Site-archief

Ben Cami

(Bijna) vergeten dichters

.

In de categorie vandaag de (bijna) vergeten dichter Ben Cami (1920 – 2004). Ben Cami werd in Engeland geboren maar verhuisde al heel snel met zijn ouders naar België. Na zijn opleiding tot regent Germaanse talen in Gent, was hij tot aan zijn pensioen in 1975 werkzaam als leraar in o.a. Lennik en Geraardsbergen. Via Louis Paul Boon, die bij hem in de klas zat, kwam hij in contact met Jan Walravens (belangrijk in Vlaanderen als literair theoreticus en belangrijk voor het doordringen van het existentialisme in Vlaanderen). In 1938 (Ben moest nog 18 worden) wordt het gedicht ‘Het menschdom marscheert’ onder pseudoniem (Johan Benth) gepubliceerd in de literaire rubriek van het Socialistische dagblad Vooruit.

Na zijn studie Germaanse talen is Cami tot 1975  leraar aan verschillende rijksscholen. Hij was vervolgens een van de oprichters van het experimentele Vlaamse tijdschrift Tijd en Mens. Hij zat in de redactie met onder andere Louis Paul Boon, Jan Walravens en Hugo Claus. In 1950 debuteerde Cami met de poëziebundel ‘In de tijd verloren’, waarna hij diverse werken uitbracht met daarin een boodschap van protest. Cami schreef overwegend poëzie, maar ook aforismen en korte verhalen.

.

Dertig seconden voor je hart stilviel
 
Dertig seconden voor je hart stilviel
Sprak je, dacht je, en waar sterf je nu,
Waar zwerft
Het onomschrijfbare dat je nu bent?
Welke agonie leeft nu stom
In je dode tong en lip?
Je wil ons horen,
Je wil ons zien.
Ik neem je bijna koude hand.
Als je me voelt, ben ik ijs
Tegen het ijs van je eenzaamheid.
.

Uit: Ten Westen van Eeden uit 1998

.
Ben Cami
Met dank aan Wikipedia en Schrijversgewijs.be

Liederen van de zelfkant

Willem van Iependaal (1891 – 1970)

.

Vandaag vond ik een bundeltje van Willem van Iependaal uit 1975, in een winkel met tweedehands goederen. Vooral de kaft trok me meteen aan. Na lezing van enkele gedichten en de achterflap kocht ik het. Het betreft hier de eerste poëziebundel van de Rotterdamse schrijver en dichter Willem van Iependaal. De tekst op de achterflap luidt:

Als iemand in Nederland recht voor zijn raap heeft gedicht, dan is het Willem van Iependaal wel. Hij bezong in de jaren dertig met geestelijke werkelijkheidszin en vaak zeer bewogen de crisis met haar werkeloosheid, armoede en misdaad-uit-nood en getuigde ook lang erna in liedvorm van zijn kritiek op maatschappelijke misstanden.

In zijn gedichten maakt Willen Iependaal veel gebruik van (Rotterdamse) straattaal uit het begin van de 20ste eeuw. Hier een mooi voorbeeld.

.

Jou, Joekel, Nabij

.

Zeg, joekel, jij schrokt en jij schranst zonder schroom

De piepers en prak uit een krant aan de boom

Fortuin was je gunstig, zoals haar betaamt

Ze liet je de schurft en onthield je de schaamt

.

‘k Heb honger, een dakloze ben ik als jij,

Een smetzieke zwerver, jou, straathond, nabij

Die prak aan mijn voet… Zal ik grijpen? Nee stop!

De mens zoekt het hoger: de mens hangt zich op…

.

Joekel=hond, prak=kliekje

.

foto (12)

The lost rider

The Corvina book of Hungarian verse

Eind jaren negentig van de vorige eeuw en begin van deze eeuw kwam ik met enige regelmaat in het plaatsje Hatvan in Hongarije.

Wat me meteen al opviel was de kennis van dichters en gedichten bij de Hongaarse bevolking. Waar hier in Nederland een enkeling een gedicht uit zijn of haar hoofd kan opzeggen, bleken in Hongarije vrijwel alle leerlingen van het voortgezet onderwijs hele lange gedichten van beroemde en bekende Hongaarse dichters te kunnen declameren. Van Tünde Kassa, mijn Hongaars-Engelse tolk en steun en toeverlaat in die tijd kreeg ik het boek ‘The lost Rider; a bilingual anthology’ met als ondertitel: The Corvina book of Hungarian verse. In dit boek is een overzicht opgenomen van de belangrijkste Hongaarse dichters 1550 tot 1991.

De titel van mijn derde bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ is een zin uit een van de gedichten van Juhász Gyula. De bibliotheken in Hongarije zijn vrijwel allemaal vernoemd naar dichters en schrijvers. De bibliotheek in Hatvan had de naam Endre Ady naar de gelijknamige dichter die leefde van 1877 tot 1919.

Hier is een gedicht (in het Engels vertaald) van hem.

.

Autumn appeared in Paris (Párisban járt az ósz)

.

Autumn appeared in Paris yesterday

silent down st. Michels its swift advance,

in stifling heat under unmoving branches

we met as if by chance.

.

Ambling in the direction of the Seine

my soul was brent with tiny shreds of song:

dark things, oddments, squibs, laments, which wispered

that death would not be long.

.

Autumn caught up and mumbled in my ear,

the entire boulevard trembled to the eaves,

ts, ts… along the street as if half jesting

flew bright-eyed civic leaves.

.

A moment; summer hardly had drawn breath

but autumn was on its cackling way and now

was gone and I the only living witness

under the creaking bough.

.

Endre Ady op een bankbiljet uit 1975.