Site-archief
Als ooit
Dichter van de maand
.
Deze week, voor de een na laatste keer als dichter van de maand januari, heb ik voor het gedicht ‘Als ooit’ van Hagar Peeters gekozen. Dit bijzondere liefdesgedicht verscheen in de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003. Op de website http://www.boekgrrls.nl/WoensdagGedichtdag/PeetersHagar.htm kun je een uitleg lezen van dit gedicht.
.
Als ooit
.
Als ooit jouw aanraking geen beroering
wekt dan ergernis of niets, als ooit
de dagen zich weer sluiten in de
aaneengeregen rij van opsomming
zonder apotheose* als de dood
zich in ons heeft gemengd en vreugdeloos
met ons aan tafel zit waar alleen nog
de verveelde conversatie van de vorken klinkt,
als ooit jouw bloed niet meer het mijne is
of ik het drink en er meer is in de kamer
dan jouw aanwezigheid als jij er bent,
als ooit behang en kapstok met jouw jas eraan
geen verschil maken voor mijn blik,
de straat gelaten onder onze voeten ligt,
dan vraag ik je om met mij in een kleine kist
onder een boom waar wij eerder
of te verbranden en te gooien in het water
waarop wij eens, dat wij teruggaan naar de plaatsen
die zijn achtergebleven in het fotoboek en ook het fotoboek
met alles er nog in en ook ons huis, de kinderen
als we die dan hebben, de hele aarde
zullen we samen moeten begraven, als ooit
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Zondag in januari dus een gedicht van Hagar Peeters. Vandaag koos ik voor het wonderschone liefdesgedicht ‘Je bewoont al jaren’ uit haar bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ uit 1999.
.
Je bewoont al jaren
.
Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.
Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.
Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie
en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.
Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont
ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.
.
Nachtzwemmen
Loper van licht
.
Van de Dichter van de maand Hagar Peeters vandaag een gedicht uit haar bundel ‘Loper van licht’ uit 2008. De reden dat ik dit gedicht koos is door de op twee na laatste zin die me wel heel erg aan mijn debuutbundel deed denken.
.
Nachtzwemmen
.
De maan rolt een loper
van licht op het water.
We waden ernaar
naakt in het donker
raken niet verloren
langs de baan van de maan
van licht door het water
alleen zichtbaar
voor dat van elkaar
in ons lichaam.
.
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Ik wil dit jaar beginnen met iedereen die dit leest de allerbeste wensen over te brengen, op naar een mooi en poëtisch 2017!
Een nieuw jaar, een nieuwe dichter van de maand. Zoals vorige week al door mij aangekondigd is in januari Hagar Peeters dichter van de maand januari, Dus elke zondag in januari een gedicht van deze dichter.
Hagar Peeters (1972) studeerde Cultuurgeschiedenis en Algemene Letteren aan de Universiteit van Utrecht en was redacteur bij het ‘Historisch Nieuwsblad’. Haar performance op het Double Talk-festival in 1997 bleek voor haar de doorbraak: ze werd gevraagd op te treden bij De Nacht van de Poëzie en Crossing Border, nog voordat zij was gedebuteerd. Dat zou gebeuren in 1999, met ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’.
Naast poëzie schrijft Peeters ook proza. Maar omdat ze dichter van de maand is vandaag het gedicht ‘Ook wij, Titaantjes uit de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003.
.
Ook wij, Titaantjes
We hadden geen benul van hoe het liep.
We deden dingen omdat je dingen doet.
We richten daden aan en lazen soms een boek
om te vieren dat gedachten niet vergingen.
We gingen door omdat je verder moet
of bleven haken aan een onverwachte blik
omdat er blikken zijn waarmee iets wordt bedoeld,
vooral wanneer bedoeld was wat wij wilden.
We vingen aan en rondden ook wel af
maar wat in gang gezet was ging zijn eigen weg toch weer.
We maakten plannen, legden ons erbij neer
dat dingen gingen zoals ze niet waren voorvoeld.
We liepen af toen het eenmaal zo ver was
dat wat niet voorvoeld was onomkeerbaar bleek.
We lieten wat we hadden in de steek
en zochten naar wat ons verlaten had.
.
Wachten in de ochtend
Dichter van de maand
.
Voor de laatste keer dit jaar de dichter van de maand. In december is dit M. Vasalis en voor de maand januari heb ik gekozen voor dichter Hagar Peeters. Maar nu dus nog één keer als dichter van de maand een gedicht van Vasalis. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Wachten in de ochtend’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.
.
Wachten in de ochtend
.
Ik zat te wachten in een groot en leeg café
in bont gedoken, rillend in mijn eigen vuur
En alle bleke kelners wachtten mee…
zij spraken weinig, met gedempte stem:
‘ze wacht op hem, ze wacht op hem, op hem…’
er was geen klok, geen tijd, alleen maar duur.
De rode bomen brandden in het park omhoog
en het gebladert rilde in hun naakte brand;
ik zag het, en ik zag een vreemde hand
vóór mij op tafel, mager en die soms bewoog
op ’t rode kleed-de voorhang van een tabernakel.
Toen was ik niets meer dan maar één tentakel
blindelings gestrekt, met één blind oog voorop
en één doof oor, één sprakeloze open mond
gestrekt en zoekend tussen duizend mensen
en afgeleid door geen, één dringend wensen
totdat hij enkel maar die ene vond,
diens oog kon zien, het oor kon horen
en die de mond had uitverkoren
en die de kreet daaruit verstond.
Tot hij daar was….. tot hij daar stond
en ik, nog ganselijk verloren
hem nauw kon zien, hem nauw kon horen.
.
Dichter van de maand December
M. Vasalis
.
Uit de bundel ‘Parken en woestijnen’ uit 1940 koos ik vandaag voor een stemmig gedicht over de dood. Ook dit jaar was de dood en het sterven weer alom. Voor Vasalis was dit ongetwijfeld net zo maar toch wist zij met een knipoog over de dood te dichten.
.
De Dood
.
De Dood wees mij op kleine, interessante dingen:
dit is een spijker – zei de Dood – en dit een touw.
Ik zie hem aan, een kind. Hij is mijn meester
omdat ik hem bewonder en vertrouw,
de Dood.
.
Hij wees mij alles: dranken, pillen,
pistolen, gaskraan, steile daken,
een bad, een scheermes, een wit laken
‘zomaar’- voor als ik eens zou willen
de dood.
.
En vóór hij ging, gaf hij me nog een klein porretje…
‘ik weet niet, of je ’t al vergeten was,
het komt misschien nog wel te pas
voor als je eens niet meer zou willen
sterven,
maar wie let je?
zei de Dood.
.
Dichter van de maand december
M. Vasalis
.
In de fijne bundel ‘Apollo’s reis door Nederland’ uit 1956 waar ik eerder deze week al over schreef, staat een mooi gedicht van Margaretha (Kiekie) Droogleever Fortuyn-Leenmans of zoals de meeste mensen haar kennen M. Vasalis, met als titel ‘Afsluitdijk’. Omdat zij in december mijn dichter van de maand is was het makkelijk kiezen dit keer.
Oorspronkelijk verschenen in ‘Parken en woestijnen’ uit 1940.
.
Afsluitdijk
.
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken
onschuldig op elkanders schouder slapen.
Dan zie ik plots, als waar ´t een droom, in ´t glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken,
soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.
.
Jij bent
Eva van de Wijdeven
.
Momenteel is Adam en Eva weer op televisie op zondagavond. In die serie speelt Eva van de Wijdeven (1985) de rol van Eva. Eerder was ze te zien in Dunya en Desie en in een aantal films. In de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ koos zij voor het gedicht ‘Jij bent’ van Lars van der Werf (1987).
Ze zegt hierover onder andere; Toen ik voor mijn Instagram op zoek was naar een kort gedichtje, ontdekte ik de versjes van Lars. Al zijn gedichtjes zitten vol leuke woordspelingen en ik vind ze erg van deze tijd.
.
Jij bent
.
Jij bent,
en dat is het fijne,
dat ze regen hebben
voorspeld, maar de
zon is gaan schijnen
.
Foto: Wikkie Hermkens
Dichter van de maand december
M. Vasalis
.
Toen ik het lijstje van de dichters van de maand bekeek van het afgelopen jaar, viel me iets op; louter mannen als dichter van de maand. Dat kan natuurlijk niet dus vanaf nu meer vrouwelijke dichters (tenslotte zijn er zoveel prachtige vrouwelijke dichters). Om te beginnen met één van mijn favoriete dichters M. Vasalis.
Ik heb de afgelopen jaren al verschillende malen over haar geschreven en gedichten van haar gedeeld maar nu is ze dus de hele maand december op elke zondag Dichter van de maand. Als eerste gedicht heb ik gekozen voor een minder bekend gedicht van haar uit de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1954, getiteld ‘Vuur’.
.
Vuur
.
Die jong zijn zullen nauwelijks herkennen
het vuur, dat door de schaamte feller aangeblazen,
de oude vrouw, verdwaasd door liefde
het water zoeken doet.
Oude Ophelia, distels in de dorre handen,
de sintelstem die nog te zingen waant.
Maar ’t water is hetzelfde en het oud geboomt
heeft groene blaadjes en het ijle lied
stottert dezelfde woorden. Mooi is het niet.
Maar ’t vuur, dat deze oude fakkel heeft gewijd,
stoort zich aan schoonheid, waardigheid, noch tijd.
.
Derrel Niemeijer
Dichter van de maand november
.
Nu op zondag 4 december, om 15.00, in café de Gouden Bal in Eindhoven het eerbetoon van meer dan 100 dichters aan Derrel Niemeijer wordt gepresenteerd in de vorm van de bundel ‘Dan zijn er ook dichters die gewoon doodgaan’, sluit ik de maand november af met mijn eerbetoon aan Derrel. Voor de laatste keer is hij dichter van de maand. Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik over hem schrijf of een gedicht met jullie deel, maar niet meer op deze manier.
Het laatste gedicht dat ik hier wil plaatsen is een liefdesgedicht. Een typisch Derrel gedicht toch ook want ook hier komt de dood weer om de hoek kijken. Naast de vrije geest die hij was, de plaaggeest, de respectvolle lezer, de gepassioneerde dichter was hij ook een hopeloos (of hoopvolle) romanticus. Dit gedicht van 24 mei 2016 heeft geen titel.
.
mijn lief
ween niet
over dit bed.
wens droge dekens.
het is zo al koud genoeg.
onthoud mij van jouw angst.
het is zo al koud genoeg.
ik ga niet sterven.
mijn tijd is het
bij lange na niet.
maar blijf hier bij mij
want ik zie de gordijnen
bewegen. misschien zijn het
spoken die komen voor mij.
maar ik ben niet ziek
ook al zei de dokter
iets anders. er is niks
aan de hand. ik ben
gewoon vermoeid.
voel mezelf
niet ziek.
kom bij mij.
houd me vast.
doe het licht uit,
dan zien ze mij niet.
zie jij ze ook.
ze laten gordijnen bewegen.
kus mijn angst weg.
kus mijn tranen weg,
want ik ben bang.
leg je armen om mij heen
want ik word kouder,
verwarm mij
tot gezond
ook al ben ik
niet ziek volgens mij.
zie je ze nu de spoken.
ze komen door de ramen,
de kieren, uit het stopcontact,
uit de muren. ze kruipen over de grond,
tegen de muren en over het plafond.
geloof mij, want
ik ben niet ziek.
dit is geen
doodswaan.
ze naderen
dit bed, mijn lief.
bescherm mij,
want misschien
ga ik wel dood.
maar ik ben niet ziek
en wil niet sterven.
vecht voor mijn behoud.
laat ze mijn ziel niet opeisen.
ik zal je kussen,
mijn lief … tot de
dag begint.
jou warm houden
tot de dag begint,
maar ga nu
eerst maar eens rusten.
mijn lief,
ik kuste jou
afgelopen nacht.
had mijn armen
om jou heen.
je glimlachte.
het is ’s ochtends.
zal je niet ontwaken.
slaap maar lekker door.
ik zag
de spoken
vertrekken
bij daglicht.
ik kus je, je hebt mijn
warmte niet meer nodig.
.















