Categorie archief: Favoriete dichters
Liefdespoëzie
Hans Andreus en RAU
.
Afgelopen zondag trad RAU op op het Ongehoord! podium in Rotterdam. Een prachtig optreden van Menno Smit (poëzie), Selma Peelen (gitaar en zang) en Johan Visschers (gitaar en zang) dat veel indruk maakte. Een van de nummers die ze brachten was een gedicht van Hans Andreus ‘Voor een dag van morgen’ op muziek gezet en gezongen door Selma.
Ik moest tijdens de uitvoering van het nummer en later tijdens het beluisteren van de CD denken aan een blogbericht dat ik hier plaatste op zaterdag 28 september over de nieuwe verzamelbundel van Arie Boomsma met als thema liefdesgedichten.
Hoewel het gedicht ogenschijnlijk gaat over de dood en naar ik heb begrepen nogal eens wordt gebruikt bij begrafenissen en crematies is het naar mijn mening een ultiem liefdesgedicht. In een verklaring van het gedicht op http://www.literatuur.comli.com/Andreus.htm bespreekt Dr. Fa Claes het gedicht en hij eindigt zijn betoog :
“De vraag is waarom precies een dergelijk gedicht zulke bijval heeft. Het is op de onmogelijkste ogenblikken geciteerd en voorgedragen, het heeft zelfs vaak op doodsprentjes gestaan. Het is moeilijk aan te nemen dat mensen zulke lage dunk van hun medemensen hebben dat ze die niet in staat achten om het leed van anderen te begrijpen. En niet zozeer hun leed, vooral hun liefde niet. Ze zouden je niet geloven. / Ze zouden niet willen geloven… met een sterke nadruk op willen. Waarom toch? Blijkbaar flateert het mensen te denken dat ze uniek zijn in hun liefde die zo volstrekt is dat niemand hen verstaat. Het is precies andersom, wie een beetje mens is verstaat het zonder enige moeite. Sommigen zien in deze wanhopige uitspraken de uiting van volstrekte verwarring waarin een mens verkeert bij het verlies van de geliefde. Zelfs dan blijft de negatieve toon het gedicht overheersen, de bittere smaak van – moedwillige? – miskenning van de medemens.”
Ik ben het niet eens met Claes, volgens mij is hier geen sprake van een miskenning van de medemens of een negatieve toon van het gedicht. Volgens mij wil Andreus met de laatste strofe van zijn gedicht zeggen dat mensen van nature geneigd zijn tot een zeker pessimisme (Hans Andreus lijkt het beste voorbeeld, zijn ouders scheiden op zeer jonge leeftijd, hij had op jonge leeftijd een psychische crisis en een kind van hem overleed op jonge leeftijd) maar dat er ook zoiets bestaat als echte onvoorwaardelijke liefde. Dat veel mensen dat niet zouden begrijpen is geen miskenning van de medemens of een negatieve toon in het gedicht, het is een verklaring van zijn onbegrensde liefde die hij extra aanzet door te wijzen op dit (menselijke) aspect.
Hoe dan ook oordeel zelf.
.
Voor een dag van morgen
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven
dat alleen maar een man alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.
.
.
De geluidsopname van RAU:
Arie en de Poëzie
Waarom ben je niet bij mij
.
Bij de Wereld draait door van donderdag 26 september werd aandacht besteed aan de nieuwe verzamelbundel met liefdespoëzie van Arie Boomsma. In de uitzending een soort van ‘battle’ tussen Arie en Adriaan van Dis die ik eerder zou willen kwalificeren als het belijden van de liefde voor de poëzie dan als battle.
In de bundel een verzameling van 200 liefdesgedichten of zoals de uitgever schrijft: Arie maakte in dit boek een persoonlijke keuze van de mooiste liefdesgedichten in de Nederlandse taal. Willem Kloos, M. Vasalis, Lucebert, Hugo Claus… meer dan 200 gedichten van ruim 200 dichters, modern, oud, gestorven en springlevend. Gedichten over verliefdheid, maar ook over pijn. Euforie en kilte, alles bij elkaar een heerlijk compleet beeld van wat de liefde is en wat zij met ons doet.
De uitzending heeft mij aan het denken gezet; wat vind ik het mooiste liefdesgedicht?
Als het gaat om het aspect van de pijn over de liefde hoe ik daar eigenlijk nooit lang over na te denken. Dat is het gedicht van Judith Herzberg Hoe is dat zo gekomen?
‘Hoe is dat gekomen
van altijd komen slapen tot
nooit meer willen zien?’
Een gedicht dat staat als een huis, waar in drie kleine zinnetjes het verhaal van een relatie wordt gedaan met een kop en een kont. Prachtig.
Maar een liefdesgedicht in de klassieke zin, waarin de liefde voor een ander wordt beschreven? Ik weet het niet, er zijn er zoveel (zoals ook Matthijs van Nieuwkerk al zei op de vraag van Arie).
.
Als ik dan toch een gedicht moet kiezen dan kies ik er een van E.E. Cummings, in eerste instantie dacht ik aan ‘I carry your heart’ (een heel mooi gedicht) maar ik heb uiteindelijk gekozen voor een prachtig gedicht over de liefde in meer dan een betekenis. Zinderend en opwindend.
.
“i like my body when it is with your
body. It is so quite new a thing.
Muscles better and nerves more.
i like your body. i like what it does,
i like its hows. i like to feel the spine
of your body and its bones, and the trembling
-firm-smooth ness and which i will
again and again and again
kiss, i like kissing this and that of you,
i like, slowly stroking the, shocking fuzz
of your electric fur, and what-is-it comes
over parting flesh … And eyes big love-crumbs,
.
and possibly i like the thrill
.
of under me you so quite new.”
.
Klaslokaal
Heinrich Heine
.
Gisteravond was ik op een ouderavond van mijn dochter. Overduidelijk in het Duits lokaal en toen ik ging zitten in de schoolbanken (al zijn dat al decennialang stoelen maar we blijven we ze zo gewoon hardnekkig noemen) zag ik naast mij op het raam de volgende sticker.
.
Het betreft hier een gedicht van Heinrich Heine (1797 – 1856). Vroeger moest ik niets hebben van Duits, de grammatica zat mij regelmatig in de weg. Toch koos ik het vak als taal en ik heb daar nog altijd geen spijt van. Het Duits kent vele prachtige dichters en schrijvers. Heine is daar zeker een van.
Hieronder het gedicht.
.
Der Schmetterling ist in die Rose verliebt,
Umflattert sie tausendmal,
Ihn selber aber, goldig zart,
Umflattert der liebende Sonnenstrahl.
.
Jedoch, in wen ist die Rose verliebt?
Das wüßt ich gar zu gern.
Ist es die singende Nachtigall?
Ist es der schweigende Abendstern?
.
Ich weiß nicht, in wen die Rose verliebt;
Ich aber lieb euch all’:
Rose, Schmetterling, Sonnenstrahl,
Abendstern und Nachtigall.
.
En voor iedereen die het Duits niet machtig is hier de Engelse vertaling.
/
The butterfly is in love with the rose
Flutters about it a thousand times,
But around it with tender gold
Flutters the loving sunbeam.
.
But, with whom is the rose in love?
That I would like so much to know.
Is it the singing nightingale?
Is it the silent evening star?
.
I know not with whom the rose is in love;
But I love you all:
Rose, butterfly, sunbeam,
Evening star and nightingale.
.
Vertaling: David Paley
Zo is het genoeg
Wisława Szymborska
.
Al eerder schreef ik over Wisława Szymborska (1923 – 2012). Een groot Pools dichter, Nobelprijswinnaar voor de literatuur en zeker in Nederland zeer geliefd. Vlak na haar dood verscheen de bundel ‘Zo is het genoeg’ de laatste gedichten bij uitgeverij De Geus.
De titel Zo is het genoeg had Szymborska vooraf bij haar Poolse uitgeverij gedeponeerd. Spijtig genoeg heeft de dichteres de bundel echter niet mogen voltooien. Al won de titel door haar voortijdig overlijden aan kracht. Besloten werd om aan de 13 voltooide gedichten de in haar nalatenschap aangetroffen kladversies van gedichten en notities toe te voegen. Alles respectvol ontcijferd en van editietechnisch commentaar voorzien. Zodoende groeide de uitgave uit tot een pagina of 60.
Uit deze bundel het gedicht ‘Er zijn van die mensen die’.
.
Er zijn van die mensen die
.
Er zijn van die mensen die bedrevener zijn in leven.
In en om hen heen heerst orde.
Voor alles hebben zij een manier en het juiste antwoord.
.
Zij raden onmiddellijk wie wie, wie met wie,
met welk doel, waarheen.
.
Stempelen unieke waarheden af,
gooien overbodige feiten in de versnipperaar,
en stoppen onbekende personen
in op voorhand voor hen bestemde ringbanden.
.
Denken zo veel als de moeite waard is,
en geen ogenblik langer,
want achter dat ogenblik loert de twijfel.
.
En als ze uit hun bestaan worden ontslagen,
verlaten ze hun post
door de aangegeven deur.
.
Soms benijd ik hen
– gelukkig gaat dat ook weer over.
.
Boutens
P.C. Boutens
.
Hoewel zijn voorletters anders doen vermoeden was Pieter Cornelis Boutens (1870 – 1943) helemaal niet van de moderne.
Boutens groeide op in een Zeeuws, streng protestants middenstandsmilieu. Na het doorlopen van het Stedelijk Gymnasium Middelburg waar zijn talent voor Latijn en Grieks bleek en hij Plato’s Symposion vertaalde, ving hij de studie klassieke talen in 1890 aan aan de Universiteit Utrecht. In 1899 promoveerde Boutens op een onderzoek naar de Griekse komedieschrijver Aristophanes.
Zijn werk werd sterk geïnspireerd door de tachtigers maar ook door Plato, Sappho en de Bijbel. Zijn stijl is gebaseerd op het idee van het bereiken van een “hogere werkelijkheid”,
De dichter wordt verweten dat hij in zijn laatste levensjaren lid werd van de door de Duitse bezetter gestichte Nederlandse Kultuurkamer. Dat lidmaatschap was door Boutens, die altijd apolitiek wilde zijn, echter bedoeld om de gelden van het Willem Kloosfonds te redden. Niettemin is dit voor velen altijd een smet op Boutens’ blazoen gebleven.
Hieronder het gedicht Leed en Geluk uit 1931. (uit Bezonnen verzen)
/
Leed en Geluk
.
Leed is het kleed
Dat ziel niet aflegt vóor zij het versleet,
Een kleed met ’t slapengaan niet uit te trekken.
En al uw warmgevoerde pracht
Van heerlijkheid haar toegedacht
Reikt niet het te overschaadwen of te dekken…
.
Toch, nachtegaal, zing voort!
Geluk is ’t éne woord
Dat haar slaapwandlend hart vermag te raken…
Daar waakt het tot nieuw leven op:
Als roos die berst uit rozenknop,
Zwelt het al vreemde windselen te slaken…
.
Geduld, geduld, geduld…!
In schoonheid nieuwvervuld,
Niet anders mag zij u behoren…
Reeds schift de volle schaduwkring:
Geleidelijk uit haar verduistering
Treedt weer de gave maan tevoren
.
Met dank aan gedichten.nl en Wikipedia
Marion en Fon
Zwartwit in en achter kleuren
.
In het kader van het Weekend van de Cultuur in Maassluis ben ik door de plaatselijke Kunstuitleen gevraagd veilingmeester te zijn bij hun jaarlijkse kunstveiling (evenals vorig jaar). Voordat dit spektakel plaats vindt verdiep ik me eerst in de kunstenaars van de te veilen werken. Dit jaar zat er een kunstwerk van Fon Klement bij en op zoek naar informatie over Klement kwam ik erachter dat hij de illustraties heeft gemaakt bij gedichten van Marion Bloem. Dit heeft geleid tot een bijzondere fraaie bundel met de titel “Zwartwit in en achter kleuren”.
In deze bundel 7 gedichten van Marion Bloem en 7 prenten van Fon Klement in eigen beheer uitgegeven in 1992. De bundel in cassette werd uitgevoerd door boekhandel Schwendemann, genummerd en gesigneerd door beide kunstenaars. Jack Jacobs was verantwoordelijk voor de vormgeving. Omdat er maar 90 exemplaren zijn gemaakt en beide kunstenaars van naam zijn wordt een enkel exemplaar te koop aangeboden vanaf € 500,- op internet.
Uit de bundel het derde gedicht zonder titel.
.
Mijn droom groeit in
een potje binnenshuis
met weinig licht
en sober water
grond uit een zakje
van zeven gulden
ik vertrouw op ‘t
blauw dat door de
kieren van gekreukte
deuren gluurt
en wacht op straks als
mijn droom krachtig
bloeit.
.
Bijna onmerkbaar
Toon Tellegen
.
Soms lees je een gedicht en denk je: “Had ik dat maar geschreven”, zo mooi en precies wat je wilde zeggen. Gistermiddag las ik zo’n gedicht. Het gedicht “Er zijn mensen die omzichtig, bijna onmerkbaar’ van Toon Tellegen.
.
Er zijn mensen die omzichtig, bijna onmerkbaar
.
Er zijn mensen die omzichtig, bijna onmerkbaar
iemand willen kussen
of alleen iets willen laten weten, iets teders.
Er is daar geen verklaring voor.
.
Anderen willen altijd net vertrekken,
hebben een hand al aan de deur.
.
Weer anderen liggen in elkaars armen
en denken aan de vijand,
houden soms even hun oor aan de grond.
.
Uit: Over liefde en niets anders (1997)
.
Arubaanse poëzie
Eva Beeldsnijder
.
In april 2011 won de toen 17 jarige Eva Beeldsnijder de Jazz/Poëziewedstrijd van de stichting Let’s do it. De in 2010 in Paramaribo opgerichte stichting ‘Lets do it’ wil op zoek gaan naar naar getalenteerde dansers zangers en dichters zowel individueel als in collectief verband. Op de Jazz/Poëzieavond wedstrijd werd door elf woordkunstenaars op kunstzinnige en creatieve manier hun zelfgeschreven gedichten gepresenteerd.
“Ik heb heel veel geleerd. Vooral hoe ik mijn emoties kan tonen bij het voordragen van een gedicht. En ook hoe je een gedicht levendiger kan maken”, zegt de poëziewinnares aan de Ware Tijd (krant in Suriname). De opgedane kennis toepassen in haar carrière is voor haar belangrijker dan de prijzen die ze gewonnen heeft. “Het staat wel vast dat ik als een dichteres door het leven ga”, zegt ze vastberaden. De wedstrijd heeft zij als een nieuw concept van poëzierevolutie ervaren. Beeldsnijders mag een contract sluiten met de stichting.
Inmiddels is Eva Beeldsnijder een blog begonnen waarop zij haar poëzie plaatst. Haar blog kun je hier lezen: http://zivahanpoezija.blogspot.nl/search?updated-min=2013-01-01T00:00:00-08:00&updated-max=2014-01-01T00:00:00-08:00&max-results=12
Hier staan haar Nederlandstalige en Engelse gedichten waaronder het gedicht ‘Fuchsia licht, roze zeden’.
.
Fuchsia licht, roze zeden
Ik wil dat de avond mij geeft waar ik voor op straat ben.
Onthoofde vrouwenlichamen, bloot voor mij.
Een list, gesneden rozenkransen.
Mag ik mij aan jou voorstellen, vrouw met vlees van lust?
Mond open, benen gespreid.
Ik verlang naar jou drum spel in mijn tempel.
Wrijven, wormen, kwijlen.
Een nijl varen van verlangen.
Het vangen van vissen die smaken naar aardbei.
Onder het licht van een fuchsia roze lamp.
Verdronken in lust op een droog bed.
Huid dat fluistert in mijn huid.
Sopperig van zweet.
Ik kom dichterbij mijn hoogte.
Mijn denken verlaat mij, ik ga mijn gang.
Tijd legt zich naast ons neer.
Een slok van stilte, jou kus neemt mijn stem weg.
Ik sluit mijn ogen.
God verlichtend vloeit mijn bloed, warm, uit mijn derde been
Nimmer voelde vrijheid zó vrij.
Met één vrouw wilde ik de natuur en astrologie vergeten.
In het geheim gevreeën met de nacht.
Vuil in de lucht door de kolenverbranding van mijn fantasie.
Gegeven schoonheid op mijn rauw geweten.
.
















