Site-archief

Na de sneeuwstorm

Boris Pasternak

.

In 1991 startte Rob Riemen het tijdschrift Nexus waarna hij in 1994 het Nexus Instituut oprichtte.  Het Nexus Instituut bestudeert het Europese cultuurgoed in zijn kunstzinnige, levensbeschouwelijke en filosofische samenhang, om zo inzicht te bieden in eigentijdse vragen en uitdagend vorm te geven aan het cultuurfilosofisch debat. De missie van het instituut is om de belangrijke traditie van het Europees humanisme – de traditie die de zorg om de ziel centraal stelt en de menselijke maat voor ogen houdt – te behouden en te vernieuwen, vanuit de overtuiging dat dit gedachtegoed bij uitstek ons kan blijven inspireren bij het creëren van een goede samenleving.

Op 21 november organiseert het Nexus Instituut een conferentie in Amsterdam en er is een nieuwe editie van het tijdschrift verschenen met de intrigerende titel ‘What Can Cure a Civilization in Crisis?’. In een deel van de artikelen die in het tijdschrift staan, gaat het over dichter en schrijver Boris Pasternak (1890-1960) en dan met name over zijn (enige) roman ‘Dokter Zjivago’ uit 1957 waarvoor Pasternak in 1958 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. Een zeer interessant artikel met veel achtergrond informatie over het tot stand komen van deze roman en de vriendschap tussen Pasternak en zijn uitgever Giangiacomo Feltrinelli, die de roman als eerste (in het Italiaans) uitgeeft.

In het artikel wordt een aantal maal gewezen op het feit dat Zjivago, opgeleid als arts, zijn ware passie bij de kunst en in het bijzonder bij de poëzie ligt. Dat dat ook voor Pasternak zelf geldt mag duidelijk zijn. Ik schreef al een aantal keer over hem en zijn poëzie en naar aanleiding van deze publicatie wil ik hier graag een gedicht van hem plaatsen. Het betreft hier het gedicht ‘Na de sneeuwstorm’ dat verscheen in De Tweede Ronde, jaargang 23 (2002) in een vertaling van Margriet Berg en Marja Wiebes.

.

Na de sneeuwstorm

.

Nu de sneeuwstorm weer af is genomen,
Wordt het stil om me heen. Met plezier
Hoor ik stemmen van kinderen komen
Van de overkant van de rivier.
.
Ik heb vast geen gelijk, zult u geloven,
‘k Ben verblind en niet bij mijn verstand,
Als een wit gipsen vrouw viel van boven
Winter ruggelings neer op het land.
.
Van omhoog ziet de lucht haar gesloten
Dode oogleden, samengedrukt,
Heel de hof, alle twijgen en loten,
Gaan nu onder een sneeuwlaag gebukt.
.
Greppels, bomen, rivierijs en wegen,
Het perron en de rails van de trein
Hebben zuivere vormen gekregen,
Zonder hoeken, één vloeiende lijn.
.
Als je ’s nachts niet kunt slapen, verlangend,
Vol begeestering opstaan uit bed,
Om ’t heelal in een bladzij te vangen
En te ketenen in een couplet,
.
Om gebeeldhouwde stronken en heggen,
Heel die dakenzee langs de rivier,
Dat besneeuwde heelal vast te leggen,
Heel de stad in de sneeuw, op papier.
.

Dichter in verzet

Piet Gerbrandy

.

Een paar jaar geleden vroeg ik mijn lezers wat ze nog zouden willen lezen op dit blog, welke categorie er gemist werd? Ik weet nog dat één van de antwoorden toen, de categorie Dichter in verzet was. In de loop van de tijd heb ik al verschillende stukken gewijd aan dichters in verzet. In verzet tegen dictaturen, tegen politieke machthebbers, maar ook tegen het kappen van een stuk bos ten behoeve van de aanleg van een snelweg (Amelisweerd) en tegen de heersende ideeën over hoe en wat poëzie zou moeten zijn (de Vijftigers).

In de Groene Amsterdammer van 19 januari jongstleden staat een artikel over een te organiseren filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’. Deze conferentie werd georganiseerd op 27 januari door De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie.

In het artikel over deze conferentie gaat dichter Piet Gerbrandy in op dichters en gedichten over het verzet, of zoals Gerbrandy het zegt: In dichten schuilt het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’

Een prachtig voorbeeld dat hij geeft is het gedicht van Hans Faverey (1933 – 1990) uit de bundel ‘Tegen het vergeten’ uit 1988 waarin de dichter zich tegen de dood verzet.

Het artikel lees je hier: https://www.groene.nl/artikel/tegen-alles-dat-niet-leuk-is

.

Geloof mij toch:

tegen de dood kan alles

worden ondernomen wat zich nu

nog verschuilt in zijn macht.

Vader en moeder tegelijk,

wordt hij zelf het kind

dat zin voor zin zich uitput,

zich afbeult tot wat er is: nacht-

vlinders, opgehitst tegen gekkotongen;

brulapenkoralen; kikkerrit kloppend

tegen stilstaand water; pauwestaarten,

Phaëton vangend. Zo ook, zo ooit

de duisterende frambozen daarmee zich

een voorhoofd wenst te tooien,

vlak voor het bevel, hope telkens ooit.

.

thv

hf