Categorie archief: Favoriete dichters

Klaslokaal

Heinrich Heine

.

Gisteravond was ik op een ouderavond van mijn dochter. Overduidelijk in het Duits lokaal en toen ik ging zitten in de schoolbanken (al zijn dat al decennialang stoelen maar we blijven we ze zo gewoon hardnekkig noemen) zag ik naast mij op het raam de volgende sticker.

.

foto (31)

 

Het betreft hier een gedicht van Heinrich Heine (1797 – 1856). Vroeger moest ik niets hebben van Duits, de grammatica zat mij regelmatig in de weg. Toch koos ik het vak als taal en ik heb daar nog altijd geen spijt van. Het Duits kent vele prachtige dichters en schrijvers. Heine is daar zeker een van.

Hieronder het gedicht.

.

Der Schmetterling ist in die Rose verliebt,
Umflattert sie tausendmal,
Ihn selber aber, goldig zart,
Umflattert der liebende Sonnenstrahl.
.
Jedoch, in wen ist die Rose verliebt?
Das wüßt ich gar zu gern.
Ist es die singende Nachtigall?
Ist es der schweigende Abendstern?
.
Ich weiß nicht, in wen die Rose verliebt;
Ich aber lieb euch all’:
Rose, Schmetterling, Sonnenstrahl,
Abendstern und Nachtigall.

.

En voor iedereen die het Duits niet machtig is hier de Engelse vertaling.

/

The butterfly is in love with the rose
Flutters about it a thousand times,
But around it with tender gold
Flutters the loving sunbeam.
.
But, with whom is the rose in love?
That I would like so much to know.
Is it the singing nightingale?
Is it the silent evening star?
.
I know not with whom the rose is in love;
But I love you all:
Rose, butterfly, sunbeam,
Evening star and nightingale.

.

Vertaling: David Paley

Zo is het genoeg

Wisława Szymborska

.

Al eerder schreef ik over Wisława Szymborska (1923 – 2012). Een groot Pools dichter, Nobelprijswinnaar voor de literatuur en zeker in Nederland zeer geliefd. Vlak na haar dood verscheen de bundel ‘Zo is het genoeg’ de laatste gedichten bij uitgeverij De Geus.

De titel Zo is het genoeg had Szymborska vooraf bij haar Poolse uitgeverij gedeponeerd. Spijtig genoeg heeft de dichteres de bundel echter niet mogen voltooien. Al won de titel door haar voortijdig overlijden aan kracht. Besloten werd om aan de 13 voltooide gedichten de in haar nalatenschap aangetroffen kladversies van gedichten en notities toe te voegen. Alles respectvol ontcijferd en van editietechnisch commentaar voorzien. Zodoende groeide de uitgave uit tot een pagina of 60.

Uit deze bundel het gedicht ‘Er zijn van die mensen die’.

.

Er zijn van die mensen die

.

Er zijn van die mensen die bedrevener zijn in leven.
In en om hen heen heerst orde.
Voor alles hebben zij een manier en het juiste antwoord.

.

Zij raden onmiddellijk wie wie, wie met wie,
met welk doel, waarheen.

.

Stempelen unieke waarheden af,
gooien overbodige feiten in de versnipperaar,
en stoppen onbekende personen
in op voorhand voor hen bestemde ringbanden.

.

Denken zo veel als de moeite waard is,
en geen ogenblik langer,
want achter dat ogenblik loert de twijfel.

.

En als ze uit hun bestaan worden ontslagen,
verlaten ze hun post
door de aangegeven deur.

.

Soms benijd ik hen
– gelukkig gaat dat ook weer over.

.

Bundel S

Boutens

P.C. Boutens

.

Hoewel zijn voorletters anders doen vermoeden was Pieter Cornelis Boutens (1870 – 1943) helemaal niet van de moderne.

Boutens groeide op in een Zeeuws, streng protestants middenstandsmilieu. Na het doorlopen van het Stedelijk Gymnasium Middelburg waar zijn talent voor Latijn en Grieks bleek en hij Plato’s Symposion vertaalde, ving hij de studie klassieke talen in 1890 aan aan de Universiteit Utrecht. In 1899 promoveerde Boutens op een onderzoek naar de Griekse komedieschrijver Aristophanes.

Zijn werk werd sterk geïnspireerd door de tachtigers maar ook door Plato, Sappho en de Bijbel. Zijn stijl is gebaseerd op het idee van het bereiken van een “hogere werkelijkheid”,

De dichter wordt verweten dat hij in zijn laatste levensjaren lid werd van de door de Duitse bezetter gestichte Nederlandse Kultuurkamer. Dat lidmaatschap was door Boutens, die altijd apolitiek wilde zijn, echter bedoeld om de gelden van het Willem Kloosfonds te redden. Niettemin is dit voor velen altijd een smet op Boutens’ blazoen gebleven.

Hieronder het gedicht Leed en Geluk uit 1931. (uit Bezonnen verzen)

/

Leed en Geluk

.

Leed is het kleed
Dat ziel niet aflegt vóor zij het versleet,
Een kleed met ’t slapengaan niet uit te trekken.
En al uw warmgevoerde pracht
Van heerlijkheid haar toegedacht
Reikt niet het te overschaadwen of te dekken…
.
Toch, nachtegaal, zing voort!
Geluk is ’t éne woord
Dat haar slaapwandlend hart vermag te raken…
Daar waakt het tot nieuw leven op:
Als roos die berst uit rozenknop,
Zwelt het al vreemde windselen te slaken…
.
Geduld, geduld, geduld…!
In schoonheid nieuwvervuld,
Niet anders mag zij u behoren…
Reeds schift de volle schaduwkring:
Geleidelijk uit haar verduistering
Treedt weer de gave maan tevoren

.

boutens04

 

Met dank aan gedichten.nl en Wikipedia

Marion en Fon

Zwartwit in en achter kleuren

.

In het kader van het Weekend van de Cultuur in Maassluis ben ik door de plaatselijke Kunstuitleen gevraagd veilingmeester te zijn bij hun jaarlijkse kunstveiling (evenals vorig jaar). Voordat dit spektakel plaats vindt verdiep ik me eerst in de kunstenaars van de te veilen werken. Dit jaar zat er een kunstwerk van Fon Klement bij en op zoek naar informatie over Klement kwam ik erachter dat hij de illustraties heeft gemaakt bij gedichten van Marion Bloem. Dit heeft geleid tot een bijzondere fraaie bundel met de titel “Zwartwit in en achter kleuren”.

In deze bundel 7 gedichten van Marion Bloem en 7 prenten van Fon Klement in eigen beheer uitgegeven in 1992. De bundel in cassette werd uitgevoerd door boekhandel Schwendemann, genummerd en gesigneerd door beide kunstenaars. Jack Jacobs was verantwoordelijk voor de vormgeving. Omdat er maar 90 exemplaren zijn gemaakt en beide kunstenaars van naam zijn wordt een enkel exemplaar te koop aangeboden vanaf € 500,- op internet.

Uit de bundel het derde gedicht zonder titel.

.

Mijn droom groeit in

een potje binnenshuis

met weinig licht

en sober water

grond uit een zakje

van zeven gulden

ik vertrouw op ‘t

blauw dat door de

kieren van gekreukte

deuren gluurt

en wacht op straks als

mijn droom krachtig

bloeit.

.

bloem_3

Bloem_2

 

Bijna onmerkbaar

Toon Tellegen

.

Soms lees je een gedicht en denk je: “Had ik dat maar geschreven”, zo mooi en precies wat je wilde zeggen. Gistermiddag las ik zo’n gedicht. Het gedicht “Er zijn mensen die omzichtig, bijna onmerkbaar’ van Toon Tellegen.

.

Er zijn mensen die omzichtig, bijna onmerkbaar

.

Er zijn mensen die omzichtig, bijna onmerkbaar

iemand willen kussen

of alleen iets willen laten weten, iets teders.

Er is daar geen verklaring voor.

.

Anderen willen altijd net vertrekken,

hebben een hand al aan de deur.

.

Weer anderen liggen in elkaars armen

en denken aan de vijand,

houden soms even hun oor aan de grond.

.

Uit: Over liefde en niets anders (1997)

.

ear_to_the_ground

Arubaanse poëzie

Eva Beeldsnijder

.

In april 2011 won de toen 17 jarige Eva Beeldsnijder de Jazz/Poëziewedstrijd van de stichting Let’s do it. De in 2010 in Paramaribo opgerichte stichting ‘Lets do it’ wil op zoek gaan naar naar getalenteerde dansers zangers en dichters zowel individueel als in collectief verband. Op de Jazz/Poëzieavond wedstrijd werd door elf woordkunstenaars  op kunstzinnige en creatieve manier hun zelfgeschreven gedichten gepresenteerd.

“Ik heb heel veel geleerd. Vooral hoe ik mijn emoties kan tonen bij het voordragen van een gedicht. En ook hoe je een gedicht levendiger kan maken”, zegt de poëziewinnares aan de Ware Tijd (krant in Suriname).  De opgedane kennis toepassen in haar carrière is voor haar belangrijker dan de prijzen die ze gewonnen heeft. “Het staat wel vast dat ik als een dichteres door het leven ga”, zegt ze vastberaden. De wedstrijd heeft zij als een nieuw concept van poëzierevolutie ervaren. Beeldsnijders mag een contract sluiten met de stichting.

Inmiddels is Eva Beeldsnijder een blog begonnen waarop zij haar poëzie plaatst. Haar blog kun je hier lezen: http://zivahanpoezija.blogspot.nl/search?updated-min=2013-01-01T00:00:00-08:00&updated-max=2014-01-01T00:00:00-08:00&max-results=12

Hier staan haar Nederlandstalige en Engelse gedichten waaronder het gedicht  ‘Fuchsia licht, roze zeden’.

.

Fuchsia licht, roze zeden

Ik wil dat de avond mij geeft waar ik voor op straat ben.
Onthoofde vrouwenlichamen, bloot voor mij.
Een list, gesneden rozenkransen.
Mag ik mij aan jou voorstellen, vrouw met vlees van lust?
Mond open, benen gespreid.
Ik verlang naar jou drum spel in mijn tempel.
Wrijven, wormen, kwijlen.
Een nijl varen van verlangen.
Het vangen van vissen die smaken naar aardbei.
Onder het licht van een fuchsia roze lamp.
Verdronken in lust op een droog bed.
Huid dat fluistert in mijn huid.
Sopperig van zweet.
Ik kom dichterbij mijn hoogte.
Mijn denken verlaat mij, ik ga mijn gang.
Tijd legt zich naast ons neer.
Een slok van stilte, jou kus neemt mijn stem weg.
Ik sluit mijn ogen.
God verlichtend vloeit mijn bloed, warm, uit mijn derde been
Nimmer voelde vrijheid zó vrij.
Met één vrouw wilde ik de natuur en astrologie vergeten.
In het geheim gevreeën met de nacht.
Vuil in de lucht door de kolenverbranding van mijn fantasie.
Gegeven schoonheid op mijn rauw geweten.

.

Beeldsnijder Eva Beeldsnijder

De columns van Campert

Volkskrant

.

Vandaag wil ik, als rechtgeaarde poëzieliefhebber, een lans breken voor de columns van Remco Campert. Niet alleen is Remco Campert al lang een van mijn favoriete dichters maar ik merk dat ik zijn columns ook steeds meer ga waarderen. Waar blijkt dat uit, zul je dan vragen?

Na mijn vakantie lag er zo’n kilo of 6 aan kranten van de afgelopen weken te wachten op tafel. Doelgericht haalde ik de boekenbijlagen van de Volkskrant eruit en de columns van Campert las ik met veel plezier als eerste. Volgens mij is de rest van de stapel vrijwel ongelezen uiteindelijk in de oud papierbak beland.

Maar waarom lees ik Campert dan zo graag? Omdat hij als geen ander schijnbaar achteloos met citaten strooit, strofen en regels van gedichten die nieuwsgierig maken. Neem nu zijn column van afgelopen zaterdag. Allereerst een gedicht van zijn vader Jan Campert over het eiland Walcheren, gevolgd door regels van Willem Kloos over de zee (toch al een onderwerp dat mijn interesse heeft, zal wel door mijn woonplaats komen), regels van Lucebert en eindigend met een kort gedicht van Paul van Ostaijen.

Ik krijg dan meteen zin om alle vier de gedichten op te gaan zoeken, om de hele tekst te lezen. En of Remco dit terloops, uit zijn hoofd of herinneringen doet of niet, mij weet hij altijd te boeien,

.

Uit zijn column van zaterdag 31 augustus het (volledige) gedicht over Walcheren van zijn vader Jan Campert.

.

Lof van Walcheren
.
Daar is geen land, dat zoo verliefd
Door het water wordt omarmd
Als tusschen Walcheren en Sloe
Van Walcheren het strand.
Dat moet toen God de wereld schiep,
Dien dag zóó zijn geweest,
Dat Hij het opriep uit het niets
Als weldaad voor den geest;
Een handvol grond, waaraan het oog
Had zijnen lieven lust,
Een groen juweel, een flonker-steen,
Domein van stilte en rust.
.
Men reize waarheen men ook wil,
Den verste kaap voorbij,
Maan nimmer treft men zulk een land
Als Walcheren in de Mei.
Wie ooren om te horen heeft
Hij luistere naar het lied,
Dat in de Meidoornhagen leeft
En hij vergeet het niet.
Wie oogen heeft om nog te zien
Zal, als hij Walcheren ziet,
Die sluiten voor een wijl misschien
Maar hij vergeet het niet.
.
En zelfs de voorjaarswind, die vaart
Langs zee en dijk en duin
Houdt den bewogen adem in
Boven Gods liefsten tuin
Met zijn meidoornhagen in bloei
En ’t wieg’lend wegelkruid –
En keert weerom en vaart nog eens,
Verliefder dan een bruid.
Daar is geen land als dit mijn land
Besloten tusschen zee en strand.
O palm van Gods hand…… .

.

CAMPERT

Digging

Seamus Heaney (1939 – 2013)

.

Eerder deze week overleed Seamus Heaney, Iers dichter en Nobelprijswinnaar voor de Literatuur in 1995, In 1966 debuteerde Heaney met de bundel ‘Death of a Naturalist’ waaruit het onderstaande gedicht komt. Voor een uitgebreide analyse van het gedicht kijk je op http://www.shmoop.com/digging-heaney/summary.html onder Stanza.

.

Digging

.

Between my finger and my thumb
The squat pen rests; snug as a gun.

.

Under my window, a clean rasping sound
When the spade sinks into gravelly ground:
My father, digging. I look down

.

Till his straining rump among the flowerbeds
Bends low, comes up twenty years away
Stooping in rhythm through potato drills
Where he was digging.

.

The coarse boot nestled on the lug, the shaft
Against the inside knee was levered firmly.
He rooted out tall tops, buried the bright edge deep
To scatter new potatoes that we picked,
Loving their cool hardness in our hands.

.

By God, the old man could handle a spade.
Just like his old man.

.

My grandfather cut more turf in a day
Than any other man on Toner’s bog.
Once I carried him milk in a bottle
Corked sloppily with paper. He straightened up
To drink it, then fell to right away
Nicking and slicing neatly, heaving sods
Over his shoulder, going down and down
For the good turf. Digging.

.

The cold smell of potato mould, the squelch and slap
Of soggy peat, the curt cuts of an edge
Through living roots awaken in my head.
But I’ve no spade to follow men like them.

.

Between my finger and my thumb
The squat pen rests.
I’ll dig with it.
 

Gedicht van Gerrit Achterberg

Gedicht

.

Omdat er zoveel mooie gedichten in staan nog maar een uit ‘Het Weerlicht op de kimmen’ van Gerrit Achterberg .

.

Continuïteit

.

Gij gist in mij met ongestorvenheid.

Wat gij zonder uw dood had kunnen zijn

wil met zijn voortzetting tesamen zijn

volgens de wet der continuïteit

.

Aan beide zijden van de spa die splijt,

kronkelt de worm en weet zich zonder eind.

En de geamputeerde voelt nog pijn

in voet of hand die hem is afgezet

.

Zo ook beweegt zich langs dezelfde lijn

van onze zielen de saamhorigheid,

stip en gedachtestreep ten spijt.

.

gerrit_achterberg

.

Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt gezien als een van de grootste Nederlandse dichters van de 20e eeuw. In Utrecht waar hij op kamers woonde, vermoordde hij zijn 40-jarige hospita en verwondde hij haar dochter Beppie. Hij werd opgesloten in het Rijkasyls voor Psychopathen ‘Veldzicht’ in Balkbrug (gemeente Avereest) waar hij van 1938 (tot 1941) werd belast met het beheer van de bibliotheek.
Bovenstaande informatie komt van het zeer informatieve blog Hetvergetenboek. Over schrijvers en dichters die bibliothecaris waren (en dat zijn er nogal wat) lees je alles op http://hetvergetenboek.blogspot.nl/2011/02/ditmaal-geen-vergeten-boek-maar-een.html

De zomer kan me gestolen worden

Jan Wolkers

.

Jan Wolkers (1925-2007) schreef in zijn bundel ‘Jaargetijden’ uit 2000 het gedicht ‘De zomer kan me gestolen worden II’. Een mooie gelegenheid om dit gedicht te plaatsen gezien de zomerse temperaturen van de afgelopen weken.

.

De zomer kan me gestolen worden II

De zomer kan me gestolen worden.
De ramen open op het gekkenhuis
Der wereld. Het knarsend etsgeluid
Van het geschreven woord. Een nagel krast
Het marmer tot wit stof. Het gouden kalf
Verdrinkt in schuimend biest van de profeet.
‘Gij zult geen andere goden!’ Kalm nou maar
De sleet zit in de baard van kemelhaar.
Een korte broek geeft brandnetels een kans.
Een zinken teil vol ranja lest de dorst
Beter dan alle kruiswoorden op spons.
Er loopt een lichtval van woestijnzand
Vanaf het doopvont van gebeitste vroomheid
Naar de verveling van het schaduwdal.

.

jan