Het vak van de naaister

Sonja Prins

.

Op zoek naar voorbeelden van sociaal geëngageerde poëzie kwam ik terecht bij Sonja Prins (1912 – 2009).  Sonja Prins was de dochter van de linkse non-conformist, schrijver en vertaler Apie Prins en van de vrouwenactiviste en onderwijsvernieuwster Ina Elisa Willekes Macdonald. Nog maar achttien jaar oud richtte Sonja Prins het internationale tijdschrift voor avant-gardeliteratuur Front op. Er verschenen vier nummers (1930-1931), bij de Haagse uitgeverij Servire. Prins publiceerde in 1933 haar eerste dichtbundel Proeve in strategie onder de schuilnaam Wanda Koopman. Deze modernistische bundel met sociaal geëngageerde poëzie werd lovend besproken door onder meer Hendrik Marsman en Victor van Vriesland.

.

In 1930 werd ze lid van de communistische partij en in de tweede wereldoorlog maakte ze de illegale krant Vonk. Ze werd opgepakt en naar concentratiekamp Ravensbrück gedeporteerd. Na de oorlog schreef ze in de dichtbundel Brood en rozen over haar ervaringen in het kamp. In de jaren vijftig schreef ze poëzie die verwantschap toonde met die van de vijftigers en in 1956 trad ze uit de CPN, ontgoocheld door de inval van de Sovjet Unie in Hongarije.

In de jaren 70 trok ze zich terug in de bossen bij Baarle-Nassau als kluizenaar om daar in alle rust te kunnen werken.

Uit ‘Het geschonden aangezicht'(1955) het volgende gedicht:

.

Het vak van de naaister

.

ja ik geef het afgeronde beeld

met al zijn hoeken en plooien

van deze wereld

.
ik hang haar op de stellage

en drapeer de stoffen

met de hand van een naaister

.
en terwijl ik zo bezig ben

klinkt uit de buste

een stem die mij waarschuwt

.
luister je kan nu wel plooien

maar ik was er eerder

de aarde de melkweg

.
als je mij wilt vergooien

blijft er niets over

en niets te draperen

.
met mijn oor op de buste

schrijf ik haastig

naaister van woorden

.

De kluizenaarswoning van Sonja Prins is te bezichtigen: http://www.papierentijger.org/index.php?page_id=31&style_id=0

Bron: Wikipedia en Gedichten.nl

Gerrit Komrij

1944-2012

.

Vannacht is Gerrit Komrij overleden. Dichter, essayist, schrijver en criticus. Maar vooral dichter wat mij betreft. Hieronder een prachtig gedicht van hem ‘Antipode’ .

.

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,

Het schone hemd, de reidans en de zon.

Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,

De vale schutskleur van het kameleon.
.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.

Ik leef in schaduwen, ben nameloos.

Laat me verdorren in het wintertij,

Ver van de zomers met hun hels gehoos.

.
Ik kan de lichte stormen niet verdragen.

Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.

O camera. O beeld van welbehagen.

Laat me van dit de antipode zijn.

.

Kritisch op kritiek

Wat vinden de lezers?

.

Een paar weken geleden heb ik hier een stuk gepost onder de veelzeggende titel ‘Zoet en fruitig versus Zuur en bitter’. Een reactie op een nare recensie. Was de recensie inhoudelijk geweest en de kritiek opbouwend dan had ik hier vrede mee kunnen hebben. Door de pompeuze toon, de manier waarop en de totale desinteresse om zich in de gedichten te verdiepen echter voelde ik mij gedwongen een reactie te schrijven.

Ik begin hier over omdat ik op de website van de Huffington post een interessant artikel las van Travis Nichols met de titel ‘Should poetry critics go negativ?’

Het artikel en de reacties op dit artikel zijn het lezen meer dan waard. Een klein stukje uit het artikel:

In terms of ‘negative criticism’ (so called), I rarely see the use of it. If it is to dismiss a work of literature/art as unvaluable/irrelevant, don’t we already do this by not attending it, or by not investing our desires and passions in it? It is so much work just to understand poetry/art (for works of art and poetry to become legible to one’s self) I have never understood why people would want to waste their energy on what does not interest them (what, that is, they do not love or desire).

en:

In other words, why bother going negative on poetry when American culture has gone so negative on poetry already? It’s already well below zero, why pile on? Why not focus on what’s good, on what’s desirable? Donovan sees a poet-critics job as to, first, “do no harm,” and then, in a sense, to work out of love.

Het hele artikel lees je hier: http://www.huffingtonpost.com/travis-nichols/should-poetry-critics-go_b_429646.html

Zo doe je dat dus

Aan de slag

Door mijn stuk over Flarfs ben ik gaan proberen of ik het zelf ook kan. Een Flarf schrijven.

Ingrediënten: Google, en de kernwoorden Razernij en Puddingbroodje.

Dit heb ik er van gemaakt.

.

Flarf

Broodjes die beschermen tegen hondsdolheid en

razernij, ik eet me misselijk aan

twee puddingbroodjes, in het midden

van de orkaan is alles rustig

.

zij sprak dan ook de woorden:

de standaardreactie op deze formulering

is er een van ; half Nederland op de

kast jagen, nieuw dekseltje zoeken

.

er worden telefoongesprekken over

gevoerd (op donderdag is dat oriëntaalse

vermicelli) publieksvoorlichting,

puddinglepel, lijkroof, wervingsadvertenties

.

Helemaal niet gek voor mijn eerste flarf zou ik zeggen.

 

Flarf

Ready mades of collages

.

Zoals je in de kunst de techniek van de collage hebt (zie hieronder een bijzonder fraai voorbeeld van I. Vos), zo heb je in de poezie ook iets dergelijks onder de naam Flarf. Een Flarf is een gedicht waarin zoekresultaten van het internet zijn verwerkt. Een Flarf kan helemaal bestaan uit deze teksten of ermee zijn gelardeerd.

Wikipedia geeft de volgende onstaansgeschiedenis van de Flarf:

“Eind 2000 stuurt de Amerikaanse dichter Gary Sullivan een gedicht in naar poetry.com, ‘één van die frauduleuze poëziewedstrijden’, zoals hij de Amerikaanse organisatie noemt. Hij wil hiermee protesteren tegen de onoorbare praktijk van het verlokken van de argeloze dichter tot publicatie van zijn of haar gedichten, door poetry.com uiteraard, tegen buitensporig hoge tarieven. Aangezet door de theorie dat elk gedicht, hoe slecht ook, met het oog op winstbejag per definitie door dit soort organisaties de hemel in wordt geprezen, zendt Sullivan het slechtste gedicht in dat hij kan bedenken. Hieronder volgen de eerste 10 regels van het gedicht ‘Mm-hmm’.

Yeah, mm-hmm, it’s true
big birds make
big doo! I got fire inside
my “huppa”-chimp(TM)
gonna be agreessive, greasy aw yeah god
wanna DOOT! DOOT!
Pffffffffffffffffffffffffft! Hey!
oooh yeah baby gonna shake & bake then take
AWWWWWL your monee, honee (tee hee)
uggah duggah buggah biggah buggah muggah

Drie weken later ontvangt Sullivan een lovende brief van poetry.com met een aanbieding om, tegen forse betaling, zijn gedichten in een ‘coffee-table quality book’ uit te laten geven met een ‘Arristock leather cover stamped in gold and a satin bookmarker’. Sullivan maakt van dit voorval gewag op een mailinglist en roept andere dichters op om eveneens ‘vreselijke’ gedichten in te sturen naar poetry.com. Enkelen, waaronder K. Silem Mohammed en Drew Gardner reageren positief. Ergens in deze beginperiode valt het betekenisloze woord flarf, dat al snel als benaming wordt opgepikt voor het ‘aanstootgevende, sentimentele en infantiele’ in de vreselijke gedichten. Zo ontstaat er begin 2001 een clubje dichters dat begint te experimenteren met flarf gedichten, waarbij het gebruik van Google als primaire bron van flarfteksten zijn intrede doet. Dit laatste heeft tot gevolg dat flarf steeds vaker wordt aangewend als aanduiding van de wijze waarop de poëzie tot stand komt in plaats van de aanvankelijke betekenis van ‘het infantiele, het domme’.”

In Nederland verscheen de eerste Flarfbundel in 2009 van Ton van ’t Hof getiteld ‘Je komt er wel bovenop’.

Ton van ’t Hof heeft een bijzonder leesbaar en interessant stuk geschreven over Flarfpoezie. Deze tekst werd op 27 april 2007 tijdens een avond in Perdu over Amerikaanse poezie gepresenteerd. De volledige tekst lees je hier:  http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/Flarf_lezing.pdf

Gedichten op vreemde plekken

Deel 54: Op een Mok

.

Op deze mok een gedicht van Robert Frost: The road not taken uit 1920.

.

The Road Not Taken

Two roads diverged in a yellow wood,

And sorry I could not travel both

And be one traveler, long I stood

And looked down one as far as I could

To where it bent in the undergrowth;
Then took the other, as just as fair,

And having perhaps the better claim

Because it was grassy and wanted wear,

Though as for that the passing there

Had worn them really about the same,

And both that morning equally lay

In leaves no step had trodden black.

Oh, I marked the first for another day!

Yet knowing how way leads on to way

I doubted if I should ever come back.
I shall be telling this with a sigh

Somewhere ages and ages hence:

Two roads diverged in a wood, and I,

I took the one less traveled by,

And that has made all the difference

Literaire kunst

Ballade en romancen

.

Balladen en romancen zijn niet zeer lange, lyrisch-epische gedichten in strofenvorm, waarin op eenvoudige wijze een belangwekkend gebeuren verhaald wordt. Oorspronkelijk was ‘ballade’ de naam van een Provencaals of Italiaans danslied, terwijl de naam ‘romance’ in feite betekende; gedicht in het Romaans. (in tegenstelling tot gedichten in het Latijn). MiddelNederlandse anonieme balladen zijn bijvoorbeeld:

Lied van heer Halewijn

Van twee Conincskinderen

Het daghet in den oosten

In de Romantiek werd het genre opnieuw beoefend maar nu zien we naast gespannen, donkere en vaak droevig eindigende ballade een minder gespierde, soms sentimentele en gewoonlijk blij eindigende vorm naar voren komen; de romance. Voorbeeld A.C.W. Staring : Ada en Rijnoud.

Het verschil tussen ballaade en romance is dus vooral een sfeerverschil (vergelijk ook de termen in de klassieke muziek). De Romantiek is ook de tijd waarin de oude volksliederen (waarbij heel wat balladen) wederom gelezen en uitgegeven worden. In navolging hiervan vinden we cultuurballaden en romancen bij dichters als Goethe, Schiller, Heine, Bilderdijk en Staring.

De tekst van Het lied van de heer Halewijn is hier te lezen: http://www.cambiumned.nl/poeziehalewijn.htm

Gedichten in vreemde vormen

Forsythia

.

Dit keer een concrete poem van Mary Ellen Solt, een gedicht van en in één woord. In dit geval Forsythia

.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 53: Op de ruggen van soldatenvrouwen

.

Het Amerikaanse leger kampt met een groot probleem. Het Post Traumatische Stress Syndroom (PTSS) waar veel veteranen, die gelegerd waren in Irak en Afghanistan, last van hebben. Zo ook Rob Wise. Toen hij terugkwam sloot hij zichzelf op in een hotelkamer omdat hij bang was dat hij zijn familie iets aan zou doen. Omdat soldaten geen oneervol ontslag willen verzwijgen ze vaak dat ze kwaad, depressief of de neiging tot zelfmoord hebben. De vrouw van Rob Wise, Ashley was met een vriendin en naar aanleiding van iets dat met Rob gebeurde schreef de vriendin op de blote rug van Ashley een gedicht over haar situatie. Ze maakte er een foto van en zette deze op Facebook. Ze vroeg aan andere soldatenvrouwen hoe zij hiermee omgaan. Al snel was de organisatie Battling Bare geboren.

Steeds meer vrouwen volgde haar voorbeeld en inmiddels is Ashley samen met 7 andere soldatenvrouwen een organisatie (Operation Restored Warrior) begonnen om aandacht te vragen voor dit (grote) probleem. Voor meer informatie lees je: http://shine.yahoo.com/love-sex/military-wives-strip-down-raise-awareness-ptsd-battling-182300698.html

.

 

Update Ongehoord! gedichtenwedstrijd

Nog een paar maanden

en dan wordt bekend gemaakt welke dichters op de shortlist staan van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd. Deze dichters (en andere belangstellenden uiteraard) worden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de bekendmaking en uitreiking van de prijzen. Dit zal plaats vinden in het bibliotheektheater van de centrale bibliotheek van Rotterdam. Op de avond van de prijsuitreiking, 11 november 2012, worden de genomineerden bekend gemaakt en uiteindelijk de 3 prijswinnaars.

Op dit moment wordt er hard gewerkt (lees: gelezen en beoordeeld) aan de lange lijst van inzendingen.  Hou de website van Ongehoord! in de gaten voor verdere details. www.stichtingongehoord.com