Categorie archief: Dichtbundels
Bestaansrecht
Marieke Lucas Rijneveld
.
Volgend jaar januari mag ik in Maassluis, in Theater Koningshof, een avond presenteren waar een plaatselijke dichter en muzikant hun werk komen presenteren maar waar ook Marieke Lucas Rijneveld (1991) komt voordragen. Toen de theaterdirecteur mij vroeg of ik nog een klinkende naam op poëziegebied wist heb ik meteen Marieke Lucas voorgesteld.
Al eerder schreef ik op dit blog over mijn waardering voor het werk en voor de manier van presenteren en voordragen van Marieke Lucas. Haar debuutbundel ‘Kalfsvlies’ uit 2015 heeft inmiddels vele herdrukken gekend. Uit deze bundel het gedicht ‘Bestaansrecht’.
.
Bestaansrecht
.
Ze zeggen dat alles uit zaad bestaat en de wereld één grote moestuin is
dat niet altijd alles met elkaar te maken heeft maar we graag bruggen bouwen.
Als ik bedenk dat moeders ooit ook dochters waren die iemand nodig hadden
.
om de overkant te bereiken werd ik bang voor de mijne omdat ik haar alleen ken
van de jaren waarin ik zelf nog wist wie ik was en welke rol ik moest spelen, kinderen
zijn van oorsprong wetenschappers. Alleen op mijn verjaardag nam ze mij op schoot
.
vertelde dat er een plantje in haar was geplant, dat vader de walnotenboom omhakte
om een stoel bij te maken. Soms droomde ik dat de aarde in water veranderde
mijn moeder eindelijk eens gewoon thee ging zetten, de bank bewonen en dat
.
we het dan zouden hebben over bruggen die altijd tussen twee kanten in hingen
geen begin of einde hadden maar één ding was zeker: ze hadden een reden
om te blijven. Met een bolle buik van het potaarde eten, zei ze onder kaarsjes
.
uitblazen dat ik nooit zomaar van iemands draagkracht mocht uitgaan, dat zaad bij de kieming altijd een moeder nodig had, daarna snel groot worden zodat vader
niet alle bomen hoefde te kappen.
.
Der Hirt auf dem Felsen
Herman de Coninck
.
Vandaag op de zondag van Herman de Coninck een gedicht uit zijn bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991. Het gedicht met de intrigerende titel ‘Der Hirt auf dem Felsen’ .
.
Der Hirt auf dem Felsen
.
Een klarinet is genaakt van o’s.
Die worden door twee kleppen dichtgehouden.
Dood laat er twee tegelijk open.
.
Uit de riolering van de dood komt dit lied.
Uit open deksels van de hel.
Tot helemaal boven stijgt verdriet.
.
Ik kan handen over mijn oren doen
maar dan blijf ik zien.
Ik kan ze voor mijn ogen slaan
maar dan blijf ik horen.
Notenbalken van wanhoop tot sopraan.
.
Zoals Alfred Brendel na twintig jaar Schubert
naar zijn vingers kijkt. Zij
hebben het bestaan.
.
Niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
Armando
.
Soms kom ik associatief ertoe om dichters te gaan lezen of herlezen. Zo hoorde ik gisteren iets over Parlando (een voordrachtstechniek) op de radio en dat deed me denken aan Armando.
Armando (1929) is een zeer all round artiest en kunstenaar; beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker. Armando is zijn officiële naam; zijn geboortenaam, het pseudoniem zoals hij het noemt, bestaat voor hem niet meer. Hij heeft zijn oorspronkelijke naam in het register van de burgerlijke stand laten vervangen door Armando, een Italiaanse versie van de naam Herman, die hij te danken heeft aan zijn Italiaanse grootmoeder. Betekenissen als ‘zich wapenend’, zoals de literaire analisten in zijn naam zien, zijn dus toevallig. Armando ontving vele (ook literaire) prijzen. Zelf ziet hij zijn werk als ‘Gesamtkunstwerk’, waarvoor zijn ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van Kamp Amersfoort de basis vormen.
Veel van zijn gedichten spelen zich af of verwijzen naar de oorlog, zo ook het gedicht ‘Niemand weet wie ik zal zijn wie ik was’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1999.
.
niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
.
niemand weet wie ik zal zijn wie ik was
u overschat mij
ik ben radeloos ik was een ander
geef mij touwen bind mij vast
dood mij niet
ik ben onschuldig ik ben de vijand
.
Flirten
Rita Dove
.
Rita Frances Dove (1952) is een Amerikaanse dichter en essayist. Van 1993 tot 1995 was ze Poet Laureaat Consultant in Poetry aan de Library of Congress. Zij is de eerste Afro-Amerikaanse die aangesteld is sinds deze positie werd gecreëerd door ‘act of Congress’ in 1986 door de vorige ‘consultant in poetry’-positie . Dove kreeg ook de functie van ‘speciale consultant in poëzie’ voor het bicentenniale jaar van de Library of Congress van 1999 tot 2000. Dove is de tweede Afrikaanse Amerikaanse die de Pulitzer-prijs voor poëzie mocht ontvangen, in 1987, en ze was dichter laureaat van Virginia van 2004 tot 2006.
Uit haar bundel ‘Museum’ uit 1983 het gedicht ‘Flirtation’.
.
Flirtation
.
Vicky Francken
Ik ben een bijl
.
In 2009 stelde Erik Jan Harmens de verzamelbundel ‘Ik ben een bijl’ samen met als ondertitel ‘Nieuwe dichters uit de jaren nul’. In deze bundel staat onder andere een gedicht van Vicky Francken.
Vicky Francken (1989) ontving voor haar tijdschriftdebuut de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor Poëzie en publiceerde daarna onder meer in Tirade en Revisor. Ze studeerde vertaalwetenschap en werkt als literair vertaler uit het Frans en Engels. Ze debuteerde in 2017 met de bundel ‘Röntgenfotomodel’ die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs: ‘Francken is een dichter die het experiment niet schuwt. Muzikaal, lichtvoetig en speels.’ aldus het juryrapport. Uit ‘Ik ben een bijl’ het titelloze gedicht van haar hand.
.
Sommigen staan in de deurpost met een schaar
in nde palm van hun hand als een slaapppil
op weg naar hun mond om te zorgen
voor kunstmatig rustige lakens en wij
waren steeds mismaakte vaandels,
niet bedoeld om naar te zwaaien.
.
Tegen de scherven van licht
waren we weinig, niet meer
aanwezig dan ijzer soms
in de grond.
.
We bekleedden rustig de stoelen
waarop we zaten en vouwden onze vingers
als de punt van enveloppen naar binnen.
Zochten een weg geleid door gebaren
van blinden.
.
Foto: Nadine Ancher
Jawoord
Herman de Coninck
.
Op deze zondag in september opnieuw een gedicht van Herman de Coninck. Uit de bundel ‘De gedichten’ uit 2014 (in mijn geval), een liefdesgedicht. Soms denken mensen dat liefdesgedichten heel hoogdravend (moeten) zijn, met vuur en vlam, boordevol emoties. Terwijl de mooiste liefdespoëzie volgens mij altijd klein en subtiel is. Zoals het volgende gedicht van Herman de Coninck, zonder titel uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’.
.
Zoals het strand en de zee:
jij gaat nooit weg. En ik
kom altijd terug. Het is bijna zo goed
.
als blijven. Voor een jawoord
is het te laat.
Maar je zegt niet nee.
.
Kygnos
Ilja Leonard Pfeijffer
.
In de afgelopen zomervakantie heb ik, zeer tot mijn genoegen, de roman ‘Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer gelezen. Het is een bijzondere roman die ik in één ruk uitlas. Ik kende Pfeijffer eigenlijk alleen van zijn poëzie en zijn Instagram account @iljaleonardpfeijffer, waar hij vooral foto’s van het dagelijkse leven (in vooral Genua) met zijn volgers deelt. Superba deed me besluiten weer wat van zijn poëzie te lezen.
In 2001 verscheen van zijn hand de dichtbundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Die heb ik voor de gelegenheid maar weer eens uit mijn kast gehaald en daaruit wil ik graag een gedicht met jullie delen getiteld ‘kygnos’.
.
kygnos
.
of wringt iets? nogal log in vogelvlucht
krakeel je krijtwit schraapt je zwanenhals
ten krijgersyell je valt je dondert als
bij heldere hemel tergend uit de lucht
.
maar altijd jeukt wel iets als vliegen vliegen
op beide vleugels liegen door de lucht
wie wil niet hemeltergend helder vluchten
uit loden schoenen en een kracht bedriegen?
.
het is de klank die klinken moet de gil
van schoolkrijt op een matzwart bord een zwaan
die vallend voor het eerst ten oorlog zingt
.
het is de kriebel in de buik die wil
spijbelen van bezwaartekracht en aan
de hemel dondert klaar en liegt en klinkt
.
Zondag, dichter van de maand
September
.
Er zijn dichters die ik graag en regelmatig teruglees. Het viel me op (naar aanleiding van het bericht over Edna St. Vincent Millay) dat ik al een tijdje geen poëzie van Herman de Coninck had gelezen. Terwijl De Coninck echt één van mijn favoriete dichters aller tijden is (zoals ook E.E. Cummings, Vasalis en Charles Bukowski). Toen ik ‘De gedichten’ van Herman de Coninck weer ter hand nam wist ik dat ik weer over zijn werk wilde gaan schrijven.
Daarom heb ik, na een aantal maanden zonder dichter van de maand en inmiddels een paar jaar zonder Herman de Coninckzondag, besloten dat ik de komende maanden de zondag weer zal gebruiken voor nieuwe dichters van de maand. In ieder geval zal ik de onlangs veel te jonge gestorven dichter Antoinette Sisto een plaatsje geven als dichter van de maand maar andere suggesties zijn welkom.
Nu, in september, een terugkeer van één van de grootste dichters die het Nederlands taal gebied en Vlaanderen in het bijzonder heeft voortgebracht, Herman de Coninck. Uit zijn bundel ‘De gedichten’ en dan bijzonder uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Walcheren’.
.
Walcheren
.
Een echtpaar tegen de wind in
in twee strandstoelen: het lijkt wel
of ze tegen 100 per uur
vooruitgaan
.
Zo is stilstand hier: uit alle macht.
Duinen vestigen
het wereldrecord standhouden:
de nul meter in twee eeuwen.
.
Johann Wolfgang von Goethe
Rusteloze liefde
.
In de bundel ‘A joy forever’ de mooiste liefdesgedichten uit de wereldlitaratuur, verzameld en ingeleid door Menno Wigman en Rob Schouten staat een schat aan de meest prachtige en bijzondere liefdesgedichten door de eeuwen heen. Zo ook van schrijver, dichter en all round genie Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832). Het gedicht ‘Rusteloze liefde’ of Rastlose Liebe’ verscheen in vertaling van Geert van Istendael in ‘De mooiste van Goethe’ uit 1997.
.
Rusteloze liefde
.
Door sneeuw, door vlagen,
Door stormen jagen,
In mist van kloven,
In wolken boven,
Uur na uur! Uur na uur!
Zonder rust of duur!
.
Liever door lijden
Word ik verslagen
Dan zo’n groot verblijden
Van het leven te dragen.
Steeds weer de passie
Van hart tot hart,
Geen wonder dat ze
Ons slaat met smart!
.
Waarheen moet ik vluchten?
Vergeten gehuchten?
Altijd verdreven!
Kroon op het leven,
Geluk zonder rust,
Liefde, is uw lust.
.
Rastlose Liebe
.
Dem Schnee, dem Regen,
dem Wind entgegen,
im Dampf der Klüfte,
durch Nebeldüfte,
immer zu! Immer zu!
Ohne Rast und Ruh!
Lieber durch Leiden
möcht’ ich mich schlagen,
also so viel Freuden
des Lebens ertragen.
Alle das Neigen
von Herzen zu Herzen,
ach, wie so eigen
schaffet das Schmerzen!
Wie – soll ich fliehen?
Wälderwärts ziehen?
Alles vergebens!
Krone des Lebens,
Glück ohne Ruh,
Liebe, bist du!
.















