Categorie archief: Dichtbundels

Meten & wegen

Anne Vegter

.

In het op een na laatste jaar van haar Dichterschap des Vaderland (2013-2016) aandacht voor Anne Vegter. Uit mijn boekenkast trek ik de (zeer recent verkregen) bundel ‘Eiland  berg  gletsjer’ uit 2013. In deze bundel met pikante tekeningen ( ze doen me denken aan de erotische tekeningen uit de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ die ik met Alja Spaan publiceerde, van Pierre Struys) 12 gedichten en 2 langere gedichten (Eiland berg gletsjer en Dochter van).

Uit de reeks gedichten het gedicht ‘Meten & weten’.

.

Meten & weten

.

Of het tijd kost Anne Vegter te zijn.

De schotels in de lucht houden, probeer ik.

,

Ik doe natuurlijk maar wat.

Gisteren zei iemand het past of fluit ernaar.

.

Iemand zei genen van belangstelling

woekeren/denkers willen verspilling!

.

Het kost niet per se tijd maar het hoofd

(denken aan de liggende jaren, een tegen-

.

stelling noemen van verlangen) puilt uit.

Lezers zoeken iemand om in uit te rusten.

.

vegter

 

eiland

Groter dan de feiten

Jan Baeke

.

Gisterochtend op mijn verjaardag gekregen: ‘Groter dan de feiten’ dichtbundel van Jan Baeke. Een mooie bundel met vervreemdende poëzie (het is waar wat er op de achterflap staat). In vijf hoofdstukken zijn de gedichten per hoofdstuk genummerd en zonder titel. Hoewel de achterflap ook rept van ‘een zonovergoten maar beklemmende mediterrane provinciestad’ kwam bij mij bij het lezen van dit gedicht meteen het beeld boven van een klein West-Vlaams dorp (vraag me niet waarom!).

Uit het hoofdstuk ‘Alleen het begin telt’ het tweede gedicht.

.

In het café op het plein wordt alles teruggebracht

tot veraf en dichtbij.

.

Jij komt van hier.

Ik ben een maand geleden vertrokken.

.

De barman hangt in de radio

hoort onze dorst niet, hoort berichten voor het verzet.

.

Jouw nagels krassen alle neerslag weg.

Ik zie de patronen, de onhandige gebeden, kijk

vooruit de ramen in, zie dat het plein

door steeds grilliger schaduwen bezocht wordt.

.

Ik zie hoe jij mij dierbaar

zijn kan.

Je buigt je hoofd.

Het café buigt tegen jou in, stervend glaswerk.

.

Groter dan de feiten

janbaeke

Facetten der Nederlandse poëzie

Jan Prins

.

Vandaag uit mijn boekenkast een bundel gepakt die er op het eerste oog wat saai uitziet. Cremekleurig met op de voorkant slechts een frame met letters (de n en de d van de uitgeverij Nijgh & van Ditmar te) en daarbinnen de titel ‘Facetten der Nederlandse poëzie, van Kloos tot Elsschot’ uit 1964.

Dit is deel 68 uit de Nimmer dralend reeks (enkel deel) en deel 3 uit de ‘Facetten van de poëzie’. Samengesteld door Pierre H. Dubois, Karel Jonckheere en Laurens van der Waal. In de inleiding stellen zij over de totstandkoming en keuze der dichters onder andere: “..dat de litteratuur in Noord en Zuid als één geheel wordt beschouwd en er derhalve naar een redelijk evenwicht tussen beide werd gezocht.” Poëzie en dichters uit Nederland en Vlaanderen dus.

Omdat er vele prachtige gedichten in deze bundel staan, heb ik gekozen voor een gedicht van een, mij onbekende, dichter namelijk Jan Prins.

Jan Prins (1876 – 1948) werd geboren in Rotterdam, werkte van 1892 tot 1924 bij de Marine. In zijn poëzie geeft Prins blijk van zijn liefde voor het Nederlandse (en later ook Indische) landschap. Jan prins kreeg bekendheid door de gedichten die hij schreef over het bombardement op Rotterdam in 1940. Oorspronkelijk uit de bundel ‘Bijeengebrachte Gedichten’ uit 1947 het gedicht ‘De stad’.

.

De stad

.

De stad ligt in den avondgloed, –

De torens en de tinnen blinken, –

En ’t laag gedaalde zonlicht doet

Wat kleurig was in schaduw zinken.

.

De schemerige wegen zijn

Nog vol, en in de nauwe stegen

Ziet men zich in den valen schijn

Een vagen mensendrom bewegen.

.

Chinezen met hun onbehaard

Gelaat en rustige Javanen

En Arabieren, trots-behaard,

In hun wijdzeilende soutanen.

.

De bruggen over de rivier

Bespannen met haar smalle bogen

Het bleke water, waarin hier

En daar iets donkers wordt bewogen.

.

De vrouwen komen af en aan,

Die water in de kruiken halen,

En met een doek gesluierd gaan

Als in de Bijbelse verhalen.

.

De kooplui zitten op den grond

Bij lampen, die nu de gezichten

Der stille kopers, in het rond

Gebukt, beginnen te verlichten.

.

Een enkele beweging slaat

Nog uit de menigte naar voren

En vlamt in ’t rosse licht, en gaat

Weer in de menigte verloren.

.

En vreemder wordt, nu ’t avonduur

Opnieuw de mensen komt vertroosten,

In ’t licht dat zwicht na ’t middagvuur,

De vreemde wereld van het Oosten.

.

jan_prins

JP bijeengebrachte

 

IMG_9348

prinsjanhandt

Het wezen van onderweg

Evy van Eynde

.

Al eerder besprak ik hier de bijzondere bundel  ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ van Evy van Eynde uit het Vlaamse Rotem. Evy schrijft poëzie zoals ik ze graag lees, het verwonderd en sprankelt. Op haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ staan verschillende mooie voorbeelden. Daarom nogmaals een gedicht van haar hand met als titel ‘Het wezen van onderweg’.

.

 Het wezen van onderweg.

het-wezen-van-onderweg

 

wanneer-kom-je-buiten-spelen (1)

 

wanneer-kom-je-buiten-spelen

Geranium

Hans Vlek

.

Uit de fijne bundel ‘Voor wie dit leest, Proza en poëzie van 1950 tot heden (1977) een gedicht van Hans Vlek. Hans Vlek (1947) Dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en veroorzaakte enige commotie in Maastricht, waar hij bij een poëzie-manifestatie in de schouwburg naakt optrad. In de jaren zeventig verbleef hij enige tijd in psychiatrische klinieken. Vlek was medewerker van onder andere Tirade en De Gids en redacteur van Manifest. Het gedicht Geranium verscheen in zijn bundel Zwart op wit.

.

Geranium

.

Vanuit de slechtzittende

schoolbank in een geur van stof

oud hout en pis, onder hoge ramen

in bladderend kozijn: het rood

van de geranium

.

Mijn grootmoeder zwoegend boven

een tobbe in de tuin, en naast

het keurig tegelpad in rij, in het rood

waarvan mijn opa op vergaderingen

sprak: geraniums.

.

Thuis hadden wij er een

die nooit bloeien wilde omdat

iedereen zijn peuken doofde

in de pot. O god, de triestheid

van zijn harig-groene, knokelige

steel!

.

Geranium, prachtige bloem

die niet mooi is, wijn

van de kruidenier, kip

tussen de vogels, sieraad

van alles wat arm en goedkoop is.

.

Zwart op wit

 

voor wie dit leest

 

Hans Vlek

De groeten

Hugo Claus

.

Van Hugo Claus vond ik het kleine bundeltje ‘De Groeten’ in een kringloopwinkel. Dit bundeltje met elf gedichten werd uitgegeven in 2002 door Poetry International en de Bezige Bij ter gelegenheid van de derde Gedichtendag.. Uit dit leuke bundeltje het gedicht  ’s Ochtends’

.

’s Ochtends

.

Zij vouwt zich open

Haar slaap: een licht labiele lauwte

.

Haar gewillige gebinte.

Eerder dan een geeuw

Kondigen haar billen aan

Dat zij wakker wordt.

.

En dan haar oogwit sneeuw

In de ogen van mijn leeuwin.

.

groeten

Schurende poëzie

Daniël Vis

.

Afgelopen zondag was het laatste Ongehoord! podium van 2014 en in dit geval geldt; was je er niet dan heb je echt wat gemist. Prachtige poëzie van de 82 jarige Willy Spillebeen, Rinske kegel, Marjolein van Aperen, de breekbare muziek van Bryony Burns en Daniël Vis.  Daniël Vis schrijft poëzie die schuurt, tot denken aanzet, absurd is soms maar altijd intrigeert. Ik kon dan ook niet anders dan zijn bundel ‘Crowdsurfen op laag water’ aanschaffen. De achterflap zegt over hem:

Op Tarantino-achtige wijze ontrafelt Daniël Vis uiterst actuele doch ook persoonlijke thema’s. Dit doet hij op een harde, narratieve en atypische manier, waarbij niets mooier gemaakt wordt dan het is.

Ik heb altijd een zeker voorbehoud als het gaat om coverteksten (zelfs bij mijn eigen bundels) maar in dit geval ben ik het helemaal eens met de inhoud van deze tekst. Uit deze bundel het gedicht ‘Friedrichs ontstopper’.

.

Friedrichs ontstopper

.

voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.

soms kroop hij ’s nachts uit bed

en schoof het gordijn open.

.

er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen

en hij heeft om dingen gevraagd.

.

van de pepernoten begreep hij ook niet

hoe ze in zijn schoenen kwamen.

.

maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.

en toen hij 13 was verzoop een schaap

in de sloot, achter.

.

je kan niet over water lopen.

.

in de cartoons hangen ze even stil in de lucht

voordat ze vallen,

.

er verandert iets in hun ogen.

hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,

dat het iets oplost daarbinnen.

.

‘doe je mond maar open’, zeg ik.

‘als het prikt, werkt het.’

.

‘het botst toch op niks,’ zegt hij.

‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’

.

hij houdt zijn hand op z’n middenrif.

.

23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.

.

hij zegt:

.

‘als jezus terug op aarde komt

is dat als mannenmodel

voor h&m.’

.

Vis

 

plunger

 

Nonsensgedichten

Nico Scheepmaker

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het lichte gedicht’ De grappiste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen. In deze bundel tal van heerlijke nonsensgedichten als deze van Ingmar Heytze:

 

Short rap

De grootste motherfucker

is toch altijd nog je vader.

.

Of deze van Cees Buddingh

.

Zeer vrij naar het chinees

de zon komt op. de zon gaat onder.

langzaam telt de oude boer zijn kloten.

.

Kortom veel gedichten met een vrij hoog meligheidsgehalte. Maar ook prachtige voorbeelden van allerlei grote dichters uit het taalgebied zoals het gedicht ‘Wereldkampioen’ van Nico Scheepmaker.

.

Wereldkampioen

.

Dat hockey met een stokkie wordt gespeeld

en iedereen zich daarbij dood verveelt

is, dacht ik, nu wel algemeen bekend,

al is het een gedachte die nooit went.

.

Wij willen het niet weten, want zo’n sport

komt niet alleen in speelduur al te kort,

maar kampt ook met een uitgedund publiek

dat clublid is dan wel familieziek.

.

Alleen als onze meisjes moeten knokken

– in overigens verrassend korte rokken-

voor ’t wereldkampioenschap met de mof,

is het publiek nog wel bereid te komen

om even bij die meisjes weg te dromen,

al nemen zij de bal nooit op hun slof!

.

oranje-dames-hockey

Vooruit, nog één om het af te leren van Bert Voeten.

.

Driewieler

geen vier

en geen twee-

daartussenin

.

driewieler

 

 

Woensdagmiddag

Dolf Jansen

.

Van de goede Sint weer een paar leuke dichtbundels gekregen. De eerste die ik wil behandelen is misschien niet zo voor de hand liggend. het is de bundel ‘Om te huilen’ van Dolf Jansen. Nu kent iedereen Dolf Jansen denk ik vooral van zijn cabaretwerk (solo en met Lebbis) maar ik wist al langer dat Dolf Jansen heel aardige gedichten schrijft en deze ook vaak verwerkt in zijn theatershows. Rijmend in veel gevallen maar altijd met een groot poëtisch gevoel. In de bundel ‘Om te huilen’ staan vooral liedteksten maar ook gedichten en zelfs zo nu en dan een gedicht dat niet rijmt. Voor degene die bekend zijn met Twittergids.nl; als je kijkt onder ‘Dichter’ dan staat Dolf Jansen op eenzame hoogte op nummer 1 (maar dat komt uiteraard door zijn cabaret bekendheid) onder de twitterende dichters.

De liedteksten en gedichten van Dolf zijn veelal serieus en maatschappijkritisch. De bundel besluit met acht gedichten in het Engels, dan nog twee in het Nederlands en als toegift zijn bekendste gedicht (denk ik) ‘100’.

Als voorbeeld van een gedicht met een zwaar onderwerp, de existentiële angst dat je kind sterft,  hier het gedicht ‘Woensdagmiddag’.

.

Woensdagmiddag

.

als een woensdagmiddag in de tuin

verscheurd kan worden door sirenes

van een ambulance

onderweg in volle vaart

naar het zwembad waar jij al uren bent

kan jij het zomaar zijn

die verdween onder water

net te diep

net te lang

en wacht ik meer dan ooit

op je fietsje in de voortuin

en je natte haren tegen mijn arm

.

jansen

 

pool

Nader en onverklaard

Niels Landstra

.

Van Niels Landstra (1966) kreeg ik zijn nieuwste bundel toegestuurd. Titel: ‘Nader en onverklaard’. Op de achterflap tot mijn verbazing (en genoegen) een quote die ik vorig schreef over de poëzie van Niels (Niels Landstra is een begenadigd dichter) in een column op Maassluis.nu

Dat Niels een begenadigd dichter is bewijst hij eens te meer in deze bundel. De bundel telt 30 gedichten, mooi uitgegeven door uitgeverij Oorspong. Wat me meteen in het oog viel is het gebruik van hoofdletters bij elke nieuwe zin (overigens niet consequent door de hele bundel). ik ken meer dichters die dit doen en als je zelf van het type dichter bent dat zo min mogelijk hoofdletters gebruikt is het altijd weer even wennen. Soms moet ik hele strofen opnieuw lezen om te zien waar de pauzes vallen en waar zinnen eindigen (er worden namelijk wel punten gebruikt). Toen ik wat meer gedichten had gelezen wende ook dit en kon ik me meer op het genieten van de poëzie richten. Want genieten is het. Niels Landstra verstaat als geen ander het beschrijven van alledaagse zaken op een heel onalledaagse manier. Een rij bomen is nooit zomaar een rij bomen bij hem en mensen in een tram op een brug worden bij Niels (In de vaart der volkeren):

 

” Een tram in het dwangspoor van een brug

Met lammeren tegen leunend glas, mat

Over de grachten van de grauwe cyclus ”

 

Ook het woordgebruik, of moet ik zeggen de woordenschat waar hij zich van bedient is prikkelend en uitgebreid. Een kleine greep uit zijn werkwoordgebruik: parelen, zwieren, zwalken, welken, priemen, minnen, schampen, dampen, gloeien, looien, verijlen en ga zo maar door. Zijn zeer rijke taalgebruik maakt dat elk gedicht niet alleen inhoudelijk genoten kan worden maar zeker ook taalkundig. Verwacht van Niels geen experimenten met poëzie; zijn gedichten bestaan voor het overgrote deel uit 3, 4 of 5 strofen met af en toe één met tussenzinnen.

Al met al een fijne bundel die uitnodigt tot herlezen.

Uit deze bundel het gedicht ‘Struikelstenen’. Voor wie het fenomeen niet kent; struikelstenen of stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947). Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi’s verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Deze Stolpersteine (lett. ‘struikelstenen’) herinneren onder andere aan Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en gehandicapten.

.

Struikelstenen

.

Om de namen van hen niet te vergeten

die een hel zagen zonder enige reden

stapsgewijs van vale straatstenen gevaagd

nu door een stolp van blinkende messing geschraagd

,

de inscriptie zwart als de as die warrelde

door een verhitte lucht, doodszucht, beklaagden

op een weg besloten door een gillende vrees

die vogels en prikkeldraad snoerden, de kreet

.

van ontreddering verstomd in het trottoir

voor statige woningen die er zwijgend staan

getuigen van gezinnen beroofd van status

en voor altijd weer bruut afgevoerd, uitgeblust

.

door het reizen naar de verkommerde tijd

het komen bij de duivel thuis, het gelijk

struikelen in de kwade geschiedenis

over waanzin. moord en eeuwige droefenis

.

IMG_8978

 

stolpersteinemaassluis-1