Site-archief
Afscheid
Adriaan Morriën
.
Adriaan Morriën (1912-2002) was dichter, essayist, vertaler en criticus. In 1935 debuteerde hij met een gedicht in het, door Menno ter Braak, E. du Perron en Marice Roelants opgerichte, tijdschrift Forum.
Morriën was een bijzonder man binnen de letteren. Zo schreef hij vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool en werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Maar hij was ook betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren en werkzaam als redacteur van een aantal literaire tijdschriften waaronder Tirade. Daarnaast was hij adviseur van de uitgeverijen van Oorschot en De Bezige Bij.
Maar hij was ook dichter. Tijdens zijn leven publiceerde hij meer dan 15 poëziebundels waaronder zijn ‘Verzamelde gedichten’ in 1994 waaruit het volgende gedicht afkomstig is.
.
Afscheid
.
Zul je voorzichtig zijn?
.
Ik weet wel dat je maar een boodschap doet
hier om de hoek
en dat je niet gekleed bent voor een lange reis
.
je kus is licht
je blik gerust
en vredig zijn je hand en voet
.
Maar achter deze hoek
een werelddeel
achter dit ogenblik
een zee van tijd
.
Zul je voorzichtig zijn?
.
Met dank aan het ANP Historisch Archief
Laat gesprek
Sport en poëzie
.
Schreef ik al eerder over sport en poëzie in het kader van de Olympische Spelen en het Nederlands elftal, vandaag een gedicht van Henk Spaan, vermaard dichter als het om sport gaat. Henk Spaan is een specialist op het gebied van het voetbal. Samen met Matthijs van Nieuwkerk richtte hij in 1994 het ‘voetbalblad voor lezers’ Hard Gras op. Met een vaste kern van Van Nieuwkerk, Spaan, Anna Enquist, Herman Koch, Hugo Borst en P.F. Thomése trok Hard gras tussen 2007 en 2011 langs de Nederlandse theaters.
Henk Spaan publiceerde vier dichtbundels rond het thema. Uit de bundel ‘Maldini heeft een zus’ uit 2000 het gedicht ‘Laat gesprek’.
.
Laat gesprek
Je had gewoon een vader
En een moeder thuis
Op school ‘een goed verstand’
Alsof het hoorde.
Hoe hard je in je korte broek
Ook rende door de straten en het land
Een einder kreeg je nooit in zicht en
Keepers zweefden naar de
bovenhoek.
Laatst aan het dessert
Een laat gesprek over pensioenen
Wie er dood was en
Sophies nieuwe look
Zei ik:
Geen keeper zweeft nog naar de bovenhoek.
.
De Poëziebus
Dichters
.
Van 19 tot en met 26 juli gaat de Poëziebus rijden door Nederland en Vlaanderen en doet daar 12 steden aan. Aangezien ik voorzitter van de Raad van Toezicht ben van de stichting Poëziebus ga ik de komende dagen ongegeneerd reclame maken voor dit mooie nieuwe initiatief. Meer dan 50 dichters doen mee aan de verschillende activiteiten en ik ga een aantal ven hen in het zonnetje zetten als extra aanmoediging om vooral toch naar deze activiteiten te gaan en zelf te zien en ondergaan hoe mooi het kan zijn om poëzie als podiumkunst te beleven.
Als eerste vandaag de dichter Julie Beirens. Julie Beirens (1994) is een jonge creatieveling met een kritische pen. Als een volleerde detective onderzoekt zij de maatschappij en het leven. Het resultaat is te zien en te horen in woord en beeld.
.
dit was niet wat doorgaans
in uw aderen werd gezogen
en verpulverd met de breekbaarheid
van tienerjaren en een eerste verdriet
dit waren geen woorden, neen,
dit waren gezangen van naalden
en bekoring, dit was de vloed
waarin men oordeel prikte
dit waren houwelen die ik
in mijn bloed pende, huiden
die ik aan flarden schreef
en openreet, met metaforen
van methadon
dit was een woord dat men
vergeten was, een volledige
taal die niemand kent
omdat het nooit gesproken is
.
Alle informatie over de Poëziebus lees je op http://poeziebus.nl/
Fax poem
Charles Bukowski
.
Op 18 februari 1994 liet Charles Bukowski een fax installeren in zijn kamer en vrijwel meteen daarna faxte hij onderstaand gedicht naar zijn uitgever. Dit was meteen het laatste gedicht dat hij schreef. Achttien dagen later overleed de dichter in Californië aan Leukemie. Hij was toen 73 jaar oud. Voor zover bekend is dit gedicht nooit in een bundel gepubliceerd.
.
oh, forgive me For Whom the Bell Tolls,
oh, forgive me Man who walked on water,
oh, forgive me little old woman who lived in a shoe,
oh, forgive me the mountain that roared at midnight,
oh, forgive me the dumb sounds of night and day and death,
oh, forgive me the death of the last beautiful panther,
oh, forgive me all the sunken ships and defeated armies,
this is my first FAX POEM.
It’s too late:
I have been
smitten.
.

March 1981, Los Angeles, California, USA — American Writer Charles Bukowski — Image by © Fabian Cevallos/CORBIS SYGMA
Hans van de Waarsenburg
Ach, de tijd
.
Op 15 juni, afgelopen maandag, overleed de dichter Hans van de Waarsenburg. Na Drs. P. de tweede dichter van naam in korte tijd. Hans van de Waarsenburg was dichter, literatuurcriticus, schrijver van kinderboeken, radiomaker en heel actief binnen de Nederlandse letteren. Zo was hij van 1988 tot 1994 kroonlid van de Raad voor de kunst, afdeling Letteren en van 1995 tot 2000 voorzitter van het P.E.N. – Centrum voor Nederland. In 1997 werd hij voorzitter van The Maastricht International Poetry Nights, een tweejaarlijkse, internationale poëziemanifestatie die in 2014 voor de zesde keer werd georganiseerd.
In 1973 ontving van de Waarsenburg de Jan Campert-prijs voor poëzie voor zijn bundel ‘De vergrijzing’.
Uit ‘Tussen nat mos en een begrafenis’ uit 1973 het gedicht ‘Ik zie haar nog wel eens…’
.
Ik zie haar nog wel eens…
.
Ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij
een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren
de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril
dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan
haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd
één koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in ’43 , afscheid
hebben genomen.
.


Johnny van Doorn
KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK
.
Omdat Johnny van Doorn (1944-1991) zulke bijzonder beeldende poëzie schreef en omdat een ieder die hem (nog) niet kent zeker kennis moet maken met deze ‘selfkicker’, een gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Verzamelde gedichten uit 1994 getiteld ‘komtocheensklaarklootzak’.
.
KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK
.
Mijn kamer verhuurd
Voor een uur of 2
Aan enkele verstok-
Te voyeurs:
Een gat in de
Vloer geeft een
Luxueus uitzicht
Op het onderliggend
Temijersbed &
Bij iedere seance
Kreunt mijn
Krolse kat
Luidruchtig mee &
Via een snelle
Knopindruk golf
De (van een bedrijfs-
Tape afkomstige)
Mededeling – Kom
Toch eens
Klaar Klootzak –
Door het met
Rococomeubelen
Ingeriochte
Naaivertrek &
Tot zieleheil
Van mijn somber
Herfstig wezen
Herstel ik het
Schiet- en avondgebed
In ere &
Iedere nacht
(Tussen haar billen
Ingevouwen)
Spreek ik tot de Goede God
.
Spoken word
Henry Rollins
.
Henry Rollins (1961, Washington D.C.) kende ik vooral van zijn geniale single uit 1994 ‘Liar’ wat eigenlijk geen echte (muziek) single was maar meer een cross over van muziek en spoken word. Maar Henry Rollins is naast muzikant vooral ook acteur, schrijver, dichter en allround artiest.
Zijn gedichten verraden veel van zijn ‘afkomst’ (scheiding ouders, verwaarlozing, mishandeling, boosheid) maar lijken altijd eerlijk en oprecht en zijn vaak ook heel gevoelig. Henry Rollins beschrijft zichzelf als iemand die door keihard te werken en gewoon te doen in plaats van te denken veel dingen bereikt heeft. Ook hierin speelt zijn pijnlijke jeugd een rol. Dit alles is terug te vinden in zijn songteksten zoals in het nummer “Do It” en in zijn “spoken word” sessies en interviews. Ook zet hij zich vaak in voor in zijn ogen belangrijke of goede doelen. Ook zijn afkeer van wapens, die in de V.S. in ieder huishouden aanwezig mogen zijn, en zijn kwaadheid destijds over de oorlog in Irak en president Bush, en de gelijkheid van mensen, zijn onderwerpen waar Rollins zich voor inzet. In zijn ‘spoken word’ optredens gaat hij vaak fel tekeer en neemt hij allerlei bands, maar ook bevolkingsgroepen en religie’s op de hak. Echter laat hij ook duidelijk blijken dat geweld of haat tegen anderen onnodig is, onder het mom van “laat iedereen in zijn waarde en wees blij dat je leeft”. Hierbij refereert hij vaak naar zijn ‘beste vriend’ Joe Cole die vermoord werd, vlak voor zijn ogen.
hieronder een voordracht van Henry en een gedicht van zijn hand.
.
So what happens to you when your dreams have been destroyed?
When you have chased cornered and ripped them limb from limb?
When you walk away to a desert inside yourself
I fell into the vacuum of my room
The darkness tortured me
Sucked the air through the cracks in the floor
Time scars my thoughts
I have thought about calling or writing one of you
Trying to reach out and touch one of you
I never get to it
I can’t get out of myself
I couldn’t find the right words to show you where I am
It used to be terrifying
Talking myself out of shooting myself in the head
Now it’s just conversation
The night brings the silence and lies
With which keep myself alive
I hold myself in fragile arms
I’m not strong
I’m a rat holding on one handed to the screen of the drain
.
meer over Henry Rollins’ poëzie op de website: http://www.angelfire.com/ut/inorbit/rollp.html
Tweedst
J. Bernlef (1937 – 2012)
.
J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).
Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).
In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.
Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).
.
De kunst om tweedst te zijn
.
Net achter de leider de zijweg ingeglipt
(die hij niet had gezien)
en zo de bessestruik ontdekt
.
Goed, ze smaken bitter maar
aan alles wen je op den duur
.
Kleine, harde bessen, zuur
maar zoet smakend naast het
al half vergane lijk van de leider.
.
Dodenpark
Gerrit Komrij
,
Vandaag moest ik aan Gerrit Komrij denken en daarom (elke reden is een goede reden nietwaar) een gedicht van hem.
.
Dodenpark
We wandelden des avonds door de tuinen
Van het crematorium; achter heg en hazelaar
Stond laag de vroege maan; ik at wat kruimels
Van mijn vest en jij genoot van een sigaar.
Je dacht wellicht aan zeer bezwete negers
Op hete plantages in de weer. Ook aan
Je gezicht meende ik zoiets af te lezen.
Ikzelf keek door de heg naar de maan.
We spraken niet. Wat viel er ook te zeggen?
We dachten maar aan een maan en aan zweet.
O, nergens heerste er ooit zo’n rust. Slechts
Af en toe klonk uit een urn een kreet.
Uit: Alle gedichten tot gisteren uit 1994
Voetbalpoëzie
Voetbal en gedichten
.
Nu het Wereldkampioenschap voetbal in Brazilië rap dichterbij komt lijkt het me een goede zaak eens een stuk te schrijven over voetbal en poëzie. Misschien staan de gedichten van de spelers die het Europees kampioenschap van 1988 wonnen nog in het geheugen of zijn er lezers van Hard Gras onder de lezers van dit blog. Hoe dan ook, er is wel wat te vertellen over voetbal en poëzie.
Om maar met het EK van 1988 te beginnen, in 1989 verscheen van de hand van Theun de Winter het boek ‘Nederland-Duitsland: Voetbalpoëzie’ met bijdragen van o.a. Hans van Breukelen, Ruud Gullit, Johnny Rep, Ruud Krol, Stanley Menzo, Jan Wouters, Wim Suurbier, Frans de Munck, Arnold Mühren, Johan Neeskens, Jan Mulder, Jules Deelder en Theo van Gogh.
.
.
Ook Nico Scheepmaker publiceerde in de bundel Nederland-Duitsland (1989) een gedicht over de overwinning, met een verwijzing naar een beroemde slotregel uit een sonnet van J.C. Bloem (1887-1966): ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’.
.
2-1 & 1-2
De wedstrijd was het juiste spiegelbeeld
van die 2-1 in het gedoemd verleden.
Eerst werd ik in de Hel gevierendeeld,
en daarna kwam ik in de Hof van Eden.
Twee-een verliezen of met 2-1 winnen:
ontgoocheling of een waanzinnig feest.
Je kunt er maar het best niet aan beginnen,
dan is je leven wel zo kalm geweest.
Ik vond het jammer dat wij toen niet wonnen,
want winnen is het doel van elke sport.
Maar anderzijds is voetbal maar verzonnen:
geen mens die er veel menselijker door wordt.
Natuurlijk was ik blij met onze zege,
als journalist was ik zelfs dubbel blij.
Wij hadden immers iets cadeau gekregen:
kopij, kopij, o en voorgoed kopij!
.
Maar ook een dichter als Elly de Waard heeft haar liefde voor voetbal, of in dit geval voor de voetballer Pierre van Hooijdonk in een gedicht vastgelegd. Hieronder het Typoscript van het gedicht van Elly de Waard (1940), oorspronkelijk geschreven naar aanleiding van het wereldkampioenschap voetballen 1994, maar voor de gelegenheid (tijdens een uitzending van het tv programma Laat De Leeuw) aangepast voor Pierre van Hooijdonk, oktober 1999.
.
Maar niet alleen Oranje inspireerde dichters, ook een groot voetballer als Abe Lenstra kreeg een eigen gedicht van Rutger Kopland in het NRC van 11 juni 1994 (vandaag op de dag af 20 jaar geleden).
.
.
En natuurlijk mag Jules Deelder niet ontbreken. De voetballiefhebber (Sparta) onder de dichters met het gedicht over Sparta.
.
Vroeger of later
Ga je dood
Dat staat als een paal
Boven water
Zo oud als Sparta
Word je nooit
En als je gaat
Is het je tijd geweest
Dat is één ding
Dat zeker is
Zo niet
Ofter een hemel is
Maar álster één is
Dan zal je zien
Dat de Hemelpoort
– Oh brok in ons keel –
Verdacht veel weg heeft
Van Het Kasteel
.



















