Site-archief
Lourdes
Riekus Waskowsky
.
Ooit, jaren geleden, ging ik op vakantie naar Spanje met de auto. Op de weg daarheen zouden we Lourdes aandoen. In Parijs raakten we om 5 uur ’s morgens elkaar kwijt (we waren met twee auto’s. We hadden geen ander doel dan (heel vaag) Lourdes. We hadden niets geboekt, we reisden op de bonnefooi. Mobiele telefoons bestonden nog niet (het nieuwste snufje op dat gebied was destijds het antwoordapparaat en daar begin je zo weinig mee als je elkaar kwijt raakt).
Na enig rondrijden in een nog vrijwel leeg Parijs (het was echt nog heel vroeg) besloten we dan maar (na een kaart gekocht te hebben, die hadden we namelijk ook niet bij ons) richting het zuiden en Lourdes te rijden. Bij het oprijden naar de Péage (tolweg) zagen we uiteindelijk ons reisgezelschap. Zij hadden, net als wij geredeneerd dat we uiteindelijk toch de weg naar Lourdes moesten nemen.
Lourdes was een heel ander verhaal, of je nu religieus bent of helemaal niet, de ‘gecontroleerde gekte’ zoals ik het maar noem, is zeker de moeite waard van een bezoek. De Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) schreef er een grappig gedicht over in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985.
.
Lourdes
.
Toen hij uit de Grotte Miraculeuse kwam
zaten er in elk geval
2 nieuwe banden aan z’n invalidenwagentje.
.
Charles d’Orléans
Vijftig liederen en rondelen
.
In de vakantie wil ik ook wat gedichten van dichters plaatsen die je, op de één of andere manier aan vakantiebestemmingen doen terug denken. Dat kan zijn door de titel van het gedicht of zoals in het geval van Charles d’Orléans (1394 – 1465) door de naam van de dichter. Orleans, daar heb ik goede herinneringen aan, net als aan New Orleans trouwens.
Uit de bundel ‘Vijftige liederen en rondelen’ uit 1986 het titelloze gedicht van d’Orléans in vertaling van Ernst van Altena.
.
Het weer liet weer zijn mantel uit
van wind, van kille kou en regen
en kleedde zich in gouddoorregen
borduurselwerk van zon en zuid.
.
Elk met zijn eigen keelgeluid
roept vee en vogel ons nu tegen:
het weer liet weer zijn mantel uit
van wind van kille kou en regen.
.
De beek, de stroom, de bron die spuit,
hebben een blij livrei gekregen;
Zilv’ren galons met goud ertegen.
En alles draagt een nieuwe huid,
het weer liet weer zijn mantel uit.
.
Verre reis
Maarten Mourik
.
Van diplomaat, publicist en dichter Maarten Mourik (1923 – 2002) werd in 2003 de bundel ‘Sluitingstijd’ gepubliceerd waarin het volgende vakantiegedicht staat te lezen getiteld ‘Verre reis’. Een verre reis die dit jaar denk ik heel veel mensen zullen maken.
.
Verre reis
.
Hangmat tussen dennen,
hommel zoemt om canna’s,
muggen dansen rond oleander,
vliegtuigsporen tegen hardblauwe lucht,
witte vlinder
op bougainvilla,
tortels koeren
in wuivende toppen
als in Luxor’s tuinen,
bleke sikkel van late maan:
zomaar een
verre reis
in eigen tuin.
.
Vakantie
Harry Zevenbergen
.
Vandaag een echt vakantiegedicht uit de tijd dat er nog volop ansichtkaarten werden geschreven op vakantie, van Harry Zevenbergen uit de bundel ‘Punk in Rhenen’ uit 2004.
.
Vakantie
.
ik bel iedereen op
die ik ken
de groetjes van mij
zeg ik
en leg de hoorn neer
dit scheelt al gauw zo’n
27 ansichtkaarten
met zonovergoten stranden
zo kan ik mijn vakantie
tenminste ten volle benutten
.
Ansichtkaart
J. Meulenbelt
.
Vandaag als vakantiegedicht van de dichter J. Meulenbelt (1921 -2011), de oom van schrijfster Anja Meulenbelt, het gedicht ‘Op een ansicht geschreven’ uit een deel van Poëziereeks De Windroos ‘Plattegrond’ uit 1950.
.
Op een ansicht geschreven
.
Wij zijn hier met zijn allen autochthoon,
hetzij als inboorling hetzij als gast.
Het wisselende leven ligt hier vast
en zelfs ’t bijzond’re is hier doodgewoon.
.
Met niets doen breng ik alle dagen zoek,
want reeds bij aankomst breng ik alle dage zoek,
want reeds bij aankomst gaf mijn geest de geest.
Wij zijn vandaag maar niet in zee geweest,
maar kochten ansichtkaarten, op de hoek.
.
’t Gaat, zonder wensen, hier vanzelf naar wens:
Bij onze mesthoop, bloeiend van bederf,
en bij de kippen, stappend buiten ’t erf,
verdween de zware hang naar zin en grens.
.
Invitation au voyage
C. Buddingh’
.
Uit de bundel ‘Deze kant boven’ uit 1987 van C. Buddingh’ het vakantie gedicht ‘Invitation au voyage’.
.
Invitation au voyage
.
kom, laten we de trein nemen
naar jij mag het zeggen
als er maar veel bier is en nu en dan
een potige whisky-soda
.
zon of regen, dat hindert niet:
als wij samen zijn
sta ik toch boven het klimaat
de ellebogen op het bedenkelijke pluche
de pijp tussen mijn koninklijk wuivende tanden
.
vreemde woorden, bloembakken als gezichten
gezichten als bloembakken: hier stappen we uit
kijk de zon eens heerlijk regenen
voel de regen eens lekker schijnen!
.
en jij hebt je mond bij je en een tas vol detectives
als we willen kunnen we de weg zelfs vragen!
kom, laten we vlug de trein nemen, vlug!
op de perrons één, vier en vijf
groeit al mos tussen de tegels
.
Vakantiegedicht
Manuel Kneepkens
.
In de serie vakantiegedichten vandaag het gedicht ‘Bodegraven’ van de Rotterdamse dichter Manuel Kneepkens uit 1975.
.
Bodegraven
.
Het Holland van de avonden van mijn geluk begint
achter de appelboomgaard bij de brug van Bodegraven
waar de dochter van de spoorwegwachter
schuilt tussen vochtige
pindaneuzen van konijnen; manshoog wuivend gras
.
Stilte van lathyrus en clematis en tuinbonen, gebroken
door het staag gedender van een late trein
.
mierikswortelzoet scholierenlichaam onder de koelte
van de wilgen, waar gouden ikonen van vlinders
zich ontdoen, lachend, fluisterend, van hun jurken
.
Hoor, de ritssluiting van de spoorbaan kreunt en rinkelt
De trein naar Alphen passeert. Heel even scheert
de zwaluw van zijn schaduw langs je haren
.
Voorbij.
.











