Categorie archief: Vakantie poëzie
Dag zeven
Vakantiegedicht
.
Op de zevende dag een gedicht van schrijver, dichter Louis Couperus (1863-1923) getiteld ‘Maar ’t allerzoetst…’ uit de bundel ‘Orchideeën’ uit 1886.
.
Maar ’t allerzoetst …
.
Mijn kunst is als een fijn-geslepen kelk
Van klaar kristal, waarin een purpren wijn
Als vol robijnen fonkelt …. Zie, wanneer
Mijn lippen, laafziek, licht de rand van ’t glas
Beroeren, koost de smaak mij als een kus …
Nog zoeter dan zijn smaak is mij de aroom
Des wijns, wen ze, als de geur dier rode bloem,
Aan ’t glas ontwelt, en mij bezwijmlen wil …
Maar ’t allerzoetst is mij die beker, zo
Daar, siddrend, drupplen lichts in trillen … Dan
Beroer ik niet mijn glas, en staar het toe,
En smacht het tegen, en geniet, geniet
Meer in mijn wensen, dan voldoening ’t nooit
Verlangensmoê gemoed ooit geven zou …
.
Zo is mijn kunst, wanneer ik, zwakke, schep,
Een ander in zijn schepping nageniet,
Of, scheppingloos, in onmacht me vermijmer ….
.
Dag zes
Vakantiegedicht
.
Op deze zesde dag van de vakantiegedichten een gedicht over een stukje Nederland dat je zomaar tegen zou kunnen komen dit jaar. Het gedicht is van Vasalis (1909-1998) uit de bundel ‘Parken en woestijnen’ uit 1940 getiteld ‘Afsluitdijk’.
.
Afsluitdijk
.
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken,
onschuldig op elkanders schouder slapen.
.
Dan zie ik plots, als waar ’t een droom, in ’t glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken
soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.
.
Dag vier
Vakantiegedicht
.
Op dag vier van de vakantiegedichten een gedicht van Fritzi Harmsen van Beek (1927-2009). Het gedicht is getiteld ‘Interpretatie van het uitzicht’ en komt uit haar bundel ‘Geachte muizepoot’ uit 1965.
.
Interpretatie van het uitzicht
.
Verschillende bomen in deze verdoemde tuin
stellen godzijdank nog perk en paal aan
.
een oude man die daar gedurig rond loopt, zonder
hoed, zwart als een krent in grauw gebak van
.
licht en landschap, ja een man van ziekte. Zwak
maar taai en onbeschoft. Hij draait, de afgeleefde
.
kreeft, in kringen om mijn vijvers, der seizoenen dolle
dolle naald deert hem, verstokter, blijkbaar niet.
.
En de verlegen bleke regen al weggebleven is, de doorluchtige
wind, voortvluchtig, in het geheime hout ontweken.
.
En heerst verwildering alom en willekeur haakt
bladerloos aan de ontdane hagen waarlangs aarzelend
.
zijn zachte schunnige verwoesting vaart. En niemand kan
hem keren waar hij zeverend door mijn bezeerde heesters breekt
.
en bevend speeksel kwijlt langs mijn beleefde kleine twijgen.
Van de vlugge lustige vogels geen hulp meer te verwachten is nu
.
de heilige reiger zelfs al ochtendlijk is uitgeweken achter de
geschonden horizon. Het is te hopen dat de mooie rode autobus
.
die alle oude mensen later af komt halen, hem nu spoedig
over rijdt naar ongenadiger terreinen, naar jachtvelden van
.
eeuwig asfalt, waarin overal verchroomde bakken voor zijn
rochels en de uitgekauwde stompen van zijn stinkende sigaren.
.
Want al mijn vijvers liggen dicht, mijn paadjes raken
zeer vertrapt, de schuwe schepselen hebben mijn struikgewas
.
verlaten, mijn heerlijkheid ligt braak. O keer, keer
welluidende wind, verliefde regen weer tot aan mijn
.
haveloze heuvelen.
.
Dag drie
Vakantiegedicht
.
Op dag drie van de vakantiegedichten een gedicht van Vrouwkje Tuinman (1974) uit haar bundel ‘Vitrine’ uit 2004 het gedicht getiteld ‘Zorgenkind’.
.
Zorgenkind
.
Eerst hebben we haar opgehaald.
Dat had niet gehoeven, deed ze met
lauwe schouders door ons heen.
.
Nu zij aan tafel, herfst onder haar
ogen, merk ik, ver weg van de leuning
van de stoel van de man, dat ik
plotseling liplezen kan. Ze zegt
.
ik zal blij zijn de dag dat ik mijn ogen sluit
.
en jij hebt dat zo gemaakt,
lezen wij erachteraan de man en ik.
Wij zeggen dat niet. Ik wijs mezelf aan.
.
Dag twee
Vakantiegedicht
.
Vandaag een gedicht van de Vlaamse dichter Shari van Goethem (1988) getiteld ‘wat aan haar voorafging. Het gedicht komt uit haar bundel ‘Tere stengels’ uit 2019.
.
wat aan haar voorafging
.
de avond waarop we nog van niemand waren
staken we onze natte neuzen in het zand
ook de dagen daarna was ons snot nog korrelig
maar het voelde niet meer zoals toen we huilden
omdat ademen moeizaam ging. we huilden
.
omdat we net als iedereen van iemand
wilden zijn. dachten dat een naam
daarbij zou helpen dus verzonnen we er één
in ander zand. we raadden naar het aantal
vreemden waar de zee reeds overheen schreef
.
we wachtten tot ze bij ons hetzelfde deed
dan waren we net als iedereen, we lachten
en huilden dan weer omdat ademen nog steeds heel
moeizaam ging en bleef, omdat we wisten
.
dat ademen nooit meer zo onschuldig zou kunnen
als die keer
.
Vakantiegedichten
Bauke Vermaas
.
Elk jaar in de zomermaanden neem ik ‘beperkt’ verlof van dit blog. Dat wil zeggen dat ik dan drie weken lang elke dag een gedicht deel van een dichter en daarbij aangeef waar ik het gedicht vandaan heb. Dus geen uitgebreide stukken over poëzie in de buitenruimte, stiftgedichten, Spoken word, bijna vergeten dichters, voordrachten, podia, festivals of poëzie en kunst/film/muziek. Gewoon een gedicht dat ik mooi vind van een dichter die je misschien kent en misschien niet.
Vandaag dag 1 met het gedicht ‘Graven’ van Bauke Vermaas. Stadsdichter, schrijver en publicerend in verschillende literaire en poëtische tijdschriften.
.
Graven
.
Je kunt overal beginnen
spitten tot je op iets stuit.
Je zult iets vinden. Hoe
maakt niet uit.
.
Langzaam
en
voorzichtig
.
of snel en onstuimig schep na schep na grote schep. Tot
.
iets je weg blokkeert.
Wroet je dan verder
of probeer je te zien
wat een scherf een botje
een steen verbergt?
.
Zocht je naar die steen
of naar wat nog leeft achter
de muren die hij maakte
.
en als je hem wegneemt
wat stort er dan in?
.
Park in Volterra
Jean Piere Rawie
.
In 1987 gaf uitgeverij Bert Bakker de bundel ‘Oude gedichten’ uit van Jean Piere Rawie. In deze bundel staan gedichten uit vijf eerdere bundels van Jean Piere Rawie (1951) waaronder de bundel ‘Het meisje en de dood’ uit 1979. Steeds weer terugkerende thema’s zijn liefde, drank, doodsverlangen en het lijden dat daar zo nauw mee verbonden is. Rawie houdt zich bezig met de vergankelijkheid van het leven dat plotseling duidelijk kan worden in gewone zaken.
Deze debuutbundel van Rawie bestaat volledig uit gebonden verzen – sonnetten, kwatrijnen en rondelen- en hoewel de recensies wisselend waren bij uitkomen van deze bundel stond dit een zeer succesvol dichterschap (Rawie was jarenlang de best verkopende duichter in Nederland) niet in de weg.
Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Park in Volterra’. Juist omdat nu veel mensen op vakantie gaan of zijn en in dit gedicht juist het einde van de zomer. het begin van de herfst met al zijn misere wordt beschreven.
.
Park in Volterra
.
De herfst deed zich reeds vaag gevoelen.
Het was het einde van ’t seizoen.
De zetbaas van het paviljoen
sjouwde met tafeltjes en stoelen.
.
Geremd door zuidelijk fantsoen
stonden ragazzi en fanciulle,
verachting veinzend, in de zwoele
namiddagzon verliefd te doen.
.
Wij dronken een glas wijn en zwegen.
Wij bleven met onszelf alleen,
tot er een oude man verscheen
die blaren op een hoop ging vegen.
.
– Als in een Franse film, zo één
waar ze elkaar tot slot niet kregen.
.
Probeer deze eens
T-shirt Ready made
.
Ik heb al een aantal keren geschreven over ready made gedichten. Je kunt ze werkelijk op allerlei manieren schrijven zoals blijkt uit dit, dit, dit, dit, dit, en dit voorbeeld maar als je doorzoekt op dit blog kom je er nog wel meer tegen. Een vorm die ik nog niet beschreven heb, heb ik zelf bedacht toen ik een paar jaar geleden op vakantie was in een Duitse stad. Ik was daar met mijn gezin en mijn dochters waren in een leeftijd waarop ze vooral erg geïnteresseerd waren in winkelen. Dat betekende dat ik of wel mee elke winkel in kon gaan (wat ik in eerste instantie ook wel deed) of wel buiten kon staan wachten tot ze klaar waren (waar ik na een winkel of drie vier met nog meer kleding en schoenen wel aan toe was).
Toen ik een tijdje buiten stond te wachten, het was zomer, viel me iets op. Vrijwel iedereen die ik zag met een t-shirt, had een t-shirt met opschrift aan. De een wat groter dan de ander maar bijna elk t-shirt dat ik zag (zowel bij mannen als bij vrouwen) had een opschrift. Ik besloot de opschriften van al die t-shirts op te schrijven als ready made gedicht. Binnen 10 minuten had ik een lijstje van maar liefst 27 opschriften genoteerd. Opvallend was het aantal Amerikaanse steden/staten in de lijst. Ik heb dit T-shirt ready made gedicht ‘T-shirt bonanza’ genoemd.
Mocht je je op vakantie vervelken of in een zelfde positie bevinden als ik destijds, of ga je erop uit om zelf een dergelijke readymade te ‘scoren’ heel veel plezier. Het heeft mijn wachttijd in ieder geval aanzienlijk leuker gemaakt. En je kunt natuurlijk ook een variatie op een dergelijke ready made maken, leef je uit zou ik zeggen.
.
Refill
Future
Reiger
Remco Ekkers
.
Vakantie kun je natuurlijk op vele manieren hebben. De een gaat twee weken all-in naar een resort aan een Turkse kust, de ander bij een biologische boer kamperen en de derde spendeert zijn tijd aan het zitten aan de waterkant, met een hengel en een visserstentje. Die laatste zal waarschijnlijk weleens worden bezocht door een reiger, op zoek naar een makkelijk hapje. Remco Ekkers (1941-2021) schreef het gedicht ‘Reiger’ in zijn bundel ‘Praten met een reiger’ uit 1986.
.
Reiger
.
Met die reiger aan de waterkant
zou ik wel een praatje willen maken
naast hem hurken en vragen:
‘Nog wat kikkers gevangen?’
.
Samen kijken over het water en
als hij een beetje vertrouwd raakt
wil ik met mijn hand zachtjes
glijden langs zijn hals.
.
Hem eens lekker pakken
in zijn verenjas en later
de spitse snavel gevaarlijk
laten rusten tegen mijn wang.
.













