Site-archief
Met andere woorden
1960
.
Ik ben gek op oude poëziebundeltjes. Zo heb ik bijvoorbeeld een dichtbundel uit eind jaren vijftig met veel vijftigers dichters inclusief alle handtekeningen van de dichters. Iemand heeft de moeite genomen om die te verzamelen en ik kwam het boekje tegen in een stapel tweedehands boekjes. Zo ook de bundel ‘Met andere woorden’. Een Ooievaar pocket (nummer 119) uit 1960 (eerste druk 10.000 exemplaren) met daarin jonge dichters uit noord en zuid. Vijftien jonge dichters waarvan sommige helemaal doorgebroken zijn en nog steeds actief en bekend en sommige waarvan ik in ieder geval, nog nooit gehoord had. De dichters in het boekje:
Gust Gils, Mea Strand, Armando, Ellen Warmond, Hugues C. Pernath, Ed. O Roletto, Paul Snoek, Fen Skalp, Susanne Lecointre, Cees Nooteboom, Willy Roggeman, Cornelis Bastiaan Vaandrager, Georges van Vrekhem, Hans Sleutelaar en Mischa de Vreede.
.
Hieronder een gedicht uit deze bundel, van een dichter die ik niet kende Hugues C. Pernath
.
Uit Meidood – 1955
.
Het is een leven van verschillende straten liefste
met zoveel warm woestijngeloof aan iedere wand,
het is de latere kelk van je erewonde
de ademtijd en volgende ogenwandeling.
Nu alles slaapt, het kleven terugkeert tot de moeder
onzeker onderaards klooster, vandaag geworden
*
Overmorgen, verlaten herinnering, zal iemand mij
beminde woorden vertellen, achter de angst
en de avond misschien tamelijk tot me spreken.
Van witte as zal iemand uit de regen leven,
de waarheid, die vergeefse nacht ombrengen.
.
In ons hoofd zit wat voorbij is
Ankie Peypers (1928 – 2008)
.
Gistermiddag was ik bij het afscheid van een collega en in een van de speeches hoorde ik daar de zin ‘In ons hoofd zit wat voorbij is’.
Die zin intrigeerde me en ik heb hem gelijk genoteerd. Vandaag heb ik er naar gezocht en het blijkt een citaat te zijn van Ankie Peypers.
Eig. Johanna Annie Peijpers, Nederlandse dichteres en prozaschrijfster (Amsterdam 29.9.1928). Aanvankelijk journaliste bij het socialistische bladDe Vlam en bij Het Vrije Volk. Ze debuteerde met poëzie in Libertinage en in 1951 verscheen haar bundel October. Haar gedichten vertonen verwantschap met de poëzie van de Vijftigers, vooral door de associatietechniek, maar ze heeft nooit echt deel uitgemaakt van deze groep. (Bron: dbnl.org).
Een voorbeeld van een van haar gedichten:
.
Dood
De vogels, executeurs-testementair
van de verzen die ik heb geschreven,
komen als het herfst wordt naar mij toe,
denkend dat het einde van mijn leven
samenvalt met het beginnend sterven
in de bomen rond hun vogelnesten,
met de onrust in hun vogelbloed.
Zij vliegen snel om nog op tijd te zijn
voor het bladerritselend verwaaien van mijn leven
en vragen mij:
dood-zijn is dat
zoals een telefoondraad is,
tussen twee palen strakgespannen,
omgeven door de ijle lucht
en roerloos zijn, een heel klein zwart,
dat niet kan zingen en geen antwoord geven?
.
Hans Andreus
Hans Andreus (1926-1977)
Een dichter die ik al lang zeer bewonder en waardeer is Hans Andreus. Hij was niet alleen bekend als dichter (zijn werk wordt gezien als ‘experimentele dichtkunst’ en hij is één van de vijftigers) maar ook als schrijver van kinderboeken.
Of hoe dat heet
Gelukkig dat
Het licht bestaat
en dat het met
me doet en praat
en dat ik weet
dat ik er vandaan
kom, van het licht
of hoe dat heet.
Uit: Holte van het licht (1975)
(met dank aan http://www.poëzie-leestafel.info)
Ver als de horizon ben je
Simon Vinkenoog
.
Na alle inhoudelijke en beschouwende poezie van de laatste dagen is het nu weer eens tijd voor een gedicht. Geen duiding, geen omschrijving, gewoon een fraai gedicht uit 1952 uit de bundel ‘Land zonder nacht’ van één van de vijftigers Simon Vinkenoog (1928 – 2009).
.
Ver als de horizon ben je
.
ver als de horizon ben je
in de glazen kist van het weer geborgen
beukend op de blikken deksels
van het najaar
ik zie de bliksem langs je lichaam trillen
en de regen loopt onrustig door je ogen
.
ik kan de afstand die mij van je scheidt
in lichtjaren tellen
en in de meter van het geluid
zoemen de seconden
.
mijn handen opnieuw in gebruik gesteld
sluiten het onweer in je borsten buiten
.
alleen de regen is thuis
op de platte daken van de nachten
zonder duizelingen
.








