Site-archief

Mus / sparrow

Jan Hanlo

.

Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die het gedicht ‘Mus’ van Jan Hanlo niet kennen. Jan Hanlo (1912-1969) was dichter en schrijver die tot de Vijftigers gerekend wordt maar binnen de Vijftigers was hij een buitenbeentje zoals hij eigenlijk op ieder gebied een buitenbeentje was.

Vanaf 1944 schreef hij gedichten, waarvan met name ‘Oote’ de aandacht trok. Dit klankgedicht (Hanlo sprak zelf van ‘kinderbrabbeltaal’) verscheen in 1952 in het door het rijk gesubsidieerde tijdschrift Roeping. Het blad Elsevier besteedde daar aandacht aan en het VVD-Eerste Kamerlid Wendelaar stelde vervolgens Eerste Kamervragen over de subsidie aan het blad dat Hanlo’s ‘infantiel gebazel’ publiceerde. Dat leverde de nodige publiciteit op.

De rest van Hanlo’s oevre is over het algemeen minder avant-gardistisch dan ‘Oote’. Schoonheid en (kinderlijke) onschuld zijn terugkerende thema’s. Een ander mooi voorbeeld hiervan is het gedicht ‘Mus’ uit 1954.

In 2009 was het thema van de Boekenweek Tsjielp-Tsjielp; de literaire zoo (naar aanleiding van dit gedicht).

Dat het gedicht wordt gewaardeerd blijkt uit het feit dat het niet alleen in Nederland in de openbare ruimte is aangebracht maar zelfs in het buitenland een muur verfraait. In de dierentuin van Dublin is het gedicht in vertaling aangebracht op de Family Farm Farmhouse. Deze tip kreeg ik door van Yvonne van der Haven, waarvoor dank.

Hieronder een aantal voorbeelden van het gedicht met de gemeente waar deze te vinden is.

mus2

Veenendaal

mus1

Leiden

sparrow

Dublin

mus3

Gorinchem (basisschool)

Voor wie niet genoeg kan krijgen van Jan Hanlo: http://ilibrariana.wordpress.com/2012/12/29/herinneringen-aan-jan-hanlo-1912-1969/

Met dank aan Wikipedia

Met andere woorden

1960

.

Ik ben gek op oude poëziebundeltjes. Zo heb ik bijvoorbeeld een dichtbundel uit eind jaren vijftig met veel vijftigers dichters inclusief alle handtekeningen van de dichters. Iemand heeft de moeite genomen om die te verzamelen en ik kwam het boekje tegen in een stapel tweedehands boekjes. Zo ook de bundel ‘Met andere woorden’. Een Ooievaar pocket (nummer 119) uit 1960 (eerste druk 10.000 exemplaren) met daarin jonge dichters uit noord en zuid. Vijftien jonge dichters waarvan sommige helemaal doorgebroken zijn en nog steeds actief en bekend en sommige waarvan ik in ieder geval, nog nooit gehoord had. De dichters in het boekje:

Gust Gils, Mea Strand, Armando, Ellen Warmond, Hugues C. Pernath, Ed. O Roletto, Paul Snoek, Fen Skalp, Susanne Lecointre, Cees Nooteboom, Willy Roggeman, Cornelis Bastiaan Vaandrager, Georges van Vrekhem, Hans Sleutelaar en Mischa de Vreede.

.

Hieronder een gedicht uit deze bundel, van een dichter die ik niet kende Hugues C. Pernath

.

Uit Meidood – 1955

.

Het is een leven van verschillende straten liefste

met zoveel warm woestijngeloof aan iedere wand,

het is de latere kelk van je erewonde

de ademtijd en volgende ogenwandeling.

Nu alles slaapt, het kleven terugkeert tot de moeder

onzeker onderaards klooster, vandaag geworden

*

Overmorgen, verlaten herinnering, zal iemand mij

beminde woorden vertellen, achter de angst

en de avond misschien tamelijk tot me spreken.

Van witte as zal iemand uit de regen leven,

de waarheid, die vergeefse nacht ombrengen.

.

foto (1)

In ons hoofd zit wat voorbij is

Ankie Peypers (1928 – 2008)

.

Gistermiddag was ik bij het afscheid van een collega en in een van de speeches  hoorde ik daar de zin ‘In ons hoofd zit wat voorbij is’.

Die zin intrigeerde me en ik heb hem gelijk genoteerd. Vandaag heb ik er naar gezocht en het blijkt een citaat te zijn van Ankie Peypers.

Eig. Johanna Annie Peijpers, Nederlandse dichteres en prozaschrijfster (Amsterdam 29.9.1928). Aanvankelijk journaliste bij het socialistische bladDe Vlam en bij Het Vrije Volk. Ze debuteerde met poëzie in Libertinage en in 1951 verscheen haar bundel October. Haar gedichten vertonen verwantschap met de poëzie van de Vijftigers, vooral door de associatietechniek, maar ze heeft nooit echt deel uitgemaakt van deze groep. (Bron: dbnl.org).

Een voorbeeld van een van haar gedichten:

.

 Dood

        De vogels, executeurs-testementair
        van de verzen die ik heb geschreven,
        komen als het herfst wordt naar mij toe,
        denkend dat het einde van mijn leven
        samenvalt met het beginnend sterven
        in de bomen rond hun vogelnesten,
        met de onrust in hun vogelbloed.

        Zij vliegen snel om nog op tijd te zijn
        voor het bladerritselend verwaaien van mijn leven
        en vragen mij:
        dood-zijn is dat
        zoals een telefoondraad is,
        tussen twee palen strakgespannen,
        omgeven door de ijle lucht
        en roerloos zijn, een heel klein zwart,
        dat niet kan zingen en geen antwoord geven?
.

 

Hans Andreus

Hans Andreus (1926-1977)

Een dichter die ik al lang zeer bewonder en waardeer is Hans Andreus. Hij was niet alleen bekend als dichter (zijn werk wordt gezien als ‘experimentele dichtkunst’ en hij is één van de vijftigers) maar ook als schrijver van kinderboeken.

Of hoe dat heet

 

Gelukkig dat
Het licht bestaat

en dat het met
me doet en praat

en dat ik weet
dat ik er vandaan

kom, van het licht
of hoe dat heet.

 

Uit: Holte van het licht (1975)

(met dank aan http://www.poëzie-leestafel.info)

Ver als de horizon ben je

Simon Vinkenoog

.

Na alle inhoudelijke en beschouwende poezie van de laatste dagen is het nu weer eens tijd voor een gedicht. Geen duiding, geen omschrijving, gewoon een fraai gedicht uit 1952 uit de bundel ‘Land zonder nacht’ van één van de vijftigers Simon Vinkenoog (1928 – 2009).

.

Ver als de horizon ben je

.

ver als de horizon ben je

in de glazen kist van het weer geborgen

beukend op de blikken deksels

van het najaar

ik zie de bliksem langs je lichaam trillen

en de regen loopt onrustig door je ogen

.
ik kan de afstand die mij van je scheidt

in lichtjaren tellen

en in de meter van het geluid

zoemen de seconden

.
mijn handen opnieuw in gebruik gesteld

sluiten het onweer in je borsten buiten

.
alleen de regen is thuis

op de platte daken van de nachten

zonder duizelingen

.