon en met Maan!

.

Er is een hemel

Hubert van Herreweghen

.

Uit de bundel ‘Gedichten IV’ van Hubert van Herrewegen uit 1967 het gedicht ‘Er is een hemel…’.

.

Er is een hemel…

.

Er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.
Ik die mijn leven heb gemeten,
zijn diepte hoogte lengte breedte,
zijn zorg, zijn dagelijks gekwel,
niets weet ik dan wat ik geweten
altijd en ‘k weet het al te wel:
er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.
Al kan ik het een uur vergeten
bij haar zachte lijf, bij wijn en spel,
in Brabant in een bos gezeten,
hij die ik voed onder mijn vel
met adem, gulzige drank en eten,
de dood, zijn etter in ’t gezwel,
krijzelt en maant: niets is van tel
dan wat gij altijd hebt geweten:
er is een hemel en een hel,
de rolkans van een teerlingsmete.

.

Florence

Dick Hillenius

.

Van Dick Hillenius (1927 – 1987) het gedicht ‘Florence’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1991.

.

Florence

.

rose als een openliggende huid
en even warm
en toegankelijk misschien voor te velen
zoals bloemen openliggen
met maar één doel
verleiden, bevrucht te worden

.

Vakantiepoëzie

Anna Enquist

.

In de vakantie steeds een gedicht zonder veel extra informatie, gewoon om elke dag te lezen en van te genieten. Vandaag de eerste van Anna Enquist, uit de bundel ‘De tussentijd’ uit 2004 het gedicht ‘De essentie van het missen’.

.

Essentie van het missen

.

Ik mis de linkshandige, schitterend
spiegelbeeld naast mij aan tafel, ik mis

haar tot brakens toe, dagelijks. Het is
de kern van het gemis, het missen zelf,

zegt men. Dat zal ik, met gestrekte
hals, fijntjes ontkennen. Dat zal ik

schuimbekkend tegenspreken. de tijd
is een ruimte, je bent altijd bij haar,

zegt men. Ik kijk in de lege spiegel.
Geleerde onzin, schandalige troost.

Ze reed weg met mijn goud, mijn geluk
in haar fietstas, hief haar smalle hand

en verdween tussen de weiden. De kern
van gemis laat mij koud, geen wijsgerige

held gaat mij helpen. Ik mis
het vlees, haar linkshandige lichaam.

.

De beer

Chronogram

.

Toen ik een kast aan het opruimen was kwam ik een paar bladzijden uit een tijdschrift tegen. Ik wist eerlijk gezegd niet meer waar en wanneer ik deze bladzijden uit had gescheurd maar na een snelle zoekactie op internet wist ik het weer. Een aantal jaar geleden was ik met mijn gezin in de Verenigde Staten op vakantie, onder andere in de staat New York. Dwars door deze staat (en nog een aantal staten) stroomt de rivier De Hudson. Langs dit stroomgebied wordt een tijdschrift gedistribueerd met de titel Chronogram. Naast een tijdschrift is er ook de website https://www.chronogram.com.

In zowel het tijdschrift als de website wordt poëzie gepubliceerd. Dichter Philip Levine (Poet Laureate van de Verenigde Staten in 2011 en 2012) verzorgt de redactie en iedereen mag gedichten inzenden. Op mijn twee bladzijden met gedichten staan naast wat plaatselijk regionale gedichten toch ook wat aardige voorbeelden van aansprekende poëzie. Bijvoorbeeld het gedicht ‘The bear’ van Andrew F. Popper, dat over een dementerende vader gaat.

.

The bear

.

A few weeks before his death

My father told me of a bear.

He saw it one morning

On the nursing home lawn.

.

It ambled, sniffing air and ground.

It was startled by a car horn.

Crossed the stone wall

And in an instant was gone.

.

An ancient physician from Oslo believes me.

He’s the only one, my father says.

The staff? They nod and whisper, he says.

Such inhumanity in this place called a home.

.

You don’t believe me, he says.

Am I losing his mind?

After all, he is 87, unable to walk.

Deaf without hearings aids.

.

It is possible you saw a bear.

Possible? he asks.

A bear is or is not.

It is not the subject of debate.

.

There are two possibilities, he says.

Either it was there or I am mad.

Then it was there, I say.

Go home, he says.

.

It’s time for my lunch, he says.

My day is meals and sleep.

I’ll stay and eat with you.

Go home, he says. and do’t hit the bear.

.

 

Kygnos

Ilja Leonard Pfeijffer

.

In de afgelopen zomervakantie heb ik, zeer tot mijn genoegen,  de roman ‘Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer gelezen. Het is een bijzondere roman die ik in één ruk uitlas.  Ik kende Pfeijffer eigenlijk alleen van zijn poëzie en zijn Instagram account @iljaleonardpfeijffer,  waar hij vooral foto’s van het dagelijkse leven (in vooral Genua) met zijn volgers deelt. Superba deed me besluiten weer wat van zijn poëzie te lezen.

In 2001 verscheen van zijn hand de dichtbundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Die heb ik voor de gelegenheid maar weer eens uit mijn kast gehaald en daaruit wil ik graag een gedicht met jullie delen getiteld ‘kygnos’.

.

kygnos

.

of wringt iets? nogal log in vogelvlucht

krakeel je krijtwit schraapt je zwanenhals

ten krijgersyell je valt je dondert als

bij heldere hemel tergend uit de lucht

.

maar altijd jeukt wel iets als vliegen vliegen

op beide vleugels liegen door de lucht

wie wil niet hemeltergend helder vluchten

uit loden schoenen en een kracht bedriegen?

.

het is de klank die klinken moet de gil

van schoolkrijt op een matzwart bord een zwaan

die vallend voor het eerst ten oorlog zingt

.

het is de kriebel in de buik die wil

spijbelen van bezwaartekracht en aan

de hemel dondert klaar en liegt en klinkt

.