Categorie archief: Dichtbundels
Debutanten
Volkskrant
.
In de Volkskrant van dinsdag staat een aardig stuk over 5 debutanten onder de titel Dichtgroeien. Deze 5 debutanten zijn Hannah van Wieringen, Pieter de Bruijn Kops, Jeroen van Rooij, Daniël Vis en Laura van der Haar. De laatste twee finalist en winnaar van het NK Poetry Slam, de eerste een toneel/prozaschrijfster, nummer twee redacteur en nummer drie prozaschrijver. Van elk van de dichters een gedicht en een kort interview met vragen als: waarom schrijf je gedichten?, welk woord zou je nooit gebruiken? en wanneer ben je ermee begonnen?
Alle vijf debuteren met een dichtbundel en na lezing van het (bijna) 3 pagina’s tellende stuk gaat mijn voorkeur uit naar Daniël Vis. Hij debuteert bij Prometheus met de bundel ‘Crowdsurfen op laag water’ (komt uit in april 2014).
Voor degene die niet wil wachten tot april heeft Daniël ook een website: http://danielvis.wordpress.com/
Van deze website het volgende gedicht: daten op de uitlaatplek
.
daten op de uitlaatplek
I
we nemen de roltrap
naar de lingerie-afdeling.
ze is op zoek naar een broekje,
blauw,
voor bij die en die bh.
we kennen elkaars ondergoed.
ik laat m’n ogen gaan
over maten die ze niet heeft,
het hangt vol met wat je mist.
ik wis de laatste tijd weer
regelmatig mijn browsegeschiedenis.
II
ze vertelt over de hond
die ze vroeger hadden, thuis.
dat ze na jaren kon zien
aan z’n blik
wanneer hij moest schijten,
het was zielig hem dan niet uit te laten.
een huisdier is handig vindt ze,
om omgang te trainen.
en binding.
ik groef een kuil voor de konijnen
die bij m’n ouders in de garage
stil verhongerden.
ze waren niet van mij.
ik was onschuldig.
een supersoaker vol bleek
en de kat van de buren.
III
het broekje dat ze zoekt
is niet te vinden.
is het de juiste maat
dan is het de kleur niet,
de juiste kleur
en niet de maat.
en ja. het moet blauw.
soms ben je elke kilo die je weegt.
de prijskaartjes liegen er niet om.
.
Uit een oud dorp
Uit mijn boekenkast
.
In mijn boekenkast staan naast de vele dichtbundels die de meesten van ons wel zullen (her)kennen ook een aantal uiterst obscure bundeltjes. Zo ook het bundeltje ‘Uit een oud dorp’ van A. Roland Holst. Onder de naam Kort en goed en onder redactie van Kees Fens en Rob Nieuwenhuis werd bij uitgeverij Em. Querido in 1976 dit curieuze bundeltje uitgegeven. Curieus door zijn vorm; een slap kartonnen kaft in blauwe kleur waarin leven en werk in 7 bladzijden worden geschetst (twee pagina’s aan het begin en twee pagina’s aan het eind van het bundeltje inclusief voor- en achterkaft). Wat dit bundeltje voor mij extra interessant maakt is dat in de verhandeling over A. Roland Holst de naam van Prof. dr. H. C. Rümke valt. Hier wordt prof. Rümke opgevoerd als de auteur van het ‘beroem geworden boekje’ Levenstijdperken van de man, ik ken prof. Rümke van een gedicht dat ik aan hem wijdde naar aanleiding van een uitspraak van hem, die ik las in het Dolhuis in Haarlem (museum van de psychiatrie). (zie hiervoor mijn blogberichten uit 2010 en 2011, zoek onder Rümke).
.
In dit bundeltje een kleine bloemlezing van gedichten van A. Roland Holst en hieruit gekozen het gedicht ‘De vagebond’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1971.
.
De vagebond
.
Zij wikken en wegen
hun geld en hun god,
en kanten zich tegen
mijn vluchtiger lot,
omdat ik mijn handen
en ogen leeg
door hunne landen
omdroeg, en zweeg
in hun geschillen,
en ging als blind
om der eenzame wille
van sterren en wind.
.
Simon Vestdijk
Gedicht
.
Uit ‘Nagelaten gedichten’ (1986) en met dank aan Arie Boomsma, het gedicht ‘De zondaar’ van Simon Vestdijk (1898-1971).
.
De zondaar
.
Hij speelde met de schuwe lichaamsdelen,
Die voor de voortplanting zijn ingesteld,
Eén of twee keer, – een onaanzienlijk streelen:
Reeds werd er bij zijn vader aangebeld.
.
Toen heeft men hem twee uren lang gekweld –
Leeraar en vader – met de droevige vele
Voorbeelden van een straffend godsgeweld:
Tering en blindheid en and’re nadeelen. –
.
Men vond hem echter in die sloot nog gaaf.
De klas rouwde, de leeraar schudde braaf
Het hoofd, en heeft ons vragen afgeweerd. –
.
Waarom hebben wij niet, wij laffe honden,
Hem die als wraakengel was uitgezonden
Met zwarte inktpotscherven gecastreerd?
.
Met dank aan Letterkundigmuseum.nl
Narcissus in demon
k.n.l. grazell
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel Narcissus in demon, uitgeverij de Windroos, 1958, van k.n.l. grazell (1928). En nee, je leest het goed, zijn naam wordt met kleine letters geschreven op en in de bundel. Ik had nog nooit van hem gehoord maar was zeer onder de indruk van zijn loopbaan op Wikipedia
Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire avonden bij vriendin Claartje Eisenloeffel, medeoprichter NiKa avonden (samen met vriend Nico Knapper), juridisch adviseur, officier (Horeca), maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywriter/creatief verantwoordelijke in (inter)nationale reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video.Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.
In deze bundel veel proza gedichten maar ook het volgende gedicht.
.
handpalm
.
ze was negentien jaar oud
eleonore toen prometheus
het nathat ikanaie in haar schoot
ontbranden deed there’s none
like thee among the dancers
none with swift feet
.
en zij werd een bruiloftsfakkel
die de meisjes droegen van tarishni
vòòr hun winterslaap – o tree
at the river – in de galerij
der onvergankelijken
.
Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis
Dichteressen uit Vlaanderen en Nederland
.
Uit de bundel Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis, de bundel met de beste poëzie van 40 dichteressen uit Nederland en Vlaanderen van uitgeverij Passage uit 2000, een gedicht van Vera Beerten. Vera Beerten (1957) publiceerde in diverse tijdschriften zoals ‘Diogenes’ en ‘Deus ex Machina‘. Beerten verleende haar medewerking aan verscheidene poëziemanifestaties waaronder ‘De Nachten van de Poëzie’ in Antwerpen, waar zij woont.
.
Finestrat
.
We lagen in een bed van middagzon
Uit elk verband
Uit elke geschiedenis verbannen.
.
Vogels vliegen op uit ons verstand
De huid die om ons heen zat, loste.
We vloeiden uit en over in elkaar
Werden zee, zwommen zonder handen.
.
En op het voor ons uitverkoren strand
Stonden engelen op wacht
Met toeters, wimpels en bellen.
.
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.
Krankzinnig Aangedicht!!!!!
Poging tot een recensie
.
Na de bundeltjes van Nancy Meelens nu een poging tot recensie van de nieuwe bundel van het fenomeen Derrel Niemeijer, of zoals Von Solo in zijn voorwoord schrijft, Derrel is een beweging, volkomen irrationeel en wars van modieuze normen en waarden.
Dat kan ik alleen maar onderschrijven. De poëzie van Derrel laat zich het best beschrijven als een krankzinnig geordende chaos. En voor jullie nu denken dat ik dit als een negatieve connotatie gebruik, het tegendeel is waar. Derrel is in zijn poëzie zo anders, zo volkomen buitenissig soms dat bij lezing van vrijwel elk gedicht ik de neiging had om na lezing opnieuw te beginnen om te kijken of ik het wel goed gelezen had. Von Solo noemt hem een levend icoon van de Neo beatniks en misschien valt hij daarmee nog wel het best te vergelijken.
Als ik Derrels poëzie lees moet ik steeds onwillekeurig denken aan Johnny the selfkicker. Soms volledig onbegrijpbaar en ongrijpbaar: Ik ben de winst / van “Pritt”/ Al die vrouwen / een verslaving / een verslaving / er bij door / al die ‘Aldi’ / vrouwen.
Dan weer heel breekbaar en lief: 2 harten kloppen gezamenlijk als 1 / want 2 is 1 net als onze gedachten / sterker door elkander. We sterken ons.
Al met al een bundel die werkelijk alle kanten opvliegt, die geniale vondsten vast ketent aan platitudes maar die nergens verveelt, die nergens irriteert. Zoals Derrel is zo is zijn poëzie, ik denk dat je het geheel zo het beste beschrijft. Degene die Derrel kennen weten dan genoeg.
Evenals bij de bundels van Nancy ben ik persoonlijk niet zo dol op al die uitroeptekens!!!, DE HOOFDLETTERS en de interpunctie die nogal rammelt en de opmaak van de pagina’s maar hieruit blijkt dat ons liefdespaar ook hierin als 1 optrekt.
Ik ben blij dat ik de bundel gekocht heb, het lezen ervan brengt mij veel plezier, doet me glimlachen en zet me op verkeerde benen.
.
De Sporter
.
Zwemmen is funnieeeeeeeee.
Schaken is goed voor
je hersens.
Fietsen weldaad
voor beenspieren.
.
Zei tegen haar:
“Ben hardloper.
Zie mezelf
dood lopen”.
.
“Ben chirurg.
Doe onderzoek naar
rekbaarheid v.d. lever,
drink elke dag”.
.
“Zat in wegenbouw.
Weg naar de afwezigheid van longen
geasfalteerd met rookwaar”.
.
Uitgever: Hoek, Jack van, Eindhoven, ISBN: 978-90-74097-04-08
Brokstukken
Uit: Voor de muur (Pred zidom) van Pero Senda
.
Afgelopen woensdag werd dichter en vriend Pero Senda gecremeerd. Op de herdenkingsbijeenkomst las ik Brokstukken (Krhotine) voor omdat ik dat een heel toepasselijk gedicht vond.
.
Brokstukken
.
Van de zon stal ik een straal
En van een wolk een druppel
Om brokstukken van mij te zaaien
Op de vruchteloze bodem
Daar, ver weg in de woestijn
Verder van dromen
.
Wat zal er met mijn gedichten gebeuren
Verspreid als vervloekt zaad
Wat blijft er dan van mij
Wat blijft van mij
.
Krhotine
.
Ukrao sam Suncu zrak
I oblaku kaplju
Da posijem krhotine mene
Na jalovo tlo
Tamo, daleko u pustinji
Dalje od snova
.
Sto ce biti sa pjesmama mojim
Rasutim k’o ukleto sjeme
Sto ce tada ostati od mene
Sto ce ostati od mene
.
Miroslav Holub
De geboorte van Sisyphus
.
Van dichter Jana Beranová kreeg ik het boek ‘De geboorte van Sisyphus, een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998’ uitgegeven door de Bezige Bij in 2008.
Jana Beranova is verantwoordelijk voor de samenstelling en de vertaling van de gedichten en teksten in dit boek en ze schreef het nawoord. De Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923-1998) behoort tot de grote dichters uit Oost en Midden-Europa van de tweede helft van de 20ste eeuw. Hij werd veelvuldig uitgenodigd voor festivals in Rotterdam, Londen en elders maar hij kon, vanwege het communistische regime, slechts een enkele keer onder valse voorwendselen het land uit. De poëzie van Holub is zowel absurdistisch als onbeschaamd lyrisch.
Samen met Milan Kundera en anderen stichtte hij het poëzieschrift ‘Kveten’ (Mei). Door zijn actieve deelname aan de Praagse lente werd hij na de inval door het Russische leger ontslagen aan het onderzoeksinstituut en verdwenen zijn boeken uit de rekken van bibliotheken en winkels. Pas na de publieke schuldbekentenis kreeg hij een nieuwe functie, maar zijn poëzie bleef verbannen tot 1982.
Uit deze prachtige bundel het gedicht ‘Niet te koop’
.
Niet te koop
.
En wat kost
het brein van een bosmuis,
en wat kost
het sperma van een potvis?
.
Dwaze dagen
in voddenzaken met grote partijen
uitverkoop
van Turkmeense jeans
en Verzamelde Werken
op crêpepapier.
.
En wat kost een ziel?
.
En wat kost
een emmer bloed
met zo weinig amberserum,
zo weinig antistoffen
tegen rode Shylocks?
.
Wat hebben we gekost
nog voor we gekelderd zijn
naar waardeloos?
.
















