Categorie archief: Favoriete dichters
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
Hagar Peeters
.
Vandaag uit de bundel “Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ van Hagar Peeters het gedicht ‘Zal ik nog een eindje met je meelopen?’ omdat het gewoon een mooi gedicht is.
.
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
.
Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
of tot de eerstvolgende tunnel.
Tot de derde straat rechts,
tot de ingang van het park.
Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.
.
Je mag meelopen tot in mijn kamer,
tot het glaasje van het een of ander,
tot ik mijn tanden heb gepoetst
of tot het eerste ochtendlicht
over de stoel met kleren valt.
.
Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
tot de school weer is begonnen,
de ambtenaren pauze houden
de winkels zijn gesloten
of tot de laatste stoptrein gaat.
.
Tot na het ontwaken maar voor het ontbijt,
tot na het ontbijt maar voor de lunch,
tot na de lunch maar voor het avondeten
mag je meelopen.
.
Willie Verhegghe
Stadsdichter van Ninove
.
Op één van mijn zoektochten kwam ik een gedicht van Willie Verhegghe tegen. Willie is een Vlaams sociaal geëngageerd dichter die parlandostijl combineert met een maatschappijkritische blik. Willie schrijft en schreef voor verschillende poëzietijdschriften en magazines.
Voor mij was Willie Verhegghe een onbekende naam maar op zijn website bij schrijversgewijs.be krijg je snel een goed overzicht van zijn werk. Met name op het gebied van de wielergedichten geniet Willie een zekere bekendheid.
Voor meer info over Willie Verhegghe : http://schrijversgewijs.be/schrijvers/verhegghe-willie/
.
Uit ‘De adem van Amor’ het gedicht 1.
.
-1-
.
In de je wegduwende leegte
Van de nacht
Een gedicht uit je pen persen,
Een ode aan haar die je liefhebt;
Het wordt een uitdaging
Aan wat men poëzie noemt,
Een verliefd met de pet gooien
Naar de warmte van het lichaam
Dat je bewonen wil.
En bewoont.
Met elke porie,
Met je beste zaad,
Met al wat je lief is
.
Dadaïstisch dichter
Paul van Ostaijen
.
Leopold Andreas (Paul) van Ostaijen (1896-1928) was een Vlaams dichter en prozaschrijver die vooral bekend werd om zijn dadaïstische poëzie en het eerste volwaardige dadaïstische filmscenario ter wereld “De bankroet jazz” . De bankroet jazz werd rond 1921 geschreven maar werd pas in 1996 voor het eerst uitgegeven. In 2008 werd het bewerkt tot een korte speelfilm.
Van Paul van Ostaijen zijn een aantal dadaïstische gedichten heel bekend (bijvoorbeeld Boem Paukeslag) hieronder twee voorbeelden.
.
.
.
C. Buddingh
Gedicht over de zee
.
Gisteren nog uren op het strand doorgebracht dus vandaag een gedicht over de zee van Cees Buddingh. Over hoe je ook naar de zee kan kijken, zoals alleen Cees Buddingh dat kon.
.
Zeeklacht
.
Het water van de zee is altijd zout,
Hoe men de suikerpot ook mag hanteren,
Geagiteerd over het strand marcheren,
Terwijl de wind de brandingkoppen krauwt;
Een borstbeeld hakken uit scheepstimmerhout,
Des nachts, in droom, met meerminnen verkeren,
Tarbot fileren of Neptuin vereren:
Het water van de zee is altijd zout.
.
Daar helpt geen moederlief, geen vaderstout,
Geen bokken, dokken, knokken of gekscheren,
Geen brein van boterkoek, geen hart van goud:
Of men voor dames voelt of meer voor heren,
Het water van de zee blijft altijd zout.
.
De Zee door Brigitte Beck
Gerrit Achterberg
Het weerlicht op de kimmen
.
Vorige week heb ik bij een winkel in tweedehands goederen (en op dat moment veel poëzie) een paar zeer aardige verzamelbundels gekocht. Een daarvan was ‘Het weerlicht op de kimmen, een keuze uit de gedichten’ van Gerrit Achterberg, een herdruk uit 1988 van Querido.
Sinds ik in de ontmoetingskamer van museum het Dolhuys in Haarlem ( Nationaal museum van de psychiatrie) een ‘pop’ van Achterberg tegenkwam en me wat meer in hem heb verdiept is het één van mijn favoriete dichters.
De ontmoetingszaal was tussen 1800 en 1850 een ziekenzaal waarin men kon doodgaan. Men leverde daartoe een loden penning in. Daar komt het spreekwoord ‘het loodje leggen’ vandaan. Tegenwoordig staat de zaal vol met poppen van bekende mensen die te maken hebben met de relatie creativiteit – gekte zoals Gerrit Achterberg.
Uit de bundel het bekende maar prachtige gedicht dat Achterberg schreef in 1962 over Den Haag ‘Passage’.
.
Passage
Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.
Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.
Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.
.
Films gebaseerd op poëzie
Deel 1: Lady Lazarus
.
Was ik al een categorie begonnen over poëzie in films (meestal gedichten of delen van gedichten die in een film voorkomen), er zijn ook films gebaseerd op een gedicht of een dichtbundel. In deze nieuwe categorie zal ik een aantal van deze films behandelen.
Vandaag als eerste ‘Lady Lazarus’ van Sylvia Plath (1932 – 1963).
Deze experimentele film uit 1991 van filmmaakster en feministe Sandra Lahire is gemaakt rond het beroemde gedicht van Sylvia Plath ‘Ladfy Lazarus’. De film bestaat behalve uit audio fragmenten waarbij Sylvia Plath gedichten voordraagt als Lady Lazarus, Cut, Daddy, Ariel en Ouija ook uit een interview met haar uit 1962.Sandra Lahire beschrijft haar film als de eerste in een trilogie waarbij de film een visuele reactie is op de woorden van Sylvia Plath die vooral een voorbeeld zijn van haar zwarte humor en cinematografische visie, aldus Lahire. Een carrousel van ingeraamde beelden in een atmosfeer van constante metamorfose; haar poëzie als film.
.
Hieronder kun je de film bekijken.
https://player.bfi-staging.org.uk/free/film/watch-lady-lazarus-1991-online
.
Jij
Antjie Krog
.
Van de Zuid Afrikaanse dichter Antjie Krog vandaag een deel van haar gedichtencyclus (9 delen) Where I become you. met als onderschrift: Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur. (Hugo Claus). Met onderaan de door Antjie voorgedragen tekst.
.
jy
die juiste jy
die ja-jy
die gras ruis nog van jou enkels nou net
elke keer as ek opkyk
pasrugkerende
wegstappende
geliefde
astraal gefluit nagtelik geskort
kom!
laat ‘n woord dwarsdeur jou kom
laat meer as ek kom
meer as die ondermynende myne
die meinedige myne
die eindeloos ekkerende myne
laat ons
onvergloei naak
onberoerd
wat ons nooit
alleen kon wees nie word
.
Ga naar de website van Poetry International om het gedicht te beluisteren voorgedragen door Antjie Krog. hier: http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poem/item/13754/auto
.
Wanneer kom je buiten spelen?
Door Evy van Eynde
.
Eind juni kreeg ik van Evy van Eynde een uitnodiging om naar België te komen om daar een voorstelling bij te wonen die bij haar nieuw verschenen bundel hoort ‘Wanneer kom je buiten spelen”. Deze voorstelling heb ik gisteravond in De Tijd Hervonden (wat een geweldige naam) aan de Witte nonnenstraat 8 in Hasselt bekeken samen met fotograaf en vriend Ruben Philipsen.
Morgen zal ik hier de recensie publiceren van deze bijzondere combinatie van dichtbundel en theatervoorstelling. Evy van Eynde leerde ik kennen via haar blog http://evyvaneynde.wordpress.com/
Omdat ik daar regelmatig kom om te lezen wat Evy bezig houdt kwam ze op mijn blog terecht en zo vangt een koe een haas.
Uit de aankondiging van dit artistieke tweeluik:
De voorstelling “Wanneer kom je buiten spelen?” maakt deel uit van een artistiek tweeluik, waar ook een geïllustreerde gedichtenbundel bij hoort. In de voorstelling komen de gedichten tot leven in liedjes, dialogen en mijmeringen die hardop rijmen.
“Een klein meisje komt naar je toe. Ze vertelt je een verhaal. Een peperkoeken verhaal. Kraakvers. Zie je die twee gaten in de muur? Dat is het hol van Meneer Konijn. Als je daarin kijkt, verdwijn je. Heel even maar. Voor altijd.”
“Wanneer kom je buiten spelen” is een familievoorstelling. Volwassenen zullen snoepen van taalparels tussen de regels. Kindjes zullen dol zijn op het speelse sprookjesdecor.
.
Morgen dus mijn recensie, vandaag alvast een gedichtje en een tekening van Evy met de titel Alice.
.
Alice
.
Boven in kamers
waar stof opwaait
klopt ze aan
.
Ziet de trap
opgaan in sterren
en lantaarnpalen
.
Langs de melkweg
waar koeien grazen
in graswolken
.
kleine meisjes
in konijnenholen
hoog in de lucht
.
Verscholen
tot iemand gilt
gezien
.
Lend me some sugar, I am your neighbour*
Wees eens aardig voor je buren
.
Onder dat motto vandaag een gedicht van Joke van Leeuwen uit de bundel ‘Wuif de mussen uit’ uit 2000.
* uit: Hey Ya van Outkast
Bezichtiging
Komt u maar binnen. Hier
is dus de hal. Hier hangen
alle jassen. Voor het
winter is, voor als ze passen.
.
Hier is de kamer met de bank,
waarop ik laat en moe
Afghanistan nog zie op de tv
of iemand die een eind weg
.
praat met aandachtsgeil op camera
gericht gezicht. De deuren. Mooi
bedacht toch deuren, zo eenvoudig
gaan die open en weer dicht en open en weer dicht en o en weer en hoeps en b
.
Nou goed. Hier slaap ik als ik slaap,
het bed zo net of niemand hier, of niets
en hier een bad, een geiser, een wc.
De buren hoor je af en toe een beetje.
.
Mijn roerend goed gaat mee, verweesde
woorden veeg ik weg. Sleept u maar aan
wat u al heeft en meet het mogelijke op
tussen de muren.
.
Alles wat je wilde
Menno Wigman
.
Vandaag een gedicht van Menno Wigman uit zijn bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001 waar hij in 2002 de Jan Campert prijs voor ontving met de titel ‘Alles wat je wilde, het was alles’ .
.
Alles wat je wilde, het was alles
Het was de welving van een schouderblad.
het fosfor van een nieuwe dronkenschap,
de slapeloosheid van een wereldstad.
Je sliep nooit twee keer met dezelfde dag
en leven was pas leven als er ’s nachts
een halo uit je glas te voorschijn brak.
Een juni en je peinst aan een vermolmd
ontbijt: ik zwierf om zoveel mensen heen,
verruilde zoveel zonlicht voor een zweem
van eeuwigheid en moet je nu eens zien:
die rouwrand rond m’n brood, dat zeepsoplicht,
die vuile handen en dat nevelhoofd.
Had ik maar minder in mijn dorst geloofd.
Gaf ik maar minder om het tegengif
voor mijn zorgvuldig bestudeerde dood.
.
.















